Meer specialistische behandelingen voor obesitas

© Hollandse Hoogte / Flip Franssen
Steeds meer Nederlanders ondergaan een medische specialistische behandeling voor obesitas. Deze behandelingen komen vaker voor bij lagere inkomens. Dit blijkt uit nieuw samengestelde cijfers over de kenmerken van personen die bij een specialist onder behandeling zijn geweest.

In 2017 kwamen ongeveer 22 op de 10 000 Nederlanders bij de chirurg voor een behandeling wegens morbide obesitas. Verder werden 17 op de 10 000 inwoners behandeld voor obesitas door een internist. Deze aantallen zijn sinds 2013 toegenomen. Het is mogelijk dat een persoon bij beide specialismen onder behandeling is geweest in een jaar, in dat geval telt de persoon bij beiden mee. Dit blijkt uit Diagnose Behandeling Combinatie (DBC) gegevens die geregistreerd worden in de medisch specialistische zorg. Een DBC is een pakketje zorg met informatie over de behandeling die een patiënt krijgt voor een bepaalde aandoening.

De medisch specialistische behandelingen voor obesitas komen bij volwassenen vooral voor onder mensen tussen de 20 en de 65 jaar waarbij het aantal patiënten onder 45 tot 65 jarigen het hoogst is. Bij mensen boven de 80 jaar komen dergelijke behandelingen nauwelijks voor en ook onder mensen tussen de 65 en de 80 is het aantal dat behandeld wordt wegens overgewicht klein. Bij jongeren onder de 20 jaar is het aantal obesitas behandelingen bij chirurgie en inwendige geneeskunde zeer gering, omdat jongeren tot 18 jaar in het ziekenhuis voornamelijk worden behandeld door de kinderarts en dit wordt hier verder buiten beschouwing gelaten.

Personen met lopende DBC voor obesitas
JaarChirurgie (morbide obesitas) (per 10 000 inwoners)Inwendige geneeskunde (obesitas) (per 10 000 inwoners)
201316,89,4
201418,210,5
201519,213,0
201621,414,0
201722,416,7

Behandeling obesitas vaker bij lager inkomen

Mensen in de lagere inkomensgroepen worden in de medisch specialistische zorg vaker behandeld voor obesitas dan personen in de hogere inkomensgroepen. Voor zowel de diagnosegroep ‘morbide obesitas’ bij chirurgie als de diagnosegroep ‘obesitas’ bij inwendige geneeskunde geldt dat het aantal patiënten afneemt als het inkomen stijgt. Onder de twee laagste inkomensgroepen hebben 29 personen op de 10 000 een behandeling bij de chirurg voor morbide obesitas gehad in 2017. Onder de hoogste inkomensgroep is dit 12 op de 10 000. Voor alle inkomensgroepen is het aantal patiënten met obesitas gerelateerde diagnoses toegenomen vanaf 2013.

Personen met lopende DBC voor obesitas, naar inkomen, gestandaardiseerd voor leeftijdsverschillen, 2017
 Chirurgie (morbide obesitas) (per 10 000 inwoners)Inwendige geneeskunde (obesitas) (per 10 000 inwoners)
1e 20%-groep (laag inkomen)29,122,8
2e 20%-groep 29,621,5
3e 20%-groep 25,118,1
4e 20%-groep 19,814,5
5e 20%-groep (hoog inkomen)11,79,2

Ruim 100 000 mensen lijden aan morbide obesitas

In Nederland had, in 2017, 1 procent van de 20-plussers morbide obesitas, een BMI van 40 of hoger. Dit blijkt uit de door volwassenen zelf gerapporteerde eigen lengte en gewicht in de Gezondheidsenquête. Dat betekent dat ruim 100 duizend volwassenen lijden aan deze ernstigste vorm van zwaarlijvigheid. In totaal heeft 14 procent in 2017 enige vorm van obesitas, ruim 2,5 keer meer dan begin jaren tachtig.

Ook uit dit onderzoek blijkt dat morbide obesitas vaker voorkomt bij personen met een lagere sociaal-economische status. Mensen uit huishoudens met een laag inkomen hebben vaker morbide obesitas dan mensen uit huishoudens met een hoog inkomen. Ook komt morbide obesitas meer voor bij lager opgeleiden dan bij hoger opgeleiden.

Obesitas
 Obesitas klasse 1 (% van bevolking van 20 jaar of ouder)Obesitas klasse 2 (% van bevolking van 20 jaar of ouder)Obesitas klasse 3 (morbide obesitas) (% van bevolking van 20 jaar of ouder)
19814,50,50,4
19824,10,60,4
19834,10,60,4
19844,70,40,4
19854,40,60,3
19864,30,50,4
19874,80,50,2
19884,20,60,1
19895,410,2
19905,30,80,2
199150,80,2
19925,410,3
19935,30,80,3
19946,10,90,3
19955,910,4
199660,90,3
19976,91,20,3
199871,30,3
19997,21,50,4
20007,81,50,4
20017,81,50,5
20028,21,50,5
200391,60,5
20049,11,70,7
20059,11,60,6
20069,12,10,6
200792,20,6
20088,92,10,6
20099,52,20,6
20108,91,90,8
201191,90,7
20129,22,20,8
20139,21,90,7
201410,52,40,7
201510,82,20,6
201611,42,40,7
2017112,30,9