Vooral minder personen onder de 45 jaar met bijstand

Belastingenvelop met kleingeld
Eind september 2019 telde Nederland 416 duizend bijstandsontvangers tot de AOW-gerechtigde leeftijd. Dit zijn er 20 duizend minder dan een jaar eerder. Vooral personen jonger dan 45 jaar zijn minder vaak afhankelijk van bijstand. Dit blijkt uit nieuwe cijfers van het CBS.

Personen1) met een bijstandsuitkering
JaarKwartaalBijstandsontvangers tot de AOW-leeftijd (verandering t.o.v. een jaar eerder, x 1 000)
20141e kwartaal30
20142e kwartaal28
20143e kwartaal24
20144e kwartaal21
20151e kwartaal17
20152e kwartaal13
20153e kwartaal13
20154e kwartaal15
20161e kwartaal17
20162e kwartaal18
20163e kwartaal18
20164e kwartaal16
20171e kwartaal13
20172e kwartaal8
20173e kwartaal1
20174e kwartaal-8
20181e kwartaal-16
20182e kwartaal-20
20183e kwartaal-24
20184e kwartaal-24
20191e kwartaal-24
20192e kwartaal-22
20193e kwartaal-20
1)tot de AOW-leeftijd

Voor het achtste kwartaal op rij waren er minder bijstandsontvangers dan een jaar eerder. De afname is de afgelopen kwartalen wel kleiner geworden. Eind juni was deze nog 22 duizend personen. In de drie kwartalen daarvoor lag het verschil met een jaar eerder steeds op 24 duizend personen.

Aantal 45-plussers met bijstand het minst gedaald

In alle leeftijdsgroepen lag het aantal bijstandsontvangers in september 2019 lager dan in september 2018. Bij 45-plussers was de daling met 1 duizend het kleinst. Bij de jongere leeftijdsgroepen was het verschil met een jaar eerder groter. Het aantal bijstandsgerechtigden tot 27 jaar was bijna 5 duizend lager dan een jaar eerder, een daling van 12 procent. Bij de 27- tot 45-jarigen ging het om iets meer dan 14 duizend (bijna 9 procent).

De jaar-op-jaardaling doet zich bij de 27- tot 45-jarigen elf kwartalen op rij voor. Bij de jongeren tot 27 jaar is die periode wat minder lang, namelijk acht kwartalen, en bij 45-plussers het kortst, vijf kwartalen. De jaarlijkse verhoging van de AOW-gerechtigde leeftijd speelt bij deze leeftijdsgroep een rol. Door de verhoging moeten de oudsten uit deze groep, degenen die tegen de AOW-leeftijd aan zitten, langer wachten voordat zij de bijstand kunnen verruilen voor AOW. Met ingang van 2019 is de AOW-leeftijd met vier maanden verhoogd tot 66 jaar en vier maanden.

Personen met een bijstandsuitkering naar leeftijd
JaarKwartaal45 jaar tot AOW-leeftijd (verandering t.o.v. een jaar eerder, x 1 000)27 tot 45 jaar (verandering t.o.v. een jaar eerder, x 1 000)Jonger dan 27 jaar (verandering t.o.v. een jaar eerder, x 1 000)
20141e kwartaal 12,515,12,4
20142e kwartaal12,813,41,5
20143e kwartaal12,510,80,7
20144e kwartaal 128,50,2
20151e kwartaal 11,84,9-0,2
20152e kwartaal 10,52,2-0,2
20153e kwartaal 10,20,82,3
20154e kwartaal 10,30,93,8
20161e kwartaal 111,54,1
20162e kwartaal 10,91,55,2
20163e kwartaal 10,41,76,2
20164e kwartaal 9,40,36,1
20171e kwartaal 8,7-15,4
20172e kwartaal 7,2-3,13,8
20173e kwartaal 5,8-6,11,3
20174e kwartaal 3,6-9,6-1,7
20181e kwartaal 1,6-13,2-4,6
20182e kwartaal 0,1-14,7-5,6
20183e kwartaal -1,3-15,6-6,5
20184e kwartaal -1,7-16,2-6,5
20191e kwartaal -1,9-15,9-6,1
20192e kwartaal -1,3-15,2-5,9
20193e kwartaal -1-14,1-4,9

Ook minder mensen met migratieachtergrond in de bijstand

Vergeleken met september 2018 is in september 2019 zowel het aantal bijstandsontvangers met een Nederlandse achtergrond gedaald, als het aantal met een westerse of niet-westerse migratieachtergrond. Het gaat om respectievelijk 7 duizend, 2 duizend en 11 duizend. Relatief gezien varieert het verschil met een jaar eerder tussen de 4,3 en 4,8 procent. Voor het zevende kwartaal op rij zijn er nu minder bijstandsgerechtigden ongeacht de achtergrond.

Personen1) met een bijstandsuitkering naar migratieachtergrond
JaarKwartaalNederlandse achtergrond (verandering t.o.v. een jaar eerder, x 1 000)Westerse migratieachtergrond (verandering t.o.v. een jaar eerder, x 1 000)Niet-westerse migratieachtergrond (verandering t.o.v. een jaar eerder, x 1 000)
20141e kwartaal13,63,513
20142e kwartaal11,7313
20143e kwartaal9,42,412,2
20144e kwartaal71,812
20151e kwartaal3,9111,6
20152e kwartaal1,60,410,6
20153e kwartaal0,90,312
20154e kwartaal0,60,114,2
20161e kwartaal1-0,115,6
20162e kwartaal0,5-0,217,4
20163e kwartaal0,1-0,518,7
20164e kwartaal-1,7-0,918,5
20171e kwartaal-3,2-1,417,7
20172e kwartaal-4,4-1,714
20173e kwartaal-5,8-1,98,9
20174e kwartaal-7,9-2,42,7
20181e kwartaal-10,1-2,9-3,2
20182e kwartaal-11,1-2,9-6,4
20183e kwartaal-11,2-2,8-9,6
20184e kwartaal-10,9-2,6-10,9
20191e kwartaal-9,7-2,5-11,7
20192e kwartaal-7,9-1,9-12,2
20193e kwartaal-7,3-1,9-10,8
1) tot de AOW-leeftijd

Grotere uitstroom dan instroom, ook van personen uit recente immigratielanden

De verandering van het aantal bijstandsontvangers is het saldo van bijstandsinstromers en -uitstromers. In het eerste halfjaar van 2019 stroomden in totaal meer personen tot de AOW-leeftijd de bijstand uit dan erin: 49 duizend versus ruim 43 duizend.

Zowel bij degenen die in Nederland zijn geboren als bij degenen die recente immigratielanden, zoals Syrië, Eritrea en Somalië als geboorteland hebben, was de uitstroom groter dan de instroom. In de eerste zes maanden van 2019 verlieten bijvoorbeeld 4 200 Syriërs de bijstand, terwijl er 3 100 instroomden.

In- en uitstroom bijstand1), naar geboorteland, 1e halfjaar 2019
JaarInstroom (x 1 000)Uitstroom (x 1 000)
Nederland24,826,7
Syrië3,14,2
Irak0,91
Afghanistan0,60,7
Eritrea0,71,1
Somalië0,60,9
Overige landen12,714,4
1) van personen tot de AOW-leeftijd

45-plussers ontvangen naar verhouding het vaakst bijstand

Eind juni 2019 waren er onder 45-plussers 46 bijstandsontvangers per duizend inwoners. Dit aandeel neemt af naarmate de leeftijdsgroep jonger is. Bij de groep van 27 tot 45 jaar waren het er 40 per duizend inwoners, bij de personen van 18 tot 27 jaar 20. Eind juni 2019 waren er bij alle leeftijdsgroepen tezamen 39 bijstandsontvangers per duizend inwoners.

In 2009 waren er nog 30 bijstandsontvangers per duizend inwoners. In alle leeftijdsgroepen waren er per duizend inwoners aanzienlijk minder personen afhankelijk van bijstand dan in 2019. Dat het in 2019 hoger uitkomt dan tien jaar eerder is aan verschillende factoren toe te schrijven. Bij jongeren speelt de invoering van de Participatiewet in 2015 een rol. Sindsdien kunnen alleen jonggehandicapten die volledig arbeidsongeschikt zijn een beroep op de Wajong doen.

Gedeeltelijk arbeidsongeschikte jongeren zijn bij onvoldoende inkomen of vermogen op bijstand aangewezen. Bij de ouderen is de eerder genoemde verhoging van de AOW-leeftijd een factor. Bij alle leeftijdsgroepen, ten slotte, is er na 2009 een aanzienlijke bijstandsinstroom geweest van statushouders met een verblijfsvergunning.

Bijstandsdichtheid eind juni
Jaar18 tot 27 jaar (bijstandsontvangers per 1 000 inwoners)27 tot 45 jaar (bijstandsontvangers per 1 000 inwoners)45 jaar tot AOW-leeftijd (bijstandsontvangers per 1 000 inwoners)Totaal (bijstandsontvangers per 1 000 inwoners)
200916313530
201422484341
201920404639

De uitkomsten in het nieuwsbericht hebben betrekking op het aantal personen tot de AOW-gerechtigde leeftijd met een bijstandsuitkering in het kader van de Participatiewet. In 2019 is de AOW-gerechtigde leeftijd 66 jaar en vier maanden, in 2018 was deze precies 66 jaar.
Bijstand wordt verleend aan huishoudens. Dit kunnen alleenstaanden zijn of paren, met of zonder kinderen. Ingeval bijstand wordt verstrekt aan een paar, worden beide partners apart meegeteld als bijstandsgerechtigde.