3. Resultaten
3.1 Herkomst migrantenouderen
Nederland telde op 1 januari 2024 ruim 6,1 miljoen inwoners van 55 jaar of ouder. 758 duizend van hen (12 procent) zijn in het buitenland geboren en 5,4 miljoen (88 procent) zijn in Nederland geboren. Van de in Nederland geborenen hebben 340 duizend personen één of beide ouders die in het buitenland zijn geboren (6 procent van alle 55-plussers). Zij worden ook wel tweede-generatiemigranten genoemd. Omdat zij doorgaans sterker zijn geïntegreerd – zij wonen hun hele leven al in Nederland en ervaren bijvoorbeeld minder taalproblemen – ligt de focus in dit artikel op de migrantenouderen: ouderen die in het buitenland geboren zijn.
De herkomst van migrantenouderen in Nederland is zeer uiteenlopend. In figuur 3.1.1 zijn de 20 grootste groepen migrantenouderen weergegeven. Samen vormen deze groepen 79 procent van alle migrantenouderen in Nederland. De overige 21 procent wordt gevormd door geboortelanden waar een paar duizend tot slechts enkele mensen geboren zijn (zie ook CBS StatLine, 2025a).
De omvang van alle 20 groepen is toegenomen tussen 2012 en 2024, met Indonesië als uitzondering. Deze groep is zo sterk vergrijsd dat ze door overlijdens is afgenomen in omvang. De overige herkomstgroepen zijn vooral in omvang gegroeid doordat steeds meer migranten die al langere tijd in Nederland wonen, de leeftijdsgrens van 55 jaar zijn gepasseerd, en in mindere mate door recente immigratie van ouderen. Alleen Oekraïne is hierop een uitzondering: uit dat land zijn in recente jaren ook veel 55-plussers naar Nederland gekomen.
| 2012 (x 1 000) | 2024 (x 1 000) | |
|---|---|---|
| Suriname | 56,914 | 102,433 |
| Indonesië | 105,666 | 78,998 |
| Turkije | 39,011 | 76,928 |
| Marokko | 35,917 | 70,639 |
| Duitsland | 42,432 | 46,194 |
| Nederlandse Cariben | 18,943 | 34,289 |
| Voormalig Joegoslavië | 12,507 | 20,781 |
| België | 14,93 | 20,359 |
| Polen | 6,213 | 19,477 |
| Verenigd Koninkrijk | 12,876 | 19,434 |
| Oekraïne | 0,743 | 13,402 |
| Irak | 4,748 | 13,239 |
| Voormalig Sovjet-Unie excl. Oekraïne | 4,33 | 13,219 |
| Iran | 3,911 | 12,087 |
| Syrië | 0,941 | 11,805 |
| China | 5,679 | 11,356 |
| Afghanistan | 3,319 | 8,624 |
| Italië | 6,481 | 7,837 |
| Verenigde Staten van Amerika | 3,634 | 7,835 |
| Spanje | 5,052 | 6,875 |
Naast de herkomstlanden is ook de migratiegeschiedenis van migrantenouderen in Nederland zeer gevarieerd. Een deel van de landen heeft in het verleden een koloniale band met Nederland gehad, zoals Indonesië, Suriname en de Nederlandse Cariben. De dekolonisatie van Indonesië (1945-1949) en de onafhankelijkheid van Suriname (1975) leidden tot grote migratiestromen naar Nederland. Surinamers en Indonesiërs zijn in 2024 de twee grootste groepen migrantenouderen, met respectievelijk 102 duizend en 79 duizend personen. Surinamers zijn een van de meest vergrijsde migrantengroepen in Nederland, doordat de immigratiepiek in de jaren zeventig van de vorige eeuw lag (CBS, 2025a). In 2012 vormden Indonesiërs nog de grootste groep (106 duizend personen). De gemiddelde leeftijd in deze groep lag gemiddeld hoog en tussen 2012 en 2024 is dan ook een aanzienlijk deel van hen overleden. De staatkundige relatie met de Nederlandse Cariben is nooit volledig verbroken, waardoor (re)migratie relatief eenvoudig en wisselend blijft (De Regt et al., 2021). Ook deze groep vormt een belangrijk aandeel binnen de migrantenouderen, met ruim 34 duizend personen (Oostindie & Schoorl, 2011).
De derde en vierde grootste groepen oudere migranten zijn geboren in Turkije (77 duizend) en Marokko (71 duizend). De migratiestromen uit deze landen kwamen vooral op gang in de jaren zestig, toen Nederland gastarbeiders aantrok om tekorten aan ongeschoolde arbeidskrachten op te vangen (CBS, 2025b). Veel van deze arbeidsmigranten hebben later hun gezin laten overkomen en zich permanent in Nederland gevestigd. De aantallen Turkse en Marokkaanse 55-plussers zijn tussen 2012 en 2024 ongeveer verdubbeld.
Ook migranten uit buurlanden vormen een substantiële groep. Vooral Duitsland (46 duizend), maar ook België en het Verenigd Koninkrijk (beide rond 20 duizend) zijn sterk vertegenwoordigd. In 2012 was het beeld naar verhouding ongeveer hetzelfde.
Verder is een aanzienlijke groep migrantenouderen afkomstig uit landen waaruit in het verleden veel vluchtelingen kwamen. Politieke en militaire conflicten speelden hierin een grote rol: de revolutie rond ayatollah Khomeini in Iran (1979), de oorlog in Irak in de jaren tachtig, de val van de Sovjet-Unie in 1991, de oorlog in voormalig Joegoslavië in de jaren negentig, de burgeroorlog in Afghanistan en de oorlog in Syrië hebben allemaal geleid tot migratie naar Nederland (CBS, 2025b; Dagevos et al., 2020; Hessels, 2004a; 2004b; Sprangers & Nicolaas, 2008). En na de Russische inval in februari 2022 in Oekraïne kwamen veel vluchtelingen naar Nederland. Oekraïense vluchtelingen krijgen in Nederland bescherming onder de Richtlijn Tijdelijke Bescherming van de Europese Unie. De richtlijn biedt ook andere rechten dan de reguliere asielwetgeving, bijvoorbeeld het recht om meteen te werken in Nederland zonder een tewerkstellingsvergunning (CBS, 2026a). Ten opzichte van 2012 zijn de aantallen 55-plussers uit deze landen aanzienlijk toegenomen: vooral de toename van Syrische en Oekraïense ouderen is opvallend. Waar veel migrantengroepen een groei in ouderen laten zien doordat jong-geïmmigreerde mensen in Nederland oud worden, komt de toename van Syrische en Oekraïense ouderen vooral doordat zij op oudere leeftijd voor de oorlog in hun land op de vlucht gingen (zie ook CBS StatLine, 2026a).
Polen vormen de negende grootste groep migrantenouderen (19 duizend). De toetreding tot de Europese Unie in 2004 heeft de migratie vanuit Polen sterk beïnvloed (Gijsberts et al., 2018; Karpinska & Ooijevaar, 2016). Polen is al jarenlang het belangrijkste herkomstland van nieuwe immigranten in Nederland (CBS StatLine, 2026b). Ook uit Zuid-Europa zijn relatief veel migrantenouderen afkomstig, met name uit Italië (8 duizend) en Spanje (7 duizend), mede door de arbeidsmigratie van jonge Italianen en Spanjaarden in de jaren zestig van de vorige eeuw (CBS, 2025b).
Daarnaast zijn er ruim 11 duizend migrantenouderen uit China; een verdubbeling ten opzichte van 2012. Nederland kent een lange geschiedenis van Chinese migratie (Harmsen, 1998). Tot slot zijn er bijna 8 duizend migrantenouderen uit de Verenigde Staten (VS), ruim twee keer zoveel als in 2012. De immigratie uit de VS is voornamelijk kennismigratie (CBS, 2025b), en hoewel de meeste kennismigranten op zeker moment weer vertrekken geldt dat niet voor allemaal.
Migratiestromen zijn echter complexer dan deze indeling laat zien. Binnen een herkomstland kunnen motieven sterk verschillen en door de tijd heen veranderen. Zo kwamen migranten uit Turkije in eerste instantie vooral als gastarbeider, daarna kwam de gezinsmigratie op gang, en sinds 2017 groeit het aantal asielmigranten vanuit Turkije. Meer gedetailleerde informatie over migratiemotieven is beschikbaar via StatLine (2025b; 2025c). Daarnaast bieden CBS (2024a; 2025b) en Jennissen (2011) een bredere beschrijving van migratiestromen naar Nederland.
Op basis van de top twintig van herkomstlanden kunnen verschillende clusters worden onderscheiden:
- Voormalige koloniën: Indonesië, Nederlandse Cariben, Suriname
- Voormalige gastarbeiderslanden: Marokko, Turkije
- Buurlanden: België, Duitsland, Verenigd Koninkrijk
- Vluchtelingenlanden: Afghanistan, Irak, Iran, Oekraïne, Syrië, voormalig Joegoslavië, voormalig Sovjet-Unie (excl. Oekraïne)
- Overige nieuwe EU-landen: Polen
- Overige Europese landen: Italië, Spanje
- Overige Aziatische landen: China
- Overige Amerikaanse landen en Oceanië: Verenigde Staten van Amerika (VS)
De specifieke migratiegeschiedenis van deze clusters kan van grote invloed zijn (geweest) op de maatschappelijke positie van migrantenouderen in Nederland. Om die reden zijn de landen in de onderstaande figuren overzichtelijk per cluster gegroepeerd.
3.2 Demografisch profiel
De meeste migrantenouderen in Nederland zijn op jonge leeftijd naar Nederland gekomen, en hebben hier (bijna) hun hele volwassen leven gewoond. De langst verblijvende groep zijn migranten geboren in Indonesië: deze 55-plussers wonen gemiddeld al 58 jaar in Nederland. Ook migrantenouderen uit Spanje, Duitsland, België en Suriname wonen gemiddeld al minstens 40 jaar in Nederland, en migranten uit Italië, Marokko en Turkije bijna 40 jaar.
| Verblijfsduur (in jaren) (jaren) | |
|---|---|
| Voormalige koloniën | |
| Indonesië | 58,0 |
| Nederlandse Cariben | 33,5 |
| Suriname | 39,8 |
| Voormalige gastarbeiderslanden | |
| Marokko | 37,4 |
| Turkije | 38,9 |
| Buurlanden | |
| België | 40,3 |
| Duitsland | 42,9 |
| Verenigd Koninkrijk | 33,6 |
| Vluchtelingenlanden | |
| Afghanistan | 21,8 |
| Irak | 22,2 |
| Iran | 26,2 |
| Oekraïne | 4,5 |
| Syrië | 10,5 |
| Voormalig Joegoslavië | 32,3 |
| Voormalig Sovjet-Unie excl. Oekraïne | 18,2 |
| Overige nieuwe EU landen | |
| Polen | 18,0 |
| Overige Europese landen | |
| Italië | 38,1 |
| Spanje | 41,4 |
| Overige Aziatische landen | |
| China | 30,7 |
| Overige Amerikaanse landen en Oceanië | |
| Verenigde Staten van Amerika | 30,7 |
Slechts een minderheid van de migrantenouderen is recenter, op latere leeftijd, naar Nederland gekomen. Dit is vooral het geval bij Oekraïense vluchtelingen. Van de 202 duizend immigranten met de Oekraïense nationaliteit die in de jaren 2022 tot en met 2025 naar Nederland kwamen, was 16 procent 50 jaar of ouder terwijl dat percentage voor alle immigranten bij elkaar op 9 procent lag (CBS StatLine, 2026c). Daardoor bestaat de totale groep van Oekraïense ouderen in Nederland voor een groot deel uit recente immigranten. Dat is ook terug te zien in de korte verblijfsduur: Oekraïense ouderen wonen gemiddeld 4,5 jaar in Nederland. Ook van migrantenouderen uit de andere vluchtelingenlanden, en uit Polen, is de verblijfsduur relatief kort (uitgezonderd voormalig Joegoslavië), en van migranten uit buurlanden en voormalige koloniën juist lang.
Man-vrouwbalans bij migrantenouderen ongelijker dan bij ouderen geboren in Nederland
Van de ouderen geboren in Italië en Syrië is meer dan de helft man (resp. 68 procent en 61 procent). Dat is aanzienlijk meer dan bij in Nederland geboren 55-plussers. Daar is de geslachtsverdeling redelijk evenwichtig, met 48 procent mannen en 52 procent vrouwen. Van de 55-plussers geboren in Oekraïne is juist een bovengemiddeld aandeel vrouw: 73 procent, en uit geboorteland Polen 61 procent. Vaak heeft een onevenwichtige geslachtverdeling te maken met de migratiegeschiedenis: bijvoorbeeld uit Oekraïne kwamen meer vrouwen dan mannen, omdat mannen vaak in Oekraïne bleven om hun land te verdedigen. Syriërs die vanwege de burgeroorlog vanaf 2015 naar Nederland vluchtten, waren overwegend mannen (CBS, 2026b; Maliepaard et al., 2023).
Indonesische en Duitse ouderen het meest vergrijsd
De groep migrantenouderen vergrijst. De gemiddelde leeftijd van 55-plussers die in het buitenland zijn geboren, is voor de meeste groepen 1-2 jaar gestegen tussen 2012 en 2024 (zie Bijlage B.1). De vergrijzing van de migrantenouderen sluit aan bij de algemene vergrijzingstrend in Nederland. De gemiddelde leeftijd van 55-plussers die in Nederland zijn geboren, is gestegen van 68 jaar naar 69 jaar en het aandeel 75-plussers nam binnen deze groep toe van 25 procent naar 29 procent. Bij sommige herkomstgroepen is het aandeel 75-plussers aanzienlijk groter. Het opvallendst zijn de ouderen uit Indonesië: van alle 55-plussers is bijna de helft (45 procent) ouder dan 75. Ook onder Duitse ouderen in Nederland zijn relatief veel 75-plussers (34 procent). Sterke stijgers in het aandeel 75-plussers tussen 2012 en 2024 zijn voormalig Joegoslavië (van 7 naar 15 procent) en de Nederlandse Cariben (van 8 naar 16 procent).
Ouderen uit vluchtelingenlanden waren in 2024 relatief jong (Syrië 62 jaar, Oekraïne, Irak en Iran 64 jaar). Bij 55-plussers uit Oekraïne, Syrië en voormalig Sovjet-Unie is het aandeel 75-plussers zelfs gedaald ten opzichte van 2012. Dat komt omdat uit deze landen na 2012 een nieuwe instroom van migranten op gang kwam, en die zijn doorgaans relatief jong (meestal jonger dan 75 jaar). Ook Poolse ouderen zijn relatief jong (62 jaar), en minder vaak 75-plus dan in 2012. Waarschijnlijk gaat het bij Polen vaak om arbeidsmigranten die naar Nederland kwamen sinds het vrije verkeer van personen (2007) door de toetreding van Polen tot de EU, en die nog steeds in Nederland werken.
| 2012 (%) | 2024 (%) | |
|---|---|---|
| Nederland | 25,2 | 29,2 |
| Voormalige koloniën | ||
| Indonesië | 30,4 | 45,1 |
| Nederlandse Cariben | 7,7 | 15,9 |
| Suriname | 12,2 | 15,5 |
| Voormalige gastarbeiderslanden | ||
| Marokko | 11,0 | 18,9 |
| Turkije | 10,0 | 15,0 |
| Buurlanden | ||
| België | 26,7 | 24,1 |
| Duitsland | 26,1 | 34,3 |
| Verenigd Koninkrijk | 12,2 | 20,4 |
| Vluchtelingenlanden | ||
| Afghanistan | 12,0 | 12,4 |
| Irak | 10,1 | 10,8 |
| Iran | 9,0 | 9,5 |
| Oekraïne | 33,8 | 10,3 |
| Syrië | 12,8 | 5,8 |
| Voormalig Joegoslavië | 7,2 | 14,6 |
| Voormalig Sovjet-Unie excl. Oekraïne | 18,1 | 10,3 |
| Overige nieuwe EU landen | ||
| Polen | 12,9 | 6,0 |
| Overige Europese landen | ||
| Italië | 21,3 | 31,9 |
| Spanje | 17,1 | 26,8 |
| Overige Aziatische landen | ||
| China | 14,6 | 15,5 |
| Overige Amerikaanse landen en Oceanië | ||
| Verenigde Staten van Amerika | 10,2 | 13,2 |
3.3 Woonlocatie
In 2024 maakten oudere migranten gemiddeld 12 procent uit van de Nederlanders van 55 jaar of ouder. In 2012 was dat nog 9 procent. In de meeste gemeenten is het aandeel ouderen dat in het buitenland is geboren, toegenomen tussen 2012 en 2024. Ook veel gemeenten buiten de Randstad hebben nu meer dan 5 procent migranten in hun ouderenpopulatie. Dat is vooral het geval in de zuidelijke provincies, maar ook in Flevoland en Fryslân.
| gemnaam | 2024 (%) | 2012 (%) |
|---|---|---|
| 2024,0 | 2024,0 | |
| Groningen (gemeente) | 7,2 | 3,67 |
| Almere | 15,66 | 5,75 |
| Stadskanaal | 2,44 | 1,59 |
| Veendam | 4,23 | 2,5 |
| Zeewolde | 4,47 | 1,88 |
| Achtkarspelen | 1,2 | 0,49 |
| Ameland | 2,32 | 1,29 |
| Harlingen | 4,35 | 2,69 |
| Heerenveen | 3,87 | 1,95 |
| Leeuwarden | 4,87 | 2,6 |
| Ooststellingwerf | 2,15 | 1,42 |
| Opsterland | 1,63 | 0,94 |
| Schiermonnikoog | 2,44 | 2,76 |
| Smallingerland | 3,28 | 1,7 |
| Terschelling | 2,03 | 1,25 |
| Vlieland | 3,88 | 2,2 |
| Weststellingwerf | 2,54 | 1,36 |
| Assen | 5,13 | 3,04 |
| Coevorden | 2,41 | 1,41 |
| Emmen | 3,65 | 2,13 |
| Hoogeveen | 4,17 | 2,5 |
| Meppel | 4,15 | 1,99 |
| Almelo | 11,41 | 6,39 |
| Borne | 4,01 | 2,05 |
| Dalfsen | 1,46 | 0,67 |
| Deventer | 8,38 | 4,41 |
| Enschede | 11,33 | 5,98 |
| Haaksbergen | 4,07 | 2,39 |
| Hardenberg | 1,75 | 1,03 |
| Hellendoorn | 2,35 | 1,48 |
| Hengelo (O,) | 9,47 | 5,29 |
| Kampen | 3,62 | 1,6 |
| Losser | 4,25 | 3,07 |
| Noordoostpolder | 4,38 | 1,47 |
| Oldenzaal | 5,79 | 3,27 |
| Ommen | 2,17 | 1,0 |
| Raalte | 2,02 | 1,12 |
| Staphorst | 1,57 | 0,58 |
| Tubbergen | 1,25 | 0,81 |
| Urk | 1,56 | 0,46 |
| Wierden | 2,58 | 1,85 |
| Zwolle | 6,42 | 3,3 |
| Aalten | 3,85 | 2,43 |
| Apeldoorn | 6,1 | 3,49 |
| Arnhem | 12,48 | 6,42 |
| Barneveld | 3,55 | 2,15 |
| Beuningen | 3,72 | 1,97 |
| Brummen | 4,02 | 2,69 |
| Buren | 2,56 | 1,34 |
| Culemborg | 7,82 | 4,33 |
| Doesburg | 7,28 | 4,7 |
| Doetinchem | 4,63 | 2,51 |
| Druten | 3,94 | 1,84 |
| Duiven | 4,64 | 2,39 |
| Ede | 5,77 | 3,6 |
| Elburg | 2,05 | 1,33 |
| Epe | 4,2 | 3,16 |
| Ermelo | 3,69 | 2,06 |
| Harderwijk | 6,46 | 3,51 |
| Hattem | 2,25 | 1,52 |
| Heerde | 2,01 | 0,99 |
| Heumen | 3,54 | 2,37 |
| Lochem | 3,54 | 2,31 |
| Maasdriel | 3,68 | 1,24 |
| Nijkerk | 4,12 | 2,0 |
| Nijmegen | 9,71 | 4,98 |
| Oldebroek | 1,55 | 0,73 |
| Putten | 2,35 | 1,24 |
| Renkum | 4,78 | 3,51 |
| Rheden | 5,27 | 3,39 |
| Rozendaal | 5,49 | 4,35 |
| Scherpenzeel | 2,6 | 1,11 |
| Tiel | 9,43 | 4,5 |
| Voorst | 2,92 | 1,9 |
| Wageningen | 6,96 | 4,3 |
| Westervoort | 5,78 | 3,08 |
| Winterswijk | 4,65 | 2,75 |
| Wijchen | 3,72 | 2,13 |
| Zaltbommel | 3,79 | 1,88 |
| Zevenaar | 4,68 | 3,14 |
| Zutphen | 5,26 | 3,22 |
| Nunspeet | 2,42 | 1,46 |
| Dronten | 4,98 | 2,26 |
| Amersfoort | 9,3 | 4,72 |
| Baarn | 5,53 | 3,64 |
| De Bilt | 5,82 | 3,94 |
| Bunnik | 4,12 | 2,33 |
| Bunschoten | 3,13 | 1,48 |
| Eemnes | 4,27 | 2,32 |
| Houten | 4,59 | 2,31 |
| Leusden | 4,75 | 2,98 |
| Lopik | 2,35 | 1,13 |
| Montfoort | 3,12 | 1,88 |
| Renswoude | 2,68 | 1,02 |
| Rhenen | 3,53 | 2,39 |
| Soest | 6,92 | 4,58 |
| Utrecht (gemeente) | 15,41 | 7,0 |
| Veenendaal | 7,0 | 3,42 |
| Woudenberg | 3,43 | 1,61 |
| Wijk bij Duurstede | 3,65 | 2,38 |
| IJsselstein | 7,35 | 3,5 |
| Zeist | 8,19 | 5,03 |
| Nieuwegein | 9,87 | 5,19 |
| Aalsmeer | 5,54 | 2,17 |
| Alkmaar | 7,83 | 4,27 |
| Amstelveen | 11,77 | 6,33 |
| Amsterdam | 22,93 | 10,88 |
| Bergen (NH,) | 3,97 | 2,69 |
| Beverwijk | 8,52 | 4,36 |
| Blaricum | 5,99 | 4,03 |
| Bloemendaal | 5,1 | 3,99 |
| Castricum | 3,24 | 2,07 |
| Diemen | 15,68 | 7,51 |
| Edam-Volendam | 2,45 | 1,37 |
| Enkhuizen | 4,78 | 2,18 |
| Haarlem | 9,79 | 4,89 |
| Haarlemmermeer | 8,31 | 3,74 |
| Heemskerk | 6,87 | 4,14 |
| Heemstede | 5,98 | 4,17 |
| Heiloo | 3,43 | 2,19 |
| Den Helder | 6,14 | 4,39 |
| Hilversum | 8,01 | 4,2 |
| Hoorn | 8,12 | 4,03 |
| Huizen | 7,12 | 4,42 |
| Landsmeer | 4,31 | 2,34 |
| Laren (NH,) | 5,75 | 4,09 |
| Medemblik | 3,38 | 1,55 |
| Oostzaan | 3,59 | 1,64 |
| Opmeer | 2,1 | 1,06 |
| Ouder-Amstel | 8,87 | 4,03 |
| Purmerend | 8,43 | 4,29 |
| Schagen | 3,39 | 2,12 |
| Texel | 2,84 | 1,69 |
| Uitgeest | 3,44 | 2,06 |
| Uithoorn | 6,97 | 3,43 |
| Velsen | 5,65 | 2,97 |
| Zandvoort | 6,3 | 3,98 |
| Zaanstad | 11,1 | 5,11 |
| Alblasserdam | 5,83 | 3,02 |
| Alphen aan den Rijn | 6,87 | 3,71 |
| Barendrecht | 7,65 | 2,55 |
| Drechterland | 2,73 | 1,44 |
| Capelle aan den IJssel | 13,37 | 6,45 |
| Delft | 11,67 | 5,59 |
| Dordrecht | 11,39 | 6,04 |
| Gorinchem | 9,46 | 4,66 |
| Gouda | 9,64 | 4,9 |
| 's-Gravenhage (gemeente) | 21,23 | 10,39 |
| Hardinxveld-Giessendam | 2,46 | 1,0 |
| Hendrik-Ido-Ambacht | 4,96 | 2,36 |
| Stede Broec | 3,99 | 1,92 |
| Hillegom | 5,12 | 2,46 |
| Katwijk | 3,68 | 1,83 |
| Krimpen aan den IJssel | 5,74 | 3,31 |
| Leiden | 11,06 | 5,05 |
| Leiderdorp | 8,38 | 4,67 |
| Lisse | 4,71 | 2,54 |
| Maassluis | 9,25 | 4,99 |
| Nieuwkoop | 3,11 | 1,65 |
| Noordwijk | 5,34 | 2,66 |
| Oegstgeest | 7,91 | 5,35 |
| Oudewater | 2,37 | 1,07 |
| Papendrecht | 5,93 | 3,53 |
| Ridderkerk | 6,65 | 3,46 |
| Rotterdam | 21,88 | 9,76 |
| Rijswijk (ZH,) | 13,4 | 7,79 |
| Schiedam | 13,17 | 5,76 |
| Sliedrecht | 4,87 | 2,2 |
| Albrandswaard | 6,09 | 2,93 |
| Vlaardingen | 10,08 | 4,72 |
| Voorschoten | 7,34 | 5,0 |
| Waddinxveen | 6,13 | 3,15 |
| Wassenaar | 9,62 | 5,87 |
| Woerden | 4,78 | 2,65 |
| Zoetermeer | 13,67 | 7,24 |
| Zoeterwoude | 3,84 | 1,8 |
| Zwijndrecht | 7,91 | 4,08 |
| Borsele | 3,17 | 1,71 |
| Goes | 5,32 | 2,96 |
| West Maas en Waal | 1,99 | 0,79 |
| Hulst | 11,3 | 5,43 |
| Kapelle | 3,43 | 1,38 |
| Middelburg (Z,) | 5,79 | 3,65 |
| Reimerswaal | 4,23 | 1,76 |
| Terneuzen | 9,99 | 5,51 |
| Tholen | 2,91 | 1,36 |
| Veere | 3,54 | 2,15 |
| Vlissingen | 8,67 | 5,31 |
| De Ronde Venen | 4,65 | 2,5 |
| Tytsjerksteradiel | 1,66 | 0,98 |
| Asten | 2,85 | 1,29 |
| Baarle-Nassau | 10,96 | 7,16 |
| Bergen op Zoom | 8,84 | 4,43 |
| Best | 5,06 | 2,51 |
| Boekel | 2,43 | 0,74 |
| Boxtel | 5,08 | 2,62 |
| Breda | 7,86 | 4,54 |
| Deurne | 2,76 | 1,3 |
| Pekela | 3,17 | 1,78 |
| Dongen | 4,51 | 2,28 |
| Eersel | 2,73 | 1,51 |
| Eindhoven | 11,64 | 5,5 |
| Etten-Leur | 5,77 | 3,21 |
| Geertruidenberg | 3,28 | 1,79 |
| Gilze en Rijen | 4,71 | 2,64 |
| Goirle | 3,68 | 2,12 |
| Helmond | 8,75 | 4,09 |
| 's-Hertogenbosch | 7,59 | 4,09 |
| Heusden | 4,81 | 2,57 |
| Hilvarenbeek | 2,24 | 1,21 |
| Loon op Zand | 3,13 | 1,63 |
| Nuenen, Gerwen en Nederwetten | 3,76 | 2,31 |
| Oirschot | 1,94 | 1,0 |
| Oisterwijk | 3,25 | 1,87 |
| Oosterhout | 6,67 | 3,78 |
| Oss | 6,03 | 3,05 |
| Rucphen | 2,89 | 1,17 |
| Sint-Michielsgestel | 2,25 | 1,51 |
| Someren | 2,44 | 1,11 |
| Son en Breugel | 3,52 | 2,57 |
| Steenbergen | 3,1 | 1,72 |
| Waterland | 3,66 | 2,1 |
| Tilburg | 8,92 | 4,12 |
| Valkenswaard | 3,55 | 2,15 |
| Veldhoven | 4,38 | 2,43 |
| Vught | 3,74 | 2,42 |
| Waalre | 4,95 | 2,83 |
| Waalwijk | 6,29 | 3,04 |
| Woensdrecht | 8,73 | 4,58 |
| Zundert | 4,66 | 2,28 |
| Wormerland | 3,68 | 2,07 |
| Landgraaf | 6,71 | 4,39 |
| Beek (L,) | 5,18 | 2,88 |
| Beesel | 5,23 | 3,09 |
| Bergen (L,) | 4,9 | 3,31 |
| Brunssum | 6,62 | 4,31 |
| Gennep | 4,72 | 2,68 |
| Heerlen | 8,91 | 5,59 |
| Kerkrade | 12,54 | 7,8 |
| Maastricht | 8,07 | 4,69 |
| Meerssen | 3,3 | 1,99 |
| Mook en Middelaar | 4,09 | 2,55 |
| Nederweert | 2,41 | 1,0 |
| Roermond | 10,34 | 5,6 |
| Simpelveld | 6,96 | 5,19 |
| Stein (L,) | 4,15 | 2,76 |
| Vaals | 27,47 | 16,38 |
| Venlo | 9,56 | 5,21 |
| Venray | 6,62 | 3,34 |
| Voerendaal | 3,48 | 1,96 |
| Weert | 7,26 | 4,19 |
| Valkenburg aan de Geul | 4,01 | 2,45 |
| Lelystad | 11,7 | 5,46 |
| Horst aan de Maas | 3,46 | 1,47 |
| Oude IJsselstreek | 3,87 | 2,26 |
| Teylingen | 4,95 | 2,5 |
| Utrechtse Heuvelrug | 4,97 | 3,22 |
| Oost Gelre | 2,27 | 1,46 |
| Koggenland | 2,3 | 1,07 |
| Lansingerland | 5,11 | 2,31 |
| Leudal | 3,72 | 1,96 |
| Maasgouw | 4,45 | 2,75 |
| Gemert-Bakel | 2,89 | 1,42 |
| Halderberge | 4,87 | 2,3 |
| Heeze-Leende | 2,82 | 1,44 |
| Laarbeek | 2,62 | 1,58 |
| Reusel-De Mierden | 2,55 | 1,2 |
| Roerdalen | 5,93 | 3,67 |
| Roosendaal | 8,32 | 4,32 |
| Schouwen-Duiveland | 3,3 | 1,81 |
| Aa en Hunze | 1,89 | 1,13 |
| Borger-Odoorn | 1,79 | 1,05 |
| De Wolden | 1,48 | 0,91 |
| Noord-Beveland | 5,25 | 2,61 |
| Wijdemeren | 4,06 | 2,44 |
| Noordenveld | 2,36 | 1,54 |
| Twenterand | 1,48 | 0,72 |
| Westerveld | 2,05 | 1,47 |
| Lingewaard | 2,53 | 1,48 |
| Cranendonck | 5,03 | 3,08 |
| Steenwijkerland | 2,62 | 1,41 |
| Moerdijk | 3,56 | 1,67 |
| Echt-Susteren | 4,84 | 3,26 |
| Sluis | 11,28 | 6,21 |
| Drimmelen | 2,64 | 1,2 |
| Bernheze | 2,36 | 1,18 |
| Alphen-Chaam | 4,29 | 2,28 |
| Bergeijk | 2,84 | 1,42 |
| Bladel | 2,49 | 1,35 |
| Gulpen-Wittem | 4,19 | 2,65 |
| Tynaarlo | 2,51 | 1,39 |
| Midden-Drenthe | 2,3 | 1,56 |
| Overbetuwe | 3,62 | 2,2 |
| Hof van Twente | 2,8 | 1,66 |
| Neder-Betuwe | 3,09 | 1,56 |
| Rijssen-Holten | 3,58 | 1,76 |
| Geldrop-Mierlo | 5,12 | 2,94 |
| Olst-Wijhe | 2,36 | 1,32 |
| Dinkelland | 2,29 | 1,6 |
| Westland | 4,18 | 1,89 |
| Midden-Delfland | 3,4 | 1,54 |
| Berkelland | 2,45 | 1,44 |
| Bronckhorst | 1,82 | 1,09 |
| Sittard-Geleen | 6,67 | 4,6 |
| Kaag en Braassem | 3,01 | 1,26 |
| Dantumadiel | 0,95 | 0,59 |
| Zuidplas | 5,53 | 3,1 |
| Peel en Maas | 3,4 | 1,67 |
| Oldambt | 3,6 | 2,0 |
| Zwartewaterland | 1,77 | 0,74 |
| Súdwest-Fryslân | 2,72 | 1,48 |
| Bodegraven-Reeuwijk | 4,28 | 2,11 |
| Eijsden-Margraten | 4,16 | 2,38 |
| Stichtse Vecht | 6,15 | 3,66 |
| Hollands Kroon | 2,62 | 1,38 |
| Leidschendam-Voorburg | 11,09 | 6,89 |
| Goeree-Overflakkee | 2,03 | 1,03 |
| Pijnacker-Nootdorp | 6,02 | 2,48 |
| Nissewaard | 8,71 | 4,6 |
| Krimpenerwaard | 3,22 | 1,82 |
| De Fryske Marren | 2,32 | 1,29 |
| Gooise Meren | 6,59 | 4,22 |
| Berg en Dal | 3,98 | 2,54 |
| Meierijstad | 4,53 | 2,32 |
| Waadhoeke | 2,2 | 1,18 |
| Westerwolde | 3,21 | 1,91 |
| Midden-Groningen | 5,46 | 2,89 |
| Beekdaelen | 3,81 | 2,54 |
| Montferland | 3,51 | 2,01 |
| Altena | 2,04 | 0,97 |
| West Betuwe | 3,0 | 1,37 |
| Vijfheerenlanden | 5,71 | 3,3 |
| Hoeksche Waard | 2,61 | 1,46 |
| Het Hogeland | 2,11 | 1,14 |
| Westerkwartier | 2,24 | 1,31 |
| Noardeast-Fryslân | 1,79 | 0,89 |
| Molenlanden | 2,03 | 1,14 |
| Eemsdelta | 5,21 | 2,97 |
| Dijk en Waard | 5,4 | 2,7 |
| Land van Cuijk | 3,77 | 2,26 |
| Maashorst | 4,67 | 2,46 |
| Voorne aan Zee | 5,13 | 3,18 |
Kijkend naar de stedelijkheid van de woonlocatie blijkt dat het aandeel migrantenouderen uit de top twintig dat in de categorie ‘zeer sterk stedelijk’ woont, 2,5 keer zo groot is als bij ouderen geboren in Nederland (44 tegenover 18 procent). Specifieke herkomstlanden met een hoog aandeel in zeer sterk stedelijke gebieden zijn Suriname (65 procent) en Marokko (61 procent). Dit heeft er ook mee te maken dat deze groepen sterk geconcentreerd zijn in grote steden (CBS, 2024b). Veel Surinamers wonen in Amsterdam en Almere (CBS, 2025a) en veel Marokkanen wonen in Amsterdam en Rotterdam (Fokkema & Harmsen, 2009; CBS StatLine, 2026d). Van de ouderen geboren in Turkije, China en de Nederlandse Cariben woont ongeveer de helft in zeer sterk stedelijk gebied. Migranten die naar Nederland kwamen vanuit vluchtelingenlanden, wonen meer verspreid over Nederland (CBS, 2024b), en dus ook meer verspreid qua stedelijkheidsgraad. In niet-stedelijk gebied wonen nauwelijks migrantenouderen, uitgezonderd Belgische en Duitse migranten. De niet-stedelijke gebieden waar zij wonen, liggen vaak dichtbij de grens met hun geboorteland, zoals Vaals dat grenst aan zowel België als Duitsland. Hier heeft meer dan de helft van de inwoners (van alle leeftijden) een niet-Nederlandse herkomst (CBS, 2024b).
| Zeer sterk stedelijk (%) | Sterk stedelijk (%) | Matig stedelijk (%) | Weinig stedelijk (%) | Niet stedelijk (%) | |
|---|---|---|---|---|---|
| Nederland | 967395 | 1597407 | 980802 | 1390608 | 472315 |
| Voormalige koloniën | |||||
| Indonesië | 24641 | 29564 | 11761 | 10385 | 2647 |
| Nederlandse Cariben | 16784 | 10915 | 3410 | 2603 | 577 |
| Suriname | 67016 | 24177 | 6629 | 3888 | 723 |
| Voormalige gastarbeiderslanden | |||||
| Marokko | 42960 | 19407 | 5074 | 2808 | 390 |
| Turkije | 38886 | 25481 | 7799 | 4468 | 294 |
| Buurlanden | |||||
| België | 4010 | 4831 | 2203 | 6595 | 2720 |
| Duitsland | 9529 | 15599 | 7923 | 9747 | 3396 |
| Verenigd Koninkrijk | 7044 | 5800 | 2868 | 2807 | 915 |
| Vluchtelingenlanden | |||||
| Afghanistan | 2967 | 3462 | 1098 | 924 | 173 |
| Irak | 4512 | 5484 | 1738 | 1257 | 248 |
| Iran | 5243 | 4535 | 1223 | 870 | 216 |
| Oekraïne | 3918 | 3708 | 2120 | 2778 | 878 |
| Syrië | 2945 | 4763 | 1756 | 1862 | 479 |
| Voormalig Joegoslavië | 7697 | 7070 | 2680 | 2781 | 553 |
| Voormalig Sovjet-Unie excl. Oekraïne | 4376 | 4187 | 1926 | 2102 | 628 |
| Overige nieuwe EU landen | |||||
| Polen | 5072 | 5497 | 3511 | 4182 | 1215 |
| Overige Europese landen | |||||
| Italië | 3192 | 2695 | 972 | 750 | 228 |
| Spanje | 2787 | 2472 | 856 | 623 | 137 |
| Overige Aziatische landen | |||||
| China | 5668 | 3347 | 1109 | 991 | 241 |
| Overige Amerikaanse landen en Oceanië | |||||
| Verenigde Staten van Amerika | 3825 | 1847 | 970 | 896 | 297 |
3.4 Huishoudenssituatie en nabijheid kinderen
Er is aanzienlijke variatie in de huishoudenssituatie waarin migrantenouderen leven. Ten eerste zijn er meer migrantenouderen die alleen wonen, vergeleken met ouderen die in Nederland zijn geboren. De percentages zijn vooral hoog bij mensen uit de voormalige koloniën. Vaak woont men alleen door verweduwing op hogere leeftijd. Daarnaast hebben ouderen uit Suriname en de Nederlandse Cariben relatief vaak een echtscheiding meegemaakt (CBS StatLine, 2026e) waardoor ze alleenstaand zijn geworden. Het aandeel alleenwonenden is ook opvallend hoog bij Oekraïense ouderen: meer dan de helft. Aangezien de meerderheid van de Oekraïense vluchtelingen vrouwen zijn (CBS, 2026a) gaat het hier vaak om alleenstaande vrouwen, die mogelijk nog wel een partner in Oekraïne hebben.
In de meeste groepen woont de meerderheid van de ouderen samen met een partner. In Nederland geboren ouderen wonen het vaakst samen met alleen hun partner (55 procent), maar ouderen geboren in Syrië, Marokko en Afghanistan wonen vaker samen met partner en kinderen (respectievelijk 42, 40 en 36 procent; in Nederland geboren ouderen 14 procent). Deels komt dit doordat deze groepen nog relatief jong zijn, waardoor het logisch is dat de kinderen nog vaker thuis wonen. Daarnaast wonen kinderen van Marokkaanse en Turkse ouders gemiddeld langer thuis dan kinderen van in Nederland geboren ouders (CBS StatLine, 2026f), omdat het bij hen gebruikelijker is dat kinderen thuis blijven wonen totdat ze gaan trouwen (Wachter, 2022). Daarnaast zijn er in enkele groepen ook nog aanzienlijke percentages ouderen in eenoudergezinnen (tussen de 7 en 11 procent) bij ouderen geboren in Turkije, Marokko, Suriname en de Nederlandse Cariben. Bij alle groepen geldt dat vrouwelijke migrantenouderen veel vaker een eenoudergezin vormen dan mannelijke.
Het aandeel migrantenouderen dat in een instelling woont, verschilt niet veel van het percentage bij in Nederland geboren ouderen. Alleen ouderen geboren in Indonesië en Syrië wonen beduidend vaker in een instelling. Bij Indonesiërs gaat het dan vooral om verpleeg- en verzorgingshuizen, want de gemiddelde leeftijd in deze groep ligt hoog (zie paragraaf 3.2). Bij Syriërs gaat het vooral om andere typen instellingen, zoals asielzoekerscentra (AZC’s).
| Alleenstaand (%) | Eenouder (%) | Partner (%) | Partner en kind(eren) (%) | Overig (%) | Institutioneel (%) | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Nederland | 25,72 | 2,79 | 54,62 | 13,70 | 0,33 | 2,84 |
| Voormalige koloniën | ||||||
| Indonesië | 34,88 | 3,34 | 48,42 | 8,04 | 0,45 | 4,86 |
| Nederlandse Cariben | 43,63 | 9,19 | 29,81 | 13,32 | 0,69 | 3,36 |
| Suriname | 39,56 | 10,53 | 29,08 | 17,67 | 0,70 | 2,47 |
| Voormalige gastarbeiderslanden | ||||||
| Marokko | 21,28 | 7,84 | 29,56 | 40,23 | 0,18 | 0,91 |
| Turkije | 20,77 | 7,18 | 36,20 | 34,47 | 0,21 | 1,18 |
| Buurlanden | ||||||
| België | 28,75 | 3,03 | 53,15 | 12,21 | 0,27 | 2,59 |
| Duitsland | 32,07 | 3,49 | 49,33 | 11,52 | 0,21 | 3,37 |
| Verenigd Koninkrijk | 28,84 | 3,50 | 49,17 | 16,79 | 0,27 | 1,44 |
| Vluchtelingenlanden | ||||||
| Afghanistan | 21,85 | 6,83 | 33,95 | 35,74 | 0,19 | 1,45 |
| Irak | 28,79 | 6,10 | 32,56 | 30,55 | 0,26 | 1,73 |
| Iran | 41,69 | 6,18 | 30,55 | 19,37 | 0,22 | 1,99 |
| Oekraïne | 57,07 | 5,16 | 23,90 | 9,48 | 1,01 | 3,38 |
| Syrië | 18,87 | 6,54 | 27,54 | 42,34 | 0,08 | 4,63 |
| Voormalig Joegoslavië | 28,72 | 5,92 | 40,73 | 23,19 | 0,26 | 1,17 |
| Voormalig Sovjet-Unie excl. Oekraïne | 35,21 | 5,93 | 40,75 | 15,92 | 0,54 | 1,63 |
| Overige nieuwe EU landen | ||||||
| Polen | 38,46 | 4,51 | 42,62 | 12,23 | 1,43 | 0,74 |
| Overige Europese landen | ||||||
| Italië | 30,85 | 3,89 | 44,81 | 17,81 | 0,31 | 2,32 |
| Spanje | 26,52 | 5,79 | 45,70 | 19,30 | 0,61 | 2,08 |
| Overige Aziatische landen | ||||||
| China | 22,23 | 5,39 | 45,23 | 25,72 | 0,35 | 1,07 |
| Overige Amerikaanse landen en Oceanië | ||||||
| Verenigde Staten van Amerika | 26,92 | 3,62 | 48,97 | 18,86 | 0,36 | 1,26 |
Behalve huisgenoten zijn ook directe familieleden buiten het huishouden belangrijk in het sociale netwerk van ouderen. Vooral (volwassen) kinderen zijn van belang, omdat zij de belangrijkste bron van hulp en steun zijn, wanneer de gezondheid of zelfredzaamheid van ouderen achteruitgaat. Kinderen die in het buitenland wonen, kunnen ook een grote rol in het leven van ouderen spelen, maar zij kunnen geen persoonlijk aanwezige steun verlenen. Een meerderheid van de ouderen van 55 jaar of ouder heeft uitwonende kinderen in Nederland. Slechts 18 procent van de in Nederland geboren ouderen heeft geen uitwonend kind in Nederland, en bij Turkse en Marokkaanse ouderen is dat zelfs maar 6 procent en 9 procent, respectievelijk.
Groepen waar het aanzienlijk meer voorkomt dat ze geen uitwonende kinderen in Nederland hebben, zijn ouderen uit de buurlanden, uit Polen, uit voormalig Sovjet-Unie en uit de VS. Tussen de 32 en 59 procent van hen heeft geen uitwonend kind in Nederland. Voor ouderen uit Oekraïne geldt dat zelfs 79 procent geen uitwonend kind in Nederland heeft. Oudere Oekraïners zijn na de Russische inval in 2022 vaak naar Nederland gevlucht, terwijl hun kinderen in Oekraïne bleven. Daarnaast zal de oproep aan Oekraïense mannen om te dienen in het leger er mede voor hebben gezorgd dat naar Nederland gevluchte volwassen mannen weer terugkeerden naar Oekraïne, terwijl hun ouder(s) in Nederland bleef/bleven (zie ook CBS, 2026c). Bij de meeste migrantengroepen was het aandeel zonder uitwonende kinderen in Nederland in 2024 hoger dan in 2012, enkele vluchtelingenlanden en de VS uitgezonderd.
| 2012 (%) | 2024 (%) | |
|---|---|---|
| Nederland | 15,5 | 18,2 |
| Voormalige koloniën | ||
| Indonesië | 20,8 | 21,8 |
| Nederlandse Cariben | 25,2 | 25,9 |
| Suriname | 14,1 | 16,9 |
| Voormalige gastarbeiderslanden | ||
| Marokko | 7,1 | 8,8 |
| Turkije | 6,0 | 6,2 |
| Buurlanden | ||
| België | 27,9 | 33,2 |
| Duitsland | 27,1 | 32,1 |
| Verenigd Koninkrijk | 37,9 | 38,7 |
| Vluchtelingenlanden | ||
| Afghanistan | 23,0 | 14,4 |
| Irak | 30,6 | 22,2 |
| Iran | 25,6 | 26,2 |
| Oekraïne | 40,8 | 78,5 |
| Syrië | 25,4 | 22,8 |
| Voormalig Joegoslavië | 21,7 | 18,4 |
| Voormalig Sovjet-Unie excl. Oekraïne | 45,1 | 45,3 |
| Overige nieuwe EU landen | ||
| Polen | 46,3 | 58,6 |
| Overige Europese landen | ||
| Italië | 18,7 | 25,3 |
| Spanje | 19,4 | 21,8 |
| Overige Aziatische landen | ||
| China | 16,4 | 22,3 |
| Overige Amerikaanse landen en Oceanië | ||
| Verenigde Staten van Amerika | 51,6 | 46,9 |
Kinderen van Turkse en Marokkaanse ouderen wonen het dichtstbij
Van degenen die uitwonende kinderen in Nederland hebben, is het ook relevant om te weten of die kinderen in de buurt wonen of niet, omdat nabijheid sociaal contact en hulp geven vergemakkelijkt. De gemiddelde afstand tot het dichtstbijzijnde kind bedroeg bijna 15 kilometer voor in Nederland geboren ouderen. De dichtstbijzijnde kinderen van ouderen uit Turkije en Marokko wonen maar half zo ver weg: gemiddeld 7,5 kilometer. Groepen van wie de dichtstbijzijnde kinderen juist ver weg wonen (gemiddeld bijna 25 kilometer) zijn ouderen uit Oekraïne, voormalig Sovjet-Unie, China en de VS. Dat zijn ook, op China na, de groepen waarin relatief veel ouderen überhaupt geen uitwonende kinderen in Nederland hebben.
In bijna alle groepen is de afstand tot het dichtstbijzijnde kind toegenomen tussen 2012 en 2024. Deze bevinding past binnen de algemene trend dat de gemiddelde verhuisafstand in Nederland is toegenomen sinds 2020 (CBS, 2026d). De gemiddelde verhuisafstand nam meer toe bij verhuizingen vanuit gemeenten in de Randstad dan vanuit gemeenten daarbuiten. Dit kan verklaren waarom het verschil in afstand tot het dichtstbijzijnde kind tussen 2012 en 2024 groter is bij migrantenouderen die vooral in de Randstad wonen, zoals Turkse, Marokkaanse en Chinese ouderen (zie ook Van Hedel et al., 2026). Overigens komt een toename van de afstand tussen de ouder en het dichtstbijzijnde kind vaker doordat de kinderen verhuizen dan de ouderen zelf, want jonge mensen verhuizen veel vaker dan ouderen (CBS, 2024c).
| 2012 (km) | 2024 (km) | |
|---|---|---|
| Nederland | 13,7 | 14,8 |
| Voormalige koloniën | ||
| Indonesië | 18,3 | 18,2 |
| Nederlandse Cariben | 18,9 | 18,0 |
| Suriname | 11,5 | 13,0 |
| Voormalige gastarbeiderslanden | ||
| Marokko | 4,8 | 7,4 |
| Turkije | 4,9 | 8,1 |
| Buurlanden | ||
| België | 17,6 | 19,1 |
| Duitsland | 16,0 | 18,8 |
| Verenigd Koninkrijk | 18,5 | 19,1 |
| Vluchtelingenlanden | ||
| Afghanistan | 16,3 | 14,1 |
| Irak | 15,4 | 15,1 |
| Iran | 17,9 | 20,2 |
| Oekraïne | 17,4 | 24,2 |
| Syrië | 11,9 | 16,9 |
| Voormalig Joegoslavië | 13,9 | 15,3 |
| Voormalig Sovjet-Unie excl. Oekraïne | 23,3 | 24,1 |
| Overige nieuwe EU landen | ||
| Polen | 20,7 | 20,3 |
| Overige Europese landen | ||
| Italië | 11,9 | 14,7 |
| Spanje | 10,5 | 13,9 |
| Overige Aziatische landen | ||
| China | 19,4 | 24,2 |
| Overige Amerikaanse landen en Oceanië | ||
| Verenigde Staten van Amerika | 23,2 | 23,8 |
3.5 Sociaaleconomische positie
De sociaaleconomische positie die ouderen innemen, is een belangrijke pijler onder hun gezondheid en welbevinden. Werk en inkomen zorgen immers voor financiële zekerheid, sociale contacten en een actief leven. De sociaaleconomische positie van ouderen verschilt sterk tussen herkomstgroepen. Mannen van 55 tot 67 jaar oud uit de voormalige koloniën, Europese landen, China en de VS hebben het vaakst werk als hoofdbron van inkomen (meer dan 60 procent), al blijft het in alle gevallen onder het percentage van 55- tot 67-jarige mannen geboren in Nederland (76 procent). Van de mannen in deze leeftijdscategorie die zijn geboren in de voormalige gastarbeiderslanden, heeft minder dan de helft werk als hoofdinkomensbron. Bij de vluchtelingenlanden zijn er aanzienlijke verschillen naar geboorteland; vooral van de 55- tot 67-jarige mannen uit Syrië en Irak halen er weinig hun hoofdinkomen uit werk, respectievelijk 21 en 38 procent.
Welke bron van inkomen hebben degenen die niet werken vooral? Voor ouderen (55 tot 67 jaar) uit vluchtelingenlanden is dat vaak de bijstand. 67 procent van de 55- tot 67-jarige mannen uit Syrië en 46 procent van de mannen uit Irak leeft van bijstand. Mannen uit Turkije en Marokko in deze leeftijdscategorie hebben vaker een ander soort uitkering, vaak gaat het dan om een arbeidsongeschiktheidsuitkering. Dat weinig mannen van een pensioen of een AOW-uitkering leven, komt door de leeftijdsgrenzen van deze groep: 55 tot 67 jaar.
Opvallend is ten slotte dat 48 procent van de 55- tot 67-jarige ouderen geboren in Oekraïne volgens deze gegevens geen inkomen heeft. Dit is waarschijnlijk te verklaren doordat in deze figuur het leefgeld dat niet-werkende Oekraïners die sinds 2022 voor de oorlog zijn gevlucht van hun woongemeente krijgen (CBS, 2026a), niet wordt meegeteld.
| Werkend (%) | Bijstand (%) | Pensioen (%) | Overige uitkering (%) | Zonder inkomen (%) | |
|---|---|---|---|---|---|
| Nederland | 75,97 | 3,81 | 6,90 | 10,33 | 2,99 |
| Voormalige koloniën | |||||
| Indonesië | 67,05 | 5,68 | 10,91 | 11,04 | 5,32 |
| Nederlandse Cariben | 60,55 | 19,27 | 3,15 | 12,57 | 4,45 |
| Suriname | 62,34 | 13,89 | 3,00 | 16,11 | 4,66 |
| Voormalige gastarbeiderslanden | |||||
| Marokko | 47,76 | 21,43 | 1,05 | 26,27 | 3,50 |
| Turkije | 49,08 | 14,37 | 1,82 | 28,98 | 5,76 |
| Buurlanden | |||||
| België | 66,97 | 4,57 | 9,99 | 9,37 | 9,10 |
| Duitsland | 69,36 | 4,81 | 5,96 | 10,21 | 9,65 |
| Verenigd Koninkrijk | 70,78 | 3,43 | 5,26 | 9,10 | 11,43 |
| Vluchtelingenlanden | |||||
| Afghanistan | 49,90 | 36,72 | 0,98 | 7,44 | 4,96 |
| Irak | 37,83 | 45,89 | 0,69 | 10,10 | 5,49 |
| Iran | 52,85 | 26,23 | 1,19 | 13,28 | 6,46 |
| Oekraïne | 47,00 | 1,97 | 0,37 | 2,63 | 48,03 |
| Syrië | 20,75 | 66,92 | 0,87 | 3,73 | 7,73 |
| Voormalig Joegoslavië | 58,01 | 15,32 | 1,67 | 19,59 | 5,41 |
| Voormalig Sovjet-Unie excl. Oekraïne | 52,65 | 24,38 | 0,92 | 7,11 | 14,94 |
| Overige nieuwe EU landen | |||||
| Polen | 74,70 | 3,21 | 0,89 | 13,48 | 7,72 |
| Overige Europese landen | |||||
| Italië | 71,22 | 5,23 | 2,59 | 9,48 | 11,48 |
| Spanje | 72,57 | 3,99 | 3,99 | 11,46 | 7,99 |
| Overige Aziatische landen | |||||
| China | 68,95 | 10,76 | 1,17 | 3,34 | 15,78 |
| Overige Amerikaanse landen en Oceanië | |||||
| Verenigde Staten van Amerika | 69,96 | 3,69 | 5,01 | 6,78 | 14,56 |
Arbeidsparticipatie van 55-plus vrouwen uit Syrië, Irak en Afghanistan laag
Vrouwen van 55 tot 67 jaar werken minder vaak dan mannen, dat is het geval in alle herkomstgroepen. Vrouwen (55 tot 67 jaar) geboren in buurlanden en andere Europese landen werken ongeveer even vaak als vrouwen geboren in Nederland, en vrouwen uit de voormalige koloniën komen daar ook in de buurt. De arbeidsparticipatie van vrouwen geboren in Syrië, Irak, Afghanistan en in voormalige gastarbeiderslanden in deze leeftijdsgroep is relatief laag (maximaal 20 procent).
Vrouwen in deze leeftijdsgroep zijn iets vaker vroegtijdig gepensioneerd dan mannen. Dat komt doordat er in deze leeftijdsgroep meer vrouwen dan mannen zijn van wie de partner is overleden, en die daarom een nabestaandenpensioen ontvangen. Daarnaast ligt de leeftijd waarop vrouwen feitelijk met pensioen gaan, een paar maanden lager dan bij mannen (in 2024 bedroeg het verschil 5 maanden (CBS, 2026e)). Evenals mannen hebben ook vrouwen uit vluchtelingenlanden het vaakst van alle herkomstgroepen bijstand als hoofdinkomensbron. Uitzondering zijn Oekraïense vrouwen, maar evenals bij Oekraïense mannen wordt dit beeld vertekend door de grote categorie ‘zonder inkomen’, waarin degenen die sinds 2022 als vluchteling naar Nederland kwamen, vaak leefgeld krijgen.
| Werkend (%) | Bijstand (%) | Pensioen (%) | Overige uitkering (%) | Zonder inkomen (%) | |
|---|---|---|---|---|---|
| Nederland | 63,39 | 4,39 | 8,41 | 11,31 | 12,50 |
| Voormalige koloniën | |||||
| Indonesië | 53,69 | 7,52 | 12,16 | 10,10 | 16,54 |
| Nederlandse Cariben | 53,69 | 22,08 | 4,52 | 12,47 | 7,24 |
| Suriname | 56,27 | 13,82 | 5,13 | 18,63 | 6,16 |
| Voormalige gastarbeiderslanden | |||||
| Marokko | 19,86 | 33,45 | 7,59 | 15,99 | 23,11 |
| Turkije | 20,56 | 21,70 | 4,77 | 32,37 | 20,59 |
| Buurlanden | |||||
| België | 58,72 | 4,54 | 10,82 | 10,68 | 15,23 |
| Duitsland | 59,85 | 5,15 | 8,05 | 10,45 | 16,51 |
| Verenigd Koninkrijk | 60,30 | 3,77 | 7,15 | 9,91 | 18,87 |
| Vluchtelingenlanden | |||||
| Afghanistan | 19,30 | 61,03 | 2,50 | 5,61 | 11,56 |
| Irak | 18,06 | 63,87 | 2,30 | 5,20 | 10,56 |
| Iran | 34,35 | 37,98 | 2,26 | 13,48 | 11,93 |
| Oekraïne | 39,54 | 2,55 | 0,79 | 2,13 | 54,99 |
| Syrië | 6,53 | 80,62 | 2,71 | 1,36 | 8,79 |
| Voormalig Joegoslavië | 42,60 | 20,88 | 3,88 | 20,12 | 12,52 |
| Voormalig Sovjet-Unie excl. Oekraïne | 41,29 | 23,37 | 3,45 | 6,03 | 25,85 |
| Overige nieuwe EU landen | |||||
| Polen | 57,86 | 6,30 | 4,72 | 18,39 | 12,73 |
| Overige Europese landen | |||||
| Italië | 62,26 | 5,82 | 4,04 | 8,01 | 19,86 |
| Spanje | 58,57 | 5,42 | 4,56 | 11,97 | 19,48 |
| Overige Aziatische landen | |||||
| China | 49,61 | 17,18 | 3,22 | 3,81 | 26,18 |
| Overige Amerikaanse landen en Oceanië | |||||
| Verenigde Staten van Amerika | 60,61 | 3,21 | 6,12 | 6,46 | 23,59 |
Ouderen geboren in het buitenland veel vaker onder het sociaal minimum
De bron van inkomen zegt niet zoveel over de hoogte van het inkomen. Ook werkenden kunnen een laag inkomen hebben. Daarom kijken we ook hoeveel mensen langdurig (4 jaar of langer) onder het sociaal minimum leven. Het sociaal minimum is het wettelijk bepaalde minimale inkomen om in het levensonderhoud te kunnen voorzien. Het sociaal minimum wordt elk half jaar vastgesteld door de overheid, en hieruit wordt de hoogte van de bijstandsuitkering of (voor ouderen) het AOW-pensioen afgeleid. In 2024 leefde bijna 2 procent van de ouderen die in Nederland zijn geboren langdurig onder het sociaal minimum. Bij ouderen die in het buitenland zijn geboren kwam dat veel vaker voor: 22 procent van de ouderen uit China en meer dan 25 procent van de ouderen uit Syrië, Iran, Irak en Afghanistan leefde in 2024 langdurig onder het sociaal minimum. Voor migrantenouderen boven de AOW-leeftijd (67 jaar) is het zogenaamde AOW-gat een belangrijke oorzaak. In Nederland hebben mensen recht op een volledig AOW als ze minimaal 50 jaar in Nederland wonen (Lössbroek & Veldman, 2026). Vooral migrantenouderen uit vluchtelingenlanden hebben een korte verblijfsduur (zie ook figuur 3.2.1 over gemiddelde verblijfsduur) en dus een groter AOW-gat (zie ook CBS StatLine, 2026g). Weliswaar bestaan hier aanvullende regelingen voor, maar migrantenouderen maken daar lang niet altijd gebruik van (Lössbroek & Van Duuren, 2025). Bij migrantenouderen jonger dan 67 jaar is de bijstand vaak niet voldoende om op of boven het sociaal minimum te leven. Van de migrantenouderen met een bijstandsuitkering (zie figuren 3.5.1 en 3.5.2) leeft 41 procent langdurig onder het sociaal minimum, en 19 procent van de ontvangers van een pensioenuitkering. Bij ouderen geboren in Nederland leeft 55 procent van de bijstandsontvangers langdurig onder het sociaal minimum, en 2 procent van de pensioenuitkeringontvangers. ‘Langdurig onder het sociaal minimum leven’ betekent 4 jaar of langer. Omdat een deel van de migrantenouderen korter dan 4 jaar in Nederland woont, ligt het percentage dat met bijstand langdurig onder het sociaal minimum leeft lager (41 procent) dan bij ouderen die in Nederland zijn geboren (55 procent).
In vrijwel alle herkomstgroepen is het percentage dat langdurig onder het sociaal minimum leeft, toegenomen tussen 2012 en 2024. Bij 55-plussers geboren in Nederland nam het percentage dat langdurig onder het sociaal minimum leeft, toe: van 1,5 procent naar 1,8 procent. De toename was vooral sterk bij ouderen geboren in Marokko (+130 procent) en Irak (+77 procent). Op het eerste gezicht zou de stijging kunnen komen doordat in 2024 een groter aandeel boven de pensioenleeftijd is dan in 2012 (zie leeftijdsprofiel in paragraaf 3.2), en er dus meer mensen leven in ‘pensioenarmoede’. Maar uitsplitsing naar leeftijdsgroep laat zien dat de stijging plaatsvond bij zowel migrantenouderen van 55 tot 67 jaar als bij die van 67 jaar of ouder. En ook was de stijging te zien bij zowel ontvangers van een bijstandsuitkering als ontvangers van een pensioenuitkering. De toename van langdurig leven onder het sociaal minimum gebeurde dus over de hele linie.
| 2012 (%) | 2024 (%) | |
|---|---|---|
| Nederland | 1,5 | 1,8 |
| Voormalige koloniën | ||
| Indonesië | 2,1 | 3,4 |
| Nederlandse Cariben | 10,8 | 14,9 |
| Suriname | 10,0 | 12,0 |
| Voormalige gastarbeiderslanden | ||
| Marokko | 8,7 | 20,0 |
| Turkije | 10,9 | 17,2 |
| Buurlanden | ||
| België | 2,8 | 3,6 |
| Duitsland | 3,4 | 4,4 |
| Verenigd Koninkrijk | 3,4 | 4,2 |
| Vluchtelingenlanden | ||
| Afghanistan | 20,4 | 31,4 |
| Irak | 19,0 | 33,5 |
| Iran | 19,5 | 27,0 |
| Oekraïne | 16,5 | 12,4 |
| Syrië | 19,3 | 25,7 |
| Voormalig Joegoslavië | 12,8 | 19,5 |
| Voormalig Sovjet-Unie excl. Oekraïne | 18,6 | 25,2 |
| Overige nieuwe EU landen | ||
| Polen | 6,7 | 7,6 |
| Overige Europese landen | ||
| Italië | 4,1 | 7,1 |
| Spanje | 4,6 | 5,7 |
| Overige Aziatische landen | ||
| China | 18,2 | 22,4 |
| Overige Amerikaanse landen en Oceanië | ||
| Verenigde Staten van Amerika | 4,3 | 5,2 |
3.6 Gezondheid en welbevinden
Hoe staan migrantenouderen ervoor op het gebied van gezondheid en welbevinden? Daarover was tot nu toe nog maar beperkt informatie beschikbaar. Dat komt omdat in bestaande onderzoeken de aantallen ouderen vaak te klein zijn om betrouwbare uitspraken te doen over de afzonderlijke migrantengroepen.
In deze studie worden daarom de gegevens van 55-plussers uit de Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen (CBS, z.d.) van 2012, 2016, 2020 en 2024 samengevoegd. De Gezondheidsmonitor is een landelijke enquête van de GGD’en, het RIVM en het CBS, met vragen over gezondheid en welbevinden. Door de jaren te combineren, wordt het mogelijk om uitspraken te doen over specifieke migrantengroepen. Om verschillen in steekproefsamenstelling tussen jaren te corrigeren is een wegingsfactor gebruikt, zodat alle jaren even zwaar meetellen. Oekraïne heeft de kleinste groepsomvang (220 respondenten, ongewogen) en Indonesië vormt de grootste groep (15.532 respondenten, ongewogen).
De gezondheid en het welbevinden van migrantenouderen worden beschreven aan de hand van drie onderwerpen: functionele beperkingen, ervaren gezondheid en eenzaamheid. Functionele beperkingen zijn gemeten met vragen over beperkingen in het dagelijks functioneren (zoals horen, zien en bewegen), waarbij respondenten aangeven in welke mate zij hierdoor worden gehinderd. Ervaren gezondheid is gebaseerd op de standaardvraag naar de algemene gezondheidstoestand, waarbij respondenten hun gezondheid beoordelen op een schaal van “zeer goed” tot “zeer slecht”.
Eenzaamheid is gemeten met de eenzaamheidsschaal van De Jong-Gierveld, een gevalideerd instrument met elf uitspraken over sociale en emotionele eenzaamheid. Respondenten geven per uitspraak aan in hoeverre deze op hen van toepassing is. Om iemand aan te merken als (zeer) sterk eenzaam is een afkappunt gebruikt (Van Tilburg & de Jong-Gierveld, 1999): een score van 9 of hoger duidt op een sterke mate van eenzaamheid. De schaal fungeert als screeningsinstrument op populatieniveau en is daarmee geschikt om de prevalentie van eenzaamheid in groepen te bepalen, maar niet om bij individuele personen een diagnose te stellen.
Ouderen uit Afghanistan, Irak en Turkije het vaakst met een functionele beperking
Functionele beperkingen hebben een grote invloed op de gezondheid en het welbevinden. Ze kunnen de zelfstandigheid beperken, deelname aan sociale activiteiten bemoeilijken en het risico op eenzaamheid vergroten (Pinquart & Sörensen, 2001). Figuur 3.6.1 laat zien dat er grote verschillen bestaan tussen groepen migrantenouderen in het aandeel dat aangeeft problemen te hebben met horen, zien en/of bewegen. Het gaat hierbij om migrantenouderen die grote moeite hebben met deze functies of deze helemaal niet kunnen uitvoeren, ook niet met behulp van hulpmiddelen zoals een bril of rollator. Denk bijvoorbeeld aan het volgen van een gesprek, het lezen van kleine letters of het lopen van 400 meter.
| functionele beperkingen (%) | |
|---|---|
| Nederland | 22,1 |
| Voormalige koloniën | |
| Indonesië | 24,6 |
| Nederlandse Cariben | 31,4 |
| Suriname | 40,9 |
| Voormalige gastarbeiderslanden | |
| Marokko | 56,0 |
| Turkije | 61,9 |
| Buurlanden | |
| België | 24,1 |
| Duitsland | 28,9 |
| Verenigd Koninkrijk | 19,8 |
| Vluchtelingenlanden | |
| Afghanistan | 64,1 |
| Irak | 63,1 |
| Iran | 53,7 |
| Oekraïne | 30,6 |
| Syrië | 58,8 |
| Voormalig Joegoslavië | 46,0 |
| Voormalig Sovjet-Unie excl. Oekraïne | 52,6 |
| Overige nieuwe EU landen | |
| Polen | 36,3 |
| Overige Europese landen | |
| Italië | 25 |
| Spanje | 26,5 |
| Overige Aziatische landen | |
| China | 33,9 |
| Overige Amerikaanse landen en Oceanië | |
| Verenigde Staten van Amerika | 15,4 |
Een meerderheid van de ouderen uit Afghanistan (64 procent), Irak (63 procent) en Turkije (62 procent) heeft ten minste een beperking op het gebied van horen, zien of bewegen. Ouderen uit de VS (15 procent), het Verenigd Koninkrijk (20 procent) en Indonesië (25 procent) geven daarentegen relatief weinig aan dat zij een functionele beperking hebben. Het aandeel in Nederland geboren ouderen met een functionele beperking is met 22 procent vergelijkbaar met deze groepen. Gezondheidsverschillen hangen vaak samen met economische ongelijkheid (Knoops, 2026). Het relatief hoge aandeel migrantenouderen uit Afghanistan, Irak en Turkije met een functionele beperking sluit aan bij het grote aandeel ouderen in deze groepen dat langdurig onder het sociaal minimum leeft (paragraaf 3.5).
Ouderen uit vluchtelingen- en voormalige gastarbeiderslanden het minst positief over hun gezondheid
Gezondheid gaat verder dan het ontbreken van lichamelijke en geestelijke klachten (Huber et al., 2011). De manier waarop mensen hun eigen gezondheid ervaren, vormt daarom een belangrijke indicator voor de algemene gezondheid. Het wordt daarom vaak gebruikt als samenvattende, subjectieve gezondheidsindicator. Hoewel het een subjectieve indicator is, hangt het vaak samen met objectieve gezondheidsuitkomsten, zoals functionele beperkingen (CBS, 2026f).
| ervaren gezondheid (zeer) goed (%) | |
|---|---|
| Nederland | 68,5 |
| Voormalige koloniën | |
| Indonesië | 66,6 |
| Nederlandse Cariben | 54,8 |
| Suriname | 48,8 |
| Voormalige gastarbeiderslanden | |
| Marokko | 31,6 |
| Turkije | 30,1 |
| Buurlanden | |
| België | 65,0 |
| Duitsland | 59,1 |
| Verenigd Koninkrijk | 66,4 |
| Vluchtelingenlanden | |
| Afghanistan | 32,0 |
| Irak | 28,3 |
| Iran | 36,4 |
| Oekraïne | 39,5 |
| Syrië | 35,8 |
| Voormalig Joegoslavië | 39,6 |
| Voormalig Sovjet-Unie excl. Oekraïne | 30,6 |
| Overige nieuwe EU landen | |
| Polen | 44,6 |
| Overige Europese landen | |
| Italië | 56,3 |
| Spanje | 60,4 |
| Overige Aziatische landen | |
| China | 44,2 |
| Overige Amerikaanse landen en Oceanië | |
| Verenigde Staten van Amerika | 75,0 |
Tussen de migrantenouderen bestaan aanzienlijke verschillen in het percentage dat aangeeft de eigen gezondheid als goed of zeer goed te ervaren. Ouderen uit de VS rapporteren relatief het vaakst een (zeer) goede gezondheid (75 procent), gevolgd door ouderen uit Indonesië (67 procent) en het Verenigd Koninkrijk (66 procent). Dit is in lijn met het lage aandeel dat een functionele beperking heeft. Het percentage in Nederland geboren ouderen dat de gezondheid als (zeer) goed beoordeelt, is daarmee vergelijkbaar (69 procent). In een aantal migrantengroepen is het aandeel dat aangeeft een (zeer) goede gezondheid te ervaren, relatief laag. Zo rapporteert slechts 28 tot 32 procent van de migrantenouderen uit Irak, voormalig Sovjet-Unie, Turkije, Marokko en Afghanistan een (zeer) goede gezondheid. Voor ouderen uit Turkije en Marokko is dit in lijn met eerder onderzoek dat toonde dat zij hun gezondheid gemiddeld minder vaak als (zeer) goed beoordelen dan ouderen die in Nederland zijn geboren (El Fakiri & Bouwman-Notenboom, 2015).
Ouderen uit Iran, Irak en Syrië het vaakst (zeer) sterk eenzaam
Eenzaamheid is een belangrijke indicator van het welbevinden. Eenzaamheid ontstaat wanneer iemand het gevoel heeft dat betekenisvolle sociale relaties ontbreken of onvoldoende aanwezig zijn. Het gaat daarbij niet alleen om het aantal contacten, maar vooral om de kwaliteit van deze relaties (De Jong-Gierveld et al., 2006). Verschillende factoren kunnen hierin een rol spelen, zoals de gezondheidssituatie en partnerstatus (Ruan & Cheung, 2024). Met name wanneer gevoelens van eenzaamheid langere tijd aanhouden, kunnen zij negatieve gevolgen hebben, zoals een verhoogd risico op chronische ziektes, een verminderde kwaliteit van leven en een lagere participatie in de samenleving (Ong et al., 2016). Uit onderzoek is bekend dat eenzaamheid over het algemeen vaker voorkomt onder migrantenouderen dan onder ouderen geboren in Nederland (Fokkema, 2023).
Voor alle migrantenouderen geldt dat zij zich beduidend vaker (zeer) sterk eenzaam voelen dan ouderen geboren in Nederland. Er zijn echter substantiële verschillen tussen de herkomstgroepen. Zo komt (zeer) sterke eenzaamheid relatief vaak voor onder ouderen die afkomstig zijn uit een vluchtelingenland. Meer dan een derde van de Iraanse, Irakese en Syrische ouderen voelt zich (zeer) sterk eenzaam. Ouderen uit Indonesië, de VS en Spanje zijn in vergelijking minder vaak (zeer) sterk eenzaam, respectievelijk 9 procent, 12 procent en 13 procent.
| gemon (%) | |
|---|---|
| Nederland | 9,1 |
| Voormalige koloniën | |
| Indonesië | 9,3 |
| Nederlandse Cariben | 15,3 |
| Suriname | 18,3 |
| Voormalige gastarbeiderslanden | |
| Marokko | 22,1 |
| Turkije | 29,5 |
| Buurlanden | |
| België | 15,2 |
| Duitsland | 14,3 |
| Verenigd Koninkrijk | 14,9 |
| Vluchtelingenlanden | |
| Afghanistan | 29,5 |
| Irak | 37,1 |
| Iran | 38,9 |
| Oekraïne | 15,9 |
| Syrië | 35,0 |
| Voormalig Joegoslavië | 32,5 |
| Voormalig Sovjet-Unie excl. Oekraïne | 23,7 |
| Overige nieuwe EU landen | |
| Polen | 22,7 |
| Overige Europese landen | |
| Italië | 17,5 |
| Spanje | 13,4 |
| Overige Aziatische landen | |
| China | 19,5 |
| Overige Amerikaanse landen en Oceanië | |
| Verenigde Staten van Amerika | 12,3 |
Binnen eenzaamheid wordt vaak onderscheid gemaakt tussen sociale en emotionele eenzaamheid (De Jong-Gierveld et al., 2006). Sociale eenzaamheid ontstaat wanneer iemand onvoldoende mensen om zich heen heeft met wie een gevoel van verbondenheid bestaat en op wie in moeilijke tijden kan worden teruggevallen. Emotionele eenzaamheid ontstaat wanneer een intieme band ontbreekt. Irakese ouderen voelen zich het vaakst sociaal eenzaam, en Syrische ouderen het vaakst emotioneel eenzaam. Indonesische ouderen voelen zich daarentegen zowel het minst sociaal als emotioneel eenzaam.