Economisch beeld fractie minder gunstig

© Nikki van Toorn (CBS)
Het conjunctuurbeeld volgens de Conjunctuurklok van het CBS is in juni een fractie minder gunstig dan een maand eerder, meldt het CBS. In de Conjunctuurklok van half juni presteren 11 van de 13 indicatoren beter dan hun langjarige trend.

De Conjunctuurklok is een hulpmiddel voor het bepalen van de stand en het verloop van de Nederlandse conjunctuur. In de Conjunctuurklok komt vrijwel alle belangrijke economische informatie samen die het CBS tijdens de afgelopen maand c.q. het afgelopen kwartaal heeft gepubliceerd. Het conjunctuurbeeld volgens de Conjunctuurklok betreft een macro-economisch beeld en het gaat niet in gelijke mate op voor alle huishoudens, bedrijven of regio’s.

Conjunctuurklokindicator (ongewogen gemiddelde van de indicatoren in de Conjunctuurklok)
jaarmaandcyclus (afwijking van de langetermijntrend (=0))
2012januari-0,04
2012februari-0,09
2012maart-0,13
2012april-0,16
2012mei-0,24
2012juni-0,3
2012juli-0,36
2012augustus-0,47
2012september-0,55
2012oktober-0,62
2012november-0,74
2012december-0,83
2013januari-0,91
2013februari-1,03
2013maart-1,12
2013april-1,18
2013mei-1,25
2013juni-1,28
2013juli-1,29
2013augustus-1,29
2013september-1,23
2013oktober-1,17
2013november-1,09
2013december-1,02
2014januari-0,95
2014februari-0,9
2014maart-0,87
2014april-0,85
2014mei-0,83
2014juni-0,82
2014juli-0,8
2014augustus-0,79
2014september-0,78
2014oktober-0,77
2014november-0,75
2014december-0,72
2015januari-0,68
2015februari-0,63
2015maart-0,57
2015april-0,51
2015mei-0,44
2015juni-0,39
2015juli-0,34
2015augustus-0,3
2015september-0,27
2015oktober-0,27
2015november-0,25
2015december-0,24
2016januari-0,25
2016februari-0,23
2016maart-0,22
2016april-0,21
2016mei-0,16
2016juni-0,12
2016juli-0,09
2016augustus-0,03
2016september0,01
2016oktober0,05
2016november0,11
2016december0,16
2017januari0,21
2017februari0,28
2017maart0,33
2017april0,36
2017mei0,42
2017juni0,44
2017juli0,47
2017augustus0,53
2017september0,57
2017oktober0,62
2017november0,68
2017december0,73
2018januari0,76
2018februari0,81
2018maart0,85
2018april0,86
2018mei0,88
2018juni0,89
2018juli0,87
2018augustus0,88
2018september0,87
2018oktober0,84
2018november0,82
2018december0,78
2019januari0,74
2019februari0,7
2019maart0,66
2019april 0,62
2019mei0,61
2019juni0,59

Consumentvertrouwen stijgt, producentenvertrouwen daalt

In juni zijn consumenten positiever dan in mei. Het producentenvertrouwen nam in mei af. Zowel het vertrouwen van producenten als het consumentenvertrouwen ligt echter boven het langjarige gemiddelde.

Consumenten- en producentenvertrouwen (seizoengecorrigeerd)
jaarmaandConsumentenvertrouwen (gemiddelde van de deelvragen)Producentenvertrouwen (gemiddelde van de deelvragen)
2014januari-60,7
2014februari-2-0,1
2014maart11,1
2014april40,3
2014mei60,7
2014juni60,7
2014juli61,2
2014augustus20
2014september-2-0,2
2014oktober12
2014november-22,4
2014december-43,4
2015januari-22,8
2015februari-12
2015maart71,4
2015april103,3
2015mei114,1
2015juni144,6
2015juli133,7
2015augustus133,5
2015september113,8
2015oktober122,4
2015november144
2015december133
2016januari113,2
2016februari73,1
2016maart23,9
2016april64,7
2016mei74,4
2016juni115,4
2016juli95,1
2016augustus91,2
2016september123,4
2016oktober174,3
2016november213,4
2016december214,7
2017januari216
2017februari227
2017maart247,8
2017april268,3
2017mei236,1
2017juni237,2
2017juli256,6
2017augustus265,4
2017september238,5
2017oktober238,2
2017november229,1
2017december258,9
2018januari2410,3
2018februari2310,9
2018maart249,5
2018april258,2
2018mei239,8
2018juni237,7
2018juli236,3
2018augustus215,9
2018september195,7
2018oktober155,9
2018november137,2
2018december97,5
2019januari15,8
2019februari-26,3
2019maart-46,1
2019april-36,7
2019mei-34,7
2019juni 0

Consumptie huishoudens, investeringen en export groeien

In april was het volume van de investeringen in materiële vaste activa 6,7 procent groter dan in april 2018. De groei is groter dan in de voorgaande maand. In april is vooral in woningen, bedrijfsgebouwen, personenauto’s en machines meer geïnvesteerd dan een jaar eerder.

Consumenten hebben in april 1,8 procent meer besteed dan in april 2018. Ze gaven onder andere meer uit aan woninginrichting en elektrische apparaten. Daarentegen hebben ze minder besteed aan auto’s.

Het volume van de goederenexport was in april 1,9 procent groter dan in april 2018. De groei is groter dan in de vijf voorgaande maanden. In april 2019 groeide vooral de export van machines en chemische producten. Daarentegen kromp de export van elektrotechnische apparatuur. 

Productie industrie krimpt ruim 1 procent

De gemiddelde dagproductie van de Nederlandse industrie was in april 1,2 procent lager dan in april 2018. Een maand eerder produceerde de industrie nagenoeg evenveel als een jaar eerder. In april groeide de productie van de transportmiddelenindustrie het sterkst.

Aantal faillissementen neemt af in mei

Het aantal failliet verklaarde bedrijven is afgenomen. Er zijn in mei 19 bedrijven minder failliet verklaard dan in april. De trend is afgelopen jaren redelijk vlak.

Aantal banen blijft stijgen

In het eerste kwartaal van 2019 is het totaal aantal banen van werknemers en zelfstandigen met 56 duizend toegenomen tot 10 664 duizend. In een jaar tijd kwamen er 226 duizend banen bij.

Werknemers en zelfstandigen werkten in het eerste kwartaal 2019 in totaal ruim 3,4 miljard uur. Dat is, gecorrigeerd voor seizoen, bijna 1 procent meer dan een kwartaal eerder.

Het aantal openstaande vacatures steeg in het eerste kwartaal van 2019 opnieuw naar een record, namelijk 277 duizend. Dat zijn er 13 duizend meer dan een kwartaal eerder. Sinds het tweede kwartaal van 2018 ligt het aantal vacatures hoger dan voor de crisis. Ook het aantal ontstane en het aantal vervulde vacatures (seizoensgecorrigeerd) hebben een recordhoogte bereikt.

De spanning op de arbeidsmarkt is opgelopen naar een nieuw hoogtepunt. In het eerste kwartaal van 2019 waren er gemiddeld 88 vacatures per 100 werklozen. In het vierde kwartaal van 2018 waren dat nog 80 vacatures per 100 werklozen.

Het aantal werklozen (ILO-definitie) daalde na februari met gemiddeld 3 duizend per maand en stond in mei op 302 duizend. Dat komt overeen met 3,3 procent van de beroepsbevolking.

Bruto binnenlandse product (volume), seizoengecorrigeerd
   index (2010=100)
20121e kwartaal100,8
20122e kwartaal100,9
20123e kwartaal100,5
20124e kwartaal99,8
20131e kwartaal100,1
20132e kwartaal99,9
20133e kwartaal100,5
20134e kwartaal101,1
20141e kwartaal101
20142e kwartaal101,6
20143e kwartaal101,9
20144e kwartaal102,8
20151e kwartaal103,4
20152e kwartaal103,7
20153e kwartaal104,1
20154e kwartaal104,1
20161e kwartaal105,1
20162e kwartaal105,3
20163e kwartaal106,5
20164e kwartaal107,4
20171e kwartaal108
20172e kwartaal108,9
20173e kwartaal109,7
20174e kwartaal110,5
20181e kwartaal111,2
20182e kwartaal111,9
20183e kwartaal112,2
20184e kwartaal112,8
20191e kwartaal113,3

Bbp groeit met 0,5 procent in eerste kwartaal 2019

Volgens de tweede berekening van het CBS is het bruto binnenlands product (bbp) in het eerste kwartaal van 2019 met 0,5 procent gegroeid ten opzichte van een kwartaal eerder. De groei is vooral te danken aan de investeringen. Ten opzichte van het eerste kwartaal 2018 was de omvang van het bbp 1,7 procent groter.

Woensdag 14 augustus 2019 komt het CBS met de eerste berekening van het bbp en het aantal banen in het tweede kwartaal van 2019.

Relevante links