Economie krimpt met 1,7 procent in eerste kwartaal 2020

© Hollandse Hoogte / Robin Utrecht
Volgens de eerste berekening van het CBS, op basis van nu beschikbare gegevens, is het bruto binnenlands product (bbp) in het eerste kwartaal van 2020 met 1,7 procent gedaald ten opzichte van een kwartaal eerder. Dat is de grootste krimp na het eerste kwartaal van 2009, toen het bbp met 3,6 procent daalde ten opzichte van een kwartaal eerder. Met de krimp komt een einde aan 23 kwartalen op rij met groei. De daling van het bbp in het eerste kwartaal is vooral toe te schrijven aan de lagere consumptie door huishoudens.

Huishoudens hebben in het eerste kwartaal 2,7 procent minder besteed dan in het vierde kwartaal van 2019. Dat is grootste daling sinds het begin van de reeks in 1988. De overheidsconsumptie nam met 1,4 procent af. Verder namen de investeringen af met 1,1 procent. De uitvoer en invoer van goederen en diensten ten slotte daalden met respectievelijk 3,0 en 3,5 procent.

Aan de productiekant vallen de negatieve uitschieters op bij de bedrijfstak cultuur, recreatie, sport en overige diensten, de bedrijfstak handel, vervoer, horeca en opslag en de bedrijfstak overheid, onderwijs en zorg. De productie van deze bedrijfstakken daalde met respectievelijk 7,1, 3,4 en 2,9 procent ten opzichte van het vorige kwartaal. Een positieve uitschieter was de bouwnijverheid met een stijging van 5,5 procent.

Het beeld gedurende het eerste kwartaal is overigens gemengd. In de eerste twee maanden groeide de economie nog. Maar sinds de tweede helft van maart zorgden de wereldwijde corona-uitbraak en de daarmee samenhangende maatregelen voor een ongekende teruggang in economische activiteit.

Invloed van de coronacrisis op de eerste berekening

Deze groeicijfers zijn omgeven met een grotere onzekerheid dan bij de eerste berekening gebruikelijk is. Zie hier voor een uitgebreide toelichting.

Bruto binnenlandse product (volume), seizoengecorrigeerd
JaarKwartaalIndex (2010=100)
20131e kwartaal100,1
20132e kwartaal99,9
20133e kwartaal100,5
20134e kwartaal101,1
20141e kwartaal101
20142e kwartaal101,6
20143e kwartaal101,9
20144e kwartaal102,8
20151e kwartaal103,4
20152e kwartaal103,7
20153e kwartaal104,1
20154e kwartaal104,1
20161e kwartaal105,1
20162e kwartaal105,3
20163e kwartaal106,5
20164e kwartaal107,4
20171e kwartaal107,9
20172e kwartaal108,9
20173e kwartaal109,7
20174e kwartaal110,5
20181e kwartaal111,2
20182e kwartaal111,9
20183e kwartaal112,2
20184e kwartaal112,9
20191e kwartaal113,4
20192e kwartaal113,8
20193e kwartaal114,2
20194e kwartaal114,7
20201e kwartaal112,7

Het vervolg van het nieuwsbericht gaat over de groei van de economie t.o.v. het eerste kwartaal 2019.

Bbp 0,5 procent lager dan in het eerste kwartaal 2019

Volgens de eerste berekening was het bbp 0,5 procent kleiner dan in het eerste kwartaal van 2019. De krimp jaar op jaar is vooral te wijten aan de lagere consumptie door huishoudens en aan de voorraadveranderingen.

Bruto binnenlands product (volume)
Jaar KwartaalVerandering
20131e kwartaal-1,7
20132e kwartaal-0,5
20133e kwartaal0,3
20134e kwartaal1,4
20141e kwartaal1,3
20142e kwartaal1,4
20143e kwartaal1,1
20144e kwartaal1,8
20151e kwartaal1,9
20152e kwartaal2,1
20153e kwartaal2,5
20154e kwartaal1,4
20161e kwartaal2,1
20162e kwartaal2,3
20163e kwartaal2,1
20164e kwartaal2,2
20171e kwartaal3,2
20172e kwartaal3,1
20173e kwartaal2,8
20174e kwartaal2,6
20181e kwartaal2,8
20182e kwartaal3
20183e kwartaal2,5
20184e kwartaal2,2
20191e kwartaal1,8
20192e kwartaal1,9
20193e kwartaal1,9
20194e kwartaal1,6
20201e kwartaal-0,5

Minder besteed door consumenten

Consumenten hebben in het eerste kwartaal 1,3 procent minder besteed dan in het eerste kwartaal van 2019. Dit was de eerste daling in zes jaar tijd. In maart kromp de consumptie door huishoudens zelfs met 6,7 procent koopdaggecorrigeerd, terwijl er in de eerste twee maanden van het kwartaal nog een groei was. Consumenten gaven in het eerste kwartaal van dit jaar met name minder uit aan diensten (vooral aan horeca, recreatie en cultuur) en kleding. Aan voedingsmiddelen hebben ze echter meer besteed. De horeca moest halverwege maart de deuren sluiten, winkelstraten waren zo goed als uitgestorven, terwijl de supermarkten juist meer omzet boekten. Voor het eerst in ongeveer vier jaar was de consumptie door de overheid lager dan een jaar eerder.

Export niet gegroeid

In het eerste kwartaal van 2020 lag de uitvoer van goederen en diensten op hetzelfde niveau als een jaar eerder. Een kwartaal eerder groeide de uitvoer nog met 3,2 procent. Nederlandse bedrijven hebben in het eerste kwartaal van dit jaar wel meer chemische producten, elektrotechnische machines en apparaten uitgevoerd. De export van transportmiddelen en aardgas was lager dan een jaar eerder. De wederuitvoer (de uitvoer van eerder ingevoerde producten) groeide, terwijl de export van Nederlands fabricaat kromp.

De invoer van goederen en diensten kromp met 0,9 procent. Per saldo droeg het handelssaldo daarmee toch positief bij aan de economische groei. In het vorige kwartaal was de bijdrage negatief.

Meer geïnvesteerd in infrastructuur, bedrijfsgebouwen en machines

De investeringen in vaste activa lagen 0,9 procent hoger dan een jaar eerder. In het eerste kwartaal van 2020 zijn vooral de investeringen in infrastructuur, bedrijfsgebouwen en machines gegroeid. Daarentegen is er minder geïnvesteerd in vervoermiddelen zoals personenauto’s, vrachtwagens, opleggers, e.d.

Bestedingen naar categorie (volume)
 2020-I (%-mutatie t.o.v. jaar eerder)2019-IV (%-mutatie t.o.v. jaar eerder)
Bruto binnenlands product-0,51,6
Invoer goederen en diensten-0,94
Investeringen in vaste activa0,94,2
Uitvoer goederen en diensten03,2
Consumptie overheid-0,31,7
Consumptie huishoudens-1,31,8

Sterk wisselend beeld bij bedrijfstakken

De klap van de coronacrisis kwam voor veel bedrijven hard aan. Niet alle bedrijfstakken werden echter even hard geraakt. Opvallend zijn de dalingen bij de bedrijfstak cultuur, recreatie, sport en overige diensten, de bedrijfstak overheid, onderwijs en zorg en de bedrijfstak handel, vervoer en horeca.

De productie van de bedrijfstak cultuur, recreatie, sport en overige diensten was in het eerste kwartaal ruim 5 procent lager dan een jaar eerder. Evenementen, voorstellingen en dergelijke mogen niet meer sinds de coronacrisis, sportclubs en kappers hebben hun deuren moeten sluiten. De krimp van de zorg met bijna 4 procent is uitzonderlijk en vooral toe te schrijven aan het feit dat er door de coronacrisis per saldo minder gezondheids- en zorgdiensten zijn geleverd. In ziekenhuizen zijn in de laatste weken van maart veel afspraken en operaties uitgesteld of geannuleerd. Het aantal doorverwijzingen door huisartsen is gedaald en de meeste tandartsen mochten alleen nog maar spoedzorg en semispoedzorg leveren. Verder is er ook een afname in de geleverde zorg bij de andere grote groepen zorginstellingen, zoals de geestelijke gezondheidszorg, de gehandicaptenzorg, de jeugdzorg en kinderopvangcentra.

De productie van de handel, vervoer en horeca lag ook lager dan een jaar eerder. De horeca moest zijn deuren grotendeels sluiten in de laatste weken van maart door de maatregelen tegen de verspreiding van het coronavirus. Vliegtuigen staan aan de grond. De handel noteerde een kleine productiestijging.

Een positieve uitschieter was de bouwnijverheid, die 3,1 procent meer produceerde dan een jaar eerder. Een kwartaal eerder kromp de productie van de bouwnijverheid nog. De groei is toe te schrijven aan nieuwbouw van gebouwen en infrastructuur.

De industrie produceerde nagenoeg hetzelfde als een jaar eerder, met een negatieve uitschieter voor de transportmiddelenindustrie en een positieve uitschieter voor de voedings- en genotmiddelenindustrie. Ook de productie van de zakelijke dienstverlening lag op ongeveer hetzelfde niveau als een jaar eerder. De productie van de specialistische dienstverlening (onder meer accountancy, advies- en reclamebureaus) groeide, terwijl de productie van de overige zakelijke dienstverlening (onder meer uitzend- en reisbureaus) kromp.

Toegevoegde waarde naar bedrijfstak (volume)
 2020-I (%-verandering t.o.v. jaar eerder)2019-IV (%-verandering t.o.v. jaar eerder)
Landbouw en visserij3,22,1
Bouwnijverheid3,1-0,4
Water en afval2,7-1,1
Verhuur en handel in onroerend goed2,53,5
Informatie en communicatie1,73,4
Financiële instellingen0,5-1,2
Industrie-0,11,2
Zakelijke dienstverlening-0,21,1
Energie-12,6
Handel, vervoer en horeca-1,52,5
Overheid, onderwijs, zorg-1,71,9
Cultuur, recreatie, overige diensten-5,42,6
Delfstoffenwinning-23,9-18,8

Eerste berekening

De eerste berekening, 45 dagen na afloop van een kwartaal, wordt gepubliceerd op basis van de dan beschikbare informatie. Hiermee geeft het CBS een eerste beeld van de stand van de Nederlandse economie. Na deze eerste berekening komt voortdurend meer informatie beschikbaar over de Nederlandse economie, die vervolgens wordt verwerkt in nieuwe berekeningen. De tweede berekening van de economische groei maakt het CBS bekend op woensdag 24 juni. De absolute bijstelling van de tweede berekening ten opzichte van de eerste berekening was de afgelopen vijf jaar gemiddeld 0,04 procentpunt. De twee uitersten bedroegen -0,1 en +0,2 procentpunt.

Bij elke nieuwe berekening bepaalt het CBS ook de nieuwe seizoengecorrigeerde cijfers van de eerder gepubliceerde kwartalen. De groeicijfers van de drie voorgaande kwartalen zijn niet aangepast.

De cijfers in dit bericht zijn voorlopig en kunnen worden bijgesteld.