Aantal werkenden stijgt verder

© Hollandse Hoogte / Robin Utrecht
Het aantal 15- tot 75-jarigen met betaald werk is de afgelopen drie maanden met gemiddeld 20 duizend per maand toegenomen. In oktober waren er ruim 8,8 miljoen werkenden. Het aantal werklozen daalde met gemiddeld 4 duizend per maand tot 337 duizend. Zij hadden geen betaald werk en gaven aan recent naar werk te hebben gezocht en daarvoor direct beschikbaar te zijn. Het werkloosheidspercentage daalde relatief sterk bij 45-plussers. Dat meldt het CBS op basis van nieuwe cijfers.

Ruim 4,1 miljoen mensen hadden om uiteenlopende redenen geen betaald werk. Naast de eerder genoemde werklozen ging het om bijna 3,8 miljoen mensen die niet recent hebben gezocht en/of niet direct voor werk beschikbaar waren. Zij worden niet tot de beroepsbevolking gerekend. Hun aantal is in de laatste drie maanden met gemiddeld 12 duizend per maand afgenomen. UWV registreerde eind oktober 269 duizend lopende WW-uitkeringen.

Werkloosheidsindicator

Om de conjuncturele ontwikkelingen op de arbeidsmarkt in verschillende landen te kunnen vergelijken, wordt vaak gebruikgemaakt van de werkloosheidsindicator van de International Labour Organization (ILO). Volgens deze indicator worden mensen van 15 tot 75 jaar zonder betaald werk die hier recent naar hebben gezocht en direct beschikbaar zijn met ‘werkloos’ aangeduid. In oktober waren er 337 duizend werklozen, dat komt neer op 3,7 procent van de beroepsbevolking. Dat is hetzelfde percentage als in september, maar iets lager dan gemiddeld in het derde kwartaal (3,8) zoals gisteren gepubliceerd in het kwartaalbericht over de arbeidsmarkt. Het laagste niveau bij het uitbreken van de economische crisis, 3,6 procent in de laatste maanden van 2008, is nog niet bereikt.

Werkloosheid (ILO-indicator, seizoengecorrigeerd) en WW-uitkeringen (x 1 000)
   Werkloosheidsindicator (ILO)
(15 tot 75 jaar, seizoengecorrigeerd)
WW-uitkeringen (15 jaar tot AOW-leeftijd)
2011januari430284
februari425280
maart413270
april411261
mei414256
juni409252
juli425254
augustus427256
september442252
oktober458253
november474258
december473270
2012januari486292
februari482299
maart487296
april502292
mei501291
juni502291
juli518298
augustus517304
september530304
oktober539310
november554322
december572340
2013januari589369
februari601377
maart619380
april625380
mei632378
juni648382
juli666395
augustus670399
september675400
oktober680408
november677419
december687438
2014januari691460
februari699460
maart692454
april684443
mei672436
juni656431
juli648437
augustus637430
september630420
oktober632419
november635425
december643441
2015januari645458
februari633455
maart626443
april625427
mei617416
juni611410
juli603420
augustus604420
september609417
oktober616421
november596427
december588446
2016januari574465
februari581469
maart574470
april572461
mei560448
juni550438
juli541432
augustus521427
september510424
oktober502420
november499410
december482412
2017januari480419
februari473416
maart463415
april456401
mei456386
juni446372
juli436364
augustus426362
september422351
oktober404343
november397337
december395330
2018januari380335
februari367330
maart357327
april355314
mei352301
juni354288
juli348279
augustus353278
september343274
oktober337269

UWV: Aantal WW-uitkeringen daalt naar 269 duizend

Eind oktober 2018 telde UWV 269 duizend lopende WW-uitkeringen. Dat zijn er 4,5 duizend minder dan in september 2018, wat neerkomt op een daling van 1,7 procent. Vergeleken met een jaar eerder daalde het aantal WW-uitkeringen met 74 duizend (- 21,6 procent). Sinds de laatste piek van 470 duizend WW-uitkeringen eind maart 2016 neemt het aantal WW-uitkeringen vrijwel voortdurend af. Een persoon kan meer dan één WW-uitkering ontvangen. Eind oktober 2018 ging het om 261 duizend personen met ten minste één WW-uitkering.

UWV: Minder in- en uitstroom WW-uitkeringen

In de maanden januari tot en met oktober 2018 verstrekte UWV 277 duizend nieuwe WW-uitkeringen, 15 procent minder dan in dezelfde periode in 2017. Daarnaast werden er 338 duizend WW-uitkeringen beëindigd in de eerste tien maanden van 2018. Dat is 14,4 procent minder dan een jaar eerder.

Werkloosheid sterkst gedaald bij 45-plussers

De daling van de werkloosheid was in de afgelopen drie maanden het sterkst bij 45- tot 75-jarigen. Sinds juli is het werkloosheidspercentage bij deze groep gedaald van 3,7 naar 3,3. Bij jongeren nam de werkloosheid in de zomer nog toe, maar het werkloosheidspercentage was in oktober (7,2) weer iets lager dan in juli (7,3). Bij de 25- tot 45-jarigen is de werkloosheid op 2,6 procent gebleven.

Werkloosheidspercentage (%)
   15 tot 25 jaar25 tot 45 jaar45 tot 75 jaar
2011januari10,53,74,2
februari9,93,74,2
maart9,43,64,3
april9,33,64,2
mei9,23,64,3
juni9,53,64,1
juli9,93,74,2
augustus9,83,94,1
september10,244,1
oktober10,34,34,3
november10,74,44,4
december10,84,34,3
2012januari11,24,54,4
februari11,74,24,4
maart11,64,44,4
april11,64,64,6
mei11,34,64,6
juni11,54,74,5
juli11,554,6
augustus11,64,84,6
september12,14,94,7
oktober12,154,8
november125,25
december12,35,45,2
2013januari12,55,75,3
februari12,55,85,5
maart12,665,7
april12,76,15,8
mei12,66,25,9
juni136,36
juli13,66,56,1
augustus13,56,66,2
september13,96,66,2
oktober13,86,66,3
november13,86,56,3
december13,76,76,5
2014januari13,56,86,6
februari13,86,96,6
maart13,66,86,7
april13,26,76,8
mei136,56,7
juni12,86,36,6
juli12,86,16,6
augustus12,466,5
september125,96,5
oktober1266,5
november11,966,5
december11,866,7
2015januari11,76,16,7
februari116,16,7
maart10,85,96,7
april10,95,96,6
mei11,15,76,5
juni11,15,56,6
juli11,35,46,4
augustus11,25,46,4
september11,55,46,5
oktober11,65,46,6
november11,25,26,5
december11,25,16,4
2016januari11,24,96,2
februari11,356,2
maart11,44,96,1
april11,24,86,1
mei11,14,66
juni10,84,75,9
juli10,84,75,6
augustus10,64,55,3
september10,54,55,1
oktober10,54,35,1
november10,34,35,1
december10,24,14,9
2017januari9,84,14,8
februari9,744,9
maart9,63,84,8
april9,53,74,7
mei93,94,8
juni8,93,74,7
juli8,83,84,4
augustus8,93,74,1
september8,53,74,2
oktober7,93,54,1
november7,83,53,9
december83,34
2018januari7,43,23,9
februari7,233,8
maart72,93,8
april6,92,93,7
mei6,92,83,7
juni7,22,73,8
juli7,32,63,7
augustus7,72,63,6
september7,52,63,5
oktober7,22,63,3

Onbenut arbeidspotentieel

Het CBS publiceert maandelijks over de omvang van de werkzame beroepsbevolking en de niet-werkzame bevolking, waarbij de laatste groep wordt uitgesplitst naar de werkloze beroepsbevolking en de niet-beroepsbevolking (allemaal volgens ILO-definitie). Met de werkloze beroepsbevolking wordt echter niet het totale onbenut arbeidspotentieel beschreven. Behalve werklozen volgens de ILO-indicator worden hiertoe nog andere groepen gerekend. Het gaat om mensen die óf recent gezocht hebben naar werk óf direct beschikbaar zijn voor werk. Deze mensen worden gerekend tot het onbenut arbeidspotentieel, maar vallen buiten de werkloosheidsdefinitie. Ook deeltijders die meer uren willen werken en hiervoor direct beschikbaar zijn, behoren tot het onbenut arbeidspotentieel.

De grootte en samenstelling van deze groepen worden alleen per kwartaal gepubliceerd. Het totaalbeeld dat de onderstaande figuur weergeeft is gebaseerd op de meest recente kwartaalcijfers (derde kwartaal 2018), die gisteren zijn gepubliceerd. Het totale onbenut arbeidspotentieel bestond in het derde kwartaal van 2018 uit bijna 1,1 miljoen mensen. Een jaar eerder waren dit er nog bijna 1,3 miljoen. De ontwikkeling van het totale onbenut arbeidspotentieel hangt sterk samen met de ontwikkeling van de werkloosheid volgens de ILO-definitie.

Het CBS publiceert maandelijks volgens de internationale richtlijnen over de beroepsbevolking. De bijbehorende indicatoren, de werkzame en werkloze beroepsbevolking, worden wereldwijd gebruikt om de conjuncturele ontwikkelingen op de arbeidsmarkt te beschrijven. Daarbij zijn maandcijfers essentieel. Daarnaast publiceert het UWV maandelijks over het aantal WW-uitkeringen. Deze UWV-cijfers over uitkeringen zijn niet één-op-één vergelijkbaar met de indicatoren over de beroepsbevolking.