Vijftig jaar minimumloon

© Hollandse Hoogte
Op 23 februari 2019 is het vijftig jaar geleden dat het wettelijk minimumloon van kracht werd. Het percentage werknemers dat het minimumloon verdient, is in de eerste decennia na invoering voortdurend gedaald. In de jaren negentig steeg het enkele jaren, waarna het weer daalde. Vanaf de millenniumwisseling ligt het vrijwel stabiel. Iets meer dan 6 procent van de werknemersbanen werd in 2017 betaald volgens het minimumloon. Dit meldt het CBS.

Werknemersbanen met minimumloon 1) (% werknemersbanen)
 Reeks éénReeks tweeReeks drieReeks vierReeks vijfReeks zesReeks zevenReeks acht
1969
1970
1971
1972
1973
19749,9
1975
197610,5
1977
1978
19798,9
1980
1981
1982
19836,55,8
1984
19855,0
19864,5
19874,3
19884,2
19893,8
19903,3
19912,93,0
19922,7
19932,33,2
19943,7
19954,24,7
19965,3
19975,1
19984,8
19994,54,4
20004,14,3
20014,0
20024,2
20034,1
20044,4
20054,1
20066,0
20076,3
20085,9
20096,1
20106,5
20116,4
20126,2
20136,0
20146,4
20156,3
20166,6
20176,3
1) De informatie voor deze grafiek is gehaald uit verschillende reeksen met loonstatistieken. Cijfers uit verschillende reeksen zijn niet vergelijkbaar, die binnen reeksen wel. Hieruit kan men dus de ontwikkeling in de verschillende episodes aflezen. De meest recente, nog lopende reeks wordt als de meest betrouwbare gezien voor de hoogte. Dit omdat deze gebaseerd is op de integrale waarneming van de loongegevens zoals gemeld bij de Belastingdienst.

De cijfers in de tijdreeks zijn afkomstig van verschillende reeksen statistieken.

Hoogte minimumloon houdt doorgaans gelijke tred met cao-lonen

Het eerste wettelijk minimumloon werd vastgesteld op 606,70 gulden per maand, oftewel 275,31 euro. Vanaf 1 januari 2019 geldt voor voltijders een minimum van 1 615,80 euro. Voor deeltijders geldt een minimumloon naar evenredigheid van hun arbeidsduur. In de meeste jaren geldt er een minimumloon voor de eerste en voor de tweede helft van het jaar. Doorgaans wordt het loon geïndexeerd op de ontwikkeling van de cao-lonen in het voorbije halfjaar. In de jaren tachtig werden de lonen lange tijd bevroren en werd ook ingegrepen in het minimumloon. In die periode werd ook de arbeidstijdverkorting doorgevoerd. Resultaat van dit alles was dat het bruto minimummaandloon geruime tijd vlak lag. De grondslag voor dit maandloon werd dus wel een kleiner aantal werkuren. Ook in de eerste helft van de jaren negentig werd het minimumloon enkele jaren op hetzelfde niveau gehouden.

Vanaf midden jaren negentig loopt het minimumloon in de pas met de cao-lonen. Omdat het minimumloon de grondslag vormt voor een aantal uitkeringen zoals de bijstand en de AOW spreekt men hierbij van de koppeling tussen lonen en uitkeringen. De ontwikkeling van het minimumloon (en de cao-lonen) ging iets sneller dan die van de prijzen. Vanaf de invoering tot 2018 is het minimumloon 5,7 keer zo hoog geworden. De consumentenprijzen werden in deze periode 4,8 keer zo hoog.

Ontwikkeling lonen en prijzen (1e halfjaar 1969=100)
 MinimumloonConsumentenprijzenCao-lonen per maand, incl bijzondere beloningen
1969 1e halfjaar halfjaar100100100
1969 2e halfjaar halfjaar103100100
1970 1e halfjaar halfjaar103104110
1970 2e halfjaar112104110
1971 1e halfjaar halfjaar118112122
1971 2e halfjaar126112122
1972 1e halfjaar133121137
1972 2e halfjaar141121137
1973 1e halfjaar154131153
1973 2e halfjaar161131153
1974 1e halfjaar171143176
1974 2e halfjaar195143176
1975 1e halfjaar205158197
1975 2e halfjaar220158197
1976 1e halfjaar235172215
1976 2e halfjaar240172215
1977 1e halfjaar251183232
1977 2e halfjaar260183232
1978 1e halfjaar274191245
1978 2e halfjaar282191245
1979 1e halfjaar286199258
1979 2e halfjaar293199258
1980 1e halfjaar299212267
1980 2e halfjaar306212267
1981 1e halfjaar308226274
1981 2e halfjaar315226274
1982 1e halfjaar324240292
1982 2e halfjaar332240292
1983 1e halfjaar335246295
1983 2e halfjaar335246295
1984 1e halfjaar325254294
1984 2e halfjaar325254294
1985 1e halfjaar325260296
1985 2e halfjaar325260296
1986 1e halfjaar325261299
1986 2e halfjaar325261299
1987 1e halfjaar325259301
1987 2e halfjaar325259301
1988 1e halfjaar325261303
1988 2e halfjaar325261303
1989 1e halfjaar325264308
1989 2e halfjaar325264308
1990 1e halfjaar328271318
1990 2e halfjaar334271318
1991 1e halfjaar338281329
1991 2e halfjaar344281329
1992 1e halfjaar349291342
1992 2e halfjaar354291342
1993 1e halfjaar354297353
1993 2e halfjaar354297353
1994 1e halfjaar354306358
1994 2e halfjaar354306358
1995 1e halfjaar354311362
1995 2e halfjaar354311362
1996 1e halfjaar357318368
1996 2e halfjaar360318368
1997 1e halfjaar363324375
1997 2e halfjaar367324375
1998 1e halfjaar372331386
1998 2e halfjaar377331386
1999 1e halfjaar383338397
1999 2e halfjaar388338397
2000 1e halfjaar393346410
2000 2e halfjaar400346410
2001 1e halfjaar416362428
2001 2e halfjaar425362428
2002 1e halfjaar435374444
2002 2e halfjaar444374444
2003 1e halfjaar450382456
2003 2e halfjaar456382456
2004 1e halfjaar456387461
2004 2e halfjaar456387461
2005 1e halfjaar456393465
2005 2e halfjaar456393465
2006 1e halfjaar458398475
2006 2e halfjaar463398475
2007 1e halfjaar469404484
2007 2e halfjaar474404484
2008 1e halfjaar481414501
2008 2e halfjaar489414501
2009 1e halfjaar498419515
2009 2e halfjaar504419515
2010 1e halfjaar507425520
2010 2e halfjaar510425520
2011 1e halfjaar513435526
2011 2e halfjaar517435526
2012 1e halfjaar521445534
2012 2e halfjaar525445534
2013 1e halfjaar529457540
2013 2e halfjaar532457540
2014 1e halfjaar535461545
2014 2e halfjaar539461545
2015 1e halfjaar541464553
2015 2e halfjaar543464553
2016 1e halfjaar549465563
2016 2e halfjaar554465563
2017 1e halfjaar559472571
2017 2e halfjaar564472571
2018 1e halfjaar568480582
2018 2e halfjaar574480582
2019 1e halfjaar582

Veel minimumloonbanen in verhuur en zakelijke diensten

In de verhuur en overige zakelijke diensten zitten met 14 procent relatief de meeste banen op het minimumloon. Binnen deze groep bevinden zich de uitzendkrachten. Ook in de horeca zitten met ruim 10 procent relatief veel banen op het minimumloon. Bedrijfstakken met relatief zeer weinig minimumloonbanen zijn de delfstoffenwinning en de energievoorziening. Ook in bedrijfstakken als de industrie, de bouw en het onderwijs werken minder mensen tegen het minimumloon dan gemiddeld.

Werknemersbanen met minimumloon of lager naar bedrijfstak, 2017 (% werknemersbanen in bedrijfstak)
 Banen op het minimumloon
Verhuur en overige zakelijke diensten14
Horeca10,5
Cultuur, sport en recreatie9
Landbouw, bosbouw en visserij8,2
Overige dienstverlening7,6
Handel6,7
Totaal alle bedrijfstakken6,3
Vervoer en opslag5,6
Openbaar bestuur en overheidsdiensten4,8
Specialistische zakelijke diensten4,8
Gezondheids- en welzijnszorg4,5
Verhuur en handel van onroerend goed4,4
Industrie3,8
Informatie en communicatie3,6
Financiële dienstverlening2,9
Onderwijs2,3
Bouwnijverheid2,3
Waterbedrijven en afvalbeheer1,8
Energievoorziening1,5
Delfstoffenwinning1,2

Minder minimumloners onder 30-plussers

Onder de jongeren van 20 tot 25 jaar krijgt iets minder dan 20 procent minimumloon, onder jongeren van 15 tot 20 jaar is dit 15 procent. Voor jongeren onder de 22 geldt overigens een lager minimumloon. (Tot 1 juli 2017 was dit het geval voor jongeren tot 23 jaar.)

Onder 25- tot 30-jarigen krijgt 8 procent minimumloon, in de leeftijdsgroepen hierboven ligt dit veel lager. Onder 30- tot 65-jarigen verdient maar minder dan 5 procent van de werknemers minimumloon. Onder 65-plussers ligt het percentage minimumloners wel weer wat hoger.

Werknemersbanen met minimumloon of lager naar leeftijd, 2017 (% werknemersbanen in leeftijdsgroep)
 Banen op minimumloon
Tot 15 jaar15,8
15 tot 20 jaar15,2
20 tot 25 jaar19,3
25 tot 30 jaar8,0
30 tot 35 jaar4,2
35 tot 40 jaar3,3
40 tot 45 jaar3,0
45 tot 50 jaar2,8
50 tot 55 jaar2,7
55 tot 60 jaar2,4
60 tot 65 jaar2,4
65 tot 75 jaar8,7
75 jaar of ouder19,3

Meer minimumloners onder werknemers uit nieuwe lidstaten

Kijken we naar de nationaliteit van de werknemer, dan krijgen mensen met de Nederlandse nationaliteit het minst vaak minimumloon (5,7 procent). Bij niet-Nederlandse werknemers uit de voormalige EU-15 en bij werknemers van buiten de EU ligt dit echter niet veel hoger. Van de werknemers uit de nieuwere EU-lidstaten zoals Polen werkt daarentegen bijna een kwart voor het minimumloon.

Werknemersbanen met minimumloon of lager naar nationaliteit, 2017 (% werknemersbanen)
 Banen op minimumloon
Nederlandse5,7
Uit de 'oude EU-15' (excl. Nederland) 1)6,0
Uit de 'nieuwe EU-landen'2)23,3
Van buiten de EU8,8
1) landen die voor 1 januari 2004 lid waren van de EU 2) landen die op of na 1 januari 2004 lid werden van de EU

Relevante links