Meer werkenden in februari

Het aantal 15- tot 75-jarigen met betaald werk is de afgelopen drie maanden met gemiddeld 13 duizend per maand toegenomen. In februari waren er ruim 8,9 miljoen werkenden. Het aantal werklozen daalde met gemiddeld 5 duizend per maand tot 312 duizend. Zij hadden geen betaald werk en gaven aan recent naar werk te hebben gezocht en daarvoor direct beschikbaar te zijn. Dat meldt het CBS op basis van nieuwe cijfers.

Bijna 4,1 miljoen mensen hadden om uiteenlopende redenen geen betaald werk. Naast de eerder genoemde werklozen ging het om bijna 3,8 miljoen mensen die niet recent hebben gezocht en/of niet direct voor werk beschikbaar waren. Zij worden niet tot de beroepsbevolking gerekend. Hun aantal is in de laatste drie maanden met gemiddeld 2 duizend per maand afgenomen. UWV registreerde eind februari 274 duizend lopende WW-uitkeringen.

Werkloosheidsindicator

Om de conjuncturele ontwikkelingen op de arbeidsmarkt in verschillende landen te kunnen vergelijken, wordt vaak gebruikgemaakt van de werkloosheidsindicator van de International Labour Organization (ILO). Volgens deze indicator worden mensen van 15 tot 75 jaar zonder betaald werk die hier recent naar hebben gezocht en direct beschikbaar zijn met ‘werkloos’ aangeduid. In februari waren er 312 duizend werklozen. Dat zijn er vrijwel evenveel als in november 2008, net voor de crisis. Toch is het werkloosheidspercentage met 3,4 nu lager dan toen (3,6). De beroepsbevolking, het aantal werklozen en werkenden tezamen, is namelijk gegroeid van 8,7 miljoen naar 9,2 miljoen personen. De werklozen maken daar dus een kleiner deel van uit.

Werkloosheid (ILO-indicator, seizoengecorrigeerd) en WW-uitkeringen (x 1 000)
   Werkloosheidsindicator (ILO)
(15 tot 75 jaar, seizoengecorrigeerd)
WW-uitkeringen (15 jaar tot AOW-leeftijd)
2011januari430284
februari425280
maart413270
april411261
mei414256
juni409252
juli425254
augustus427256
september442252
oktober458253
november474258
december473270
2012januari486292
februari482299
maart487296
april502292
mei501291
juni502291
juli518298
augustus517304
september530304
oktober539310
november554322
december572340
2013januari589369
februari601377
maart619380
april625380
mei632378
juni648382
juli666395
augustus670399
september675400
oktober680408
november677419
december687438
2014januari691460
februari699460
maart692454
april684443
mei672436
juni656431
juli648437
augustus637430
september630420
oktober632419
november635425
december643441
2015januari645458
februari633455
maart626443
april625427
mei617416
juni611410
juli603420
augustus604420
september609417
oktober616421
november596427
december588446
2016januari574465
februari581469
maart574470
april572461
mei560448
juni550438
juli541432
augustus521427
september510424
oktober502420
november499410
december482412
2017januari480419
februari473416
maart463415
april456401
mei456386
juni446372
juli436364
augustus426362
september422351
oktober404343
november397337
december395330
2018januari380335
februari367330
maart357327
april355314
mei352301
juni354288
juli348279
augustus353278
september343274
oktober337269
november326267
december329263
2019januari329279
februari312274

UWV: Lichte afname WW-uitkeringen

Het aantal WW-uitkeringen komt in februari 2019 uit op 274 duizend, een afname van 2 procent. In vergelijking met vorig jaar is het aantal WW-uitkeringen met 17 procent gedaald.
Een persoon kan meerdere WW-uitkeringen naast elkaar ontvangen. Eind februari 2019 zijn er 266 duizend mensen met een WW-uitkering. Daarvan ontvangt 28,2 procent de uitkering al meer dan een jaar.

UWV: Bouw en zorg en welzijn grootste jaarlijkse afname

In alle sectoren daalt op jaarbasis het aantal uitkeringen. In vergelijking met februari 2018 zijn bouw (-29 procent) en zorg en welzijn (-23 procent) de grootste dalers, gevolgd door detailhandel (-22 procent), schoonmaak (-21 procent) en bank- en verzekeringswezen (-20 procent).
In alle beroepsgroepen is het aantal WW-uitkeringen lager dan een jaar geleden. De sterkste daling is te zien bij de pedagogische beroepen (-22 procent), de commerciële beroepen (-21 procent), de technische beroepen (-21 procent) en de dienstverlenende beroepen (-21 procent).

Vooral meer werkende 45-plussers

De beroepsbevolking (werkenden en werklozen) is ten opzichte van het begin van de crisis per saldo met 494 duizend mensen gegroeid. Dat komt vooral doordat het aantal werkenden is toegenomen. Die toename was het sterkst bij de 45-plussers. Bij de 25- tot 45-jarigen daalde het aantal werkenden juist.

Het aantal werkende vrouwen van 45 tot 75 jaar nam het sterkst toe, met 406 duizend tot bijna 1,8 miljoen werkenden in februari 2019. Het aantal werkende mannen van 45 tot 75 jaar nam toe met 334 duizend tot 2,2 miljoen. Het aantal werkende jongeren nam licht toe.  

Werkzame beroepsbevolking (seizoengecorrigeerd) (x1 000)
 Februari 2019November 2008
Man
15 tot 25 jaar691651
25 tot 45 jaar18852134
45 tot 75 jaar21671833
Vrouw
15 tot 25 jaar683623
25 tot 45 jaar17221815
45 tot 75 jaar17581352

Onbenut arbeidspotentieel

Het CBS publiceert maandelijks over de omvang van de werkzame beroepsbevolking en de niet-werkzame bevolking, waarbij de laatste groep wordt uitgesplitst naar de werkloze beroepsbevolking en de niet-beroepsbevolking (allemaal volgens ILO-definitie).

Met de werkloze beroepsbevolking wordt echter niet het totale onbenut arbeidspotentieel beschreven. Behalve werklozen volgens de ILO-indicator worden hiertoe nog andere groepen gerekend. Het gaat om mensen die óf recent gezocht hebben naar werk óf direct beschikbaar zijn voor werk. Deze mensen worden gerekend tot het onbenut arbeidspotentieel, maar vallen buiten de werkloosheidsdefinitie. Ook deeltijders die meer uren willen werken en hiervoor direct beschikbaar zijn, behoren tot het onbenut arbeidspotentieel.

De grootte en samenstelling van deze groepen worden alleen per kwartaal gepubliceerd. Het totaalbeeld dat de onderstaande figuur weergeeft is gebaseerd op de meest recente kwartaalcijfers (vierde kwartaal 2018). Het totale onbenut arbeidspotentieel bestond in het vierde kwartaal van 2018 uit iets meer dan 1,0 miljoen mensen. Een jaar eerder waren dit er nog meer dan 1,2 miljoen. De ontwikkeling van het totale onbenut arbeidspotentieel hangt sterk samen met de ontwikkeling van de werkloosheid volgens de ILO-definitie.

Beroepsbevolking van 15 tot 75 jaar Niet-beroepsbevolking Niet gezocht en niet beschikbaar Wil en/of kan niet werken Wil wel werken Gezocht en niet beschikbaar Beschikbaar en niet gezocht Vanwege weinig resultaat Vanwege andere reden Beroepsbevolking Werkloos (ILO-definitie) Werkzaam Deeltijd Wil meer uren werken, beschikbaar Voltijd

Het CBS publiceert maandelijks volgens de internationale richtlijnen over de beroepsbevolking. De bijbehorende indicatoren, de werkzame en werkloze beroepsbevolking, worden wereldwijd gebruikt om de conjuncturele ontwikkelingen op de arbeidsmarkt te beschrijven. Daarbij zijn maandcijfers essentieel. Daarnaast publiceert het UWV maandelijks over het aantal WW-uitkeringen. Deze UWV-cijfers over uitkeringen zijn niet één-op-één vergelijkbaar met de indicatoren over de beroepsbevolking.