7. Belemmeringen
Ieder kwartaal worden ondernemers gevraagd naar de belangrijkste belemmering die ze op dat moment ondervinden in de bedrijfsvoering. Van de zeven antwoordcategorieën kunnen ze er maximaal twee selecteren. De uitkomsten worden daarvoor niet genormaliseerd en geven dus het percentage ondernemers aan die de belemmering hebben gekozen.
7.1 Belemmeringen totale niet-financiële bedrijfsleven
Sinds het derde kwartaal van 2021 is het tekort aan arbeidskrachten onafgebroken de meest genoemde belemmering door ondernemers. Na de coronacrisis liep dit op tot meer dan 49 procent in het derde kwartaal van 2022. Daarna nam het langzaam af en komt het in het vierde kwartaal van 2026 uit op bijna 32 procent. Daarmee is het percentage nagenoeg gelijk gebleven ten opzichte van vorig kwartaal (33 procent). Bijna een derde van de ondernemers gaf aan geen belemmeringen te ervaren, nagenoeg gelijk aan het aandeel dat een tekort aan arbeidskrachten ervaarde.
De belemmering onvoldoende vraag is dit kwartaal met 19 procent gelijk gebleven, al was dit halverwege 2022 nog maar 11 procent. Voor 11 procent van de ondernemers zijn financiële beperkingen de belangrijkste belemmering in de bedrijfsvoering. Dit percentage is nagenoeg gelijk aan dat van vorig kwartaal, maar ten opzichte van begin 2022 ruimschoots verdubbeld. Het tekort aan productiemiddelen is sinds het derde kwartaal van 2022 geleidelijk afgenomen. Waar toen ruim 22 procent van de ondernemers dit als belemmering aangaf, is het aandeel in het vierde kwartaal van 2026 gedaald tot ruim 7 procent. De categorie andere oorzaken is ten opzichte vorig kwartaal iets toegenomen naar 17 procent.
| Jaar | Maand | Geen belemmeringen (% bedrijven) | Onvoldoende vraag (% bedrijven) | Tekort aan arbeidskrachten (% bedrijven) | Tekort aan productiemiddelen (% bedrijven) | Financiële beperkingen (% bedrijven) | Andere oorzaken (% bedrijven) |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2022 | jan | 32,3 | 11,9 | 35 | 17,1 | 4,5 | 20,7 |
| 2022 | apr | 27,6 | 10,6 | 43,7 | 23,9 | 4,5 | 14,1 |
| 2022 | jul | 26,3 | 11,3 | 49,3 | 22,4 | 5,2 | 11,5 |
| 2022 | okt | 23,7 | 14,1 | 48,2 | 20,4 | 6,9 | 13,7 |
| 2023 | jan | 27,1 | 15 | 44,4 | 16,1 | 8,4 | 11 |
| 2023 | apr | 30 | 16,2 | 42,9 | 13,7 | 7,3 | 9,7 |
| 2023 | jul | 31,2 | 16,8 | 42,3 | 12,3 | 7,1 | 9,6 |
| 2023 | okt | 30,3 | 19,6 | 41,7 | 9,5 | 8,8 | 10 |
| 2024 | jan | 32,1 | 20,8 | 37,5 | 7,6 | 8,5 | 9,1 |
| 2024 | apr | 31,8 | 21,2 | 38,4 | 8 | 8,2 | 8,8 |
| 2024 | jul | 33,1 | 19,8 | 36,9 | 8,3 | 8,8 | 8,4 |
| 2024 | okt | 31,9 | 20,4 | 39,9 | 7,5 | 8,7 | 9,3 |
| 2025 | jan | 35,3 | 19 | 35,8 | 7,1 | 10,3 | 9,4 |
| 2025 | apr | 36 | 18,8 | 33,9 | 8,2 | 9,9 | 10,5 |
| 2025 | jul | 33,3 | 19,8 | 36,3 | 6,4 | 10,4 | 11,7 |
| 2025 | okt | 33,4 | 21,8 | 33,3 | 6 | 10,4 | 13,3 |
| 2026 | jan | 34,7 | 19,7 | 31,5 | 6,4 | 10,3 | 12,6 |
| 2026 | apr | 32,3 | 19,6 | 30,1 | 7,8 | 10,9 | 17,4 |
| 2026 | jul | 31,7 | 18,9 | 32,8 | 6,8 | 11,9 | 15,7 |
| 2026 | okt | 32,1 | 18,9 | 31,7 | 7,4 | 11,0 | 17,0 |
| Bron: CBS, EIB, KVK, VNO-NCW, MKB-Nederland | |||||||
| 1)Bedrijven konden maximaal twee belemmeringen kiezen. De optie 'weersomstandigheden' ontbreekt in de grafiek | |||||||
7.2 Belemmeringen per bedrijfstak
De belemmeringen voor het totale niet-financiële bedrijfsleven geven een goed beeld op macro-economisch niveau. De uitkomsten voor de onderliggende bedrijfstakken geven een indicatie voor de verwachtingen op bedrijfstakniveau en zorgen daarmee voor gedetailleerdere informatie.
Vaker andere oorzaken genoemd als belangrijkste belemmering
Ondernemers gaven in 2026 vaker aan dat zij een belemmering ervaren die niet past bij de standaard antwoordmogelijkheden van de enquêtevraag over belemmeringen. 17 procent gaf dit aan, een stijging van bijna 4 procent ten opzichte van vorig jaar. In het vrije invulveld gaven ondernemers voornamelijk aan dat zij belemmerd worden door wet- en regelgeving, geopolitieke onzekerheid of hoge energiekosten.
Ondernemers in de verhuur en handel van onroerend goed ervaarden met bijna 29 procent het vaakst andere oorzaken als belangrijkste belemmering. Ook in de vervoer en opslag, de landbouw, bosbouw en visserij, de detailhandel en de groothandel gaf meer dan 20 procent dit aan. In de autohandel- en reparatie en de detailhandel nam dit percentage met bijna 15 procent toe. Bijna 1 op de 5 ondernemers in de bouwnijverheid geeft andere oorzaken aan, het gaat dan met name om vertragingen bij de vergunningverlening. Ondernemers in de informatie en communicatie ervaarden het minst vaak andere oorzaken als belangrijkste belemmering.
| oktober 2026 (% bedrijven) | oktober 2025 (% bedrijven) | |
|---|---|---|
| Totaal (ex. financieel of nutsbedrijven) | 17,0 | 13,3 |
| Verhuur en handel van onroerend goed | 28,8 | 22,8 |
| Vervoer en opslag | 24,2 | 22,4 |
| Landbouw, bosbouw en visserij | 22,5 | 22,1 |
| Detailhandel (niet in auto's) | 22,2 | 7,7 |
| Groothandel en handelsbemiddeling | 21,1 | 17,5 |
| Bouwnijverheid | 19,3 | 14,4 |
| Autohandel en -reparatie | 18,4 | 3,8 |
| Horeca | 14,1 | 11,8 |
| Zakelijke dienstverlening | 13,8 | 12,7 |
| Cultuur, sport en recreatie | 13,7 | 9,0 |
| Industrie | 13,4 | 13,0 |
| Informatie en communicatie | 7,4 | 7,2 |
| Bron: CBS, EIB, KVK, MKB-Nederland, VNO-NCW | ||
Tekort aan productiemiddelen vaker belemmering in de industrie
Het aandeel bedrijven dat een tekort aan productiemiddelen, materiaal of ruimte als belangrijkste belemmering ervaart, ligt met ruim 7 procent op een iets hoger niveau dan een jaar geleden. Bij elf van de twaalf bedrijfstakken is deze belemmering vaker gemeld dan vorig jaar. Enkel bij de vervoer en opslag is het tekort aan productiemiddelen minder vaak genoemd als belangrijkste belemmering. Desondanks is het percentage hier met 13 procent het hoogst van alle bedrijfstakken. Het aandeel bedrijven met deze belemmering is het sterkst gestegen in de industrie en werd daarbinnen het vaakst genoemd door de elektrotechnische- en machine-industrie.
| oktober 2026 (% bedrijven) | oktober 2025 (% bedrijven) | |
|---|---|---|
| Totaal (ex. financieel of nutsbedrijven) | 7,4 | 6,0 |
| Vervoer en opslag | 13,0 | 14,3 |
| Industrie | 12,1 | 8,0 |
| Verhuur en handel van onroerend goed | 11,9 | 11,6 |
| Groothandel en handelsbemiddeling | 11,2 | 8,6 |
| Autohandel en -reparatie | 8,6 | 7,2 |
| Landbouw, bosbouw en visserij | 7,1 | 6,7 |
| Detailhandel (niet in auto's) | 6,2 | 6,1 |
| Informatie en communicatie | 4,5 | 1,9 |
| Zakelijke dienstverlening | 3,7 | 3,0 |
| Cultuur, sport en recreatie | 3,1 | 2,6 |
| Horeca | 3,0 | 2,3 |
| Bouwnijverheid | 2,6 | 1,0 |
| Bron: CBS, EIB, KVK, MKB-Nederland, VNO-NCW | ||