De leefsituatie van migrantenouderen

4. Conclusie

Migrantenouderen (55 jaar of ouder) in Nederland zijn een groeiende groep. In 2012 waren zij met 454 duizend en in 2024 was dat toegenomen tot 758 duizend. Als aandeel van alle 55-plussers in Nederland was dat een toename van 9 naar 12 procent. 

De diversiteit is groot: naast de vaak belichte groepen ouderen geboren in Suriname, Turkije en Marokko waren er in 2024 ook meer dan 20 duizend ouderen van 55 jaar en ouder die zijn geboren in Indonesië, in de Nederlandse Cariben, in voormalig Joegoslavië en in Duitsland. Ook zijn er steeds meer 55-plussers afkomstig uit vluchtelingenlanden zoals Syrië, Irak en Iran. Daarnaast is er sinds enkele jaren een substantiële groep ouderen die is gevlucht uit Oekraïne. Migrantenouderen wonen overwegend in de Randstad, maar het aandeel ouderen in de bevolking van 55 jaar of ouder is ook daarbuiten toegenomen tussen 2012 en 2024, naar meer dan 5 procent.

De leefsituatie van deze migrantenouderen verschilt behoorlijk. Het brede scala aan analyses liet zien dat over het geheel genomen ouderen uit vluchtelingenlanden er het minst goed voor staan. In vergelijking met andere migrantenouderen leven zij vaker van de bijstand en langdurig onder het sociaal minimum, ze ervaren hun gezondheid minder vaak als goed en hebben ook vaker een functionele beperking, en ze voelen zich vaker eenzaam. Deels heeft dit waarschijnlijk te maken met hun gemiddeld korte verblijfsduur in Nederland, vergeleken met bijvoorbeeld ouderen geboren in Indonesië of Duitsland. Migranten die korter geleden in Nederland zijn komen wonen, hebben hier vaak een minder groot netwerk van familie en vrienden opgebouwd en zijn minder goed op de hoogte van regels en gewoonten in Nederland dan migranten die hier al langer zijn. Ook hebben ze minder institutionele rechten opgebouwd zoals (volledige) AOW-aanspraak. Zo laten Lössbroek & Veldman (2026) zien dat het inkomensniveau van ouderen (65-plus) geboren in landen in Zuidwest-Azië, zoals Syrië, Irak en Iran, minder dan de helft bedraagt van dat van ouderen geboren in Nederland. Al met al zijn migranten met een kortere verblijfsduur op verschillende manieren minder goed toegerust voor hun oude dag dan migranten met een lange verblijfsduur. 

Oekraïense ouderen laten in inkomensopzicht en qua gezondheid en eenzaamheid een wat gunstiger beeld zien dan ouderen uit andere vluchtelingenlanden, ook al wonen ze hier pas relatief kort. Wel wonen zij vaker alleen en hebben vaak geen uitwonende kinderen in Nederland.

De gezondheid van ouderen geboren in Turkije en Marokko is slechter dan die van de meeste andere groepen, en zij voelen zich relatief vaak eenzaam. Wel wonen zij vaker in gezinsverband en hebben het vaakst van alle groepen een of meer uitwonende kinderen, op gemiddeld korte afstand. Verder is de kwetsbaarheid van deze groep vooral economisch: hun arbeidsparticipatie in de leeftijdsgroep 55 tot 67 jaar is laag, en tussen 2012 en 2024 nam het aandeel dat langdurig leeft onder het sociaal minimum toe van ongeveer 10 procent naar bijna 20 procent. Van ouderen geboren in China leefden in 2024 22 procent langdurig onder het sociaal minimum. 

De leefsituatie van ouderen geboren in buurlanden en geboren in Indonesië, is erg vergelijkbaar met die van ouderen geboren in Nederland. Ook ouderen geboren in de VS staan er op de meeste vlakken redelijk gunstig voor.

Ouderen geboren in Polen zijn een vrij nieuwe en jonge groep: slechts 6 procent is ouder dan 75 jaar. Hun arbeidsparticipatie is hoog en het komt weinig voor dat ze langdurig onder het sociaal minimum leven. Toch zijn ook hier potentiële kwetsbaarheden: meer dan 60 procent heeft geen uitwonende kinderen in Nederland, ze voelen zich relatief vaak eenzaam, en hun gezondheid blijft, ondanks de jonge leeftijdsopbouw, achter bij die van veel andere herkomstgroepen.

Kortom, migrantenouderen zijn niet als één groep te beschouwen. Kwetsbaarheden liggen voor verschillende groepen op verschillende terreinen en stapelen bij sommige groepen meer op dan bij andere. Maar één ontwikkeling hebben vrijwel alle herkomstgroepen van migrantenouderen gemeen: het aandeel oudere migranten dat langdurig onder het sociaal minimum leeft, is (soms fors) toegenomen tussen 2012 en 2024. De uitkomsten die in deze studie gemeten zijn, hangen onderling ook samen, en langdurig leven in armoede kan dan ook consequenties hebben voor woonsituatie, gezondheid en eenzaamheid.