Auteur: Henk-Jan Dirven, Jesper van Thor
Discriminatie op de werkvloer

5. Conclusie

Discriminatie op werkvloer vaakst op grond van herkomst

In 2022 gaf 1 op de 10 werknemers aan dat zij zich in de voorgaande twaalf maanden gediscrimineerd hebben gevoeld op het werk. Daarbij kwam discriminatie op grond van afkomst, huidskleur of nationaliteit het meest voor: 2,8 procent van alle werknemers had hier mee te maken. Bij mensen die buiten Europa zijn geboren, was dit flink hoger: 15,7 procent. Ook kwam discriminatie op deze grond vaak voor bij mensen geboren in een ander Europees land en bij mensen van wie een of beide ouders zijn geboren buiten Europa. 

De discriminatie uitte zich vooral in discriminerende opmerkingen en het gevoel genegeerd of buitengesloten te worden, en dat gebeurde veelal door collega’s. Ruim 5 procent van de gediscrimineerde werknemers kreeg te maken met bedreigingen, geweld of agressief gedrag. 

Discriminatie op het werk ook gerelateerd aan werksituatie

Uit dit onderzoek blijkt verder dat verschillen tussen werknemers in hun ervaring met discriminatie in het algemeen (waarbij alle gronden voor discriminatie zijn samengenomen) niet alleen samenhangen met persoonskenmerken, maar ook met kenmerken van het werk en de organisatie. Geslacht, herkomst, leeftijd, langdurige ziekte of aandoening, onderwijsniveau, stedelijkheid, arbeidsduur, soort arbeidsrelatie, autonomie, leidinggeven, bedrijfsgrootte, het percentage vrouwen in het bedrijf en het percentage mensen met een buitenlandse herkomst laten onafhankelijk van elkaar significante verschillen zien.

Bedrijfstak blijkt geen significante samenhang met discriminatie te hebben. Dat betekent dat de verschillen die er tussen bedrijfstakken zijn (zie bijvoorbeeld CBS, 2023), kunnen worden toegeschreven aan verschillen in andere kenmerken die verband houden met discriminatie.

Relatief grote verschillen tussen herkomstgroepen

Bij de algemene ervaring met discriminatie zijn de verschillen relatief groot naar herkomst. Ook als rekening wordt gehouden met andere kenmerken die verband houden met discriminatie, blijken migranten van buiten Europa zich op de werkvloer 3 keer zo vaak gediscrimineerd te voelen als werknemers met een Nederlandse herkomst. 

Daarnaast voelen vrouwen, werknemers met een langdurige ziekte of aandoening, werknemers met weinig autonomie en werknemers die gevaarlijk werk doen zich ongeveer 2 keer zo vaak gediscrimineerd als respectievelijk mannen, gezonde werknemers, werknemers die veel autonomie hebben en werknemers die geen gevaarlijk werk doen.

Als het specifiek gaat om discriminatie op het werk vanwege afkomst, huidskleur of nationaliteit dan zijn er aanzienlijke verschillen te zien tussen werknemers met een buitenlandse herkomst. Zo komt dit bij migranten van buiten Europa veel vaker voor dan bij andere werknemers met een buitenlandse herkomst. Bij werknemers met een Europese herkomst (anders dan Nederland) die zelf niet in het buitenland zijn geboren, komt het juist minder vaak voor.

Vrouwen vaker gediscrimineerd in organisaties met veel mannen

Bij discriminatie op het werk vanwege geslacht (inclusief zwangerschap) zijn er aanzienlijke verschillen tussen jonge en oudere vrouwen: jonge vrouwen voelen zich relatief vaak gediscrimineerd. Bovendien voelen vrouwen in organisaties waar weinig vrouwen werken, zich veel vaker gediscrimineerd op grond van hun geslacht dan vrouwen in organisaties met veel vrouwen op de werkvloer. Ook hoogopgeleide vrouwen en vrouwen in een leidinggevende positie geven relatief vaak aan zich gediscrimineerd te voelen op grond van hun geslacht.

Het gevoel gediscrimineerd te worden hangt bij werknemers met een langdurige ziekte, aandoening of handicap vooral samen met het soort aandoening. Vooral werknemers met psychische klachten of met een levensbedreigende ziekte (bijvoorbeeld kanker of aids) voelen zich relatief vaak gediscrimineerd vanwege hun aandoening. Daarnaast spelen bij deze werknemers ook het soort werk en de bedrijfsomvang een rol. In grote bedrijven voelen werknemers met een langdurige ziekte of aandoening zich vaker gediscrimineerd dan in kleinere.

Vervolgonderzoek

De analyses in dit artikel hebben uitsluitend betrekking op werknemers. Dat is weliswaar de grootste groep werkenden, maar in toekomstig onderzoek zou mogelijk ook de ervaren discriminatie onder zelfstandigen kunnen worden betrokken. Zij hebben immers meer met klanten dan met collega’s te maken, waardoor hun ervaring met discriminatie mogelijk anders is dan die van werknemers. 

Daarnaast viel de relatie tussen discriminatie en de gevolgen ervan voor de betrokken werknemers buiten het kader van dit artikel. Met de beschikbare gegevens uit de NEA is na te gaan in hoeverre discriminatie op de werkvloer gepaard gaat met een grotere psychosociale arbeidsbelasting en eventuele consequenties voor de beroepsloopbaan, zoals verandering van baan of uitval uit het arbeidsproces. 

Tot slot heeft voorliggend onderzoek slechts betrekking op één onderzoeksjaar, omdat de discriminatievragen in de huidige vorm in 2022 pas voor het eerst aan werknemers werden gesteld. Met het oog op de toekomst zou het toegevoegde waarde hebben als meerdere onderzoeksjaren in de analyses kunnen worden meegenomen. Op die manier kan niet alleen in kaart worden gebracht of er een toe- of afname is van de ervaren discriminatie op de werkvloer, maar kan ook tot in meer detail worden onderzocht welke groepen werknemers discriminatie ervaren.