Gebruik van AI-technologie door Nederlandse microbedrijven

1. Inleiding

Artificiële Intelligentie (AI) verwijst naar machinale systemen die intelligent gedrag vertonen en uit ontvangen input afleiden hoe output gegenereerd kan worden om bepaalde doelen te bereiken. Deze systemen kunnen met een bepaalde mate van autonomie voorspellingen of aanbevelingen doen, of beslissingen nemen die van invloed zijn op de fysieke of virtuele omgeving. Voorbeelden van AI-systemen zijn autonome robots, zelfrijdende auto's, machine learning modellen die gebruikt worden voor data-analyse, AI-gedreven beeldanalyse en generatieve AI-modellen die op basis van een prompt tekst en/of afbeeldingen produceren.

De verwachtingen rond AI zijn hooggespannen. AI wordt gezien als een systeemtechnologie, te vergelijken met elektriciteit en de verbrandingsmotor (OESO1, 2024). Volgens een verkenning van de OESO kan AI bijdragen aan wetenschappelijke vooruitgang, een toename van de productiviteit en economische groei, verbeteringen van de gezondheidszorg en het onderwijssysteem en het dempen van klimaatverandering (OESO2, 2024). Het benutten van de kansen die AI biedt is één van de zes speerpunten in de Nederlandse digitaliseringsstrategie. In het ‘rapport Wennink’, waarin een route naar toekomstige welvaart wordt geschetst, is digitalisering en AI één van de vier pijlers. Volgens het rapport kan met de ontwikkeling en massale toepassing van AI in bedrijven een structurele productiviteitsverbetering worden gerealiseerd die zonder AI onhaalbaar is.

Bedrijven zijn de afgelopen jaren meer en meer AI gaan gebruiken. In 2025 gebruikte ongeveer een derde van de Nederlandse bedrijven met 10 of meer werkzame personen één of meer AI-technologieën (CBS, StatLine). Het gebruik van AI door kleinere bedrijven blijft echter achter bij het gebruik door de grotere bedrijven. Zo gebruikte in 2025 bijna driekwart van de grootste bedrijven met 500 of meer werkzame personen AI, terwijl dit onder bedrijven met 10 tot 20 werkzame personen ‘slechts’ één kwart was. De massale toepassing van AI, waarvan in het rapport Wennink wordt gesproken, lijkt vooralsnog vooral werkelijkheid te zijn geworden onder de grotere bedrijven. Deze grotere bedrijven zijn weliswaar verantwoordelijk voor een groot deel van de toegevoegde waarde van de Nederlandse economie, maar het overgrote deel van de Nederlandse bedrijven is relatief klein. Het aantal bedrijven met 2 tot 10 werkzame personen is ongeveer vijf keer groter dan het aantal bedrijven met 10 of meer werkzame personen.

In de eerder gepubliceerde AI-monitor 2024 rapporteerde het CBS over het gebruik van AI-technologie door Nederlandse bedrijven met 10 of meer werkzame personen. De voorliggende rapportage brengt juist het gebruik van AI door kleinere microbedrijven met 2 tot 10 werkzame personen in beeld, en wel voor de periode 2023-2025. Hoofdstuk 2 gaat in op het gebruik van AI-technologie door deze groep bedrijven. Hoofdstuk 3 beschrijft het omzetaandeel van bedrijven die AI gebruiken en hoofdstuk 4 gaat in op het doel van dit gebruik. Hoofdstuk 5 geeft een beeld van de manier waarop AI-technologie wordt verkregen door microbedrijven. In hoofdstuk 6, tot slot, worden de redenen genoemd waarom bedrijven die hebben overwogen AI te gebruiken de technologie toch niet zijn gaan gebruiken. Er wordt telkens vergeleken met cijfers voor het midden- en kleinbedrijf (10 tot 250 werkzame personen) en het grootbedrijf (250 of meer werkzame personen).

Deze rapportage is tot stand gekomen binnen het CBS programma ‘Maatschappelijke Opgave  AI’ (MOAI).