De leefsituatie van migrantenouderen

Begrippenlijst

AOW-uitkering

De AOW is een algemene, de gehele bevolking omvattende, verplichte verzekering die personen met de AOW-gerechtigde leeftijd een inkomen garandeert. In het Nederlandse sociale zekerheidsstelsel is dit een volksverzekering. In principe is iedereen die nog niet de AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt en in Nederland woont, verzekerd voor de AOW. De AOW-gerechtigde leeftijd (AOW-leeftijd) is de leeftijd waarop het AOW-pensioen ingaat. Tot 2013 was dit 65 jaar. Hierna is de AOW-leeftijd gekoppeld aan de levensverwachting. Voor de jaren 2024-2027 bedraagt de AOW-leeftijd 67 jaar.

Bijstandsuitkering

Ook na de AOW-leeftijd hebben de recente vluchtelingengroepen, met name uit Syrië, vaak bijstand. Dit is de bijstandsuitkering Aanvullende Inkomensvoorziening Ouderen (AIO), bestemd voor ouderen die geen of geen volledige AOW krijgen (als gevolg van hun korte verblijfsduur in Nederland). Vluchtelingen uit Oekraïne die niet werken, ontvangen leefgeld in plaats van een bijstandsuitkering.

GGD

Gemeentelijke Gezondheidsdienst.

Institutioneel huishouden

Om te kijken wie er in een verzorgingstehuis of verpleeghuis woont, wordt gebruik gemaakt van de indicator die aangeeft of een persoon al dan niet onderdeel is van een institutioneel huishouden. Er is sprake van een institutioneel huishouden indien één of meer personen samen een woonruimte bewonen en daar bedrijfsmatig worden voorzien in de dagelijkse levensbehoeften. Ook huisvesting vindt bedrijfsmatig plaats. Dit kunnen bijvoorbeeld kindertehuizen, revalidatiecentra of penitentiaire inrichtingen zijn. Gezien de doelpopulatie (ouderen) is het waarschijnlijk dat het in de meerderheid van de personen gaat om bewoners van een verzorgingshuis of verpleeghuis.

Nederlandse Cariben

De eilanden die voorheen samen werden aangeduid als ‘(voormalige) Nederlandse Antillen’ (Aruba, Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius en Saba) worden in dit artikel de Nederlandse Cariben genoemd.

RIVM

Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu

Sociaal minimum

Het wettelijk bestaansminimum zoals dat in de politieke besluitvorming is vastgesteld. Het sociaal minimum bestaat uit de bijstandsuitkering of (voor ouderen) het AOW-pensioen. Het bedrag is afhankelijk van de leefsituatie (alleenstaand, alleenstaande ouder, samenwonend met partner) en leeftijd. Voor huishoudens met minderjarige kinderen wordt het bedrag aangevuld met kinderbijslag en kindgebonden budget. Ook bestaat er vaak recht op huurtoeslag en zorgtoeslag.

In dit onderzoek wordt gekeken naar personen in een huishouden met een inkomen tot en met het sociaal minimum (tot 101 procent). Om een zo stabiel mogelijk beeld te geven wordt gekeken naar het huishoudensinkomen in de laatste vier jaar. Het gaat dus om huishoudens die de afgelopen vier jaar een inkomen hadden tot maximaal 101 procent van het sociaal minimum.

Sociaaleconomische positie

Gebaseerd op de indeling naar sociaaleconomische categorie, die de belangrijkste inkomensbron van een persoon op een gegeven peildatum beschrijft.

Stedelijkheid

Een maatstaf voor de concentratie van menselijke activiteiten gebaseerd op de gemiddelde omgevingsadressendichtheid (oad). Hierbij zijn vijf categorieën onderscheiden:

  • zeer sterk stedelijk: gemiddelde oad van 2500 of meer adressen per km2;
  • sterk stedelijk: gemiddelde oad van 1500 tot 2500 adressen per km2;
  • matig stedelijk: gemiddelde oad van 1000 tot 1500 adressen per km2;
  • weinig stedelijk: gemiddelde oad van 500 tot 1000 adressen per km2;
  • niet stedelijk: gemiddelde oad van minder dan 500 adressen per km2.