4. Ontwikkelingen vierde kwartaal 2025
Ondernemers worden in de COEN gevraagd naar ontwikkelingen over verschillende onderwerpen in het afgelopen kwartaal. Ondernemers geven dan per onderwerp aan of het is verslechterd, gelijk is gebleven of verbeterd. Als de vraag in iedere bedrijfstak wordt gesteld kan een cijfer voor het totale niet-financiële bedrijfsleven worden gemaakt.
4.1 Ontwikkelingen totale niet-financiële bedrijfsleven
In het afgelopen kwartaal waren er meer ondernemers die hun winstgevendheid zagen verbeteren dan verslechteren; daarmee is het saldo hierover positief. In dezelfde periode een jaar geleden lag het saldo hierover iets lager. Verder zagen ondernemers per saldo hun orderontvangst toenemen in het afgelopen kwartaal. Desondanks was het oordeel over de orderpositie per saldo nog licht negatief. Dat betekent dat ondernemers hun orderpositie als (te) klein beschouwen. Daarnaast zag een groter aandeel ondernemers hun binnenlandse concurrentiepositie verbeteren en het meest positief waren ondernemers over de ontwikkeling van hun omzet.
| VerkorteVraagTekst,januari 2026,januari 2025 Omzet,20.2,19.8 Orderontvangst,12.2,12.8 Winstgevendheid,5.0,3.1 Concurrentiepositie Nederlandse Markt,4.0,1.6 Orderpositie,-0.6,-1.4 | januari 2026 (Saldo % positieve antwoorden en % negatieve antwoorden) | januari 2025 (Saldo % positieve antwoorden en % negatieve antwoorden) |
|---|---|---|
| Omzet | 20,2 | 19,8 |
| Orderontvangst | 12,2 | 12,8 |
| Winstgevendheid | 5,0 | 3,1 |
| Concurrentiepositie Nederlandse Markt | 4,0 | 1,6 |
| Orderpositie | -0,6 | -1,4 |
| Bron: CBS, EIB, KVK, MKB-Nederland, VNO-NCW | ||
4.2 Ontwikkelingen per bedrijfstak
De ontwikkelingen voor het totale niet-financiële bedrijfsleven geven een goed beeld op macro-economisch niveau. De uitkomsten voor de onderliggende bedrijfstakken geven een indicatie voor de ontwikkelingen op bedrijfstakniveau en zorgen daarmee voor gedetailleerdere informatie.
Meeste bedrijfstakken iets positiever over winstgevendheid
In het afgelopen kwartaal zag per saldo 5 procent van de ondernemers de winstgevendheid verbeteren. In dezelfde periode vorig jaar was dit nog 3 procent. In de meeste bedrijfstakken waren ondernemers per saldo positief over hun winstgevendheid en ook positiever dan een jaar geleden. Bij de autohandel en -reparatie steeg het saldo hierover het sterkst van ruim -4 procent naar 7 procent. In de informatie en communicatie (24 procent) en de bouwnijverheid (19 procent) zijn ondernemers per saldo het meest positief over hun winstgevendheid in het afgelopen kwartaal. In de horeca (-21 procent) en de landbouw, bosbouw en visserij (-17 procent) zijn ondernemers het meest negatief gestemd. In de vervoer en opslag daalde het saldo van positief naar licht negatief.
| ,januari 2026,januari 2025 Totaal (ex. financieel of nutsbedrijven),5.0,3.1 ,, Informatie en communicatie,23.8,17.5 Bouwnijverheid,19.4,14.5 Zakelijke dienstverlening,10.0,9.5 Groothandel en handelsbemiddeling,7.2,1.3 Autohandel en -reparatie,6.8,-4.5 Detailhandel (niet in auto's),3.8,-1.7 Verhuur en handel van onroerend goed,3.7,4.1 "Cultuur, sport en recreatie",2.4,-3.4 Industrie,2.1,-0.5 Vervoer en opslag,-2.1,6.0 "Landbouw, bosbouw en visserij",-17.0,-14.0 Horeca,-20.6,-14.5 | januari 2026 (Saldo % positieve antwoorden en % negatieve antwoorden) | januari 2025 (Saldo % positieve antwoorden en % negatieve antwoorden) |
|---|---|---|
| Totaal (ex. financieel of nutsbedrijven) | 5,0 | 3,1 |
| nan | nan | |
| Informatie en communicatie | 23,8 | 17,5 |
| Bouwnijverheid | 19,4 | 14,5 |
| Zakelijke dienstverlening | 10,0 | 9,5 |
| Groothandel en handelsbemiddeling | 7,2 | 1,3 |
| Autohandel en -reparatie | 6,8 | -4,5 |
| Detailhandel (niet in auto's) | 3,8 | -1,7 |
| Verhuur en handel van onroerend goed | 3,7 | 4,1 |
| Cultuur, sport en recreatie | 2,4 | -3,4 |
| Industrie | 2,1 | -0,5 |
| Vervoer en opslag | -2,1 | 6,0 |
| Landbouw, bosbouw en visserij | -17,0 | -14,0 |
| Horeca | -20,6 | -14,5 |
| Bron: CBS, EIB, KVK, MKB-Nederland, VNO-NCW | ||
Ruim twee derde bedrijven winstgevend in 2025
Net als vorig jaar geeft ruim twee derde van de bedrijven aan het afgelopen jaar winstgevend te zijn geweest. Ruim 12 procent geeft aan verlies te hebben gemaakt het afgelopen jaar. Iets meer dan 13 procent heeft geen noemenswaardige winst of verlies gemaakt en de overige 7 procent weet het (nog) niet.
In de groothandel en handelsbemiddeling ligt het aandeel winstgevende bedrijven in 2025 het hoogst met 77 procent. In de cultuur, sport en recreatie ligt dit met 50 procent het laagst. In de verhuur en handel van onroerend goed geven de minste bedrijven (0,5 procent) aan verlies te hebben gemaakt, in de vervoer en opslag (24 procent) ligt dit het hoogst. Vergeleken met vorig jaar is het aandeel winstgevende bedrijven in de detailhandel het sterkst gestegen van 48 procent naar 63 procent. In de horeca en de vervoer en opslag is dit het meest gedaald.
| Positief (% bedrijven) | Geen noemenswaardige winst of verlies (% bedrijven) | Negatief (% bedrijven) | Weet niet (% bedrijven) | |
|---|---|---|---|---|
| Totaal (ex. financieel, nutsbedrijven of bouw) | 67,5 | 13,2 | 12,4 | 6,9 |
| Groothandel en handelsbemiddeling | 77 | 9 | 9,3 | 4,7 |
| Autohandel en -reparatie | 76,6 | 7 | 12,1 | 4,3 |
| Verhuur en handel van onroerend goed | 75,8 | 10 | 0,5 | 13,7 |
| Zakelijke dienstverlening | 74,8 | 11,8 | 8,8 | 4,6 |
| Informatie en communicatie | 68,7 | 13,9 | 11,2 | 6,2 |
| Industrie | 68 | 12,3 | 12,9 | 6,8 |
| Landbouw, bosbouw en visserij | 65,4 | 14,7 | 13,6 | 6,3 |
| Detailhandel (niet in auto's) | 63,2 | 15,5 | 10,3 | 11 |
| Horeca | 57,7 | 19,2 | 13,3 | 9,8 |
| Vervoer en opslag | 56,1 | 13,5 | 23,8 | 6,6 |
| Cultuur, sport en recreatie | 49,7 | 24,7 | 17,9 | 7,7 |
| Bron: CBS, EIB, KVK, VNO-NCW, MKB-Nederland | ||||
| 1) Door een technisch probleem ontbreekt de bouwnijverheid | ||||
Bezettingsgraad nagenoeg hetzelfde
De bezettingsgraad in de industrie en de dienstverlening is nagenoeg hetzelfde als in het vorige kwartaal. De bezettingsgraad in de industrie ligt met 77,9 procent nog wel steeds onder het gemiddelde (81 procent) van de reeks vanaf 2012. Binnen de industrie ligt de bezettingsgraad het laagst bij de raffinaderijen en chemie en de metaalindustrie (74,1 procent) en het hoogst in de transportmiddelenindustrie (81,1 procent).
De bezettingsgraad in de dienstverlening ligt met 88,5 procent net onder het gemiddelde (89 procent) van de reeks vanaf 2012. Binnen de dienstverlening is de bezettingsgraad het hoogst in de verhuur en handel van onroerend goed (92,7 procent) en het laagst bij de informatie en communicatie (83,0 procent).
| periode_label,Dienstverlening,Industrie januari 2022,87.3,83.6 april 2022,88.6,84.2 juli 2022,89.9,84.2 oktober 2022,89.7,82.7 januari 2023,89.3,82.6 april 2023,89.1,82.5 juli 2023,89.2,81.6 oktober 2023,89.1,81.0 januari 2024,88.6,78.4 april 2024,88.8,79.6 juli 2024,89.2,78.0 oktober 2024,89.1,77.1 januari 2025,89.2,77.2 april 2025,89.0,77.5 juli 2025,89.0,77.7 oktober 2025,88.7,77.2 januari 2026,88.5,77.9 | Dienstverlening (%) | Industrie (%) | |
|---|---|---|---|
| 2022 | Januari | 87,3 | 83,6 |
| 2022 | April | 88,6 | 84,2 |
| 2022 | Juli | 89,9 | 84,2 |
| 2022 | Oktober | 89,7 | 82,7 |
| 2023 | Januari | 89,3 | 82,6 |
| 2023 | April | 89,1 | 82,5 |
| 2023 | Juli | 89,2 | 81,6 |
| 2023 | Oktober | 89,1 | 81,0 |
| 2024 | Januari | 88,6 | 78,4 |
| 2024 | April | 88,8 | 79,6 |
| 2024 | Juli | 89,2 | 78,0 |
| 2024 | Oktober | 89,1 | 77,1 |
| 2025 | Januari | 89,2 | 77,2 |
| 2025 | April | 89,0 | 77,5 |
| 2025 | Juli | 89,0 | 77,7 |
| 2025 | Oktober | 88,7 | 77,2 |
| 2026 | Januari | 88,5 | 77,9 |
| Bron: CBS, EIB, KVK, MKB-Nederland, VNO-NCW | |||
De bezettingsgraad voor de industrie wordt op een andere manier bepaald dan voor de dienstverlening. Bij de industrie gaat het om de bezettingsgraad van de beschikbare productiecapaciteit. Bij de dienstverlening wordt de bezettingsgraad afgeleid uit de vraagtoename die bedrijven met hun huidige middelen aankunnen. Over het algemeen ligt de bezettingsgraad van de dienstverlening hoger dan die van de industrie. Dit heeft mogelijk te maken met het genoemde methodeverschil in de vraagstelling.