Sociale problematiek en bevolkingsdynamiek in de focusgebieden
Welvaart, criminaliteit en gezondheid in de gebieden van het Nationaal Programma Leefbaarheid en VeiligheidOver deze publicatie
Centraal in dit artikel staat de ontwikkeling van indicatoren voor financiële welvaart, de verdenking van misdrijven en de psychische gezondheid van de bevolking van de twintig zogenoemde focusgebieden van het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid. Hoe verschilt de ontwikkeling tussen deze focusgebieden onderling en ook ten opzichte van de overige gebieden binnen betreffende gemeenten? En wat is het effect van de in- en uitstroom van inwoners op de ontwikkeling in deze gebieden? Verslagperiode is 1 januari 2014 t/m 1 januari 2025
1. Inleiding
In sommige gebieden in Nederland staan de leefbaarheid en veiligheid onder druk, vanwege een samenloop van problemen zoals armoede, gebrek aan scholing, slechte gezondheid, onvoldoende kwaliteit van woningen en onveiligheid. In 2022 is onder het toenmalige kabinet-Rutte IV het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid (NPLV) gestart, waaronder twintig focusgebieden met dergelijke problemen vielen. Het doel van dit programma is een integrale en langdurige aanpak van 15 tot 20 jaar gericht op het verbeteren van veiligheid, gezondheid, kansen op werk en de kwaliteit van wonen (NPLV, 2022, Ministerie van BZK, 2022).
In dit artikel wordt de situatie in deze focusgebieden in kaart gebracht, zowel vóór als na de start van het NPLV. Daarbij gaat de aandacht uit naar de thema’s financiële welvaart, criminaliteit en psychische gezondheid. De focusgebieden worden vergeleken met de overige wijken binnen dezelfde gemeenten. Dit maakt het mogelijk om de situatie in de focusgebieden in perspectief te plaatsen. Ook de bijdrage van de bevolkingsdynamiek aan de ontwikkelingen in focusgebieden wordt in kaart gebracht. De volgende onderzoeksvragen worden beantwoord:
- Hoeveel inwoners van focusgebieden hebben een lage financiële welvaart, zijn geregistreerd als verdachte van een misdrijf of hebben geneesmiddelen voor psychische aandoeningen (psychofarmaca) ontvangen? Hoe verhoudt zich dit tot andere gebieden binnen dezelfde gemeenten?
- Hoe heeft de prevalentie van lage financiële welvaart, verdenking van misdrijven en verstrekking van psychofarmaca in deze gebieden zich in de afgelopen tien jaar ontwikkeld?
- In welke mate dragen nieuwe bewoners en vertrekkende bewoners bij aan veranderingen in de prevalentie van lage financiële welvaart, verdenking van misdrijven en verstrekking van psychofarmaca?
2. Data en methode
2.1 Afbakening en bronnen
Dit onderzoek richt zich op drie groepen: personen met een lage financiële welvaart, (ex-) geregistreerde verdachten en personen die geneesmiddelen voor psychische aandoeningen hebben ontvangen. Voor de analyse zijn registers gebruikt die beschikbaar zijn in het Stelsel van Sociaal-statistische Bestanden (SSB) van het CBS. Het SSB is samengesteld uit een set van integrale overheidsregisters gecombineerd met enquêtes (Bakker, Van Rooijen en Van Toor, 2014).
De cijfers zijn gebaseerd op personen van 12 jaar of ouder. Hiermee wordt aangesloten bij de publicatie van cijfers over geregistreerde verdachten. Omdat het aantal verdachten van criminaliteit één van de drie onderzochte thema’s is, wordt dezelfde leeftijdsgrens ook toegepast voor lage financiële welvaart en verstrekking van psychofarmaca. De resultaten worden uitgesplitst naar focusgebieden, overige gebieden binnen de betreffende gemeente en gemeenten.
De cijfers per regio hebben betrekking op twee verschillende stromen: instromers en uitstromers. Instromers en uitstromers zijn personen die zich op enig moment in het betreffende peiljaar in de betreffende regio vestigen, respectievelijk uit de betreffende regio vertrekken volgens de Basisregistratie Personen. Personen die binnen hetzelfde jaar in- en uitstromen, zijn niet meegerekend als in- en uitstromer (zie par. 2.2). Personen woonachtig in een instelling worden niet gerekend tot de bevolking van de betreffende regio. Personen die vanuit of naar een instelling verhuizen worden als instromer respectievelijk uitstromer gerekend.
De analyses hebben betrekking op de periode 1 januari 2014 t/m 1 januari 2025. De stromen worden weergegeven vanaf 2014, de prevalentiecijfers vanaf 2015. De cijfers worden onderscheiden naar focusgebied en gemeente. De tekst richt zich voornamelijk op de focusgebieden. De situatie voor gemeenten wordt kort beschreven. Alle cijfers zijn (ook voor alle gemeenten) te vinden in de bijbehorende tabellen.
2.2 Kernbegrippen en operationalisatie
Focusgebieden
In twintig stedelijke gebieden die onder het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid vallen,komen problemen op het gebied van onderwijs, armoede, gezondheid, wonen en veiligheid samen die elkaar versterken. Deze stedelijke gebieden zijn verspreid over 19 gemeenten. Het programma beoogt de leefbaarheid en veiligheid in 20 gebieden in Nederland structureel te verbeteren en bij te dragen aan een beter perspectief voor de bewoners.
De cijfers die hier zijn gepresenteerd gaan terug tot 2014 en houden voor alle jaren de gebiedsindeling (buurten en postcodes van de focusgebieden) aan zoals bekend in 2022. In 2025 is een nieuwe gebiedsindeling vastgesteld. Deze nieuwe indeling is niet verwerkt in de gepresenteerde cijfers.
Gemeente
Voor de vergelijkbaarheid tussen de jaren zijn alle cijfers weergegeven volgens de gemeentelijke indeling die geldt op 1 januari 2025. In de overzichten kunnen dus gemeenten voorkomen die in het betreffende peiljaar nog niet bestonden. Een persoon die bijvoorbeeld in 2015 in de toenmalige gemeente Groesbeek woonde (een gemeente die is opgegaan in de gemeente Berg en Dal) is voor peiljaar 2015 ook gerekend als inwoner van de gemeente Berg en Dal.
Instromers
Personen die zich in de regio hebben gevestigd in een particulier huishouden, geoperationaliseerd als personen die op 1 januari van het verslagjaar niet in de regio staan ingeschreven, maar wél op 1 januari van het daaropvolgende jaar. Personen die uit een instelling komen worden gerekend als instromers, ook als het instituut in de betreffende regio gevestigd was.
Uitstromers
Personen die vanuit een particulier huishouden uit de regio zijn vertrokken, geoperationaliseerd als personen die op 1 januari van het verslagjaar in de regio staan ingeschreven, maar niet meer op 1 januari van het daaropvolgende jaar. Personen die naar een instituut verhuizen worden gerekend als uitstromers. Personen die zijn overleden worden niet gerekend als uitstromers.
Blijvers
Personen die in de regio zijn gebleven, geoperationaliseerd als personen die zowel op 1 januari van het verslagjaar als op 1 januari van het daaropvolgende jaar in de regio staan ingeschreven.
Lage welvaart
Dit betreft de financiële welvaart van een particulier huishouden, welke is gebaseerd op het vermogen op 1 januari van het verslagjaar en het gestandaardiseerde jaarinkomen van het huishouden in dat jaar (CBS, 2025). De gegevens zijn afkomstig van onder andere administraties van de Belastingdienst. In dit onderzoek wordt de financiële welvaart als “laag” beschouwd indien het huishouden behoort tot de 10 procent huishoudens in Nederland met de laagste financiële welvaart (inclusief studentenhuishoudens, exclusief de institutionele bevolking). Deze indicator geeft dus voor ieder jaar afzonderlijk de welvaart relatief weer ten opzichte van de rest van Nederland.
Uitwonende studenten vormen een bijzondere groep: ze hebben vrijwel allemaal een lage welvaart, en als ze verhuizen is dat hoofdzakelijk voor hun studie naar studentensteden. Omdat deze groep niet tot de doelgroep van het NPLV behoort zijn diegenen die aan het begin óf aan het einde van het peiljaar student waren niet meegenomen in de resultatenparagraaf over welvaart in deze publicatie. De cijfers voor de totale populatie inclusief de uitwonende studenten zijn wel opgenomen in de tabellenbijlage.
Verdacht van een misdrijf
Persoon die door de politie als verdachte van een misdrijf is geregistreerd. Het betreft de personen die geregistreerd zijn in het Nederlandse registratiesysteem Basis Voorziening Handhaving (BVH) van de politie. Een misdrijf is een strafbaar feit van de zwaardere soort, dat als zodanig is aangeduid in de strafwetten. Overige strafbare feiten (overtredingen) worden dus buiten beschouwing gelaten. De verschillende soorten misdrijven zijn: vermogensmisdrijven, vernielingen, gewelds- en seksuele misdrijven, verkeersmisdrijven, drugsmisdrijven, vuurwapenmisdrijven en overige misdrijven. Deze worden in deze analyse ook afzonderlijk bekeken, waarbij over de categorie ‘overig’ niet afzonderlijk wordt gepubliceerd. Een persoon die verdacht is geweest van verschillende soorten misdrijven wordt bij ieder misdrijf meegeteld. Bij het totaal komt iedere verdachte slechts één keer voor, ongeacht hoe vaak hij verdacht is geweest en van hoeveel verschillende soorten misdrijven.
In deze analyse is berekend of iemand in het peiljaar of de vier jaren daaraan voorafgaand verdacht is geweest van een misdrijf. De periode van vijf jaar sluit aan bij de Rijkswet op het Nederlanderschap, waarin ervanuit wordt gegaan dat iemand die minstens vijf jaar geen misdrijven heeft gepleegd, heeft laten zien dat hij/zij zich houdt aan de rechtsorde (IND, 2025).
Psychofarmaca gekregen
Als indicator voor psychische problemen is gekeken of een persoon op enig moment in het peiljaar psychofarmaca verstrekt heeft gekregen behorende tot de psycholeptica (ATC N05), antidepressiva (N06A) of middelen bij verslaving (N07B). De data zijn afkomstig van Zorginstituut Nederland en worden gebruikt bij de risicoverevening. Het betreft door apothekers verstrekte medicijnen die vergoed zijn door de basisverzekering, exclusief verstrekkingen door ziekenhuizen en verpleeghuizen (Wet langdurige zorg), inclusief verstrekkingen door poliklinische ziekenhuisapotheken.
Omdat gegevens over 2024 op het moment van deze analyse nog niet beschikbaar waren is 2023 het meest recente peiljaar voor deze indicator.
De indicatoren voor lage welvaart, verdenking van een misdrijf en psychische problemen zijn niet onafhankelijk. Er zijn personen die aan geen enkele indicator voldoen: ze hebben geen lage welvaart, zijn niet verdacht van een misdrijf en hebben ook geen psychofarmaca ontvangen. Daarnaast zijn er personen die voldoen aan slechts één indicator. Zij hebben bijvoorbeeld een lage welvaart, maar zijn niet verdacht van een misdrijf en hebben ook geen psychofarmaca ontvangen. Ook zijn er personen die aan twee of alle drie de indicatoren voldoen. De percentages in de resultatenparagrafen hebben betrekking op de totale groep personen die voldoet aan een indicator, dus ongeacht de twee overige indicatoren. De omvang van de overlap tussen de drie indicatoren komt aan de orde in de discussie van dit artikel en in bijlage 2.
2.3 De stromen en berekening van hun effect op de prevalentiecijfers per regio
In deze analyse staan verschillende stromen centraal. Deze worden voor de focusgebieden en de overige gebieden van de betreffende gemeenten, en ook voor alle gemeenten apart, per peiljaar in de bijlagetabellen onderscheiden, waarover bij ieder thema de cijfers gegeven worden.
Het gaat om het aantal inwoners dat op 31 december van het peiljaar 12 jaar of ouder is en:
- het hele jaar in de regio heeft gewoond (blijvers)
- is ingestroomd vanuit een andere regio in Nederland
- is ingestroomd vanuit het buitenland
- is uitgestroomd naar een andere regio in Nederland
- is uitgestroomd naar het buitenland
De stromen 1, 2 en 3 tellen op tot het aantal inwoners van 12 jaar of ouder aan het einde van het peiljaar. Deze stand geldt als benadering van het aantal 12-plussers per 1 januari van het daaropvolgende jaar; personen die op 1 januari zelf 12 werden, zijn hierin niet meegenomen.
Voor iedere stroom is het aantal personen berekend dat voldoet aan het kenmerk (lage welvaart, verdacht geweest of psychofarmaca gekregen). Het prevalentiepercentage aan het einde van het peiljaar wordt bepaald door het aantal personen in de stromen 1, 2 en 3 dat voldoet aan het kenmerk. De ontwikkeling van het prevalentiecijfer in een jaar is onder andere afhankelijk van het aantal personen met het kenmerk in de instroom, uitstroom en blijvers en de omvang van deze groepen. In deze analyse is de afzonderlijke bijdrage van de instromers (instroomeffect) en uitstromers (uitstroomeffect) binnen het peiljaar in kaart gebracht (zie bijlage 1 voor berekeningswijze). Bij de ontwikkeling van jaar op jaar speelt ook de ontwikkeling van het kenmerk in de bevolking mee.
3. Bevolkingsomvang
Begin 2025 woonden in Nederland bijna 1,2 miljoen mensen in een focusgebied. Van deze inwoners waren er 1 miljoen 12 jaar of ouder, 98 duizend daarvan waren in 2024 ingestroomd. Van degenen die begin 2025 twaalf jaar of ouder waren (of zouden zijn geweest) én begin 2024 in een focusgebied woonden zijn er 93 duizend in 2024 uitgestroomd en 8 duizend overleden (zie tabellenbijlage ‘Verhuisstromen Demografie ‘voor uitgebreidere cijfers).
3.1 Bevolkingsomvang en in- en uitstroom per gebied
Van de focusgebieden heeft Rotterdam-Zuid verreweg het grootste aantal inwoners en Vlaardingen Westwijk het kleinste. Zo woonden er op 1 januari 2025 in Rotterdam-Zuid 183 duizend personen van 12 jaar of ouder, in Vlaardingen Westwijk waren dat er 12 duizend. Ook in Amsterdam zijn twee relatief grote focusgebieden: Nieuw-West met 143 duizend 12-plussers en Zuidoost met 82 duizend 12-plussers.
De instroom van nieuwe bewoners is in de focusgebieden relatief groot. Gemiddeld is 9,3 procent van de 12-plussers die begin 2025 in een focusgebied woonden in 2024 naar dat gebied verhuisd. Ter vergelijking: voor de niet-focusgebieden in de betreffende gemeenten is dit 6,9 procent. In Eindhoven Woensel Zuid en Groningen-Noord was dit percentage het hoogst (15 resp. 14 procent), en in Heerlen-Noord en Nieuwegein Centrale As het laagst (beide 6 procent).
Ook de uitstroom uit de focusgebieden is relatief groot. Gemiddeld is 8,8 procent van de 12-plussers die begin 2024 in een focusgebied woonden in 2024 uit dat gebied verhuisd. Bij de niet-focusgebieden is dat gemiddeld 6,7 procent.
| Focusgebied | Woonde er in heel 2024 (Aantal inwoners van 12 jaar of ouder (x 1000)) | Ingestroomd vanuit een andere regio in Nederland (Aantal inwoners van 12 jaar of ouder (x 1000)) | Ingestroomd vanuit het buitenland (Aantal inwoners van 12 jaar of ouder (x 1000)) |
|---|---|---|---|
| Amsterdam Nieuw-West | 127 | 11 | 5 |
| Amsterdam Zuidoost | 72 | 6 | 3 |
| Arnhem-Oost | 37 | 3 | 1 |
| Breda-Noord | 45 | 4 | 1 |
| Delft-West | 30 | 3 | 1 |
| Den Haag Zuidwest | 55 | 3 | 2 |
| Dordrecht West | 23 | 2 | 0 |
| Eindhoven Woensel Zuid | 32 | 3 | 2 |
| Groningen-Noord | 48 | 6 | 2 |
| Heerlen-Noord | 46 | 2 | 1 |
| Leeuwarden Oost | 30 | 3 | 0 |
| Lelystad Oost | 28 | 2 | 1 |
| Nieuwegein Centrale As | 22 | 1 | 0 |
| Roosendaal Ring | 31 | 2 | 1 |
| Rotterdam-Zuid | 167 | 11 | 4 |
| Schiedam Nieuwland en Oost | 21 | 2 | 1 |
| Tilburg NoordWest | 34 | 2 | 1 |
| Utrecht Overvecht | 27 | 3 | 1 |
| Vlaardingen Westwijk | 11 | 1 | 0 |
| Zaandam-Oost | 37 | 2 | 1 |
3.2 Ontwikkeling van de bevolkingsomvang
De meeste gebieden die sinds 2022 tot een focusgebied behoren zijn qua bevolkingsomvang gegroeid ten opzichte van 2015. Deze groei ging bij veel focusgebieden ongeveer gelijk op met die in de overige gebieden van de betreffende gemeenten.
De focusgebieden Amsterdam Nieuw-West, Amsterdam Zuidoost en Eindhoven Woensel Zuid zijn met een groei van 16, 16 en 14 procent het sterkst gegroeid. De focusgebieden in Delft, Dordrecht, Leeuwarden en Vlaardingen zijn in de periode 2015 tot 2022 gekrompen, en daarna gegroeid. Ook Heerlen-Noord kromp, met 2,4 procent in 2025 ten opzichte van 2015. Hier bleef de groei achterwege.

| Gebied | Index2015 | Index2016 | Index2017 | Index2018 | Index2019 | Index2020 | Index2021 | Index2022 | Index2023 | Index2024 | Index2025 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Amsterdam Nieuw-West | 100 | 101,4 | 103,3 | 106,8 | 108,3 | 109,9 | 109,7 | 111,2 | 112,9 | 114,5 | 116,2 |
| Amsterdam Zuidoost | 100 | 101,7 | 104,4 | 105,3 | 106,2 | 108,2 | 108,8 | 110,2 | 111,9 | 115,1 | 116,2 |
| Amsterdam Overig | 100 | 101,3 | 102,7 | 104 | 105,2 | 106,5 | 106,8 | 108,3 | 110,7 | 112,7 | 113 |
| Arnhem-Oost | 100 | 100 | 100,2 | 100,3 | 101,8 | 103,4 | 104,8 | 104,8 | 105 | 106 | 107 |
| Arnhem Overig | 100 | 101,4 | 103,1 | 104,8 | 106,5 | 108,2 | 109,4 | 111 | 113 | 114,1 | 115 |
| Breda-Noord | 100 | 100,1 | 101,4 | 102,8 | 102,5 | 102,1 | 102 | 102 | 103,5 | 105,2 | 106,3 |
| Breda Overig | 100 | 100,6 | 100,8 | 101,4 | 102,2 | 102,7 | 103,3 | 103,8 | 104,9 | 105,7 | 106,1 |
| Delft-West | 100 | 98,9 | 98,2 | 97,5 | 98,2 | 97,9 | 97,7 | 97,2 | 98,8 | 104 | 104,6 |
| Delft Overig | 100 | 100,3 | 100,9 | 102,9 | 104,1 | 105,1 | 105,3 | 107 | 108,3 | 111,2 | 111,7 |
| Den Haag Zuidwest | 100 | 101,3 | 101,8 | 103,7 | 105,2 | 107,5 | 106,9 | 106,9 | 108,5 | 109,9 | 110,9 |
| Den Haag Overig | 100 | 100,9 | 102 | 103,6 | 104,8 | 106,9 | 108,2 | 109,6 | 111,4 | 112,3 | 113,4 |
| Dordrecht West | 100 | 100 | 99,2 | 98,7 | 98,2 | 98,2 | 98,1 | 98,8 | 99,2 | 99,9 | 101,3 |
| Dordrecht Overig | 100 | 100 | 100,8 | 100,7 | 101,1 | 101,8 | 102 | 102,3 | 104,4 | 105,1 | 105,6 |
| Eindhoven Woensel Zuid | 100 | 101,3 | 100,9 | 101,6 | 101,7 | 102,9 | 103,4 | 105,3 | 110,7 | 112,9 | 113,7 |
| Eindhoven Overig | 100 | 100,8 | 102,2 | 103,6 | 105,2 | 106,6 | 107,3 | 108,5 | 110,3 | 111,5 | 112,7 |
| Groningen-Noord | 100 | 100,2 | 100,5 | 101,3 | 101,7 | 102 | 101,6 | 102,1 | 103,2 | 106,2 | 106,2 |
| Groningen Overig | 100 | 100,5 | 101,2 | 101,4 | 102,2 | 103,3 | 103,9 | 104,9 | 106,5 | 109 | 109,7 |
| Heerlen-Noord | 100 | 99,8 | 99,3 | 98,8 | 98,8 | 98,8 | 98,3 | 98 | 97,8 | 97,7 | 97,6 |
| Heerlen Overig | 100 | 100,4 | 99,6 | 99,4 | 99,8 | 100,6 | 100,8 | 101,2 | 102,2 | 102,9 | 103,6 |
| Leeuwarden Oost | 100 | 99,6 | 99,5 | 98,7 | 99 | 98,9 | 98,5 | 99,2 | 99,3 | 99,9 | 100,5 |
| Leeuwarden Overig | 100 | 100,5 | 101,3 | 102,1 | 103 | 104,6 | 105,6 | 106,7 | 108,8 | 110,6 | 111,8 |
| Lelystad Oost | 100 | 100,6 | 100,8 | 100,9 | 102,1 | 102,7 | 104 | 105,4 | 108,2 | 109,5 | 110 |
| Lelystad Overig | 100 | 100,6 | 101,3 | 102,9 | 104,1 | 105,8 | 107,9 | 110,4 | 112,5 | 114,2 | 115,6 |
| Nieuwegein Centrale As | 100 | 101 | 101,4 | 102,6 | 103,6 | 104,2 | 104 | 104,2 | 105,9 | 106,9 | 106,8 |
| Nieuwegein Overig | 100 | 101,1 | 101 | 102 | 103,2 | 103,9 | 105,4 | 107 | 108,3 | 109 | 111,3 |
| Roosendaal Ring | 100 | 101,1 | 101,4 | 101,9 | 102 | 102,9 | 103,1 | 103,2 | 104,7 | 104,3 | 104,9 |
| Roosendaal Overig | 100 | 100,2 | 100,4 | 99,8 | 100,2 | 100,4 | 100,7 | 101 | 100,7 | 100,8 | 100,9 |
| Rotterdam-Zuid | 100 | 100,9 | 101,4 | 102,4 | 103,7 | 105,3 | 105,7 | 106,4 | 107,8 | 108,8 | 110,1 |
| Rotterdam Overig | 100 | 100,7 | 101,6 | 102,3 | 103,1 | 104,2 | 104,6 | 105,5 | 106,9 | 108,2 | 108,4 |
| Schiedam Nieuwland en Oost | 100 | 100,2 | 101,7 | 101,3 | 100,4 | 101,1 | 101,2 | 100,9 | 101,6 | 103,9 | 105,4 |
| Schiedam Overig | 100 | 100,5 | 101,5 | 101,7 | 102,3 | 103,4 | 104,3 | 105,2 | 106,4 | 107,5 | 107,9 |
| Tilburg NoordWest | 100 | 100,5 | 100,7 | 102,4 | 103,9 | 104,8 | 104,4 | 105,4 | 106,1 | 106,4 | 106,9 |
| Tilburg Overig | 100 | 101,2 | 101,7 | 102,6 | 103,6 | 105,3 | 106,1 | 107,5 | 109,3 | 110,5 | 110,8 |
| Utrecht Overvecht | 100 | 101,6 | 101,7 | 101,5 | 101,8 | 101,8 | 101,8 | 103,4 | 104,5 | 105,3 | 107,5 |
| Utrecht Overig | 100 | 101,7 | 103,1 | 104,8 | 106,8 | 108,5 | 109,4 | 110,3 | 112,9 | 115,4 | 116,2 |
| Vlaardingen Westwijk | 100 | 99,2 | 98,6 | 97,7 | 97,6 | 99 | 100 | 100,4 | 99,9 | 109 | 110,1 |
| Vlaardingen Overig | 100 | 100 | 100,3 | 100,5 | 101 | 102,4 | 103,2 | 103,4 | 104,9 | 105,1 | 106,4 |
| Zaandam-Oost | 100 | 101,2 | 101,7 | 102,6 | 103,7 | 104,1 | 103,8 | 104,2 | 105,5 | 106,9 | 107,4 |
| Zaanstad Overig | 100 | 100,7 | 101,7 | 102,5 | 103 | 103,8 | 104,1 | 104,3 | 105,7 | 107 | 108 |
| 1)Stand op 1 januari | |||||||||||
De jaarlijkse groei of krimp verliep in vrijwel alle focusgebieden gestaag, met maximaal 3 procent per jaar. In Eindhoven Woensel Zuid was de bevolkingstoename in 2022 echter fors; begin 2023 was het aantal inwoners van 12 jaar of ouder 5 procent hoger dan een jaar eerder. Dit kwam voornamelijk door een relatief grote instroom van mensen uit het buitenland. De gebieden Delft-West en Vlaardingen Westwijk groeiden in 2023 sterk met 5 respectievelijk 9 procent. In Vlaardingen Westwijk kwam dit door een grote instroom van Oekraïners in 2023 (42 procent van de instroom kwam uit Oekraïne).
De focusgebieden in Amsterdam, Roosendaal, Rotterdam en Vlaardingen groeiden iets sterker dan de niet-focusgebieden in hun gemeenten.
4. Personen met lage financiële welvaart
Van de 12-plussers die op 1 januari 2025 in Nederland woonden had 5,4 procent in 2024 een lage welvaart. Dat zijn 819 duizend personen. Daarvan woonden er 122 duizend in een van de focusgebieden.
4.1 Prevalentie
In de meeste focusgebieden heeft 10 tot 13 procent van de 12-plussers een lage welvaart. In Den Haag Zuidwest wonen relatief de meeste mensen met een lage welvaart (18,2 procent). Ook in Groningen Noord, Utrecht Overvecht, Arnhem Oost en Rotterdam Zuid is dit percentage met meer dan 13 procent relatief hoog ten opzichte van de andere focusgebieden. In het focusgebied Nieuwegein Centrale As wonen relatief de minste personen met een lage welvaart.
In alle gemeenten met een of meer focusgebieden wonen er in de focusgebieden relatief meer inwoners met een lage financiële welvaart dan in de rest van de gemeente. In Den Haag, Groningen, Utrecht en Arnhem waren de verschillen het grootst, in deze gebieden was het percentage minstens 8 procentpunten hoger. In Nieuwegein was het verschil het kleinst.
| Gemeente | % van 12-plussers (excl studenten) met lage financiële welvaart in 2024 (% van 12-plussers (excl studenten) met lage financiële welvaart in 2024) |
|---|---|
| Amsterdam Nieuw-West | 12,8 |
| Amsterdam Zuidoost | 12,9 |
| Amsterdam Overig | 9,8 |
| Arnhem-Oost | 15,5 |
| Arnhem Overig | 6,7 |
| Breda-Noord | 10,1 |
| Breda Overig | 3,8 |
| Delft-West | 9,7 |
| Delft Overig | 6,3 |
| Den Haag Zuidwest | 18,2 |
| Den Haag Overig | 9 |
| Dordrecht West | 10,6 |
| Dordrecht Overig | 4,9 |
| Eindhoven Woensel Zuid | 9,8 |
| Eindhoven Overig | 6,6 |
| Groningen-Noord | 17 |
| Groningen Overig | 7,8 |
| Heerlen-Noord | 10,4 |
| Heerlen Overig | 7,3 |
| Leeuwarden Oost | 12,9 |
| Leeuwarden Overig | 6,1 |
| Lelystad Oost | 7,6 |
| Lelystad Overig | 4,5 |
| Nieuwegein Centrale As | 5,9 |
| Nieuwegein Overig | 3,5 |
| Roosendaal Ring | 8,9 |
| Roosendaal Overig | 3,6 |
| Rotterdam-Zuid | 13,9 |
| Rotterdam Overig | 9,7 |
| Schiedam Nieuwland en Oost | 12,1 |
| Schiedam Overig | 6,2 |
| Tilburg NoordWest | 11,8 |
| Tilburg Overig | 5,5 |
| Utrecht Overvecht | 16,5 |
| Utrecht Overig | 6,4 |
| Vlaardingen Westwijk | 12,3 |
| Vlaardingen Overig | 6,8 |
| Zaandam-Oost | 10,2 |
| Zaanstad Overig | 4,4 |
| 1)Voorlopige cijfers | |
4.2 Ontwikkeling
De meeste focusgebieden hadden tot 2023 een vrij stabiele welvaart, met een verbetering in de laatste twee jaren. In een aantal gebieden, waaronder Arnhem, kwam het cijfer daardoor dichter bij de rest van de gemeente. In andere gemeenten is dezelfde verbetering in 2023 en 2024 ook te zien bij de niet-focusgebieden waardoor de verschillen tussen focusgebieden en niet-focusgebieden even groot bleven.
In de periode 2015-2025 is in de focusgebieden in Schiedam en Lelystad en Amsterdam Zuidoost over de hele periode een dalende trend te zien van het percentage personen met een lage welvaart. Vooral in Schiedam kwam de welvaart daardoor dichter in de buurt van de overige gebieden.
In de focusgebieden in Heerlen, Den Haag, Groningen, Tilburg en Leeuwarden, was er in de periode 2015 tot 2023 juist een stijging, maar is het cijfer daarna gedaald. In Vlaardingen Westwijk was er in 2023 juist een stijging van lage welvaart.

| Gebied | 2015 | 2016 | 2017 | 2018 | 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Amsterdam Nieuw-West | 13,2 | 13,3 | 13,6 | 13,4 | 13,1 | 13,2 | 13 | 13,3 | 13,2 | 14,3 | 12,8 |
| Amsterdam Zuidoost | 15,7 | 15,1 | 15,1 | 14,5 | 14,1 | 14,3 | 14,5 | 14,6 | 13,4 | 14,7 | 12,9 |
| Amsterdam Overig | 11,3 | 11 | 10,9 | 10,4 | 10,3 | 10,3 | 10 | 10,3 | 9,7 | 10,8 | 9,8 |
| Arnhem-Oost | 17,5 | 17,7 | 18,4 | 18,3 | 18,5 | 18,3 | 18,5 | 18,8 | 18,2 | 15,9 | 15,5 |
| Arnhem Overig | 6,7 | 6,8 | 6,9 | 7 | 7,2 | 7,1 | 6,9 | 6,9 | 6,9 | 6,4 | 6,7 |
| Breda-Noord | 11,1 | 11,2 | 11,5 | 11,3 | 11,4 | 11,3 | 11,3 | 11,5 | 11,6 | 10,6 | 10,1 |
| Breda Overig | 3,8 | 3,8 | 3,7 | 3,6 | 3,5 | 3,7 | 3,6 | 3,6 | 3,9 | 3,7 | 3,8 |
| Delft-West | 10,4 | 10,7 | 11,1 | 10,7 | 10,6 | 10,9 | 11,1 | 10,9 | 12 | 10,6 | 9,7 |
| Delft Overig | 6,6 | 6,6 | 6,7 | 6,9 | 6,7 | 7 | 6,7 | 6,9 | 7,2 | 6,8 | 6,3 |
| Den Haag Zuidwest | 18,1 | 18,3 | 18,8 | 19,2 | 19,5 | 19,6 | 19,4 | 19,6 | 20,4 | 18,6 | 18,2 |
| Den Haag Overig | 10,4 | 10,2 | 10,3 | 9,7 | 9,8 | 9,9 | 9,5 | 9,5 | 9,9 | 9,3 | 9 |
| Dordrecht West | 12,1 | 12,2 | 12,4 | 12,2 | 11,9 | 12,1 | 12 | 11,8 | 12,2 | 11,5 | 10,6 |
| Dordrecht Overig | 5,2 | 5,1 | 5,5 | 5,4 | 5,3 | 5,4 | 5,1 | 5,2 | 5,3 | 5,4 | 4,9 |
| Eindhoven Woensel Zuid | 10,3 | 10,7 | 10,7 | 10,7 | 10,5 | 10,6 | 10,9 | 10,4 | 10,8 | 10 | 9,8 |
| Eindhoven Overig | 7,2 | 7,1 | 7,3 | 7 | 7,1 | 7,1 | 7,1 | 7 | 7,6 | 6,9 | 6,6 |
| Groningen-Noord | 15,7 | 16,2 | 17,2 | 17,6 | 18 | 18,2 | 18,5 | 18,4 | 18,4 | 17,3 | 17 |
| Groningen Overig | 7,4 | 7,3 | 7,5 | 7,7 | 7,6 | 7,7 | 7,5 | 7,6 | 7,7 | 7,6 | 7,8 |
| Heerlen-Noord | 9,9 | 9,8 | 10,1 | 10 | 10,4 | 10,6 | 11,3 | 11,5 | 12 | 10,8 | 10,4 |
| Heerlen Overig | 5,9 | 5,8 | 5,9 | 5,9 | 6,4 | 6,6 | 6,9 | 7,4 | 7,7 | 7 | 7,3 |
| Leeuwarden Oost | 12,7 | 12,8 | 13,1 | 13,4 | 14 | 14,3 | 14,7 | 14,8 | 14,4 | 13,7 | 12,9 |
| Leeuwarden Overig | 5,9 | 5,9 | 5,9 | 6,2 | 6,4 | 6,4 | 6,3 | 6,2 | 6,4 | 6 | 6,1 |
| Lelystad Oost | 10,4 | 10 | 9,7 | 9,8 | 9,2 | 8,8 | 9 | 8,7 | 9,6 | 8,5 | 7,6 |
| Lelystad Overig | 5,7 | 5,6 | 4,9 | 5 | 5 | 5 | 4,9 | 5 | 5,4 | 5 | 4,5 |
| Nieuwegein Centrale As | 6,9 | 6,7 | 6,5 | 6,7 | 6,5 | 6,4 | 6,4 | 6,8 | 7,1 | 6,6 | 5,9 |
| Nieuwegein Overig | 3,1 | 3,1 | 2,9 | 2,8 | 3,2 | 3 | 3,1 | 3,2 | 3,4 | 3,4 | 3,5 |
| Roosendaal Ring | 8,9 | 9,1 | 9,5 | 9,4 | 9,4 | 9,7 | 9,6 | 9,6 | 9,6 | 8,9 | 8,9 |
| Roosendaal Overig | 3,4 | 3,4 | 3,4 | 3,4 | 3,6 | 3,8 | 3,9 | 3,6 | 3,7 | 3,5 | 3,6 |
| Rotterdam-Zuid | 15,8 | 15,8 | 16,1 | 15,8 | 15,9 | 15,8 | 15,8 | 15,5 | 15,6 | 15,2 | 13,9 |
| Rotterdam Overig | 10,9 | 10,8 | 10,8 | 10,6 | 10,5 | 10,4 | 10,4 | 10,4 | 10,4 | 10,2 | 9,7 |
| Schiedam Nieuwland en Oost | 16,1 | 16,5 | 16,1 | 15,9 | 15,4 | 15,1 | 13,9 | 14 | 13,8 | 13,1 | 12,1 |
| Schiedam Overig | 6,6 | 6,7 | 6,5 | 6,8 | 6,6 | 6,7 | 6,3 | 6,5 | 6,9 | 6,4 | 6,2 |
| Tilburg NoordWest | 12,2 | 12,4 | 12,6 | 13 | 12,9 | 12,7 | 13,3 | 13,4 | 14,4 | 13 | 11,8 |
| Tilburg Overig | 6,1 | 6 | 5,9 | 5,8 | 5,8 | 5,9 | 5,8 | 5,7 | 6 | 5,7 | 5,5 |
| Utrecht Overvecht | 16,4 | 16,7 | 16,9 | 17,9 | 17,6 | 18 | 18 | 17,4 | 17,7 | 17,6 | 16,5 |
| Utrecht Overig | 7,3 | 7,2 | 7,3 | 7,2 | 7 | 6,9 | 6,6 | 6,4 | 6,8 | 6,9 | 6,4 |
| Vlaardingen Westwijk | 11,4 | 10,5 | 10,9 | 10,7 | 10,7 | 10,3 | 10,6 | 10,9 | 11,7 | 12,8 | 12,3 |
| Vlaardingen Overig | 7,1 | 7 | 7,3 | 7,2 | 7,3 | 7,2 | 7,3 | 7,4 | 8 | 7,3 | 6,8 |
| Zaandam-Oost | 10,8 | 11,4 | 12,1 | 11,8 | 11,9 | 11,8 | 11,8 | 11,7 | 11,7 | 10,8 | 10,2 |
| Zaanstad Overig | 4,3 | 4,2 | 4,1 | 4,1 | 4,2 | 4,3 | 4,3 | 4,6 | 4,7 | 4,4 | 4,4 |
| 1)Stand op 1 januari onder 12-plussers (exclusief studenten) in het desbetreffende jaar (2025 betreft voorlopige cijfers) | |||||||||||
Lage welvaart per gemeente
Amsterdam, Rotterdam en Den Haag hadden begin 2025 het hoogste percentage 12-plussers met een lage welvaart van alle gemeenten in Nederland. Deze gemeenten als geheel zaten met een prevalentiepercentage van 10 à 11 procent op het niveau van de meeste focusgebieden. In de gemeenten Bergeijk, Dinkelland, Tubbergen en Urk was dit het laagst. Minder dan 2 procent van de 12-plussers had hier een lage financiële welvaart.
Rotterdam, Amsterdam en Den Haag hebben in de hele beschouwde periode (vanaf 2015) de meeste inwoners met lage welvaart gehad.
4.3 Nieuwe inwoners
In de meeste focusgebieden lag in 2024 het percentage van de instromende bewoners dat een lage welvaart had tussen de 13 en 17. In Den Haag Zuidwest (21,3), Groningen-Noord (20,3) en Zaandam-Oost (17,3) lag dit hoger. In Breda-Noord, Eindhoven Woensel Zuid en Nieuwegein Centrale As lag dit lager, met respectievelijk 11,3, 11,2 en 6,7 procent.
Bij vrijwel alle gemeenten zitten er bij de instromers in de focusgebieden relatief meer mensen met een lage welvaart dan bij de instromers in de overige gebieden. In Utrecht, Den Haag, Amsterdam en Zaanstad scheelde dit minstens 6 procent. Alleen in Nieuwegein was het juist andersom en bevatte de instroom in de overige gebieden juist iets meer mensen met een lage welvaart.
| Gemeente | % van instromers met lage welvaart in 2024 (% van ingestroomde 12-plussers (excl studenten) met lage financiële welvaart in 2024) |
|---|---|
| Amsterdam Nieuw-West | 13,1 |
| Amsterdam Zuidoost | 15,9 |
| Amsterdam Overig | 9,6 |
| Arnhem-Oost | 15,1 |
| Arnhem Overig | 11,6 |
| Breda-Noord | 11,3 |
| Breda Overig | 8,6 |
| Delft-West | 13,0 |
| Delft Overig | 12,9 |
| Den Haag Zuidwest | 21,3 |
| Den Haag Overig | 15,0 |
| Dordrecht West | 13,6 |
| Dordrecht Overig | 11,5 |
| Eindhoven Woensel Zuid | 11,2 |
| Eindhoven Overig | 9,2 |
| Groningen-Noord | 20,3 |
| Groningen Overig | 15,8 |
| Heerlen-Noord | 16,2 |
| Heerlen Overig | 13,2 |
| Leeuwarden Oost | 15,4 |
| Leeuwarden Overig | 14,2 |
| Lelystad Oost | 13,0 |
| Lelystad Overig | 10,6 |
| Nieuwegein Centrale As | 6,7 |
| Nieuwegein Overig | 7,5 |
| Roosendaal Ring | 13,4 |
| Roosendaal Overig | 10,8 |
| Rotterdam-Zuid | 15,2 |
| Rotterdam Overig | 11,9 |
| Schiedam Nieuwland en Oost | 14,8 |
| Schiedam Overig | 13,3 |
| Tilburg NoordWest | 17,0 |
| Tilburg Overig | 11,9 |
| Utrecht Overvecht | 16,4 |
| Utrecht Overig | 8,3 |
| Vlaardingen Westwijk | 16,3 |
| Vlaardingen Overig | 12,2 |
| Zaandam-Oost | 17,3 |
| Zaanstad Overig | 11,2 |
| 1)Voorlopige cijfers | |
Lage welvaart in de instroom per gemeente
In 15 gemeenten ligt het percentage instromers met een lage welvaart in 2024 hoger dan het niveau van de meeste focusgebieden. In 4 gemeenten was dit zelfs hoger dan het percentage in Den Haag Zuidwest. Enschede, Winterswijk, Pekela en Terneuzen behoorden in minstens 7 van de beschouwde jaren tot de 10 gemeenten met de minst welvarende instroom.
4.4 Bijdrage bevolkingsdynamiek
In deze paragraaf wordt, eerst aan de hand van een voorbeeld, beschreven in hoeverre in- en uitstromers bijdragen aan het verschil in welvaart van een regio tussen de opeenvolgende jaren.
Als voorbeeld dient focusgebied Den Haag Zuidwest, waar het percentage personen met lage welvaart in alle jaren het hoogst was van alle focusgebieden. In dit gebied had 21,3 procent van de instroom in 2024 een lage welvaart. Onder de uitstroom was dit 17,0 procent. Het instroomeffect was in 2024 (afgerond) 0,3 en het uitstroomeffect (afgerond) 0,1. De in- en uitstroom zorgden samen voor een verhoging van het prevalentiepercentage van lage welvaart van 0,3 procentpunt.
Op 1 januari 2024 had 18,6 procent van de 12-plussers in Den Haag Zuidwest het jaar daarvoor een lage welvaart. De in- en uitstroom in 2024 zorgde voor een verhoging van 0,3 procentpunt, waarmee het percentage zou uitkomen op 18,9 procent. Op 1 januari 2025 had echter 18,2 procent van de 12-plussers in 2024 een lage welvaart. Dat betekent dat het resterende verschil van -0,7 procentpunt te wijten is aan de ontwikkeling van het welvaartspercentiel van de bevolking en de verandering van de populatie door sterfte en nieuwe aanwas van 12-jarigen.
In 2024 was het gecombineerde in- en uitstroomeffect het grootst in Den Haag Zuidwest, Schiedam Nieuwland en Oost en Utrecht Overvecht – in deze regio’s steeg daardoor het prevalentiepercentage met 0,3 procentpunt – en in Amsterdam Nieuw-West en Lelystad Oost – gebieden waar het prevalentiepercentage door in- en uitstroom juist met 0,3 procentpunt daalde. In het algemeen werden de grootste verschillen in het prevalentiepercentage tussen de jaren veroorzaakt door ontwikkelingen in de bevolking en was het gecombineerde in-, en uitstroomeffect niet hoger dan 0,5 procent. Alleen in Vlaardingen Westwijk was dit in 2014 en 2023 hoger dan 1 procent.
| % van 12-plussers op 1 jan 2024 met lage welvaart in 2023 | Gecombineerde in-, en uitstroomeffect | Uitstroomeffect | Instroomeffect | Effect van ontwikkeling in welvaartspercentiel en verandering van populatie door sterfte en nieuwe aanwas 12-jarigen | % van 12-plussers op 1 jan 2025 met lage welvaart in 2024 | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| % | % | % | % | % | % | |
| Amsterdam Nieuw-West | 14,3 | -0,3 | -0,3 | 0,0 | -1,2 | 12,8 |
| Amsterdam Zuidoost | 14,7 | -0,1 | -0,4 | 0,3 | -1,7 | 12,9 |
| Amsterdam Overig | 10,8 | -0,1 | 0,0 | 0,0 | -0,9 | 9,8 |
| Arnhem-Oost | 15,9 | 0,1 | 0,1 | 0,0 | -0,5 | 15,5 |
| Arnhem Overig | 6,4 | -0,1 | -0,4 | 0,3 | 0,4 | 6,7 |
| Breda-Noord | 10,6 | 0,0 | -0,1 | 0,1 | -0,5 | 10,1 |
| Breda Overig | 3,7 | -0,1 | -0,3 | 0,2 | 0,2 | 3,8 |
| Delft-West | 10,6 | 0,1 | -0,2 | 0,3 | -1,0 | 9,7 |
| Delft Overig | 6,8 | 0,2 | -0,3 | 0,5 | -0,7 | 6,3 |
| Den Haag Zuidwest | 18,6 | 0,3 | 0,1 | 0,3 | -0,7 | 18,2 |
| Den Haag Overig | 9,3 | 0,0 | -0,4 | 0,4 | -0,3 | 9,0 |
| Dordrecht West | 11,5 | 0,0 | -0,2 | 0,2 | -0,9 | 10,6 |
| Dordrecht Overig | 5,4 | 0,1 | -0,2 | 0,3 | -0,6 | 4,9 |
| Eindhoven Woensel Zuid | 10,0 | 0,1 | -0,1 | 0,2 | -0,3 | 9,8 |
| Eindhoven Overig | 6,9 | -0,1 | -0,2 | 0,2 | -0,2 | 6,6 |
| Groningen-Noord | 17,3 | 0,2 | -0,1 | 0,3 | -0,5 | 17,0 |
| Groningen Overig | 7,6 | -0,1 | -0,6 | 0,5 | 0,3 | 7,8 |
| Heerlen-Noord | 10,8 | 0,0 | -0,4 | 0,3 | -0,4 | 10,4 |
| Heerlen Overig | 7,0 | 0,0 | -0,5 | 0,4 | 0,3 | 7,3 |
| Leeuwarden Oost | 13,7 | -0,2 | -0,3 | 0,2 | -0,6 | 12,9 |
| Leeuwarden Overig | 6,0 | 0,0 | -0,4 | 0,4 | 0,1 | 6,1 |
| Lelystad Oost | 8,5 | -0,3 | -0,7 | 0,4 | -0,6 | 7,6 |
| Lelystad Overig | 5,0 | 0,1 | -0,2 | 0,4 | -0,6 | 4,5 |
| Nieuwegein Centrale As | 6,6 | -0,1 | -0,2 | 0,0 | -0,6 | 5,9 |
| Nieuwegein Overig | 3,4 | 0,1 | -0,2 | 0,3 | 0,0 | 3,5 |
| Roosendaal Ring | 8,9 | -0,2 | -0,5 | 0,3 | 0,2 | 8,9 |
| Roosendaal Overig | 3,5 | 0,0 | -0,3 | 0,3 | 0,1 | 3,6 |
| Rotterdam-Zuid | 15,2 | -0,1 | -0,2 | 0,1 | -1,2 | 13,9 |
| Rotterdam Overig | 10,2 | 0,0 | -0,1 | 0,1 | -0,5 | 9,7 |
| Schiedam Nieuwland en Oost | 13,1 | 0,3 | 0,0 | 0,3 | -1,3 | 12,1 |
| Schiedam Overig | 6,4 | 0,1 | -0,3 | 0,4 | -0,3 | 6,2 |
| Tilburg NoordWest | 13,0 | 0,1 | -0,3 | 0,4 | -1,3 | 11,8 |
| Tilburg Overig | 5,7 | -0,1 | -0,4 | 0,3 | -0,1 | 5,5 |
| Utrecht Overvecht | 17,6 | 0,3 | 0,3 | 0,0 | -1,4 | 16,5 |
| Utrecht Overig | 6,9 | -0,1 | -0,2 | 0,1 | -0,4 | 6,4 |
| Vlaardingen Westwijk | 12,8 | -0,1 | -0,4 | 0,3 | -0,4 | 12,3 |
| Vlaardingen Overig | 7,3 | 0,1 | -0,2 | 0,3 | -0,6 | 6,8 |
| Zaandam-Oost | 10,8 | 0,1 | -0,4 | 0,5 | -0,7 | 10,2 |
| Zaanstad Overig | 4,4 | 0,1 | -0,3 | 0,3 | -0,1 | 4,4 |
5. Verdachten van misdrijven
Van de 12-plussers die op 1 januari 2025 in Nederland woonden, is 2,8 procent in de periode 2020-2024 verdacht geweest van een misdrijf. Hierbij werd 1,0 procent verdacht van een verkeersmisdrijf, 0,9 procent van een vermogensmisdrijf, 0,8 procent van een geweldsmisdrijf, 0,5 procent van een vernielingsmisdrijf, 0,3 procent van een drugsmisdrijf en 0,2 procent van een wapenmisdrijf.
In totaal ging het om 435 duizend geregistreerde verdachten. Hiervan woonden er 51 duizend in een focusgebied.
5.1 Prevalentie
In de meeste focusgebieden is tussen de 4 en 5,5 procent van de 12-plussers in de periode 2020-2024 verdacht geweest van een misdrijf. Alleen in Den Haag Zuidwest, Rotterdam-Zuid, Amsterdam Zuidoost en Heerlen-Noord ligt dit hoger. In Delft-West woonden relatief de minste verdachten.
Focusgebied Den Haag Zuidwest huisvest bij bijna alle typen misdrijven de meeste verdachten. Uitgesplitst naar typen misdrijven woonden in Amsterdam Zuidoost en Den Haag Zuidwest relatief de meeste verdachten van vermogensmisdrijven. In Arnhem-Oost, Leeuwarden Oost, Den Haag Zuidwest en Heerlen-Noord woonden de meeste verdachten van vernieling. In Den Haag Zuidwest de meeste verdachten van zowel geweldsmisdrijven als verkeersmisdrijven, en in Heerlen-Noord woonden relatief de meeste verdachten van drugsmisdrijven.
In alle gemeenten met focusgebieden wonen er relatief meer verdachten in het focusgebied dan in de rest van de gemeente. Dit geldt voor alle typen misdrijven. In Den Haag Zuidwest, Amsterdam Zuidoost en Heerlen-Noord was het verschil het grootst, in Eindhoven en Delft was het verschil het kleinst.
| Gebied | % van 12-plussers op 1 jan 2025 dat in 2020-2024 verdacht is geweest, misdrijf totaal (% van 12-plussers dat in 2020-2024 verdacht is geweest) | % van 12-plussers op 1 jan 2025 dat in 2020-2024 verdacht is geweest, vermogensmisdrijf (% van 12-plussers dat in 2020-2024 verdacht is geweest) | % van 12-plussers op 1 jan 2025 dat in 2020-2024 verdacht is geweest, vernielingsmisdrijf (% van 12-plussers dat in 2020-2024 verdacht is geweest) | % van 12-plussers op 1 jan 2025 dat in 2020-2024 verdacht is geweest, geweldsmisdrijf (% van 12-plussers dat in 2020-2024 verdacht is geweest) | % van 12-plussers op 1 jan 2025 dat in 2020-2024 verdacht is geweest, verkeersmisdrijf (% van 12-plussers dat in 2020-2024 verdacht is geweest) | % van 12-plussers op 1 jan 2025 dat in 2020-2024 verdacht is geweest, drugsmisdrijf (% van 12-plussers dat in 2020-2024 verdacht is geweest) | % van 12-plussers op 1 jan 2025 dat in 2020-2024 verdacht is geweest, wapenmisdrijf (% van 12-plussers dat in 2020-2024 verdacht is geweest) |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Amsterdam Nieuw-West | 4,7 | 1,9 | 0,8 | 1,4 | 1,3 | 0,6 | 0,3 |
| Amsterdam Zuidoost | 5,7 | 2,4 | 1,0 | 1,7 | 1,5 | 0,7 | 0,4 |
| Amsterdam Overig | 3,3 | 1,3 | 0,6 | 0,9 | 0,9 | 0,4 | 0,1 |
| Arnhem-Oost | 5,4 | 2,1 | 1,2 | 1,5 | 1,6 | 0,8 | 0,4 |
| Arnhem Overig | 3,2 | 1,3 | 0,7 | 0,9 | 0,9 | 0,4 | 0,2 |
| Breda-Noord | 4,3 | 1,5 | 0,8 | 1,1 | 1,4 | 0,7 | 0,2 |
| Breda Overig | 2,0 | 0,6 | 0,3 | 0,5 | 0,8 | 0,2 | 0,1 |
| Delft-West | 3,3 | 1,2 | 0,6 | 1,0 | 1,0 | 0,3 | 0,2 |
| Delft Overig | 2,5 | 0,9 | 0,4 | 0,6 | 0,9 | 0,2 | 0,1 |
| Den Haag Zuidwest | 6,6 | 2,3 | 1,1 | 2,1 | 2,1 | 0,6 | 0,5 |
| Den Haag Overig | 4,0 | 1,4 | 0,7 | 1,1 | 1,4 | 0,4 | 0,3 |
| Dordrecht West | 5,3 | 1,7 | 0,8 | 1,6 | 1,7 | 0,6 | 0,6 |
| Dordrecht Overig | 3,0 | 0,9 | 0,5 | 0,9 | 1,0 | 0,3 | 0,2 |
| Eindhoven Woensel Zuid | 3,7 | 1,4 | 1,0 | 1,2 | 1,1 | 0,6 | 0,3 |
| Eindhoven Overig | 3,0 | 1,0 | 0,7 | 0,8 | 1,0 | 0,4 | 0,2 |
| Groningen-Noord | 3,9 | 1,5 | 0,8 | 1,2 | 1,1 | 0,4 | 0,2 |
| Groningen Overig | 2,6 | 0,9 | 0,5 | 0,7 | 0,8 | 0,2 | 0,1 |
| Heerlen-Noord | 5,5 | 2,1 | 1,1 | 1,7 | 1,8 | 1,2 | 0,5 |
| Heerlen Overig | 3,1 | 1,1 | 0,7 | 0,9 | 0,9 | 0,6 | 0,3 |
| Leeuwarden Oost | 5,0 | 2,1 | 1,2 | 1,4 | 1,5 | 0,6 | 0,3 |
| Leeuwarden Overig | 2,9 | 1,1 | 0,5 | 0,7 | 0,9 | 0,3 | 0,1 |
| Lelystad Oost | 4,2 | 1,5 | 0,6 | 1,2 | 1,4 | 0,4 | 0,3 |
| Lelystad Overig | 3,1 | 1,2 | 0,5 | 0,8 | 1,0 | 0,3 | 0,2 |
| Nieuwegein Centrale As | 3,6 | 1,4 | 0,7 | 0,9 | 1,1 | 0,3 | 0,2 |
| Nieuwegein Overig | 2,5 | 0,9 | 0,4 | 0,6 | 0,9 | 0,2 | 0,1 |
| Roosendaal Ring | 4,0 | 1,3 | 0,8 | 1,1 | 1,2 | 0,8 | 0,3 |
| Roosendaal Overig | 2,1 | 0,6 | 0,4 | 0,6 | 0,7 | 0,3 | 0,1 |
| Rotterdam-Zuid | 5,9 | 2,0 | 1,0 | 1,7 | 1,9 | 0,7 | 0,5 |
| Rotterdam Overig | 3,9 | 1,3 | 0,6 | 1,2 | 1,3 | 0,5 | 0,3 |
| Schiedam Nieuwland en Oost | 5,2 | 1,5 | 0,8 | 1,6 | 1,8 | 0,6 | 0,4 |
| Schiedam Overig | 3,6 | 1,0 | 0,5 | 1,0 | 1,3 | 0,4 | 0,2 |
| Tilburg NoordWest | 4,6 | 1,8 | 0,9 | 1,3 | 1,3 | 0,6 | 0,3 |
| Tilburg Overig | 2,8 | 1,0 | 0,6 | 0,9 | 0,9 | 0,3 | 0,2 |
| Utrecht Overvecht | 4,6 | 1,8 | 0,9 | 1,3 | 1,3 | 0,6 | 0,2 |
| Utrecht Overig | 2,4 | 1,0 | 0,5 | 0,6 | 0,7 | 0,2 | 0,1 |
| Vlaardingen Westwijk | 4,5 | 1,2 | 0,7 | 1,4 | 1,6 | 0,5 | 0,4 |
| Vlaardingen Overig | 3,3 | 1,0 | 0,5 | 1,0 | 1,1 | 0,3 | 0,2 |
| Zaandam-Oost | 5,0 | 1,6 | 0,9 | 1,5 | 1,7 | 0,5 | 0,3 |
| Zaanstad Overig | 3,3 | 1,0 | 0,5 | 1,0 | 1,1 | 0,3 | 0,2 |
5.2 Ontwikkeling
De geregistreerde criminaliteit is gedurende een lange periode tot ongeveer 2018 gedaald en daarna gestagneerd (zie ook Brand, 2025). Dat is ook het geval bij alle focusgebieden en verklaart voor een groot deel het verschil tussen de prevalentiecijfers per jaar. Maar niet in alle regio’s is de daling in de periode 2015-2025 even sterk.
Begin 2015 woonden in Amsterdam Zuidoost en Den Haag Zuidwest relatief verreweg de meeste verdachten. 12 respectievelijk 13 procent van de 12-plussers in 2015 was in de periode 2010-2014 verdacht geweest van een misdrijf. In deze regio’s is het percentage verdachten het sterkst gedaald, al behoorden zij ook in 2025 nog tot de focusgebieden met het hoogste percentage verdachten. Ook in Utrecht Overvecht is het percentage sterk gedaald, relatief gemeten ten opzichte van 2015 heeft dit focusgebied de sterkste daling (van 10,3 naar 4,6 procent). In Heerlen-Noord en Delft-West is het percentage verdachten het minst sterk gedaald.
In veel focusgebieden is het percentage verdachten sterker gedaald dan in de overige gebieden van de betreffende gemeenten, waardoor de verschillen kleiner werden. Voorbeelden hiervan zijn Amsterdam, Arnhem, Schiedam en Utrecht. In enkele gemeenten, waaronder Heerlen, Rotterdam en Vlaardingen, is dit minder sterk het geval en blijven de verschillen tussen focus en niet-focusgebied ongeveer even groot.

| Gebied | 2015 | 2016 | 2017 | 2018 | 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Amsterdam Nieuw-West | 9 | 8,4 | 7,7 | 7 | 6,4 | 6 | 5,7 | 5,3 | 5,1 | 4,9 | 4,7 |
| Amsterdam Zuidoost | 12,2 | 11,5 | 10,7 | 9,8 | 9,1 | 8,1 | 7,6 | 7 | 6,5 | 6 | 5,7 |
| Amsterdam Overig | 6,8 | 6,3 | 5,7 | 5,2 | 4,8 | 4,4 | 4,2 | 3,8 | 3,6 | 3,5 | 3,3 |
| Arnhem-Oost | 10 | 9,7 | 9,3 | 9 | 8,5 | 7,8 | 7,2 | 6,7 | 6,2 | 5,9 | 5,4 |
| Arnhem Overig | 5,3 | 5,2 | 4,9 | 4,7 | 4,4 | 4,2 | 4 | 3,8 | 3,6 | 3,4 | 3,2 |
| Breda-Noord | 8,6 | 8,1 | 7,7 | 7,2 | 6,6 | 6,1 | 5,6 | 5,3 | 4,9 | 4,6 | 4,3 |
| Breda Overig | 4,3 | 4 | 3,7 | 3,4 | 3,1 | 2,9 | 2,6 | 2,4 | 2,2 | 2,2 | 2 |
| Delft-West | 6,2 | 5,8 | 5,4 | 5,2 | 4,9 | 4,7 | 4,4 | 4,1 | 3,9 | 3,7 | 3,3 |
| Delft Overig | 5,3 | 4,9 | 4,5 | 3,9 | 3,5 | 3,3 | 3,1 | 2,9 | 2,7 | 2,6 | 2,5 |
| Den Haag Zuidwest | 13,2 | 12,6 | 11,5 | 10,7 | 9,6 | 8,9 | 8,2 | 7,6 | 7,3 | 7 | 6,6 |
| Den Haag Overig | 9 | 8,3 | 7,6 | 7 | 6,2 | 5,8 | 5,4 | 5 | 4,5 | 4,3 | 4 |
| Dordrecht West | 10,4 | 9,7 | 8,6 | 8,2 | 7,6 | 6,9 | 6,6 | 6,4 | 6 | 5,5 | 5,3 |
| Dordrecht Overig | 6 | 5,5 | 5,3 | 4,8 | 4,2 | 4 | 3,6 | 3,3 | 3,1 | 3 | 3 |
| Eindhoven Woensel Zuid | 6,9 | 6,4 | 5,8 | 5,4 | 5,2 | 5,2 | 4,7 | 4,4 | 4,1 | 3,8 | 3,7 |
| Eindhoven Overig | 5,7 | 5,3 | 5 | 4,6 | 4,3 | 4 | 3,7 | 3,4 | 3,3 | 3,1 | 3 |
| Groningen-Noord | 7,4 | 6,9 | 6,2 | 5,7 | 5,4 | 5 | 4,8 | 4,5 | 4,4 | 4,1 | 3,9 |
| Groningen Overig | 4,9 | 4,5 | 4 | 3,7 | 3,4 | 3,3 | 3,2 | 3 | 2,9 | 2,7 | 2,6 |
| Heerlen-Noord | 8,4 | 7,9 | 7,5 | 7 | 6,6 | 6,3 | 6,1 | 6 | 5,8 | 5,6 | 5,5 |
| Heerlen Overig | 5,3 | 4,8 | 4,4 | 3,8 | 3,7 | 3,6 | 3,6 | 3,4 | 3,2 | 3,2 | 3,1 |
| Leeuwarden Oost | 9,2 | 8,9 | 8,1 | 7,6 | 7,2 | 6,5 | 5,9 | 5,7 | 5,5 | 5,2 | 5 |
| Leeuwarden Overig | 5,2 | 4,9 | 4,6 | 4,2 | 4 | 3,7 | 3,3 | 3,2 | 3 | 3 | 2,9 |
| Lelystad Oost | 8,4 | 8 | 7,6 | 7,2 | 6,8 | 6,2 | 5,8 | 5,2 | 4,9 | 4,5 | 4,2 |
| Lelystad Overig | 6 | 5,5 | 5,2 | 5 | 4,7 | 4,6 | 4,3 | 4,1 | 3,8 | 3,4 | 3,1 |
| Nieuwegein Centrale As | 6,6 | 6,2 | 5,8 | 5,3 | 5 | 4,7 | 4,5 | 4,1 | 3,9 | 3,7 | 3,6 |
| Nieuwegein Overig | 4,3 | 4,5 | 4 | 3,7 | 3,5 | 3,3 | 3,1 | 2,9 | 2,8 | 2,7 | 2,5 |
| Roosendaal Ring | 7,3 | 6,9 | 6,7 | 6,2 | 5,7 | 5,4 | 5 | 4,7 | 4,5 | 4,3 | 4 |
| Roosendaal Overig | 3,8 | 3,8 | 3,7 | 3,5 | 3,2 | 2,9 | 2,7 | 2,4 | 2,2 | 2,2 | 2,1 |
| Rotterdam-Zuid | 10,9 | 10,5 | 9,8 | 9 | 8,2 | 7,7 | 7,3 | 6,8 | 6,6 | 6,3 | 5,9 |
| Rotterdam Overig | 7,9 | 7,5 | 6,9 | 6,3 | 5,6 | 5,2 | 4,8 | 4,5 | 4,4 | 4,2 | 3,9 |
| Schiedam Nieuwland en Oost | 10,5 | 9,6 | 8,6 | 7,7 | 6,9 | 6,2 | 5,9 | 5,7 | 5,6 | 5,3 | 5,2 |
| Schiedam Overig | 6,4 | 5,9 | 5,4 | 5 | 4,6 | 4,4 | 4,2 | 4 | 3,8 | 3,7 | 3,6 |
| Tilburg NoordWest | 8,9 | 8,3 | 7,7 | 7,1 | 6,2 | 5,6 | 5,5 | 5,1 | 5 | 4,8 | 4,6 |
| Tilburg Overig | 6 | 5,6 | 5,2 | 4,8 | 4,3 | 4 | 3,7 | 3,4 | 3,2 | 3,1 | 2,8 |
| Utrecht Overvecht | 10,3 | 9,4 | 8,6 | 8 | 7,3 | 6,8 | 6,3 | 5,7 | 5,3 | 4,9 | 4,6 |
| Utrecht Overig | 5,1 | 4,7 | 4,3 | 4 | 3,6 | 3,3 | 3,1 | 2,9 | 2,8 | 2,6 | 2,4 |
| Vlaardingen Westwijk | 8,1 | 7,3 | 6,8 | 6,1 | 5,9 | 5,7 | 5,6 | 5,4 | 5,2 | 4,6 | 4,5 |
| Vlaardingen Overig | 6 | 5,7 | 5,1 | 4,6 | 4,2 | 4 | 3,9 | 3,7 | 3,7 | 3,5 | 3,3 |
| Zaandam-Oost | 8,4 | 8,1 | 7,4 | 6,8 | 6,5 | 6,1 | 5,7 | 5,4 | 5,4 | 5,2 | 5 |
| Zaanstad Overig | 5,2 | 5 | 4,6 | 4,3 | 4 | 3,7 | 3,5 | 3,4 | 3,5 | 3,4 | 3,3 |
| 1)Stand op 1 januari onder 12-plussers | |||||||||||
Verdachten per gemeente
Op gemeenteniveau was op 1 januari 2025 het percentage verdachten onder 12-plussers het hoogst in Rotterdam (4,6), Heerlen (4,6) en Den Haag (4,4). Het prevalentiepercentage van deze gemeenten was dus ongeveer even hoog als die in de focusgebieden van Tilburg, Utrecht en Vlaardingen. In de periode 2015–2025 behoorden Rotterdam en Den Haag in alle jaren tot de drie gemeenten met het hoogste percentage verdachten. Heerlen behoort hier sinds 2020 toe.
Rotterdam valt gedurende de hele periode op door het relatief hoge aantal verdachten van vermogens-, geweld-, verkeers- en wapenmisdrijven. Bij deze misdrijftypen behoort Rotterdam in de meeste jaren tot de vier gemeenten met de hoogste percentages.
Heerlen heeft sinds 2015 relatief de meeste verdachten van drugsmisdrijven, sinds 2023 de meeste van vermogensmisdrijven en sinds 2025 de meeste van gewelds- en wapenmisdrijven. Bij verdachten van vernieling behoort Heerlen sinds 2021 tot de hoogste 4 gemeenten.
In Den Haag wonen vrijwel alle jaren relatief de meeste verdachten van verkeers- en geweldsmisdrijven. Ook wonen er in de hele periode relatief veel verdachten van vermogensmisdrijven.
5.3 Nieuwe inwoners
Sommige focusgebieden blijken een aantrekkelijke woonplaats voor verdachten van misdrijven. Dit geldt vooral voor Heerlen-Noord. Daar is 12 procent van de 12-plussers die in 2024 naar dit gebied trokken in de periode 2020-2024 verdacht geweest van een misdrijf. Bij de andere focusgebieden lag dit percentage lager dan 9 procent. Heerlen-Noord had bij alle typen misdrijven relatief de meeste verdachten onder de nieuwkomers, maar bij drugs- en wapenmisdrijven was het relatieve verschil met de andere focusgebieden het grootst.
| Focusgebied | % van instromers dat in 2020-2024 verdacht is geweest, misdrijf totaal (% van ingestroomde 12-plussers dat in 2020-2024 verdacht is geweest) | % van instromers dat in 2020-2024 verdacht is geweest, vermogensmisdrijf (% van ingestroomde 12-plussers dat in 2020-2024 verdacht is geweest) | % van instromers dat in 2020-2024 verdacht is geweest, vernielingsmisdrijf (% van ingestroomde 12-plussers dat in 2020-2024 verdacht is geweest) | % van instromers dat in 2020-2024 verdacht is geweest, geweldsmisdrijf (% van ingestroomde 12-plussers dat in 2020-2024 verdacht is geweest) | % van instromers dat in 2020-2024 verdacht is geweest, verkeersmisdrijf (% van ingestroomde 12-plussers dat in 2020-2024 verdacht is geweest) | % van instromers dat in 2020-2024 verdacht is geweest, drugsmisdrijf (% van ingestroomde 12-plussers dat in 2020-2024 verdacht is geweest) | % van instromers dat in 2020-2024 verdacht is geweest, wapenmisdrijf (% van ingestroomde 12-plussers dat in 2020-2024 verdacht is geweest) |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Amsterdam Nieuw-West | 5,0 | 2,3 | 1,0 | 1,5 | 1,5 | 0,8 | 0,4 |
| Amsterdam Zuidoost | 5,0 | 2,4 | 1,1 | 1,6 | 1,4 | 0,7 | 0,4 |
| Amsterdam Overig | 3,7 | 1,4 | 0,7 | 1,0 | 1,2 | 0,4 | 0,2 |
| Arnhem-Oost | 8,3 | 3,7 | 2,5 | 2,6 | 2,2 | 1,6 | 0,6 |
| Arnhem Overig | 6,2 | 3,1 | 1,8 | 2,0 | 1,6 | 1,1 | 0,5 |
| Breda-Noord | 4,6 | 1,5 | 1,1 | 1,4 | 1,6 | 0,8 | 0,3 |
| Breda Overig | 4,1 | 1,4 | 0,7 | 1,2 | 1,6 | 0,5 | 0,2 |
| Delft-West | 3,7 | 1,3 | 0,7 | 0,9 | 1,4 | 0,4 | 0,2 |
| Delft Overig | 2,9 | 1,1 | 0,6 | 0,9 | 1,0 | 0,2 | 0,2 |
| Den Haag Zuidwest | 8,3 | 3,3 | 1,5 | 3,0 | 2,7 | 1,1 | 0,7 |
| Den Haag Overig | 4,5 | 1,8 | 0,9 | 1,4 | 1,7 | 0,5 | 0,3 |
| Dordrecht West | 8,8 | 3,5 | 1,2 | 2,5 | 2,7 | 1,6 | 0,8 |
| Dordrecht Overig | 6,9 | 2,3 | 1,1 | 2,6 | 2,5 | 0,8 | 0,4 |
| Eindhoven Woensel Zuid | 4,8 | 2,1 | 1,5 | 1,8 | 1,5 | 0,9 | 0,6 |
| Eindhoven Overig | 3,8 | 1,5 | 1,0 | 1,2 | 1,5 | 0,6 | 0,3 |
| Groningen-Noord | 3,5 | 1,5 | 0,8 | 1,1 | 1,0 | 0,4 | 0,2 |
| Groningen Overig | 3,5 | 1,5 | 0,9 | 1,1 | 1,0 | 0,4 | 0,3 |
| Heerlen-Noord | 11,9 | 5,2 | 2,8 | 3,9 | 4,6 | 2,8 | 1,5 |
| Heerlen Overig | 6,4 | 2,8 | 1,9 | 2,3 | 1,6 | 1,7 | 1,0 |
| Leeuwarden Oost | 7,8 | 4,1 | 2,2 | 2,6 | 2,7 | 1,2 | 0,8 |
| Leeuwarden Overig | 4,7 | 2,0 | 1,1 | 1,3 | 1,5 | 0,6 | 0,3 |
| Lelystad Oost | 6,7 | 2,3 | 0,9 | 1,9 | 2,8 | 0,6 | 0,6 |
| Lelystad Overig | 5,7 | 2,0 | 1,0 | 1,8 | 2,0 | 0,9 | 0,3 |
| Nieuwegein Centrale As | 5,7 | 2,4 | 1,2 | 1,5 | 2,1 | 0,6 | 0,2 |
| Nieuwegein Overig | 3,9 | 1,5 | 0,8 | 1,1 | 1,2 | 0,5 | 0,2 |
| Roosendaal Ring | 7,4 | 3,0 | 1,5 | 2,2 | 2,6 | 1,5 | 0,4 |
| Roosendaal Overig | 5,9 | 2,4 | 1,2 | 1,5 | 2,2 | 1,1 | 0,3 |
| Rotterdam-Zuid | 7,6 | 3,0 | 1,6 | 2,5 | 2,5 | 1,1 | 0,7 |
| Rotterdam Overig | 4,9 | 1,9 | 1,0 | 1,5 | 1,8 | 0,7 | 0,4 |
| Schiedam Nieuwland en Oost | 7,0 | 2,3 | 0,9 | 2,2 | 2,5 | 0,8 | 0,5 |
| Schiedam Overig | 6,8 | 2,4 | 1,4 | 2,0 | 2,2 | 0,9 | 0,8 |
| Tilburg NoordWest | 6,4 | 2,5 | 1,7 | 2,4 | 1,9 | 1,0 | 0,4 |
| Tilburg Overig | 4,3 | 1,7 | 1,0 | 1,3 | 1,4 | 0,7 | 0,4 |
| Utrecht Overvecht | 4,9 | 2,0 | 1,0 | 1,7 | 1,6 | 0,7 | 0,3 |
| Utrecht Overig | 2,8 | 1,2 | 0,6 | 0,8 | 0,9 | 0,3 | 0,1 |
| Vlaardingen Westwijk | 4,7 | 1,1 | 0,3 | 1,6 | 2,2 | 1,1 | 0,4 |
| Vlaardingen Overig | 6,8 | 2,3 | 1,0 | 2,5 | 2,1 | 0,8 | 0,5 |
| Zaandam-Oost | 7,0 | 2,5 | 1,4 | 2,6 | 2,4 | 1,2 | 0,6 |
| Zaanstad Overig | 5,6 | 2,3 | 1,0 | 1,8 | 1,9 | 0,6 | 0,3 |
Heerlen-Noord was in de hele onderzochte periode, sinds 2014, van de focusgebieden al het meest aantrekkelijk voor verdachten. Zo was in 2014 21 procent van de nieuwkomers verdacht geweest in de voorafgaande periode (2010 t/m 2014), en dit percentage is in de 10 jaren daarna het minst sterk gedaald. Het verdachtenpercentage is zowel onder degenen die vanuit een andere regio in Nederland komen als onder degenen die uit het buitenland komen relatief erg hoog.
Ook op gemeenteniveau is Heerlen een van de aantrekkelijkste vestigingsgemeenten voor verdachten van misdrijven. Van de 12-plussers die zich in 2024 in Heerlen vestigden is 9 procent verdacht geweest in 2020-2024. Alleen in de gemeente Kerkrade was dit hoger, namelijk 11 procent.
5.4 Bijdrage bevolkingsdynamiek
In deze paragraaf wordt, eerst aan de hand van een voorbeeld, beschreven in hoeverre in- en uitstromers bijdragen aan het verschil in percentage verdachten in een regio tussen de opeenvolgende jaren.
Als voorbeeld dient Heerlen-Noord, het focusgebied met – vrijwel ieder jaar - het hoogste verdachtenpercentage in de instroom, en een van de gebieden met het hoogste percentage verdachten. Van de inwoners van Heerlen-Noord die op 1 januari 2025 12 jaar of ouder waren was 5,5 procent in de periode 2020-2024 verdacht geweest van een misdrijf. Bij de instromers in 2024 was 11,9 procent in de periode 2020-2024 verdacht geweest. Bij de uitstromers was dit 12,5 procent, ook dit is het hoogste van alle focusgebieden. Het instroomeffect was 0,4 en het uitstroomeffect -0,4.
Het instroomeffect én het uitstroomeffect zijn dus relatief hoog, waardoor de doorstroom van verdachten hoog is. Dit leidde in 2024 echter niet tot een verandering in het prevalentiecijfer. In de periode daarvoor is er in Heerlen-Noord wel een kentering zichtbaar. Zo was in de periode 2015 tot 2022 het instroomeffect hoger dan het uitstroomeffect, in 2022 en 2023 was deze lager.
Naast Heerlen-Noord was in 2024 ook in Dordrecht West het instroomeffect relatief hoog. De instroom leidde hier tot een verhoging van het prevalentiepercentage van 0,3 procentpunt. Deze was echter in evenwicht met de uitstroom, waardoor de doorstroom geen effect had op het prevalentiepercentage. In enkele focusgebieden daalde het prevalentiepercentage als gevolg van de doorstroom in de gebieden. Dit was het sterkst het geval in Amsterdam Zuidoost en Rotterdam-Zuid, waarin het prevalentiepercentage met 0,2 procentpunt daalde. In geen enkel gebied is het prevalentiepercentage als gevolg van de doorstroom gestegen, ook in de eerdere jaren niet. En in vrijwel alle gebieden hadden overige factoren in 2024 een iets groter effect op het prevalentiecijfer dan de doorstroom van bewoners.
| Verdacht in 2019-2023, van 12-plussers op 1 jan 2024 | Gecombineerde in-, en uitstroomeffect | Uitstroomeffect | Instroomeffect | Effect van ontwikkeling in criminaliteit en verandering van populatie door sterfte en nieuwe aanwas 12-jarigen | Verdacht in 2020-2024, van 12-plussers op 1 jan 2025 | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| % | % | % | % | % | % | |
| Amsterdam Nieuw-West | 4,9 | -0,1 | -0,2 | 0,0 | -0,1 | 4,7 |
| Amsterdam Zuidoost | 6,0 | -0,2 | -0,1 | -0,1 | -0,1 | 5,7 |
| Amsterdam Overig | 3,5 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | -0,2 | 3,3 |
| Arnhem-Oost | 5,9 | 0,0 | -0,3 | 0,2 | -0,5 | 5,4 |
| Arnhem Overig | 3,4 | 0,0 | -0,2 | 0,2 | -0,2 | 3,2 |
| Breda-Noord | 4,6 | -0,1 | -0,1 | 0,0 | -0,2 | 4,3 |
| Breda Overig | 2,2 | 0,0 | -0,2 | 0,1 | -0,2 | 2,0 |
| Delft-West | 3,7 | -0,1 | -0,1 | 0,0 | -0,3 | 3,3 |
| Delft Overig | 2,6 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | -0,1 | 2,5 |
| Den Haag Zuidwest | 7,0 | -0,1 | -0,3 | 0,1 | -0,3 | 6,6 |
| Den Haag Overig | 4,3 | -0,1 | -0,1 | 0,0 | -0,2 | 4,0 |
| Dordrecht West | 5,5 | 0,0 | -0,3 | 0,3 | -0,2 | 5,3 |
| Dordrecht Overig | 3,0 | 0,0 | -0,2 | 0,2 | 0,0 | 3,0 |
| Eindhoven Woensel Zuid | 3,8 | 0,0 | -0,2 | 0,2 | -0,1 | 3,7 |
| Eindhoven Overig | 3,1 | -0,1 | -0,1 | 0,1 | 0,0 | 3,0 |
| Groningen-Noord | 4,1 | -0,1 | 0,0 | -0,1 | -0,1 | 3,9 |
| Groningen Overig | 2,7 | 0,0 | -0,1 | 0,1 | -0,1 | 2,6 |
| Heerlen-Noord | 5,6 | 0,0 | -0,4 | 0,4 | -0,1 | 5,5 |
| Heerlen Overig | 3,2 | -0,2 | -0,4 | 0,2 | 0,1 | 3,1 |
| Leeuwarden Oost | 5,2 | -0,1 | -0,3 | 0,2 | -0,1 | 5,0 |
| Leeuwarden Overig | 3,0 | 0,0 | -0,2 | 0,1 | -0,1 | 2,9 |
| Lelystad Oost | 4,5 | -0,1 | -0,3 | 0,2 | -0,2 | 4,2 |
| Lelystad Overig | 3,4 | -0,1 | -0,2 | 0,2 | -0,2 | 3,1 |
| Nieuwegein Centrale As | 3,7 | 0,0 | -0,2 | 0,1 | -0,1 | 3,6 |
| Nieuwegein Overig | 2,7 | 0,0 | -0,1 | 0,1 | -0,2 | 2,5 |
| Roosendaal Ring | 4,3 | -0,1 | -0,3 | 0,2 | -0,2 | 4,0 |
| Roosendaal Overig | 2,2 | 0,0 | -0,2 | 0,2 | -0,1 | 2,1 |
| Rotterdam-Zuid | 6,3 | -0,2 | -0,3 | 0,1 | -0,2 | 5,9 |
| Rotterdam Overig | 4,2 | -0,1 | -0,1 | 0,1 | -0,2 | 3,9 |
| Schiedam Nieuwland en Oost | 5,3 | -0,1 | -0,3 | 0,2 | 0,0 | 5,2 |
| Schiedam Overig | 3,7 | 0,0 | -0,2 | 0,2 | -0,1 | 3,6 |
| Tilburg NoordWest | 4,8 | -0,1 | -0,3 | 0,2 | -0,1 | 4,6 |
| Tilburg Overig | 3,1 | -0,1 | -0,2 | 0,1 | -0,2 | 2,8 |
| Utrecht Overvecht | 4,9 | -0,1 | -0,1 | 0,0 | -0,2 | 4,6 |
| Utrecht Overig | 2,6 | 0,0 | -0,1 | 0,0 | -0,2 | 2,4 |
| Vlaardingen Westwijk | 4,6 | -0,1 | -0,1 | 0,0 | 0,0 | 4,5 |
| Vlaardingen Overig | 3,5 | 0,0 | -0,2 | 0,2 | -0,2 | 3,3 |
| Zaandam-Oost | 5,2 | -0,1 | -0,3 | 0,1 | -0,1 | 5,0 |
| Zaanstad Overig | 3,4 | -0,1 | -0,2 | 0,1 | 0,0 | 3,3 |
Bij vrijwel alle focusgebieden is vrijwel ieder jaar het uitstroomeffect gelijk aan of iets groter dan het instroomeffect. Ook weerspiegelt de dalende trend in de periode 2015 tot ongeveer 2020 voornamelijk het algemeen dalende geregistreerde criminaliteitscijfer en/of ontwikkelingen binnen de bevolking. Alleen in Amsterdam Zuidoost en Schiedam Nieuwland en Oost is in een aantal jaren het uitstroomeffect 0,3 à 0,4 procentpunt groter geweest en is de sterke dalende trend dus voor een groter deel toe te schrijven aan de doorstroom in de bevolking. In Vlaardingen-Westwijk is in 2023 het gecombineerde in- en uitstroomeffect, met -0,5 procentpunt, het laagst.
6. Personen met verstrekte psychofarmaca
Van de 12-plussers die op 1 januari 2024 in Nederland woonden heeft 9,2 procent in 2023 psychofarmaca verstrekt gekregen. Dat zijn medicijnen die worden ingezet om psychische aandoeningen te behandelen. Het betreft in totaal 1.427 duizend personen, waarvan er 102 duizend in een van de focusgebieden woonden.
6.1 Prevalentie
In de meeste focusgebieden heeft 9 tot 12 procent van de 12-plussers psychofarmaca gekregen. Alleen in Heerlen-Noord, Dordrecht West, Arnhem-Oost en Den Haag Zuidwest ligt dit hoger (tussen de 12 en 14 procent). In Eindhoven Woensel Zuid, Amsterdam Nieuw-West en Amsterdam Zuidoost was dit percentage lager dan 9.
Over het algemeen is het percentage inwoners dat psychofarmaca verstrekt kreeg in de focusgebieden hoger dan in de overige gebieden van de betreffende gemeente. Alleen in Amsterdam, Eindhoven, Schiedam en Vlaardingen was dit in 2023 niet het geval.
| Gemeente | % van 12-plussers op 1 jan 2024 dat in 2023 psychofarmaca verstrekt heeft gekregen (% van 12-plussers dat in 2023 psychofarmaca kreeg) |
|---|---|
| Amsterdam Nieuw-West | 8,4 |
| Amsterdam Zuidoost | 6,9 |
| Amsterdam Overig | 8,5 |
| Arnhem-Oost | 12,3 |
| Arnhem Overig | 9,2 |
| Breda-Noord | 10,2 |
| Breda Overig | 8,5 |
| Delft-West | 9,7 |
| Delft Overig | 8,0 |
| Den Haag Zuidwest | 12,0 |
| Den Haag Overig | 9,5 |
| Dordrecht West | 13,6 |
| Dordrecht Overig | 10,7 |
| Eindhoven Woensel Zuid | 8,9 |
| Eindhoven Overig | 9,1 |
| Groningen-Noord | 10,0 |
| Groningen Overig | 8,3 |
| Heerlen-Noord | 13,9 |
| Heerlen Overig | 12,8 |
| Leeuwarden Oost | 11,5 |
| Leeuwarden Overig | 9,6 |
| Lelystad Oost | 10,4 |
| Lelystad Overig | 9,6 |
| Nieuwegein Centrale As | 10,6 |
| Nieuwegein Overig | 9,8 |
| Roosendaal Ring | 11,8 |
| Roosendaal Overig | 9,4 |
| Rotterdam-Zuid | 9,7 |
| Rotterdam Overig | 9,0 |
| Schiedam Nieuwland en Oost | 9,1 |
| Schiedam Overig | 10,0 |
| Tilburg NoordWest | 11,1 |
| Tilburg Overig | 9,2 |
| Utrecht Overvecht | 11,6 |
| Utrecht Overig | 8,1 |
| Vlaardingen Westwijk | 9,7 |
| Vlaardingen Overig | 10,1 |
| Zaandam-Oost | 9,6 |
| Zaanstad Overig | 7,8 |
| 1)Voorlopige cijfers | |
6.2 Ontwikkeling
In de meeste focusgebieden is het percentage inwoners dat psychofarmaca ontving in de afgelopen tien jaar ongeveer gelijk gebleven. In een aantal regio’s is het percentage gedaald. In Eindhoven Woensel Zuid was de daling het sterkst, maar ook in de focusgebieden van Schiedam en de vier grootste gemeenten was er een gunstige ontwikkeling te zien. Zo behoorden Den Haag Zuidwest en Utrecht Overvecht in 2015 nog tot de drie focusgebieden met de meeste psychofarmacaverstrekking, en is dit in deze regio’s vooral in de laatste jaren gedaald.
Heerlen-Noord had in 2015 al het hoogste percentage inwoners dat psychofarmaca ontving en dit is in de jaren daarna vrij stabiel en het hoogste gebleven. Alleen in Arnhem-Oost, Delft-West, Dordrecht West en Groningen-Noord is het percentage inwoners dat psychofarmaca kreeg gestegen sinds 2015, in Dordrecht West tot een even hoog niveau als in Heerlen-Noord. Amsterdam Zuidoost had in 2015 al het laagste percentage inwoners dat psychofarmaca kreeg en dit is in de jaren daarna gedaald en het laagste gebleven.
Bij de overige gebieden van de gemeenten zijn er in de afgelopen tien jaar over het algemeen minder ontwikkelingen geweest. In Utrecht, Arnhem, Den Haag en Dordrecht zijn de verschillen tussen de focusgebieden en de overige gebieden het grootst. In Amsterdam Zuidoost en Schiedam Nieuwland en Oost lag het percentage inwoners met verstrekte psychofarmaca de hele periode onder het niveau van de overige gebieden van de gemeente.

| Gebied | 2015 | 2016 | 2017 | 2018 | 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Amsterdam Nieuw-West | 9,3 | 9,3 | 9,3 | 9 | 8,7 | 8,7 | 8,6 | 8,7 | 8,5 | 8,4 |
| Amsterdam Zuidoost | 8,1 | 8 | 7,7 | 7,6 | 7,4 | 7,5 | 7,3 | 7,3 | 7,1 | 6,9 |
| Amsterdam Overig | 8,5 | 8,5 | 8,4 | 8,4 | 8,3 | 8,4 | 8,4 | 8,6 | 8,6 | 8,5 |
| Arnhem-Oost | 11,7 | 12,1 | 12,5 | 12,3 | 12,1 | 12,1 | 12,2 | 12,5 | 12,5 | 12,3 |
| Arnhem Overig | 8,5 | 8,8 | 8,8 | 8,7 | 8,9 | 8,9 | 9 | 9,2 | 9,2 | 9,2 |
| Breda-Noord | 10,4 | 10,7 | 10,5 | 10,2 | 10,4 | 10,4 | 10,2 | 10,3 | 10,3 | 10,2 |
| Breda Overig | 8,2 | 8,1 | 8,2 | 8,3 | 8,3 | 8,2 | 8,3 | 8,4 | 8,3 | 8,5 |
| Delft-West | 9 | 9,2 | 9,3 | 9,3 | 9,7 | 9,6 | 9,7 | 9,8 | 10,2 | 9,7 |
| Delft Overig | 7,6 | 7,5 | 7,5 | 7,5 | 7,6 | 7,6 | 7,8 | 8 | 7,9 | 8 |
| Den Haag Zuidwest | 13,3 | 13 | 13,1 | 13,2 | 13,2 | 13,2 | 13,1 | 12,9 | 12,4 | 12 |
| Den Haag Overig | 10,2 | 10,2 | 10,1 | 10,1 | 10,2 | 10,1 | 9,9 | 9,9 | 9,6 | 9,5 |
| Dordrecht West | 12,4 | 13,1 | 13,8 | 13,8 | 14,2 | 14,1 | 13,8 | 13,9 | 13,8 | 13,6 |
| Dordrecht Overig | 10 | 10,3 | 10,5 | 10,5 | 10,6 | 10,6 | 10,7 | 10,9 | 10,7 | 10,7 |
| Eindhoven Woensel Zuid | 10,8 | 10,7 | 10,9 | 11 | 10,9 | 10,6 | 10,2 | 9,9 | 9,5 | 8,9 |
| Eindhoven Overig | 9,1 | 9,2 | 9,2 | 9,3 | 9,3 | 9,3 | 9,4 | 9,4 | 9,2 | 9,1 |
| Groningen-Noord | 8,8 | 9,2 | 9,3 | 9,4 | 9,6 | 10 | 10 | 10,1 | 10,2 | 10 |
| Groningen Overig | 7,3 | 7,5 | 7,7 | 7,9 | 7,9 | 8,1 | 8,2 | 8,3 | 8,3 | 8,3 |
| Heerlen-Noord | 13,5 | 13,9 | 14 | 14,3 | 14,5 | 14,7 | 14,3 | 14,4 | 14,1 | 13,9 |
| Heerlen Overig | 13 | 13 | 12,9 | 13 | 13,4 | 13,4 | 13,1 | 13 | 13 | 12,8 |
| Leeuwarden Oost | 11,4 | 11,6 | 11,6 | 11,6 | 11,9 | 12,1 | 11,8 | 11,9 | 11,9 | 11,5 |
| Leeuwarden Overig | 9,6 | 9,7 | 9,8 | 9,7 | 9,9 | 10 | 9,9 | 9,8 | 9,7 | 9,6 |
| Lelystad Oost | 10,7 | 10,9 | 10,8 | 10,9 | 10,5 | 10,5 | 10,3 | 10,5 | 10,1 | 10,4 |
| Lelystad Overig | 10,7 | 10,6 | 10,5 | 10,6 | 10,4 | 10,4 | 9,7 | 10 | 9,7 | 9,6 |
| Nieuwegein Centrale As | 10,9 | 11 | 11,1 | 11,2 | 11 | 11 | 11 | 10,8 | 10,7 | 10,6 |
| Nieuwegein Overig | 9,5 | 9,6 | 9,8 | 9,8 | 9,8 | 9,9 | 9,8 | 9,9 | 9,7 | 9,8 |
| Roosendaal Ring | 11,4 | 11,5 | 11,9 | 11,6 | 11,7 | 11,8 | 11,7 | 11,7 | 11,6 | 11,8 |
| Roosendaal Overig | 8,5 | 8,7 | 8,9 | 9,2 | 9,2 | 9,3 | 9,2 | 9,3 | 9,3 | 9,4 |
| Rotterdam-Zuid | 10,5 | 10,4 | 10,4 | 10,6 | 10,4 | 10,4 | 10,2 | 10,3 | 10 | 9,7 |
| Rotterdam Overig | 9,3 | 9,4 | 9,4 | 9,3 | 9,3 | 9,3 | 9,2 | 9,1 | 9 | 9 |
| Schiedam Nieuwland en Oost | 10,1 | 9,9 | 9,7 | 9,9 | 9,6 | 9,7 | 9,4 | 9,3 | 9,2 | 9,1 |
| Schiedam Overig | 10,1 | 10,1 | 10,3 | 10,3 | 10,3 | 10,5 | 10,3 | 10,2 | 10,3 | 10 |
| Tilburg NoordWest | 10,9 | 10,9 | 11,1 | 11,1 | 11,1 | 11,1 | 11,2 | 11,2 | 11,2 | 11,1 |
| Tilburg Overig | 8,4 | 8,5 | 8,7 | 8,8 | 8,7 | 8,9 | 9 | 9,1 | 9 | 9,2 |
| Utrecht Overvecht | 12,6 | 12,4 | 13,1 | 13,1 | 12,9 | 12,9 | 12,3 | 12,1 | 11,7 | 11,6 |
| Utrecht Overig | 8 | 8 | 8,1 | 8,1 | 8,1 | 8,1 | 8,1 | 8,2 | 8,1 | 8,1 |
| Vlaardingen Westwijk | 9,4 | 9,1 | 9,4 | 9,9 | 10,2 | 9,7 | 9,8 | 9,9 | 10,6 | 9,7 |
| Vlaardingen Overig | 9,4 | 9,5 | 9,6 | 9,6 | 9,6 | 9,9 | 9,8 | 9,8 | 9,8 | 10,1 |
| Zaandam-Oost | 10 | 10,3 | 10,4 | 10,4 | 10,2 | 10,2 | 10,2 | 10,1 | 9,8 | 9,6 |
| Zaanstad Overig | 7,7 | 7,8 | 7,8 | 7,9 | 7,9 | 8 | 7,9 | 7,9 | 7,8 | 7,8 |
| 1)Stand op 1 januari onder 12-plussers (2024 betreft voorlopige cijfers) | ||||||||||
Verstrekking psychofarmaca per gemeente
De gemeente Heerlen had op 1 januari 2024 van alle gemeenten het hoogste percentage inwoners dat psychofarmaca kreeg: 13,5 procent van de 12-plussers had in 2023 psychofarmaca verstrekt gekregen. Ook in de gemeenten Sliedrecht, Rucphen, Tholen en Brunssum lag dit percentage hoger dan 12 procent, en dus op een vergelijkbaar niveau als de vier hoogste focusgebieden. De gemeenten met het laagste percentage personen met psychofarmaca waren Urk en Rozendaal. In deze gemeenten lag het percentage lager dan 6 procent.
De gemeente Heerlen heeft in alle jaren sinds 2016 het hoogste percentage inwoners dat psychofarmaca kreeg. Voor de andere gemeenten was de rangorde in eerdere jaren iets anders, al bleken de ‘hoge gemeenten’ ook in die jaren al relatief hoog vergeleken met de andere gemeenten. Urk en Rozendaal hebben in de hele onderzochte periode het laagste percentage inwoners met psychofarmaca gehad.
6.3 Nieuwe inwoners
Bij de meeste focusgebieden lag het percentage mensen in de instroom in 2023 dat psychofarmaca kreeg tussen de 4 en 8. In Heerlen-Noord (10,6), Dordrecht West (10,0), Roosendaal Ring (9,7) en Arnhem-Oost (8,6) ligt dit hoger. In Vlaardingen Westwijk is dit het laagst (3,9 procent).
Bij ruim de helft van de gemeenten zitten er bij de instromers in de focusgebieden relatief meer mensen met verstrekte psychofarmaca dan bij de instromers in de overige gebieden. In Arnhem en Dordrecht was het verschil het grootst en scheelde dit meer dan 2 procent. In Vaardingen was het echter juist andersom en bevatte de instroom in de overige gebieden juist meer mensen die psychofarmaca kregen.
Heerlen-Noord heeft de hele onderzochte periode, vanaf 2014, het hoogste percentage mensen met psychofarmaca in de instroom gehad.
| Gemeente | % van instromers dat in 2023 psychofarmaca verstrekt heeft gekregen (% van ingestroomde 12-plussers dat in 2023 psychofarmaca kreeg) |
|---|---|
| Amsterdam Nieuw-West | 4,3 |
| Amsterdam Zuidoost | 4,4 |
| Amsterdam Overig | 4,4 |
| Arnhem-Oost | 8,6 |
| Arnhem Overig | 6,3 |
| Breda-Noord | 6,4 |
| Breda Overig | 6,6 |
| Delft-West | 4,5 |
| Delft Overig | 4,2 |
| Den Haag Zuidwest | 6,3 |
| Den Haag Overig | 4,8 |
| Dordrecht West | 10,0 |
| Dordrecht Overig | 7,4 |
| Eindhoven Woensel Zuid | 4,5 |
| Eindhoven Overig | 5,0 |
| Groningen-Noord | 4,7 |
| Groningen Overig | 4,2 |
| Heerlen-Noord | 10,6 |
| Heerlen Overig | 10,4 |
| Leeuwarden Oost | 7,1 |
| Leeuwarden Overig | 6,4 |
| Lelystad Oost | 6,2 |
| Lelystad Overig | 5,9 |
| Nieuwegein Centrale As | 7,9 |
| Nieuwegein Overig | 7,4 |
| Roosendaal Ring | 9,7 |
| Roosendaal Overig | 8,7 |
| Rotterdam-Zuid | 5,6 |
| Rotterdam Overig | 4,5 |
| Schiedam Nieuwland en Oost | 5,9 |
| Schiedam Overig | 5,8 |
| Tilburg NoordWest | 7,1 |
| Tilburg Overig | 5,2 |
| Utrecht Overvecht | 6,4 |
| Utrecht Overig | 4,7 |
| Vlaardingen Westwijk | 3,9 |
| Vlaardingen Overig | 6,5 |
| Zaandam-Oost | 5,7 |
| Zaanstad Overig | 5,9 |
| 1)Voorlopige cijfers | |
Verstrekte psychofarmaca aan de instroom per gemeente
Op gemeenteniveau had de instroom in 2023 de meeste personen met verstrekte psychofarmaca in de gemeenten Beekdaelen, Eijsden-Margraten, Bronckhorst en Westerwolde. Bij deze gemeenten lag het percentage instromers dat psychofarmaca kreeg op 11 à 12 procent, en dat is hoger dan het percentage in de focusgebieden.
6.4 Bijdrage bevolkingsdynamiek
In deze paragraaf wordt, eerst aan de hand van een voorbeeld, beschreven in hoeverre in- en uitstromers bijdragen aan het verschil in psychofarmacaverstrekking in een regio tussen de opeenvolgende jaren . Anders dan bij financiële welvaart en verdachten van criminaliteit geldt hier dat de nieuwe bewoners en vertrekkende bewoners in alle gebieden minder psychofarmaca verstrekt krijgen dan de zittende bevolking. De instroom leidt dus tot een verlaging van het prevalentiepercentage, en de uitstroom tot een verhoging.
Als voorbeeld dient Heerlen-Noord, het gebied dat in 2023 het hoogste percentage psychofarmacaverstrekking had aan de instromende bevolking: 10,6 procent van de nieuwe inwoners kreeg deze voorgeschreven. Dit was echter lager dan het percentage bij de blijvers (14,1 procent). De instroom leidde dus tot een lager prevalentiepercentage (-0,2 procentpunt). De uitstroom leidde niet tot een verandering en de doorstroom in 2023 in Heerlen-Noord heeft het prevalentiepercentage van 1 januari 2024 dan ook met 0,2 procentpunt verlaagd.
In 2023 was het gecombineerde effect van instroom en uitstroom het grootst in Vlaardingen Westwijk en Delft -West. De doorstroom in deze gebieden zorgde voor een verlaging van 0,9 respectievelijk 0,5 procentpunt van het percentage personen dat psychofarmaca verstrekt kreeg. In beide gebieden kregen de instromers relatief weinig psychofarmaca. Dit zou deels kunnen komen omdat er bij de instroom in Vlaardingen Westwijk relatief veel Oekraïners zaten, die niet allemaal een reguliere basisverzekering hebben. In beide gebieden was de instroom in 2023 ook relatief groot (zie paragraaf 3.2).
In vrijwel alle regio’s is in vrijwel alle jaren het instroom-effect groter dan het uitstroom-effect. Dit heeft te maken met de relatief grote uitstroom van mensen met psychofarmaca naar instituten.
| Psychofarmacaverstrekking in 2022 aan 12-plussers op 1 jan 2023 | Gecombineerde in-, en uitstroomeffect | Uitstroomeffect | Instroomeffect | Effect van ontwikkeling in psychofarmacaverstrekking en verandering van populatie door sterfte en nieuwe aanwas 12-jarigen | Psychofarmacaverstrekking in 2023 aan 12-plussers op 1 jan 2024 | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| % | % | % | % | % | % | |
| Amsterdam Nieuw-West | 8,5 | -0,2 | 0,3 | -0,5 | 0,1 | 8,4 |
| Amsterdam Zuidoost | 7,1 | -0,2 | 0,2 | -0,4 | 0,0 | 6,9 |
| Amsterdam Overig | 8,6 | -0,2 | 0,2 | -0,5 | 0,1 | 8,5 |
| Arnhem-Oost | 12,5 | -0,1 | 0,2 | -0,4 | -0,1 | 12,3 |
| Arnhem Overig | 9,2 | -0,2 | 0,1 | -0,3 | 0,2 | 9,2 |
| Breda-Noord | 10,3 | -0,2 | 0,2 | -0,4 | 0,1 | 10,2 |
| Breda Overig | 8,3 | -0,1 | 0,0 | -0,2 | 0,3 | 8,5 |
| Delft-West | 10,2 | -0,5 | 0,4 | -0,9 | 0,0 | 9,7 |
| Delft Overig | 7,9 | -0,2 | 0,4 | -0,6 | 0,3 | 8,0 |
| Den Haag Zuidwest | 12,4 | -0,3 | 0,3 | -0,6 | -0,1 | 12,0 |
| Den Haag Overig | 9,6 | -0,2 | 0,2 | -0,4 | 0,1 | 9,5 |
| Dordrecht West | 13,8 | -0,2 | 0,1 | -0,3 | 0,0 | 13,6 |
| Dordrecht Overig | 10,7 | -0,2 | 0,0 | -0,2 | 0,2 | 10,7 |
| Eindhoven Woensel Zuid | 9,5 | -0,3 | 0,4 | -0,7 | -0,3 | 8,9 |
| Eindhoven Overig | 9,2 | -0,2 | 0,2 | -0,4 | 0,1 | 9,1 |
| Groningen-Noord | 10,2 | -0,4 | 0,6 | -1,0 | 0,2 | 10,0 |
| Groningen Overig | 8,3 | -0,3 | 0,2 | -0,5 | 0,3 | 8,3 |
| Heerlen-Noord | 14,1 | -0,2 | 0,0 | -0,2 | 0,0 | 13,9 |
| Heerlen Overig | 13,0 | -0,2 | 0,0 | -0,2 | 0,0 | 12,8 |
| Leeuwarden Oost | 11,9 | -0,3 | 0,2 | -0,5 | -0,1 | 11,5 |
| Leeuwarden Overig | 9,7 | -0,1 | 0,2 | -0,3 | 0,0 | 9,6 |
| Lelystad Oost | 10,1 | -0,1 | 0,2 | -0,4 | 0,4 | 10,4 |
| Lelystad Overig | 9,7 | -0,2 | 0,0 | -0,3 | 0,1 | 9,6 |
| Nieuwegein Centrale As | 10,7 | -0,2 | 0,0 | -0,2 | 0,1 | 10,6 |
| Nieuwegein Overig | 9,7 | 0,0 | 0,1 | -0,2 | 0,1 | 9,8 |
| Roosendaal Ring | 11,6 | -0,1 | 0,1 | -0,2 | 0,3 | 11,8 |
| Roosendaal Overig | 9,3 | -0,1 | -0,1 | -0,1 | 0,2 | 9,4 |
| Rotterdam-Zuid | 10,0 | -0,2 | 0,2 | -0,4 | -0,1 | 9,7 |
| Rotterdam Overig | 9,0 | -0,2 | 0,2 | -0,4 | 0,2 | 9,0 |
| Schiedam Nieuwland en Oost | 9,2 | -0,2 | 0,2 | -0,4 | 0,1 | 9,1 |
| Schiedam Overig | 10,3 | -0,2 | 0,1 | -0,3 | -0,1 | 10,0 |
| Tilburg NoordWest | 11,2 | -0,1 | 0,2 | -0,4 | 0,0 | 11,1 |
| Tilburg Overig | 9,0 | -0,2 | 0,1 | -0,3 | 0,4 | 9,2 |
| Utrecht Overvecht | 11,7 | -0,2 | 0,4 | -0,6 | 0,1 | 11,6 |
| Utrecht Overig | 8,1 | -0,2 | 0,2 | -0,4 | 0,2 | 8,1 |
| Vlaardingen Westwijk | 10,6 | -0,9 | 0,0 | -1,0 | 0,0 | 9,7 |
| Vlaardingen Overig | 9,8 | -0,1 | 0,1 | -0,2 | 0,4 | 10,1 |
| Zaandam-Oost | 9,8 | -0,2 | 0,2 | -0,4 | 0,0 | 9,6 |
| Zaanstad Overig | 7,8 | -0,1 | 0,0 | -0,1 | 0,1 | 7,8 |
7. Samenvatting en conclusie
7.1 Samenvatting
In 2025 woonden 1,0 miljoen personen van 12 jaar of ouder in een van de twintig focusgebieden van het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid, waar sinds 2022 extra aandacht wordt besteed aan de leefbaarheid en de situatie van de bevolking. Dit onderzoek beschrijft de ontwikkeling van enkele indicatoren voor de financiële welvaart, criminaliteit en gezondheid van de bewoners van deze gebieden in de periode 1 januari 2014 t/m 1 januari 2025. Hierbij zijn de focusgebieden onderling vergeleken, maar ook met de overige gebieden in de betreffende gemeente. Tevens is de bijdrage van de in- en uitstroom van bewoners op de ontwikkeling van deze indicatoren in kaart gebracht. De cijfers over deze indicatoren hebben in dit artikel steeds betrekking op de bevolking van 12 jaar of ouder.
Financiële welvaart
De financiële welvaart is afgemeten aan het (gestandaardiseerd) besteedbaar huishoudensinkomen en het vermogen van het huishouden. Van de inwoners die op 1 januari 2025 in een focusgebied woonden had 12,6 procent van de inwoners in 2024 een lage financiële welvaart. Dat betekent dat hun huishouden behoorde tot de minst welvarende 10 procent van alle huishoudens in Nederland. Dat is ruim twee keer zo veel als het percentage van 5,4 in de totale bevolking.
In alle focusgebieden is de financiële welvaart van de inwoners ook lager dan in de overige gebieden van hun gemeente. Dit verschil met de rest van de gemeente is in de focusgebieden in Arnhem en Schiedam in de periode 2014 tot 2025 wel duidelijk kleiner geworden. De meeste focusgebieden hadden tot 2023 een vrij stabiel aandeel bewoners met een lage welvaart, met een verbetering in de laatste twee jaren. Daarentegen was er in de focusgebieden in Heerlen, Den Haag, Groningen, Tilburg en Leeuwarden in de periode 2015 tot 2023 juist een toename van het percentage, maar vanaf 2023 is dit weer afgenomen. Zowel instromers als uitstromers van de focusgebieden hadden over het algemeen een lagere financiële welvaart dan de zittende bevolking. De grootste verschillen in financiële welvaart tussen de jaren werden in het algemeen veroorzaakt door ontwikkelingen in de bevolking. De combinatie van de in- en uitstroom van bewoners speelde een beperkte rol.
Verdenking van criminaliteit
Voor de criminaliteit in focusgebieden is uitgegaan van het aandeel geregistreerde verdachten van misdrijven. 5,0 procent van de inwoners die op 1 januari 2025 in een van de focusgebieden woonden is in de periode 2020 tot en met 2024 verdacht geweest van een misdrijf. In de bevolking van Nederland was dat gemiddeld 2,8 procent. In alle focusgebieden wonen meer verdachten van criminaliteit dan in de overige gebieden van de betreffende gemeenten. Dit geldt voor alle typen misdrijven. In Den Haag, Amsterdam en Heerlen was dit verschil in 2025 het grootst, in Eindhoven en Delft was het verschil het kleinst. In de meeste gemeenten (waaronder Amsterdam, Arnhem, Schiedam en Utrecht) is het percentage verdachten in de focusgebieden sterker gedaald dan in de rest van de gemeente, waardoor de verschillen kleiner werden. In enkele andere gemeenten, waaronder Heerlen, Rotterdam en Vlaardingen, bleef het verschil tussen focus- en niet-focusgebied ongeveer even groot.
Zowel de instromers als de uitstromers van de focusgebieden waren over het algemeen vaker verdacht van een misdrijf dan de zittende bevolking. Bij nagenoeg alle focusgebieden is in vrijwel ieder jaar het effect van de uitstroom op de ontwikkeling van het percentage verdachten ongeveer gelijk aan (of maar weinig groter) dan het instroomeffect. Dit geeft aan dat de dalende trend van het percentage verdachten, die zich vooral voordeed in de eerste jaren van de onderzochte periode een weerspiegeling is van het algemeen dalende geregistreerde criminaliteitscijfer en/of ontwikkelingen binnen de bevolking.
Gezondheid
Voor het thema gezondheid is naar verstrekkingen van psychofarmaca gekeken als indicatie van de psychische gezondheid. Van de inwoners die op 1 januari 2024 in een focusgebied woonden kreeg 10,1 procent in 2023 psychofarmaca verstrekt. In de totale bevolking van Nederland was dat 9,2 procent. Bij deze indicator is het verschil dus minder groot dan bij de indicatoren voor lage welvaart en verdenking van criminaliteit. Aan de inwoners in focusgebieden worden over het algemeen wel vaker psychofarmaca verstrekt dan aan de inwoners in de overige gebieden binnen de gemeente, met als uitzonderingen Amsterdam Zuidoost en Schiedam Nieuwland en Oost waar dit vrijwel de gehele beschouwde periode andersom was. In de meeste focusgebieden is het percentage inwoners dat deze middelen verstrekt kreeg, in de afgelopen tien jaar vrijwel gelijk gebleven. In de focusgebieden in Eindhoven, Schiedam en de vier grootste gemeenten is het percentage gedaald. In Arnhem, Delft, Dordrecht en Groningen is het juist gestegen. Heerlen-Noord had de gehele periode het hoogste percentage inwoners dat psychofarmaca verstrekt kreeg, maar ook in Dordrecht-West was dit de laatste jaren (vrijwel even) hoog. Zowel de nieuwe bewoners als de vertrekkende bewoners in focusgebieden kregen over het algemeen minder vaak psychofarmaca dan de zittende bewoners. De instroom zorgde in ieder jaar in ieder focusgebied voor een afname van het percentage dat psychofarmaca verstrekt kreeg. Deze afname was over het algemeen groter dan de toename door de uitstroom, waardoor de doorstroom van de bevolking voor een daling in mensen met psychofarmaca zorgde. Ontwikkelingen in de bevolking zorgden er echter voor dat de prevalentie over de jaren in de meeste gebieden gelijk bleef.
7.2 Discussie
Het onderzoek in dit artikel geeft inzicht in de financiële welvaart, verdenking van criminaliteit en de psychische gezondheid van inwoners van de focusgebieden van het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid. Daarbij zijn de focusgebieden onderling vergeleken en met de overige gebieden in hun gemeenten. Ook zijn de ontwikkelingen in de prevalentie van de gemeten indicatoren in de afgelopen tien jaar beschreven en is nagegaan in hoeverre verhuizingen naar en vanuit deze gebieden een rol speelden bij deze ontwikkelingen.
In de resultatenparagrafen van dit artikel is geen aandacht besteed aan de overlap tussen de gemeten indicatoren. Bijlage 2 geeft een indicatie van het aandeel personen dat op 1 januari 2024 in een focusgebied woonde en voldeed aan minstens één van de drie indicatoren. De cijfers tonen dat 25 procent voldeed aan minstens één indicator. Daarbij voldeed (afgerond) 22 procent aan slechts één indicator, en was bij (afgerond) 4 procent sprake van een combinatie van lage welvaart, verdenking van criminaliteit of verstrekte psychofarmaca.
Zo is een analyse van kenmerken van in- en uitstromers in focusgebieden alleen goed mogelijk met behulp van gegevens uit registers. Daarop is de keuze van de indicatoren gebaseerd, maar ze hebben elk hun eigen beperkingen.
Voor de financiële welvaart is een relatieve maatstaf gebruikt, waarbij personen in een bepaald jaar worden vergeleken met de overige inwoners van Nederland in dat jaar. Een relatieve verbetering van de financiële welvaartspositie hoeft daardoor niet per se ook een absolute toename van de materiële welvaart te betekenen. Als er bijvoorbeeld vanuit het buitenland veel mensen met een lage welvaart instromen in de bevolking, dan kan dat ervoor zorgen dat de relatieve positie van de zittende bevolking verbetert terwijl hun bestedingsmogelijkheden feitelijk gelijk blijven.
Het aantal van een misdrijf verdachte inwoners van een gebied geeft enige indicatie van de criminaliteit in dat gebied. Uit onderzoek blijkt immers dat plegers van misdrijven vaak in hun eigen woonomgeving actief zijn (NSCR, 2016) en dat armoede, gebrek aan sociale steun, en blootstelling aan geweld in de buurt de kans op recidive vergroot (Baysal, 2023). Voor dit artikel is echter niet bepaald waar de misdrijven waar men van verdacht is zijn gepleegd en ook is niet nagegaan of de verdachten uiteindelijk zijn veroordeeld. Het is daarnaast niet uitgesloten dat verschillen in het aantal verdachten tussen regio’s samenhangen met verschillen in de opsporingspraktijk van de politie. Verder is weinig bekend over eventuele criminele activiteiten die instromers in het verleden in het buitenland hebben uitgevoerd. Maar gezien het gegeven dat burgers geen ernstige of actuele dreiging voor de openbare orde en nationale veiligheid mogen vormen om zich in Nederland te mogen vestigen (Rijksoverheid, 2000; Immigratie- en naturalisatiedienst, 2025), zal de onderschatting van het aantal immigranten dat recent een misdrijf heeft gepleegd naar verwachting beperkt zijn.
Tenslotte geeft de verstrekking van psychofarmaca maar een globale indicatie van de prevalentie van psychische problemen. Niet iedereen met dergelijke problemen gebruikt immers medicatie en omgekeerd kunnen medicijnen er juist voor zorgen dat mensen geen psychische problemen meer ervaren. Ook is niet bekend of de geselecteerde psychofarmaca daadwerkelijk voor psychische problemen werden voorgeschreven. De middelen kunnen ook (off label) voor andere aandoeningen worden gebruikt (Farmacotherapeutisch Kompas, 2025). Daarbij kunnen regionale verschillen in verstrekte psychofarmaca beïnvloed worden door regionale verschillen in het voorschrijfgedrag door artsen. Tot slot ontbreekt informatie over psychofarmacaverstrekking aan bepaalde groepen immigranten, zoals asielzoekers en Oekraïners, omdat zij niet allemaal een reguliere basisverzekering hebben (Rijksoverheid, 2025a, 2025b).
In dit onderzoek konden alleen de personen die ingeschreven staan in de Basisregistratie Personen worden meegenomen. In gebieden waar veel illegalen of kortverblijvende arbeidsmigranten verblijven of in-, of uitstromen kan de situatie dus afwijken van wat hier gevonden is.
De indicatoren in dit artikel betreffen de thema’s armoede, veiligheid en gezondheid van het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid. Daarnaast is ook onderwijs een thema waarop het programma zich richt. Gegevens over het onderwijsniveau zijn echter niet voor alle inwoners van Nederland via registers beschikbaar en dit thema is dan ook niet in kaart gebracht.
Ook in andere opzichten bieden de gegevens mogelijkheden voor vervolgonderzoek. Zo is vooralsnog niet nagegaan in hoeverre verschillen tussen regio’s verband houden met bijvoorbeeld de leeftijdsopbouw van regio’s. Jongeren zijn immers minder welvarend, vaker verdacht van een misdrijf en gebruiken minder vaak psychofarmaca. En tot slot zou in vervolgonderzoek ook preciezer kunnen worden nagegaan op welke momenten de financiële welvaart, de verdenking van een misdrijf en de verstrekking van psychofarmaca veranderen in relatie tot het moment waarop mensen verhuizen. Dat kan nog beter zicht geven op het effect van de verhuizing naar en uit bepaalde regio’s.
Literatuur
Bakker, B. F. M., J. van Rooijen, L. van Toor, 2014. The system of social statistical datasets of Statistics Netherlands: an integral approach to the production of register-based social statistics. Journal of the International Association for Official Statistics, 30, 1-14.
Baysal, D., 2023. Criminal Behavior and Toxic Environment | IntechOpen. DOI: 10.5772/intechopen.1002061
Brand, C., 2025. Langdurige daling criminaliteit ten einde? Statistische trends, Centraal Bureau voor de Statistiek, Den Haag/Heerlen, 2025.
CBS, 2025. Financiële welvaart | CBS
Farmacotherapeutisch Kompas, 2025. neuropathische pijn
Immigratie- en naturalisatiedienst (IND), 2025. Openbare-ordebeleid bij naturalisatie en optie
Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, 2022. Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid.
NPLV, Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid, 2022. Over het programma. https://www.leefbaarenveilig.nl
NSCR, Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving, 2016. Locatiekeuze van daders. Factsheet september 2016
Rijksoverheid, 2000. Vreemdelingenwet 2000, art. 3.86.
Rijksoverheid, 2025a. Is een zorgverzekering verplicht? | Rijksoverheid.nl
Rijksoverheid, 2025b. Medische zorg en hulpmiddelen voor vluchtelingen Oekraïne | Gezondheidszorg vluchtelingen Oekraïne | Rijksoverheid.nl
Shorrocks, A. F., 2013. Decomposition procedures for distributional analysis: a unified framework based on the Shapley value. Journal of Economic Inequality, 11, 99–126.
Bijlage I
Effect van instroom en uitstroom op het prevalentiecijfer van een populatie
De analyse van het effect van de instroom en uitstroom op het prevalentiepercentage (decompositie-analyse) is uitgevoerd op de bevolking die aan het einde van het peiljaar (t1) 12 jaar of ouder was. Een deel van hen was in het begin van het jaar (t0) dus nog 11. En degenen die in het peiljaar zijn overleden zijn niet meegenomen.
Voor ieder jaar zijn er voor een regio dan drie stromen: instromers (I), uitstromers (U) en blijvers (B).

In het begin van het jaar bestaat de populatie uit blijvers en (toekomstige) uitstromers:
\begin{equation} N_{t0} = N_B + N_U \end{equation}
Aan het einde van het jaar zijn de uitstromers weg, en bestaat de populatie uit blijvers en instromers:
\begin{equation} N_{t1} = N_B + N_I \end{equation}
We zijn geïnteresseerd in een bepaald kenmerk X. Dit kenmerk verandert niet gedurende het hele jaar.
Het percentage met het bepaalde kenmerk X in het begin van het jaar is een gewogen gemiddelde van het percentage van de blijvers en (toekomstige) uitstromers:
\begin{equation} P_{BU; t0} = \frac{N_{B,X} + N_{U,X}}{N_{t0}} \end{equation}
Het percentage van het bepaalde kenmerk X aan het einde van het jaar is een gewogen gemiddelde van het percentage bij de blijvers en instromers:
\begin{equation} P_{BI; t1} = \frac{N_{B,X} + N_{I,X}}{N_{t1}} \end{equation}
Het effect van instroom + uitstroom samen is de verandering in percentage aan het eind t.o.v. het begin van het jaar:
\begin{equation} \Delta P = P_{BI; t1} - P_{BU; t0} \end{equation}

Om naar het effect van instroom en uitstroom apart te kijken, is uitgegaan van een decompositie gebaseerd op de methode van Shapley (Shorrocks, 2013), waarbij rekening wordt gehouden met de volgorde van instroom en uitstroom. Eerst worden de effecten berekend in het scenario waarbij de uitstroom vóór de instroom plaatsvindt. Daarna de effecten wanneer de instroom vóór de uitstroom plaatsvindt. Het uiteindelijke in- en uitstroomeffect is het gemiddelde van deze twee scenario’s.
Scenario 1: uitstroom vóór instroom

Uitstroomeffect
Als alle uitstroom vóór de instroom zou plaatsvinden, was het percentage met kenmerk X na uitstroom:
\begin{equation} P_B = \frac{N_{B,X}}{N_B} \end{equation}
Dus het effect van het verdwijnen van de uitstromers is:
\begin{equation} \Delta P_{U,scenario1} = P_{B} - P_{BU; t0} \end{equation}
Instroomeffect
In dit scenario vindt daarna de instroom plaats. Dus het effect van instroom is:
\begin{equation} \Delta P_{I,scenario1} = P_{BI;t1} - P_{B} \end{equation}

Scenario 2: instroom vóór uitstroom
Instroomeffect
Als alle instroom vóór de uitstroom plaats zou vinden was het percentage met kenmerk X na de instroom:
\begin{equation} P_{BUI} = \frac{N_{B,X} + N_{U,X} + N_{I,X}}{N_B+N_U+N_I} \end{equation}
Dus het effect van instroom is:
\begin{equation} \Delta P_{I, scenario2} = P_{BUI}-P_{BU;t0} \end{equation}
Uitstroomeffect
Daarna vindt de uitstroom plaats, dus het effect van het verdwijnen van de uitstromers is:
\begin{equation} \Delta P_{U, scenario2} = P_{BI;t1}-P_{BUI} \end{equation}
Totaal
Instroomeffect:
\begin{equation} \Delta P_I = (\Delta P_{I,scenario1} + \Delta P_{I,scenario2})/2 \end{equation}
Uitstroomeffect:
\begin{equation} \Delta P_U = (\Delta P_{U,scenario1} + \Delta P_{U,scenario2})/2 \end{equation}
Bij de berekening van het in-, en uitstroomeffect is gestratificeerd naar al dan niet emi- of immigranten.
Bijlage II
De overlap tussen lage financiële welvaart, verdenking van criminaliteit en verstrekking van psychofarmaca
In dit onderzoek is de prevalentie van lage financiële welvaart, verdenking van criminaliteit en verstrekking van psychofarmaca afzonderlijk in kaart gebracht. Er bestaat echter enige overlap tussen deze indicatoren: naast personen die aan geen enkele of slechts één indicator voldoen, zijn er ook personen die aan twee of alle drie de indicatoren voldoen. Tabel BII.1 geeft een indicatie van deze overlap. Voor de berekening is één uniforme populatie gebruikt: personen van 12 jaar of ouder op 1 januari 2024 die het hele jaar 2023 in Nederland hebben gewoond, exclusief studenten. Omdat de populatie voor deze overlapberekening verschilt van de populaties die voor de afzonderlijke indicatoren in het artikel zijn geselecteerd, komen de totaalpercentages niet exact overeen met de cijfers zoals gepresenteerd in de resultatenparagrafen.
In de totale populatie (‘Heel Nederland’ in tabel II.1) voldeed 16,2 procent aan één of meer van de indicatoren: 14,5 procent aan slechts één en 1,6 procent aan twee of drie. De overlap in de totale populatie is daarmee 10 procent van degenen die voldeden aan één of meer van de drie indicatoren. In de populatie in de focusgebieden voldeed 25,5 procent aan minstens één indicator: 21,7 procent aan één en 3,8 procent aan twee of drie. In de focusgebieden voldeed dus 15 procent van degenen met minstens één indicator aan twee of drie indicatoren.
Uit deze tabel kan verder bijvoorbeeld worden afgeleid dat in de focusgebieden 16 procent van de bewoners met een lage welvaart psychofarmaca kreeg en dat 11 procent in de periode 2019 t/m 2023 verdacht was geweest van een misdrijf. Bij degenen die geen lage welvaart hadden was dit respectievelijk 10 procent en 5 procent.
| Lage wel- vaart | Verdacht geweest in 2019 - 2023 | Psycho-farmaca ontvangen | Heel Nederland, % van totaal | Heel Nederland, % met indicator2) | Alleen focus- gebieden, % van totaal | Alleen focus- gebieden, % met indicator2) |
|---|---|---|---|---|---|---|
| + | + | + | 0,1 | 0,8 | 0,3 | 1,2 |
| + | + | - | 0,4 | 2,5 | 1,1 | 4,5 |
| + | - | + | 0,8 | 5,0 | 1,8 | 7,2 |
| - | + | + | 0,3 | 1,9 | 0,5 | 1,9 |
| + | - | - | 4,2 | 25,9 | 10,1 | 39,5 |
| - | + | - | 2,1 | 12,7 | 3,4 | 13,5 |
| - | - | + | 8,3 | 51,2 | 8,2 | 32,2 |
| - | - | - | 83,8 | - | 74,5 | - |
| 100 | 100 | 100 | 100 | |||
| 1) Personen van 12 jaar of ouder, exclusief studenten, alleen degenen die heel 2023 in Nederland hebben gewoond 2) Personen met tenminste één indicator | ||||||
Bijlage III
Tabellen
Verhuisstromen financiële welvaart