Conjunctuurenquete Nederland, vierde kwartaal 2026

2. Ondernemersvertrouwen

Het ondernemersvertrouwen is een stemmingsindicator van het Nederlandse bedrijfsleven. Bij het beoordelen van de uitkomsten kan men ervan uitgaan dat hoe optimistischer of pessimistischer de ondernemers gestemd zijn, des te meer de waarde van het ondernemersvertrouwen positief of negatief zal afwijken van de nullijn. De indicator is opgebouwd uit het ongewogen seizoengecorrigeerde gemiddelde van de saldo’s uit twee vragen. Deze twee vragen betreffen de ontwikkeling en verwachting van het economisch klimaat. Het ondernemersvertrouwen van het totale Nederlandse bedrijfsleven is een gewogen gemiddelde van de vertrouwensindicatoren van de onderliggende bedrijfstakken.

2.1 Ondernemersvertrouwen totale niet-financiële bedrijfsleven

Het ondernemersvertrouwen is nu vijf jaar op rij negatief en komt in het vierde kwartaal van 2026 uit op -5,3. Het cijfer is daarmee gelijk aan dat van het vorige kwartaal, toen het ondernemersvertrouwen sterk steeg na een sterke daling in het tweede kwartaal van 2026. Het ondernemersvertrouwen ligt onder het gemiddelde (3,9) van de reeks sinds 2012.

Ondernemers zijn sinds eind 2022 minder negatief over de verwachting van het economisch klimaat dan over de ontwikkeling van het economisch klimaat. Dit patroon werd alleen in het tweede kwartaal van 2025 eenmalig onderbroken. Het verschil tussen de verwachting (-4,0) en de ontwikkeling (-6,6) van het economisch klimaat is dit kwartaal afgenomen ten opzichte van het derde kwartaal van 2026.

2.1.1 Ondernemersvertrouwen
JaarMaandOndernemersvertrouwen (Gemiddelde van de deelvragen)Ontwikkeling econmisch klimaat (Gemiddelde van de deelvragen)Verwachting economisch klimaat (Gemiddelde van de deelvragen)
2022jan-0,3-21,4
2022apr-7,6-6,4-8,7
2022jul-10,9-11,6-10,1
2022okt-20,3-19,3-21,3
2023jan-12-13,3-10,6
2023apr-6,8-7,8-5,7
2023jul-7,4-8,5-6,3
2023okt-8,7-10,9-6,4
2024jan-7,1-9,9-4,3
2024apr-5,8-9,2-2,5
2024jul-3,7-5,9-1,4
2024okt-3,1-6-0,2
2025jan-5,2-7,9-2,4
2025apr-7,1-6,9-7,4
2025jul-3,9-6,2-1,7
2025okt-4,1-6,1-2,1
2026jan-1,8-3-0,5
2026apr-14,8-15,8-13,7
2026jul-5,3-9,3-1,4
2026okt-5,3-6,6-4,0
Bron: CBS, EIB, KVK, VNO-NCW, MKB-Nederland

2.2 Ondernemersvertrouwen per bedrijfstak

Het totaalcijfer voor het ondernemersvertrouwen is gelijk gebleven aan dat van het vorige kwartaal en nog steeds negatief. Het ondernemersvertrouwen is positief in de informatie en communicatie en nagenoeg neutraal in de industrie en de autohandel en -reparatie. In de overige bedrijfstakken is het cijfer negatief.

2.2.1 Ondernemersvertrouwen per bedrijfstak
 oktober 2026 (Gemiddelde van de deelvragen)juli 2026 (Gemiddelde van de deelvragen)
Totaal (ex. financieel of nutsbedrijven)-5,3-5,3
Informatie en communicatie4,44,6
Industrie0,6-1,0
Autohandel en -reparatie0,0-8,0
Cultuur, sport en recreatie-1,10,4
Detailhandel (niet in auto's)-2,0-1,1
Zakelijke dienstverlening-2,8-2,8
Groothandel en handelsbemiddeling-3,8-9,0
Vervoer en opslag-9,5-4,4
Verhuur en handel van onroerend goed-11,6-11,8
Bouwnijverheid-17,0-12,8
Horeca-20,0-19,5
Landbouw, bosbouw en visserij-21,9-21,0
Bron: CBS, EIB, KVK, MKB-Nederland, VNO-NCW

Grootste toename in de autohandel

In de autohandel en -reparatie verbeterde het ondernemersvertrouwen van -8,0 naar 0,0. Ook in de groothandel was er een relatief grote stijging (+5,2), maar bleef het cijfer negatief. In de industrie sloeg het cijfer om van negatief naar licht positief.

Ondernemersvertrouwen negatiefst in de landbouw

De landbouw, bosbouw en visserij is net als vorig kwartaal de meest negatieve bedrijfstak. Het ondernemersvertrouwen daalde licht van -21,0 naar -21,9. Ook in de horeca en de bouwnijverheid is het ondernemersvertrouwen relatief sterk negatief. Ondanks het negatieve vertrouwen in de bouwnijverheid zijn veel andere indicatoren, zoals het oordeel over de orderpositie en de personeelssterkte, wel positief. In de vervoer en opslag (-5,1) en de bouwnijverheid (-4,2) daalde het cijfer het sterkst.

2.3 Ondernemersvertrouwen naar regio

Net als het landelijke cijfer is het ondernemersvertrouwen in alle provincies negatief in het vierde kwartaal. Het cijfer is in vier provincies gedaald, en in acht provincies gestegen ten opzichte van het vorige kwartaal. In Drenthe is het cijfer van -10,9 naar -4,0 het meest gestegen ten opzichte van het vorige kwartaal. Het cijfer daalde het sterkst in Zeeland van -4,0 naar -9,7, waardoor Zeeland na Flevoland de meest negatief gestemde provincie is.

2.3.1 Ondernemersvertrouwen per provincie
ProvincieStatcode
Groningen (PV)-5,5
Fryslân (PV)-4,7
Drenthe (PV)-4,0
Overijssel (PV)-8,3
Flevoland (PV)-11,4
Gelderland (PV)-6,9
Utrecht (PV)-2,6
Noord-Holland (PV)-5,5
Zuid-Holland (PV)-6,1
Zeeland (PV)-9,7
Noord-Brabant (PV)-1,9
Limburg (PV)-6,6
Bron: CBS, EIB, KVK, MKB-Nederland, VNO-NCW