Sociale problematiek en bevolkingsdynamiek in de focusgebieden

4. Personen met lage financiële welvaart

Van de 12-plussers die op 1 januari 2025 in Nederland woonden had 5,4 procent in 2024 een lage welvaart. Dat zijn 819 duizend personen. Daarvan woonden er 122 duizend in een van de focusgebieden.

4.1 Prevalentie

In de meeste focusgebieden heeft 10 tot 13 procent van de 12-plussers een lage welvaart. In Den Haag Zuidwest wonen relatief de meeste mensen met een lage welvaart (18,2 procent). Ook in Groningen Noord, Utrecht Overvecht, Arnhem Oost en Rotterdam Zuid is dit percentage met meer dan 13 procent relatief hoog ten opzichte van de andere focusgebieden. In het focusgebied Nieuwegein Centrale As wonen relatief de minste personen met een lage welvaart.

In alle gemeenten met een of meer focusgebieden wonen er in de focusgebieden relatief meer inwoners met een lage financiële welvaart dan in de rest van de gemeente. In Den Haag, Groningen, Utrecht en Arnhem waren de verschillen het grootst, in deze gebieden was het percentage minstens 8 procentpunten hoger. In Nieuwegein was het verschil het kleinst.

Focusgebied
Gemeente overig
4.1 Lage financiële welvaart, populatie 1 januari 20251) Focusgebieden versus overige gebieden in de gemeente
Gemeente% van 12-plussers (excl studenten) met lage financiële welvaart in 2024 (% van 12-plussers (excl studenten)
met lage financiële welvaart in 2024)
Amsterdam Nieuw-West12,8
Amsterdam Zuidoost12,9
Amsterdam Overig9,8
Arnhem-Oost15,5
Arnhem Overig6,7
Breda-Noord10,1
Breda Overig3,8
Delft-West9,7
Delft Overig6,3
Den Haag Zuidwest18,2
Den Haag Overig9
Dordrecht West10,6
Dordrecht Overig4,9
Eindhoven Woensel Zuid9,8
Eindhoven Overig6,6
Groningen-Noord17
Groningen Overig7,8
Heerlen-Noord10,4
Heerlen Overig7,3
Leeuwarden Oost12,9
Leeuwarden Overig6,1
Lelystad Oost7,6
Lelystad Overig4,5
Nieuwegein Centrale As5,9
Nieuwegein Overig3,5
Roosendaal Ring8,9
Roosendaal Overig3,6
Rotterdam-Zuid13,9
Rotterdam Overig9,7
Schiedam Nieuwland en Oost12,1
Schiedam Overig6,2
Tilburg NoordWest11,8
Tilburg Overig5,5
Utrecht Overvecht16,5
Utrecht Overig6,4
Vlaardingen Westwijk12,3
Vlaardingen Overig6,8
Zaandam-Oost10,2
Zaanstad Overig4,4
1)Voorlopige cijfers

4.2 Ontwikkeling

De meeste focusgebieden hadden tot 2023 een vrij stabiele welvaart, met een verbetering in de laatste twee jaren. In een aantal gebieden, waaronder Arnhem, kwam het cijfer daardoor dichter bij de rest van de gemeente. In andere gemeenten is dezelfde verbetering in 2023 en 2024 ook te zien bij de niet-focusgebieden waardoor de verschillen tussen focusgebieden en niet-focusgebieden even groot bleven.

In de periode 2015-2025 is in de focusgebieden in Schiedam en Lelystad en Amsterdam Zuidoost over de hele periode een dalende trend te zien van het percentage personen met een lage welvaart. Vooral in Schiedam kwam de welvaart daardoor dichter in de buurt van de overige gebieden.

In de focusgebieden in Heerlen, Den Haag, Groningen, Tilburg en Leeuwarden, was er in de periode 2015 tot 2023 juist een stijging, maar is het cijfer daarna gedaald. In Vlaardingen Westwijk was er in 2023 juist een stijging van lage welvaart.

Afbeelding 4.2. Inhoud in tabel hieronder.

4.2 Lage financiële welvaart, 2015-20251), focusgebiedn versus overige gebieden per gemeente
Gebied 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025
Amsterdam Nieuw-West 13,2 13,3 13,6 13,4 13,1 13,2 13 13,3 13,2 14,3 12,8
Amsterdam Zuidoost 15,7 15,1 15,1 14,5 14,1 14,3 14,5 14,6 13,4 14,7 12,9
Amsterdam Overig 11,3 11 10,9 10,4 10,3 10,3 10 10,3 9,7 10,8 9,8
Arnhem-Oost 17,5 17,7 18,4 18,3 18,5 18,3 18,5 18,8 18,2 15,9 15,5
Arnhem Overig 6,7 6,8 6,9 7 7,2 7,1 6,9 6,9 6,9 6,4 6,7
Breda-Noord 11,1 11,2 11,5 11,3 11,4 11,3 11,3 11,5 11,6 10,6 10,1
Breda Overig 3,8 3,8 3,7 3,6 3,5 3,7 3,6 3,6 3,9 3,7 3,8
Delft-West 10,4 10,7 11,1 10,7 10,6 10,9 11,1 10,9 12 10,6 9,7
Delft Overig 6,6 6,6 6,7 6,9 6,7 7 6,7 6,9 7,2 6,8 6,3
Den Haag Zuidwest 18,1 18,3 18,8 19,2 19,5 19,6 19,4 19,6 20,4 18,6 18,2
Den Haag Overig 10,4 10,2 10,3 9,7 9,8 9,9 9,5 9,5 9,9 9,3 9
Dordrecht West 12,1 12,2 12,4 12,2 11,9 12,1 12 11,8 12,2 11,5 10,6
Dordrecht Overig 5,2 5,1 5,5 5,4 5,3 5,4 5,1 5,2 5,3 5,4 4,9
Eindhoven Woensel Zuid 10,3 10,7 10,7 10,7 10,5 10,6 10,9 10,4 10,8 10 9,8
Eindhoven Overig 7,2 7,1 7,3 7 7,1 7,1 7,1 7 7,6 6,9 6,6
Groningen-Noord 15,7 16,2 17,2 17,6 18 18,2 18,5 18,4 18,4 17,3 17
Groningen Overig 7,4 7,3 7,5 7,7 7,6 7,7 7,5 7,6 7,7 7,6 7,8
Heerlen-Noord 9,9 9,8 10,1 10 10,4 10,6 11,3 11,5 12 10,8 10,4
Heerlen Overig 5,9 5,8 5,9 5,9 6,4 6,6 6,9 7,4 7,7 7 7,3
Leeuwarden Oost 12,7 12,8 13,1 13,4 14 14,3 14,7 14,8 14,4 13,7 12,9
Leeuwarden Overig 5,9 5,9 5,9 6,2 6,4 6,4 6,3 6,2 6,4 6 6,1
Lelystad Oost 10,4 10 9,7 9,8 9,2 8,8 9 8,7 9,6 8,5 7,6
Lelystad Overig 5,7 5,6 4,9 5 5 5 4,9 5 5,4 5 4,5
Nieuwegein Centrale As 6,9 6,7 6,5 6,7 6,5 6,4 6,4 6,8 7,1 6,6 5,9
Nieuwegein Overig 3,1 3,1 2,9 2,8 3,2 3 3,1 3,2 3,4 3,4 3,5
Roosendaal Ring 8,9 9,1 9,5 9,4 9,4 9,7 9,6 9,6 9,6 8,9 8,9
Roosendaal Overig 3,4 3,4 3,4 3,4 3,6 3,8 3,9 3,6 3,7 3,5 3,6
Rotterdam-Zuid 15,8 15,8 16,1 15,8 15,9 15,8 15,8 15,5 15,6 15,2 13,9
Rotterdam Overig 10,9 10,8 10,8 10,6 10,5 10,4 10,4 10,4 10,4 10,2 9,7
Schiedam Nieuwland en Oost 16,1 16,5 16,1 15,9 15,4 15,1 13,9 14 13,8 13,1 12,1
Schiedam Overig 6,6 6,7 6,5 6,8 6,6 6,7 6,3 6,5 6,9 6,4 6,2
Tilburg NoordWest 12,2 12,4 12,6 13 12,9 12,7 13,3 13,4 14,4 13 11,8
Tilburg Overig 6,1 6 5,9 5,8 5,8 5,9 5,8 5,7 6 5,7 5,5
Utrecht Overvecht 16,4 16,7 16,9 17,9 17,6 18 18 17,4 17,7 17,6 16,5
Utrecht Overig 7,3 7,2 7,3 7,2 7 6,9 6,6 6,4 6,8 6,9 6,4
Vlaardingen Westwijk 11,4 10,5 10,9 10,7 10,7 10,3 10,6 10,9 11,7 12,8 12,3
Vlaardingen Overig 7,1 7 7,3 7,2 7,3 7,2 7,3 7,4 8 7,3 6,8
Zaandam-Oost 10,8 11,4 12,1 11,8 11,9 11,8 11,8 11,7 11,7 10,8 10,2
Zaanstad Overig 4,3 4,2 4,1 4,1 4,2 4,3 4,3 4,6 4,7 4,4 4,4
1)Stand op 1 januari onder 12-plussers (exclusief studenten) in het desbetreffende jaar (2025 betreft voorlopige cijfers)

Lage welvaart per gemeente

Amsterdam, Rotterdam en Den Haag hadden begin 2025 het hoogste percentage 12-plussers met een lage welvaart van alle gemeenten in Nederland. Deze gemeenten als geheel zaten met een prevalentiepercentage van 10 à 11 procent op het niveau van de meeste focusgebieden.  In de gemeenten Bergeijk, Dinkelland, Tubbergen en Urk was dit het laagst. Minder dan 2 procent van de 12-plussers had hier een lage financiële welvaart.

Rotterdam, Amsterdam en Den Haag hebben in de hele beschouwde periode (vanaf 2015) de meeste inwoners met lage welvaart gehad.

4.3 Nieuwe inwoners

In de meeste focusgebieden lag in 2024 het percentage van de instromende bewoners dat een lage welvaart had tussen de 13 en 17. In Den Haag Zuidwest (21,3), Groningen-Noord (20,3) en Zaandam-Oost (17,3) lag dit hoger. In Breda-Noord, Eindhoven Woensel Zuid en Nieuwegein Centrale As lag dit lager, met respectievelijk 11,3, 11,2 en 6,7 procent.

Bij vrijwel alle gemeenten zitten er bij de instromers in de focusgebieden relatief meer mensen met een lage welvaart dan bij de instromers in de overige gebieden. In Utrecht, Den Haag, Amsterdam en Zaanstad scheelde dit minstens 6 procent. Alleen in Nieuwegein was het juist andersom en bevatte de instroom in de overige gebieden juist iets meer mensen met een lage welvaart.

Focusgebied
Gemeente overig
4.3 Lage financiële welvaart, instroom in 20241) Focusgebieden versus overige gebieden in de gemeente
Gemeente% van instromers met lage welvaart in 2024 (% van ingestroomde 12-plussers
(excl studenten) met lage financiële welvaart in 2024)
Amsterdam Nieuw-West13,1
Amsterdam Zuidoost15,9
Amsterdam Overig9,6
Arnhem-Oost15,1
Arnhem Overig11,6
Breda-Noord11,3
Breda Overig8,6
Delft-West13,0
Delft Overig12,9
Den Haag Zuidwest21,3
Den Haag Overig15,0
Dordrecht West13,6
Dordrecht Overig11,5
Eindhoven Woensel Zuid11,2
Eindhoven Overig9,2
Groningen-Noord20,3
Groningen Overig15,8
Heerlen-Noord16,2
Heerlen Overig13,2
Leeuwarden Oost15,4
Leeuwarden Overig14,2
Lelystad Oost13,0
Lelystad Overig10,6
Nieuwegein Centrale As6,7
Nieuwegein Overig7,5
Roosendaal Ring13,4
Roosendaal Overig10,8
Rotterdam-Zuid15,2
Rotterdam Overig11,9
Schiedam Nieuwland en Oost14,8
Schiedam Overig13,3
Tilburg NoordWest17,0
Tilburg Overig11,9
Utrecht Overvecht16,4
Utrecht Overig8,3
Vlaardingen Westwijk16,3
Vlaardingen Overig12,2
Zaandam-Oost17,3
Zaanstad Overig11,2
1)Voorlopige cijfers

Lage welvaart in de instroom per gemeente

In 15 gemeenten ligt het percentage instromers met een lage welvaart in 2024 hoger dan het niveau van de meeste focusgebieden. In 4 gemeenten was dit zelfs hoger dan het percentage in Den Haag Zuidwest. Enschede, Winterswijk, Pekela en Terneuzen behoorden in minstens 7 van de beschouwde jaren tot de 10 gemeenten met de minst welvarende instroom.

4.4 Bijdrage bevolkingsdynamiek

In deze paragraaf wordt, eerst aan de hand van een voorbeeld, beschreven in hoeverre in- en uitstromers bijdragen aan het verschil in welvaart van een regio tussen de opeenvolgende jaren. 

Als voorbeeld dient focusgebied Den Haag Zuidwest, waar het percentage personen met lage welvaart in alle jaren het hoogst was van alle focusgebieden. In dit gebied had 21,3 procent van de instroom in 2024 een lage welvaart. Onder de uitstroom was dit 17,0 procent. Het instroomeffect was in 2024 (afgerond) 0,3 en het uitstroomeffect (afgerond) 0,1. De in- en uitstroom zorgden samen voor een verhoging van het prevalentiepercentage van lage welvaart van 0,3 procentpunt.

Op 1 januari 2024 had 18,6 procent van de 12-plussers in Den Haag Zuidwest het jaar daarvoor een lage welvaart. De in- en uitstroom in 2024 zorgde voor een verhoging van 0,3 procentpunt, waarmee het percentage zou uitkomen op 18,9 procent. Op 1 januari 2025 had echter 18,2 procent van de 12-plussers in 2024 een lage welvaart. Dat betekent dat het resterende verschil van -0,7 procentpunt te wijten is aan de ontwikkeling van het welvaartspercentiel van de bevolking en de verandering van de populatie door sterfte en nieuwe aanwas van 12-jarigen.

In 2024 was het gecombineerde in- en uitstroomeffect het grootst in Den Haag Zuidwest, Schiedam Nieuwland en Oost en Utrecht Overvecht – in deze regio’s steeg daardoor het prevalentiepercentage met 0,3 procentpunt – en in Amsterdam Nieuw-West en Lelystad Oost – gebieden waar het prevalentiepercentage door in- en uitstroom juist met 0,3 procentpunt daalde. In het algemeen werden de grootste verschillen in het prevalentiepercentage tussen de jaren veroorzaakt door ontwikkelingen in de bevolking en was het gecombineerde in-, en uitstroomeffect niet hoger dan 0,5 procent. Alleen in Vlaardingen Westwijk was dit in 2014 en 2023 hoger dan 1 procent.

4.4 Bijdrage van de in- en uitstroom in 2024 per regio aan de ontwikkeling van het percentage dat een lage welvaart had
% van 12-plussers op 1 jan 2024 met lage welvaart in 2023Gecombineerde in-, en uitstroomeffectUitstroomeffectInstroomeffectEffect van ontwikkeling in welvaartspercentiel en verandering van populatie door sterfte en nieuwe aanwas 12-jarigen% van 12-plussers op 1 jan 2025 met lage welvaart in 2024
%%%%%%
Amsterdam Nieuw-West14,3-0,3-0,30,0-1,212,8
Amsterdam Zuidoost14,7-0,1-0,40,3-1,712,9
Amsterdam Overig10,8-0,10,00,0-0,99,8
Arnhem-Oost15,90,10,10,0-0,515,5
Arnhem Overig6,4-0,1-0,40,30,46,7
Breda-Noord10,60,0-0,10,1-0,510,1
Breda Overig3,7-0,1-0,30,20,23,8
Delft-West10,60,1-0,20,3-1,09,7
Delft Overig6,80,2-0,30,5-0,76,3
Den Haag Zuidwest18,60,30,10,3-0,718,2
Den Haag Overig9,30,0-0,40,4-0,39,0
Dordrecht West11,50,0-0,20,2-0,910,6
Dordrecht Overig5,40,1-0,20,3-0,64,9
Eindhoven Woensel Zuid10,00,1-0,10,2-0,39,8
Eindhoven Overig6,9-0,1-0,20,2-0,26,6
Groningen-Noord17,30,2-0,10,3-0,517,0
Groningen Overig7,6-0,1-0,60,50,37,8
Heerlen-Noord10,80,0-0,40,3-0,410,4
Heerlen Overig7,00,0-0,50,40,37,3
Leeuwarden Oost13,7-0,2-0,30,2-0,612,9
Leeuwarden Overig6,00,0-0,40,40,16,1
Lelystad Oost8,5-0,3-0,70,4-0,67,6
Lelystad Overig5,00,1-0,20,4-0,64,5
Nieuwegein Centrale As6,6-0,1-0,20,0-0,65,9
Nieuwegein Overig3,40,1-0,20,30,03,5
Roosendaal Ring8,9-0,2-0,50,30,28,9
Roosendaal Overig3,50,0-0,30,30,13,6
Rotterdam-Zuid15,2-0,1-0,20,1-1,213,9
Rotterdam Overig10,20,0-0,10,1-0,59,7
Schiedam Nieuwland en Oost13,10,30,00,3-1,312,1
Schiedam Overig6,40,1-0,30,4-0,36,2
Tilburg NoordWest13,00,1-0,30,4-1,311,8
Tilburg Overig5,7-0,1-0,40,3-0,15,5
Utrecht Overvecht17,60,30,30,0-1,416,5
Utrecht Overig6,9-0,1-0,20,1-0,46,4
Vlaardingen Westwijk12,8-0,1-0,40,3-0,412,3
Vlaardingen Overig7,30,1-0,20,3-0,66,8
Zaandam-Oost10,80,1-0,40,5-0,710,2
Zaanstad Overig4,40,1-0,30,3-0,14,4