Conjunctuurenquete Nederland, eerste kwartaal 2026

Over deze publicatie

Deze publicatie over de Conjunctuurenquête Nederland (COEN) beschrijft de belangrijkste uitkomsten van het eerste kwartaal 2026. De COEN is een gezamenlijk onderzoek van het CBS, KVK, EIB, MKB Nederland en VNO-NCW, met de steun van het ministerie van Economische Zaken.

Samenvatting

Ondernemersvertrouwen (hoofdstuk 2)

  • Het ondernemersvertrouwen is gestegen en komt aan het begin van het eerste kwartaal uit op -1,8. Daarmee is de stemmingsindicator voor het zeventiende kwartaal op rij negatief, maar ligt wel op het hoogste niveau sinds begin 2022.
  • Het vertrouwen is in de autohandel en -reparatie het sterkst gestegen. In de landbouw, bosbouw en visserij is het cijfer het sterkst gedaald en ook het sterkst negatief van alle bedrijfstakken. 

Personeelsindicator (hoofdstuk 3)

  • De personeelsindicator is licht gestegen en komt aan het begin van het eerste kwartaal uit op 5,5. Ondernemers zijn positiever over de ontwikkeling van hun personeelssterkte in het afgelopen kwartaal en minder positief over de verwachte personeelssterkte in het lopende kwartaal.
  • De personeelsindicator is het sterkst gestegen in de cultuur, sport en recreatie, gevolgd door de bouwnijverheid. In de horeca en de informatie en communicatie sloeg de indicator om van negatief naar positief. Alleen in de detailhandel zijn ondernemers nog negatief over hun personeelssterkte. In de bouwnijverheid zijn ondernemers het meest positief.

Ontwikkelingen vierde kwartaal 2025 (hoofdstuk 4)

  • Ondernemers zagen per saldo hun winstgevendheid verbeteren in het afgelopen kwartaal. Ook gaven 7 op de 10 bedrijven aan winst te hebben gemaakt in het afgelopen jaar. Ondernemers in de bouw gaven dit het vaakst aan en ondernemers in de vervoer en opslag hadden het vaakst een negatief bedrijfsresultaat.
  • De bezettingsgraad in de industrie is nagenoeg gelijk gebleven (77,9 procent) en ligt nog steeds relatief laag. Ook in de dienstverlening is de bezettingsgraad nagenoeg gelijk gebleven (88,5 procent) en ligt net onder het gemiddelde van de reeks vanaf 2012. 

Verwachtingen eerste kwartaal 2026 (hoofdstuk 5)

  • Ondernemers hebben per saldo positieve verwachtingen voor het eerste kwartaal van 2026. Daarbij zijn ze ook positiever dan een jaar geleden. Het meest positief zijn ondernemers over de orderontvangsten, de te plaatsen orders en de investeringen.
  • Het minst positief zijn bedrijven over de winstgevendheid in het eerste kwartaal. In de meeste bedrijfstakken is de stemming daarover wel verbeterd ten opzichte van een jaar geleden. 

Belemmeringen (hoofdstuk 6)

  • Bij vijf van de twaalf bedrijfstakken zijn financiële beperkingen vaker genoemd als belangrijkste belemmering dan vorig jaar. In de cultuursector nam dit percentage het sterkst toe en in de verhuur en handel van onroerend goed wordt dit het vaakst als belangrijkste belemmering ervaren. 
  • Het tekort aan arbeidskrachten is met 31,5 procent nog steeds de meest genoemde belemmering door ondernemers in hun bedrijfsvoering, maar het percentage nam wel iets af ten opzichte van vorig jaar. 

Uitgelicht – Prijsverwachtingen en kostenstijgingen (hoofdstuk 7)

  • Ten opzichte van vorig kwartaal verwachten meer ondernemers een toename in de verkoopprijzen. Ondernemers in de bouwnijverheid verwachten dit het vaakst.
  • De helft van de bedrijven kan hogere kosten nauwelijks of niet doorberekenen. Daarnaast geeft ruim 8 op de 10 bedrijven aan dat arbeidskosten het meest hebben bijgedragen aan kostenstijgingen in het afgelopen jaar. Ook grondstoffen en materialen is relatief vaak genoemd als kostenpost die hieraan het meest bijdroeg. 

1. Inleiding

Deze publicatie over de Conjunctuurenquête Nederland brengt voor het Nederlandse bedrijfsleven vier keer per jaar de belangrijkste ontwikkelingen en verwachtingen in kaart, uitgesplitst naar regio, bedrijfstak en bedrijfsgrootte. De resultaten vormen de basis voor het ondernemersvertrouwen. Deze samengestelde indicator geeft de stemming weer van het Nederlandse niet-financiële bedrijfsleven met meer dan vijf werkzame personen. Dit rapport bevat de belangrijkste uitkomsten van het eerste kwartaal 2026.

Samenwerking

De Conjunctuurenquête Nederland is een gezamenlijk onderzoek van het CBS, KVK, EIB, MKB-Nederland en VNO-NCW, met de steun van het ministerie van Economische Zaken. Doel van de samenwerking is completere informatie over het niet-financiële bedrijfsleven te vergaren tegen minimale administratieve lasten.

Saldo’s

Deze rapportage werkt met saldo’s. Een saldo ontstaat door het percentage ondernemers dat zijn ervaring of verwachting als negatief ziet, af te trekken van het percentage dat een positieve ervaring of verwachting meldt. Als bijvoorbeeld 10 procent van de ondernemers een dalende omzet had en 20 procent een stijgende omzet, ontstaat een saldo van +10 procent. Het saldo geeft in één oogopslag weer of de stemming onder ondernemers positief of negatief is en in welke mate.

Seizoenpatronen

Bij de interpretatie van de cijfers dient rekening te worden gehouden met seizoeninvloeden. Deze spelen bij sommige variabelen een rol, zoals bij omzetten in de landbouw en horeca. Om een uitkomst in een beter perspectief te kunnen plaatsen, verdient een vergelijking met dezelfde periode een jaar eerder om die reden de voorkeur boven een vergelijking met een kwartaal eerder. Voor het samenstellen van de indicatoren van het ondernemersvertrouwen, worden de onderliggende variabelen wél gecorrigeerd voor seizoenpatronen. Hierdoor kan het vertrouwen elk kwartaal worden vergeleken met een eerder kwartaal.

Totale (ex. financieel of nutsbedrijven) bedrijfsleven

Het niet-financiële bedrijfsleven is een samenstelling van SBI-secties A Landbouw, bosbouw en visserij, B Delfstoffenwinning, C Industrie, F Bouwnijverheid, G Handel, H Vervoer en opslag, I Horeca, J Informatie en communicatie, L Verhuur van en handel in onroerend goed, M-N Zakelijke dienstverlening, R Cultuur, sport en recreatie, S Overige dienstverlening.

Waarneemperiode

De gegevens voor deze publicatie zijn verzameld in januari 2026.

Leeswijzer

Deze publicatie is als volgt opgebouwd. Hoofdstuk 2 behandelt het ondernemersvertrouwen van het Nederlandse bedrijfsleven per bedrijfstak. Hoofdstuk 3 behandelt de personeelsindicator. Hoofdstuk 4 gaat in op de belangrijkste ontwikkelingen die ondernemers hebben ervaren in het afgelopen vierde kwartaal 2025. Hoofdstuk 5 richt zich op de verwachtingen van ondernemers voor het lopende eerste kwartaal 2026. Hoofdstuk 6 richt zich op de belangrijkste belemmeringen die ondernemers ervaren in de bedrijfsvoering. Hoofdstuk 7 licht ten slotte prijsverwachtingen en kostenstijgingen bij bedrijven uit.

2. Ondernemersvertrouwen

Het ondernemersvertrouwen is een stemmingsindicator van het Nederlandse bedrijfsleven. Bij het beoordelen van de uitkomsten kan men ervan uitgaan dat hoe optimistischer of pessimistischer de ondernemers gestemd zijn, des te meer de waarde van het ondernemersvertrouwen positief of negatief zal afwijken van de nullijn. De indicator is opgebouwd uit het ongewogen seizoengecorrigeerde gemiddelde van de saldo’s uit twee vragen. Deze twee vragen betreffen de ontwikkeling en verwachting van het economisch klimaat. Het ondernemersvertrouwen van het totale Nederlandse bedrijfsleven is een gewogen gemiddelde van de vertrouwensindicatoren van de onderliggende bedrijfstakken.

2.1 Ondernemersvertrouwen totale niet-financiële bedrijfsleven

Het ondernemersvertrouwen is voor het zeventiende kwartaal op rij negatief en komt in het eerste kwartaal van 2026 uit op -1,8. Daarmee is het cijfer gestegen ten opzichte van het vorige kwartaal (-4,0). Het ondernemersvertrouwen ligt boven het gemiddelde (-3,7) van de reeks vanaf 2012 en op het hoogste niveau sinds begin 2022. 

Ondernemers zijn sinds eind 2022 structureel minder negatief over de verwachting van het economisch klimaat dan over de ontwikkeling van het economisch klimaat. Dit patroon werd alleen in het tweede kwartaal van 2025 eenmalig onderbroken. De stijging van het ondernemersvertrouwen komt doordat ondernemers minder negatief zijn over zowel de ontwikkeling als de verwachting van het economisch klimaat.

2.1.1 Ondernemersvertrouwen
periode_label,Ondernemersvertrouwen,Verwachting economisch klimaat,Ontwikkeling economisch klimaat april 2022,-7.3,-8.1,-6.6 juli 2022,-10.5,-9.8,-11.2 oktober 2022,-20.8,-22.1,-19.4 januari 2023,-12.2,-11.1,-13.3 april 2023,-6.5,-5.0,-7.9 juli 2023,-7.0,-6.0,-8.0 oktober 2023,-9.2,-7.3,-11.1 januari 2024,-7.1,-4.2,-10.0 april 2024,-5.8,-2.4,-9.2 juli 2024,-3.4,-1.2,-5.6 oktober 2024,-3.2,-0.2,-6.3 januari 2025,-5.4,-2.4,-8.4 april 2025,-7.5,-8.1,-6.9 juli 2025,-3.8,-1.6,-6.0 oktober 2025,-4.0,-1.9,-6.1 januari 2026,-1.8,-0.5,-3.0   Ondernemersvertrouwen (Saldo % positieve antwoorden en % negatieve antwoorden)Verwachting economisch klimaat (Saldo % positieve antwoorden en % negatieve antwoorden)Ontwikkeling economisch klimaat (Saldo % positieve antwoorden en % negatieve antwoorden)
2022April-7,3-8,1-6,6
2022Juli-10,5-9,8-11,2
2022Oktober-20,8-22,1-19,4
2023Januari-12,2-11,1-13,3
2023April-6,5-5,0-7,9
2023Juli-7,0-6,0-8,0
2023Oktober-9,2-7,3-11,1
2024Januari-7,1-4,2-10,0
2024April-5,8-2,4-9,2
2024Juli-3,4-1,2-5,6
2024Oktober-3,2-0,2-6,3
2025Januari-5,4-2,4-8,4
2025April-7,5-8,1-6,9
2025Juli-3,8-1,6-6,0
2025Oktober-4,0-1,9-6,1
2026Januari-1,8-0,5-3,0
Bron: CBS, EIB, KVK, MKB-Nederland, VNO-NCW

2.2 Ondernemersvertrouwen per bedrijfstak

Het totaalcijfer voor het ondernemersvertrouwen is gestegen maar nog steeds negatief. Bij negen bedrijfstakken is het ondernemersvertrouwen gestegen, bij drie is sprake van een daling. Hoewel het vertrouwen bij de meeste bedrijfstakken nog steeds negatief is, is het bij vier bedrijfstakken inmiddels positief. In de zakelijke dienstverlening is de stemming nagenoeg neutraal.

2.2.1 Ondernemersvertrouwen per bedrijfstak
,januari 2026,oktober 2025 Totaal (ex. financieel of nutsbedrijven),-1.8,-4.0 ,, Informatie en communicatie,9.2,1.3 Autohandel en -reparatie,5.8,-5.7 Detailhandel (niet in auto's),1.4,-4.8 Bouwnijverheid,1.1,-2.9 Zakelijke dienstverlening,0.3,-1.4 "Cultuur, sport en recreatie",-1.1,-5.1 Industrie,-2.9,-3.4 Verhuur en handel van onroerend goed,-3.5,-9.4 Groothandel en handelsbemiddeling,-3.9,-6.9 Vervoer en opslag,-4.7,-3.0 Horeca,-12.0,-8.4 "Landbouw, bosbouw en visserij",-20.6,-16.7 januari 2026 (Gemiddelde van de deelvragen)oktober 2025 (Gemiddelde van de deelvragen)
Totaal (ex. financieel of nutsbedrijven)-1,8-4,0
nannan
Informatie en communicatie9,21,3
Autohandel en -reparatie5,8-5,7
Detailhandel (niet in auto's)1,4-4,8
Bouwnijverheid1,1-2,9
Zakelijke dienstverlening0,3-1,4
Cultuur, sport en recreatie-1,1-5,1
Industrie-2,9-3,4
Verhuur en handel van onroerend goed-3,5-9,4
Groothandel en handelsbemiddeling-3,9-6,9
Vervoer en opslag-4,7-3,0
Horeca-12,0-8,4
Landbouw, bosbouw en visserij-20,6-16,7
Bron: CBS, EIB, KVK, MKB-Nederland, VNO-NCW

Sterkste stijging bij de autohandel en -reparatie

Bij de autohandel en -reparatie is het ondernemersvertrouwen het sterkst verbeterd. Het cijfer ging van -5,7 naar 5,8. Zowel over de verwachting van het economisch klimaat als de ontwikkeling daarvan zijn ondernemers hier positief geworden ten opzichte van het vorige kwartaal. Ook bij de detailhandel en de bouwnijverheid is het vertrouwen van negatief naar positief gestegen. Ondernemers in de informatie en communicatie zijn met een cijfer van 9,2 het meest positief gestemd van alle bedrijfstakken. Ondernemers waren hier al positief over de verwachting van het economisch klimaat en zijn dat nu ook over de ontwikkeling daarvan.

Ondernemersvertrouwen negatiefst in de landbouw 

In de landbouw, bosbouw en visserij is het ondernemersvertrouwen gedaald van -16,7 naar -20,6 en is het cijfer het meest negatief. Zowel over de verwachting als de ontwikkeling van het economisch klimaat zijn ondernemers hier negatiever geworden. Ook in de horeca (van -8,4 naar -12,0) en de vervoer en opslag (van -3,0 naar -4,7) is het ondernemersvertrouwen gedaald. 

2.3 Ondernemersvertrouwen naar regio

Net als het landelijke cijfer is het ondernemersvertrouwen in de meeste provincies gestegen. Alleen in Flevoland is het vertrouwen gedaald van -3,6 naar -8,9 en ook het meest negatief van alle provincies. In Utrecht is het cijfer gestegen en met 2,3 het meest positief van alle provincies. Ook in Gelderland en Overijssel is het vertrouwen gestegen en positief geworden. In Groningen is het ondernemersvertrouwen het sterkst gestegen, van -12,0 naar -2,1, maar nog wel licht negatief.

2.3.1 Ondernemersvertrouwen per provincie
ProvincieStatcode
Groningen (PV)-2,1
Fryslân (PV)-2,8
Drenthe (PV)-0,9
Overijssel (PV)1,0
Flevoland (PV)-8,9
Gelderland (PV)1,2
Utrecht (PV)2,3
Noord-Holland (PV)-2,9
Zuid-Holland (PV)-2,9
Zeeland (PV)-5,1
Noord-Brabant (PV)-2,3
Limburg (PV)-3,6
Bron: CBS, EIB, KVK, MKB-Nederland, VNO-NCW

 

3. Personeelsindicator

De personeelsindicator is een stemmingsindicator van het Nederlandse bedrijfsleven over de personeelssterkte binnen het bedrijf. Een positieve uitkomst van de stemmingsindicator duidt op verwachte uitbreiding van het personeelsbestand, een negatieve uitkomst op krimp van het personeelsbestand. De indicator is opgebouwd uit het ongewogen seizoengecorrigeerde gemiddelde van de saldo’s uit twee vragen. Deze twee vragen betreffen de ontwikkeling in de afgelopen drie maanden en de verwachting voor de komende drie maanden van de personeelssterkte.

3.1 Personeelsindicator totale niet-financiële bedrijfsleven 

De personeelsindicator is licht gestegen en komt aan het begin van het eerste kwartaal van 2026 uit op 5,5. Daarmee ligt de indicator boven het gemiddelde (3,1) van de reeks vanaf 2012. De personeelsindicator bereikte eind 2021 een piek van 17,4 en vertoonde daarna een dalende trend. Ten opzichte van vorig kwartaal zijn ondernemers positiever over de ontwikkeling van de personeelssterkte, over de verwachting van de personeelssterkte zijn zij minder positief. Sinds halverwege 2020 zijn ondernemers steeds positiever over de verwachting van de personeelssterkte dan over de daadwerkelijke ontwikkeling daarvan. Voor 2020 lagen beide reeksen nagenoeg op hetzelfde niveau. 

3.1.1 Personeelsindicator
Jaar,17.1,10.7 april 2022,14.9,19.0,10.9 juli 2022,11.9,16.0,7.8 oktober 2022,10.0,12.7,7.4 januari 2023,11.0,14.3,7.7 april 2023,9.3,12.7,6.0 juli 2023,6.5,8.4,4.5 oktober 2023,5.4,8.3,2.5 januari 2024,6.1,8.2,3.9 april 2024,4.9,6.9,2.9 juli 2024,3.3,6.6,-0.1 oktober 2024,5.0,7.8,2.2 januari 2025,5.3,10.1,0.6 april 2025,4.7,6.5,2.8 juli 2025,5.6,7.5,3.7 oktober 2025,4.5,7.5,1.5 januari 2026,5.5,7.1,3.9   Personeelsindicator (Saldo % positieve antwoorden en % negatieve antwoorden)Verwachting personeelssterkte (Saldo % positieve antwoorden en % negatieve antwoorden)Ontwikkeling personeelssterkte (Saldo % positieve antwoorden en % negatieve antwoorden)
2022Januari13,917,110,7
2022April14,919,010,9
2022Juli11,916,07,8
2022Oktober10,012,77,4
2023Januari11,014,37,7
2023April9,312,76,0
2023Juli6,58,44,5
2023Oktober5,48,32,5
2024Januari6,18,23,9
2024April4,96,92,9
2024Juli3,36,6-0,1
2024Oktober5,07,82,2
2025Januari5,310,10,6
2025April4,76,52,8
2025Juli5,67,53,7
2025Oktober4,57,51,5
2026Januari5,57,13,9
Bron: CBS, EIB, KVK, MKB-Nederland, VNO-NCW

3.2 Personeelsindicator per bedrijfstak 

De personeelsindicator is, uitgezonder de horeca, in alle bedrijfstakken positief. Ten opzichte van het vorige kwartaal is de indicator bij zeven bedrijfstakken gestegen en bij vijf bedrijfstakken gedaald.

3.2.1 Personeelsindicator per bedrijfstak
,januari 2026,oktober 2025 Totaal (ex. financieel of nutsbedrijven),5.5,4.5 ,, Bouwnijverheid,24.8,20.4 Autohandel en -reparatie,16.2,10.7 "Cultuur, sport en recreatie",14.4,7.1 Verhuur en handel van onroerend goed,9.3,9.6 Zakelijke dienstverlening,6.8,7.1 Groothandel en handelsbemiddeling,3.8,5.3 Vervoer en opslag,3.6,8.6 Horeca,3.1,-4.0 Informatie en communicatie,2.4,-3.0 "Landbouw, bosbouw en visserij",1.9,1.7 Industrie,0.9,0.2 Detailhandel (niet in auto's),-1.0,-0.1 januari 2026 (Gemiddelde van de deelvragen)oktober 2025 (Gemiddelde van de deelvragen)
Totaal (ex. financieel of nutsbedrijven)5,54,5
nannan
Bouwnijverheid24,820,4
Autohandel en -reparatie16,210,7
Cultuur, sport en recreatie14,47,1
Verhuur en handel van onroerend goed9,39,6
Zakelijke dienstverlening6,87,1
Groothandel en handelsbemiddeling3,85,3
Vervoer en opslag3,68,6
Horeca3,1-4,0
Informatie en communicatie2,4-3,0
Landbouw, bosbouw en visserij1,91,7
Industrie0,90,2
Detailhandel (niet in auto's)-1,0-0,1
Bron: CBS, EIB, KVK, MKB-Nederland, VNO-NCW

Ondernemers in de bouw meest positief over personeelssterkte

Ondernemers in de bouwnijverheid zijn het meest positief over hun personeelssterkte van alle bedrijfstakken. De personeelsindicator komt aan het begin van dit kwartaal uit op 24,8. Dit is een stijging ten opzichte van een kwartaal eerder toen het cijfer op 20,4 uitkwam. In de autohandel en -reparatie en de cultuur, sport en recreatie is de personeelsindicator ook relatief hoog. Alleen de detailhandel heeft een negatieve personeelsindicator (-1), dit komt door zowel een negatieve ontwikkeling als verwachting van de personeelssterkte. 

Personeelsindicator sterkst gedaald in vervoer en opslag

De personeelsindicator is in het eerste kwartaal het sterkst gedaald in de vervoer en opslag. Ook in de groothandel, de zakelijke dienstverlening en de verhuur en handel in onroerend goed daalde de indicator, maar bleef positief. In de cultuur, sport en recreatie is de personeelsindicator het meest gestegen (+7,3) ten opzichte van een kwartaal eerder. Ook in onder andere de horeca en de informatie en communicatie zijn ondernemers positiever over hun personeelssterkte en sloeg de indicator om van negatief naar positief. 

4. Ontwikkelingen vierde kwartaal 2025

Ondernemers worden in de COEN gevraagd naar ontwikkelingen over verschillende onderwerpen in het afgelopen kwartaal. Ondernemers geven dan per onderwerp aan of het is verslechterd, gelijk is gebleven of verbeterd. Als de vraag in iedere bedrijfstak wordt gesteld kan een cijfer voor het totale niet-financiële bedrijfsleven worden gemaakt.

4.1 Ontwikkelingen totale niet-financiële bedrijfsleven

In het afgelopen kwartaal waren er meer ondernemers die hun winstgevendheid zagen verbeteren dan verslechteren; daarmee is het saldo hierover positief. In dezelfde periode een jaar geleden lag het saldo hierover iets lager. Verder zagen ondernemers per saldo hun orderontvangst toenemen in het afgelopen kwartaal. Desondanks was het oordeel over de orderpositie per saldo nog licht negatief. Dat betekent dat ondernemers hun orderpositie als (te) klein beschouwen. Daarnaast zag een groter aandeel ondernemers hun binnenlandse concurrentiepositie verbeteren en het meest positief waren ondernemers over de ontwikkeling van hun omzet.

4.1.1 Ontwikkelingen vierde kwartaal
VerkorteVraagTekst,januari 2026,januari 2025 Omzet,20.2,19.8 Orderontvangst,12.2,12.8 Winstgevendheid,5.0,3.1 Concurrentiepositie Nederlandse Markt,4.0,1.6 Orderpositie,-0.6,-1.4 januari 2026 (Saldo % positieve antwoorden en % negatieve antwoorden)januari 2025 (Saldo % positieve antwoorden en % negatieve antwoorden)
Omzet20,219,8
Orderontvangst12,212,8
Winstgevendheid5,03,1
Concurrentiepositie Nederlandse Markt4,01,6
Orderpositie-0,6-1,4
Bron: CBS, EIB, KVK, MKB-Nederland, VNO-NCW

4.2 Ontwikkelingen per bedrijfstak

De ontwikkelingen voor het totale niet-financiële bedrijfsleven geven een goed beeld op macro-economisch niveau. De uitkomsten voor de onderliggende bedrijfstakken geven een indicatie voor de ontwikkelingen op bedrijfstakniveau en zorgen daarmee voor gedetailleerdere informatie.

Meeste bedrijfstakken iets positiever over winstgevendheid

In het afgelopen kwartaal zag per saldo 5 procent van de ondernemers de winstgevendheid verbeteren. In dezelfde periode vorig jaar was dit nog 3 procent. In de meeste bedrijfstakken waren ondernemers per saldo positief over hun winstgevendheid en ook positiever dan een jaar geleden. Bij de autohandel en -reparatie steeg het saldo hierover het sterkst van ruim -4 procent naar 7 procent. In de informatie en communicatie (24 procent) en de bouwnijverheid (19 procent) zijn ondernemers per saldo het meest positief over hun winstgevendheid in het afgelopen kwartaal. In de horeca (-21 procent) en de landbouw, bosbouw en visserij (-17 procent) zijn ondernemers het meest negatief gestemd. In de vervoer en opslag daalde het saldo van positief naar licht negatief.

4.2.1 Ontwikkeling winstgevendheid per bedrijfstak
,januari 2026,januari 2025 Totaal (ex. financieel of nutsbedrijven),5.0,3.1 ,, Informatie en communicatie,23.8,17.5 Bouwnijverheid,19.4,14.5 Zakelijke dienstverlening,10.0,9.5 Groothandel en handelsbemiddeling,7.2,1.3 Autohandel en -reparatie,6.8,-4.5 Detailhandel (niet in auto's),3.8,-1.7 Verhuur en handel van onroerend goed,3.7,4.1 "Cultuur, sport en recreatie",2.4,-3.4 Industrie,2.1,-0.5 Vervoer en opslag,-2.1,6.0 "Landbouw, bosbouw en visserij",-17.0,-14.0 Horeca,-20.6,-14.5 januari 2026 (Saldo % positieve antwoorden en % negatieve antwoorden)januari 2025 (Saldo % positieve antwoorden en % negatieve antwoorden)
Totaal (ex. financieel of nutsbedrijven)5,03,1
nannan
Informatie en communicatie23,817,5
Bouwnijverheid19,414,5
Zakelijke dienstverlening10,09,5
Groothandel en handelsbemiddeling7,21,3
Autohandel en -reparatie6,8-4,5
Detailhandel (niet in auto's)3,8-1,7
Verhuur en handel van onroerend goed3,74,1
Cultuur, sport en recreatie2,4-3,4
Industrie2,1-0,5
Vervoer en opslag-2,16,0
Landbouw, bosbouw en visserij-17,0-14,0
Horeca-20,6-14,5
Bron: CBS, EIB, KVK, MKB-Nederland, VNO-NCW

Ruim twee derde bedrijven winstgevend in 2025

Net als vorig jaar geeft ruim twee derde van de bedrijven aan het afgelopen jaar winstgevend te zijn geweest. Ruim 12 procent geeft aan verlies te hebben gemaakt het afgelopen jaar. Iets meer dan 13 procent heeft geen noemenswaardige winst of verlies gemaakt en de overige 7 procent weet het (nog) niet.

In de groothandel en handelsbemiddeling ligt het aandeel winstgevende bedrijven in 2025 het hoogst met 77 procent. In de cultuur, sport en recreatie ligt dit met 50 procent het laagst. In de verhuur en handel van onroerend goed geven de minste bedrijven (0,5 procent) aan verlies te hebben gemaakt, in de vervoer en opslag (24 procent) ligt dit het hoogst. Vergeleken met vorig jaar is het aandeel winstgevende bedrijven in de detailhandel het sterkst gestegen van 48 procent naar 63 procent. In de horeca en de vervoer en opslag is dit het meest gedaald.

4.2.2 Bedrijfsresultaat 2025 volgens ondernemers1)
 Positief (% bedrijven)Geen noemenswaardige winst of verlies (% bedrijven)Negatief (% bedrijven)Weet niet (% bedrijven)
Totaal (ex. financieel, nutsbedrijven of bouw)67,513,212,46,9
Groothandel en handelsbemiddeling7799,34,7
Autohandel en -reparatie76,6712,14,3
Verhuur en handel van onroerend goed75,8100,513,7
Zakelijke dienstverlening74,811,88,84,6
Informatie en communicatie68,713,911,26,2
Industrie6812,312,96,8
Landbouw, bosbouw en visserij65,414,713,66,3
Detailhandel (niet in auto's)63,215,510,311
Horeca57,719,213,39,8
Vervoer en opslag56,113,523,86,6
Cultuur, sport en recreatie49,724,717,97,7
Bron: CBS, EIB, KVK, VNO-NCW, MKB-Nederland
1) Door een technisch probleem ontbreekt de bouwnijverheid

Bezettingsgraad nagenoeg hetzelfde

De bezettingsgraad in de industrie en de dienstverlening is nagenoeg hetzelfde als in het vorige kwartaal. De bezettingsgraad in de industrie ligt met 77,9 procent nog wel steeds onder het gemiddelde (81 procent) van de reeks vanaf 2012. Binnen de industrie ligt de bezettingsgraad het laagst bij de raffinaderijen en chemie en de metaalindustrie (74,1 procent) en het hoogst in de transportmiddelenindustrie (81,1 procent). 

De bezettingsgraad in de dienstverlening ligt met 88,5 procent net onder het gemiddelde (89 procent) van de reeks vanaf 2012. Binnen de dienstverlening is de bezettingsgraad het hoogst in de verhuur en handel van onroerend goed (92,7 procent) en het laagst bij de informatie en communicatie (83,0 procent). 

4.2.3 Bezettingsgraad
periode_label,Dienstverlening,Industrie januari 2022,87.3,83.6 april 2022,88.6,84.2 juli 2022,89.9,84.2 oktober 2022,89.7,82.7 januari 2023,89.3,82.6 april 2023,89.1,82.5 juli 2023,89.2,81.6 oktober 2023,89.1,81.0 januari 2024,88.6,78.4 april 2024,88.8,79.6 juli 2024,89.2,78.0 oktober 2024,89.1,77.1 januari 2025,89.2,77.2 april 2025,89.0,77.5 juli 2025,89.0,77.7 oktober 2025,88.7,77.2 januari 2026,88.5,77.9   Dienstverlening (%)Industrie (%)
2022Januari87,383,6
2022April88,684,2
2022Juli89,984,2
2022Oktober89,782,7
2023Januari89,382,6
2023April89,182,5
2023Juli89,281,6
2023Oktober89,181,0
2024Januari88,678,4
2024April88,879,6
2024Juli89,278,0
2024Oktober89,177,1
2025Januari89,277,2
2025April89,077,5
2025Juli89,077,7
2025Oktober88,777,2
2026Januari88,577,9
Bron: CBS, EIB, KVK, MKB-Nederland, VNO-NCW

De bezettingsgraad voor de industrie wordt op een andere manier bepaald dan voor de dienstverlening. Bij de industrie gaat het om de bezettingsgraad van de beschikbare productiecapaciteit. Bij de dienstverlening wordt de bezettingsgraad afgeleid uit de vraagtoename die bedrijven met hun huidige middelen aankunnen. Over het algemeen ligt de bezettingsgraad van de dienstverlening hoger dan die van de industrie. Dit heeft mogelijk te maken met het genoemde methodeverschil in de vraagstelling.

5. Verwachtingen eerste kwartaal 2026

Ondernemers worden in de COEN gevraagd naar verwachtingen over verschillende onderwerpen voor het lopende kwartaal. Ondernemers geven dan per onderwerp aan of het zal verslechteren, gelijk zal blijven of zal verbeteren. Als de vraag in iedere bedrijfstak wordt gesteld kan een cijfer voor het totale niet-financiële bedrijfsleven worden gemaakt.

5.1 Verwachtingen totale niet-financiële bedrijfsleven

Bij alle zes de onderwerpen zijn er meer ondernemers die een verbetering verwachten dan een verslechtering; per saldo is de stemming hier dus positief. Bij alle onderwerpen zijn ondernemers ook positiever dan een jaar geleden. De verwachting verkoopprijzen springt eruit waar per saldo 36 procent een toename verwacht. De saldo’s van de overige vragen liggen een stuk lager. Met een saldo van 1 procent zijn ondernemers het minst positief over de verwachte winstgevendheid.

5.1.1 Verwachtingen eerste kwartaal
VerkorteVraagTekst,januari 2026,januari 2025 Verkoopprijzen,35.7,35.6 Orderontvangst,5.3,1.6 Inkooporders,5.2,1.3 Investeringen verslagjaar,5.1,3.7 Omzet,1.9,-1.5 Winstgevendheid*,1.2,januari 2026 (Saldo % positieve antwoorden en % negatieve antwoorden)januari 2025 (Saldo % positieve antwoorden en % negatieve antwoorden)
Verkoopprijzen35,735,6
Orderontvangst5,31,6
Inkooporders5,21,3
Investeringen verslagjaar5,13,7
Omzet1,9-1,5
Winstgevendheid*1,2
Bron: CBS, EIB, KVK, MKB-Nederland, VNO-NCW
*Deze vraag was in januari 2025 niet beschikbaar

5.2 Verwachtingen per bedrijfstak

De verwachtingen voor het totale niet-financiële bedrijfsleven geven een goed beeld op macro-economisch niveau. De uitkomsten voor de onderliggende bedrijfstakken geven een indicatie voor de verwachtingen op bedrijfstakniveau en zorgen daarmee voor gedetailleerdere informatie.

Meeste bedrijfstakken positief over de inkooporders

In het eerste kwartaal van 2026 verwacht per saldo 5 procent van de ondernemers een toename van de inkooporders. Dat zijn orders voor goederen of diensten die bedrijven bij leveranciers plaatsen. In de meeste bedrijfstakken zijn ondernemers positief hierover, het meest in de bouwnijverheid met een saldo van 25 procent. Bij de detailhandel zijn de verwachtingen het meest gestegen ten opzichte van een jaar geleden maar is het saldo nog wel steeds negatief. Ook bij de groothandel en handelsbemiddeling en de informatie en communicatie is het saldo relatief sterk gestegen. In de horeca zijn de verwachtingen iets gedaald en zijn ondernemers het meest negatief.

5.2.1 Verwachte inkooporders per bedrijfstak
,januari 2026,januari 2025 Totaal (ex. financieel of nutsbedrijven),5.2,1.3 ,, Bouwnijverheid,25.2,24.2 Verhuur en handel van onroerend goed,12.1,7.4 Groothandel en handelsbemiddeling,12.0,3.7 Informatie en communicatie,11.8,3.7 Industrie,9.5,5.6 Zakelijke dienstverlening,6.3,9.0 "Landbouw, bosbouw en visserij",3.3,2.8 "Cultuur, sport en recreatie",1.5,-5.6 Autohandel en -reparatie,1.3,2.9 Detailhandel (niet in auto's),-7.3,-22.8 Vervoer en opslag,-7.6,-9.5 Horeca,-11.2,-8.3 januari 2026 (Saldo % positieve antwoorden en % negatieve antwoorden)januari 2025 (Saldo % positieve antwoorden en % negatieve antwoorden)
Totaal (ex. financieel of nutsbedrijven)5,21,3
nannan
Bouwnijverheid25,224,2
Verhuur en handel van onroerend goed12,17,4
Groothandel en handelsbemiddeling12,03,7
Informatie en communicatie11,83,7
Industrie9,55,6
Zakelijke dienstverlening6,39,0
Landbouw, bosbouw en visserij3,32,8
Cultuur, sport en recreatie1,5-5,6
Autohandel en -reparatie1,32,9
Detailhandel (niet in auto's)-7,3-22,8
Vervoer en opslag-7,6-9,5
Horeca-11,2-8,3
Bron: CBS, EIB, KVK, MKB-Nederland, VNO-NCW

Ondernemers iets positiever over verwachte investeringen voor dit jaar

Per saldo verwacht 5 procent van de ondernemers in het lopende jaar een toename van de investeringen ten opzichte van vorig jaar. Daarmee zijn de investeringsverwachtingen iets positiever dan een jaar geleden toen het saldo bijna 4 procent was. In de meeste bedrijfstakken zijn ondernemers positiever over de investeringen voor dit jaar dan een jaar geleden. 

Ondernemers in de verhuur en handel van onroerend goed zijn met een saldo van 35 procent het meest positief over de investeringsverwachtingen. In de informatie en communicatie is het saldo het sterkst gestegen ten opzichte van een jaar geleden. Ook in de cultuur, sport en recreatie steeg het saldo relatief sterk. In de vervoer en opslag daalde de investeringsverwachtingen het sterkst maar is het saldo met 11 procent nog wel steeds relatief hoog. Ook in de landbouw, bosbouw en visserij daalde de investeringsverwachtingen relatief sterk. Hier zijn ondernemers als enige bedrijfstak negatief gestemd over de investeringen in het lopende jaar.

5.2.2 Verwachte investeringen lopende jaar per bedrijfstak
Vakgebiedjanuari 2026 (Saldo % positieve antwoorden en % negatieve antwoorden)januari 2025 (Saldo % positieve antwoorden en % negatieve antwoorden)
Totaal (ex. financieel of nutsbedrijven)5,13,7
Verhuur en handel van onroerend goed34,929,6
Cultuur, sport en recreatie14,76,5
Vervoer en opslag11,223,6
Bouwnijverheid7,53,6
Detailhandel (niet in auto's)7,3-1,4
Autohandel en -reparatie6,02,6
Informatie en communicatie4,4-6,8
Zakelijke dienstverlening4,32,7
Horeca3,91,4
Groothandel en handelsbemiddeling3,52,0
Industrie1,23,3
Landbouw, bosbouw en visserij-12,8-0,9
Bron: CBS, EIB, KVK, MKB-Nederland, VNO-NCW

6. Belemmeringen

Ieder kwartaal worden ondernemers gevraagd naar de belangrijkste belemmering die ze op dat moment ondervinden in de bedrijfsvoering. Van de zeven antwoordcategorieën kunnen ze er maximaal twee selecteren. De uitkomsten worden daarvoor niet genormaliseerd en geven dus het percentage ondernemers aan die de belemmering hebben gekozen.

6.1 Belemmeringen totale niet-financiële bedrijfsleven

Sinds het derde kwartaal van 2021 is het tekort aan arbeidskrachten onafgebroken de meest genoemde belemmering door ondernemers. Na de coronacrisis liep dit op tot meer dan 49 procent in het derde kwartaal van 2022. Daarna nam het langzaam af en komt het in het eerste kwartaal van 2026 uit op 31,5 procent. Daarmee is het percentage gedaald ten opzichte van het vorige kwartaal (33,3 procent). Tegelijkertijd is het aandeel bedrijven dat aangeeft geen belemmeringen te ervaren sinds begin 2022 geleidelijk aan het stijgen. In het eerste kwartaal van 2026 ervaarde 34,7 procent van de ondernemers geen belemmeringen, iets meer dan het aandeel dat een tekort aan arbeidskrachten ervaarde. 

De belemmering onvoldoende vraag is dit kwartaal iets afgenomen tot bijna 19,7 procent, al was dit halverwege 2022 nog maar 10 procent. In het tweede kwartaal van 2022 was financiële beperkingen voor ruim 4 procent van de ondernemers de belangrijkste belemmering. Inmiddels is dit geleidelijk toegenomen tot ruim 10,3 procent. Dit is nagenoeg gelijk aan vorig kwartaal. Het tekort aan productiemiddelen is sinds het tweede kwartaal van 2022 geleidelijk afgenomen. Waar toen bijna 24 procent van de ondernemers dit als belemmering aangaf, is het aandeel in het eerste kwartaal van 2026 gedaald tot 6,4 procent.

6.1.1 Belangrijkste belemmering in de bedrijfsvoering
periode_label,Geen belemmeringen,Tekort aan arbeidskrachten,Onvoldoende vraag,Financiële beperkingen,Tekort aan productiemiddelen januari 2022,32.3,35.0,11.9,4.5,17.1 april 2022,27.6,43.7,10.6,4.5,23.9 juli 2022,26.3,49.3,11.3,5.2,22.4 oktober 2022,23.7,48.2,14.1,6.9,20.4 januari 2023,27.1,44.4,15.0,8.4,16.1 april 2023,30.0,42.9,16.2,7.3,13.7 juli 2023,31.2,42.3,16.8,7.1,12.3 oktober 2023,30.3,41.7,19.6,8.8,9.5 januari 2024,32.1,37.5,20.8,8.5,7.6 april 2024,31.8,38.4,21.2,8.2,8.0 juli 2024,33.1,36.9,19.8,8.8,8.3 oktober 2024,31.9,39.9,20.4,8.7,7.5 januari 2025,35.3,35.8,19.0,10.3,7.1 april 2025,36.0,33.9,18.8,9.9,8.2 juli 2025,33.3,36.3,19.8,10.4,6.4 oktober 2025,33.4,33.3,21.8,10.4,6.0 januari 2026,34.7,31.5,19.7,10.3,6.4   Geen belemmeringen (% bedrijven)Tekort aan arbeidskrachten (% bedrijven)Onvoldoende vraag (% bedrijven)Financiële beperkingen (% bedrijven)Tekort aan productiemiddelen (% bedrijven)
2022Januari32,335,011,94,517,1
2022April27,643,710,64,523,9
2022Juli26,349,311,35,222,4
2022Oktober23,748,214,16,920,4
2023Januari27,144,415,08,416,1
2023April30,042,916,27,313,7
2023Juli31,242,316,87,112,3
2023Oktober30,341,719,68,89,5
2024Januari32,137,520,88,57,6
2024April31,838,421,28,28,0
2024Juli33,136,919,88,88,3
2024Oktober31,939,920,48,77,5
2025Januari35,335,819,010,37,1
2025April36,033,918,89,98,2
2025Juli33,336,319,810,46,4
2025Oktober33,433,321,810,46,0
2026Januari34,731,519,710,36,4
Bron: CBS, EIB, KVK, MKB-Nederland, VNO-NCW

6.2 Belemmeringen per bedrijfstak

De belemmeringen voor het totale niet-financiële bedrijfsleven geven een goed beeld op macro-economisch niveau. De uitkomsten voor de onderliggende bedrijfstakken geven een indicatie voor de verwachtingen op bedrijfstakniveau en zorgen daarmee voor gedetailleerdere informatie.

Financiële beperkingen steeds vaker belemmering in cultuursector

Het aandeel bedrijven dat financiële beperkingen als belangrijkste belemmering ervaart, ligt met 10,3 procent op hetzelfde niveau als een jaar geleden. Binnen de bedrijfstakken zijn echter grote verschillen zichtbaar. Zo is het percentage bij de cultuur, sport en recreatie het afgelopen jaar met 4,4 procentpunt toegenomen, gevolgd door de informatie en communicatie en de verhuur en handel van onroerend goed, waar het respectievelijk 3,1 en 2,6 procentpunt steeg. Binnen onder andere de detailhandel, de landbouw bosbouw en visserij en de zakelijke dienstverlening is financiële beperkingen minder vaak genoemd als belangrijkste belemmering ten opzichte van vorig jaar. Met 32,6 procent wordt deze belemmering verreweg het vaakst genoemd in de vastgoedsector. Ook in de cultuursector (ruim 24,9 procent) wordt deze belemmering relatief vaak genoemd. In de bouwnijverheid zijn er nagenoeg geen ondernemers die dit aangeven als belangrijkste belemmering.

6.2.1 Financiële beperkingen als belangrijkste belemmering
,januari 2026,januari 2025 Totaal (ex. financieel of nutsbedrijven),10.3,10.3 ,, Verhuur en handel van onroerend goed,32.6,30.0 "Cultuur, sport en recreatie",24.9,20.5 Vervoer en opslag,16.7,15.7 Horeca,15.1,13.8 Informatie en communicatie,14.0,10.9 "Landbouw, bosbouw en visserij",11.4,12.7 Groothandel en handelsbemiddeling,9.8,10.7 Industrie,9.6,9.8 Autohandel en -reparatie,8.8,8.9 Zakelijke dienstverlening,8.1,9.1 Detailhandel (niet in auto's),5.8,8.4 Bouwnijverheid,0.1,0.2 januari 2026 (% bedrijven)januari 2025 (% bedrijven)
Totaal (ex. financieel of nutsbedrijven)10,310,3
nannan
Verhuur en handel van onroerend goed32,630,0
Cultuur, sport en recreatie24,920,5
Vervoer en opslag16,715,7
Horeca15,113,8
Informatie en communicatie14,010,9
Landbouw, bosbouw en visserij11,412,7
Groothandel en handelsbemiddeling9,810,7
Industrie9,69,8
Autohandel en -reparatie8,88,9
Zakelijke dienstverlening8,19,1
Detailhandel (niet in auto's)5,88,4
Bouwnijverheid0,10,2
Bron: CBS, EIB, KVK, MKB-Nederland, VNO-NCW

Tekort aan arbeidskrachten blijft de belangrijkste belemmering

Met 31,5 procent blijft het tekort aan arbeidskrachten de belangrijkste belemmering voor bedrijven. Ten opzichte van een jaar geleden is dit percentage wel afgenomen. In de zakelijke dienstverlening en de horeca is het tekort aan arbeidskrachten als belangrijkste belemmering het sterkst gedaald, in beide bedrijfstakken nam het ongeveer 11 procentpunt af. In vijf bedrijfstakken is dit met ongeveer 1 procentpunt licht toegenomen. Hieronder valt ook de autohandel en -reparatie, waar het percentage toenam naar ruim 54 procent. Daarmee wordt het tekort aan arbeidskrachten in deze bedrijfstak het vaakst genoemd als belemmering. In de landbouw, bosbouw en visserij en de bouwnijverheid wordt het tekort aan arbeidskrachten het minst vaak genoemd.

6.2.2 Tekort aan arbeidskrachten als belangrijkste belemmering
,januari 2026,januari 2025 Totaal (ex. financieel of nutsbedrijven),31.5,35.8 ,, Autohandel en -reparatie,54.2,53.3 Vervoer en opslag,44.0,46.9 Zakelijke dienstverlening,41.5,52.4 "Cultuur, sport en recreatie",33.3,34.5 Informatie en communicatie,31.9,34.4 Groothandel en handelsbemiddeling,31.1,30.1 Horeca,28.4,39.4 Industrie,26.2,34.0 Verhuur en handel van onroerend goed,26.2,24.9 Detailhandel (niet in auto's),25.6,24.4 "Landbouw, bosbouw en visserij",24.8,29.2 Bouwnijverheid,14.2,13.4 januari 2026 (% bedrijven)januari 2025 (% bedrijven)
Totaal (ex. financieel of nutsbedrijven)31,535,8
nannan
Autohandel en -reparatie54,253,3
Vervoer en opslag44,046,9
Zakelijke dienstverlening41,552,4
Cultuur, sport en recreatie33,334,5
Informatie en communicatie31,934,4
Groothandel en handelsbemiddeling31,130,1
Horeca28,439,4
Industrie26,234,0
Verhuur en handel van onroerend goed26,224,9
Detailhandel (niet in auto's)25,624,4
Landbouw, bosbouw en visserij24,829,2
Bouwnijverheid14,213,4
Bron: CBS, EIB, KVK, MKB-Nederland, VNO-NCW

7. Uitgelicht – Prijsverwachtingen en kostenstijgingen

De afgelopen jaren hebben bedrijven te maken gehad met kostenstijgingen van onder andere energie, grondstoffen en arbeid. Ondanks dat de inflatie de laatste jaren weer is gedaald ligt deze nog steeds bovengemiddeld. Ondernemers geven ieder kwartaal in de conjunctuurenquête aan of ze verwachten dat hun verkoopprijzen en/of tarieven zullen stijgen, gelijk blijven of dalen. Dit kwartaal zijn er ook vragen gesteld in hoeverre ondernemers gestegen kosten kunnen doorberekenen en welke kostenpost het meest heeft bijgedragen.

Meer bedrijven verwachten stijging verkoopprijzen

Per saldo verwacht 20 procent van de bedrijven dat hun verkoopprijzen de komende drie maanden zullen stijgen. Dat is iets meer dan een kwartaal eerder toen 16 procent van de bedrijven dit aangaf. Daarmee ligt het saldo over de verwachte verkoopprijzen wel lager dan tijdens de energiecrisis toen de inflatie flink steeg. Echter ligt het sindsdien wel hoger dan in de jaren daarvoor en het gemiddelde van de reeks (13,5 procent) vanaf 2012.

Het saldo over de verkoopprijzen ligt in het eerste kwartaal van 2026 met 60 procent het hoogst in de bouwnijverheid. Het saldo ligt daar op het hoogste niveau sinds begin 2023 toen de prijsverwachtingen begonnen te dalen na de energiecrisis. Ook in de dienstverlening liggen de verwachtingen met 19 procent op een relatief hoog niveau. Het gemiddelde van de reeks in de dienstverlening is 11 procent sinds 2012. In de industrie liggen de prijsverwachtingen het laagst met 12 procent en dat is rond het gemiddelde van die reeks.

7.1 Verwachting verkoopprijzen (seizoengecorrigeerd)
JaarMaandTotaal (ex. financieel of nutsbedrijven) (Saldo % positieve antwoorden en % negatieve antwoorden)Industrie (Saldo % positieve antwoorden en % negatieve antwoorden)Bouwnijverheid (Saldo % positieve antwoorden en % negatieve antwoorden)Dienstverlening (Saldo % positieve antwoorden en % negatieve antwoorden)
2019januari20,412,553,316,4
2019april13,99,247,712,1
2019juli11,86,432,911,2
2019oktober10,67,525,010,8
2020januari14,510,527,214,9
2020april-4,1-2,92,9-7,1
2020juli5,02,41,96,7
2020oktober3,0-0,510,73,2
2021januari4,46,018,20,9
2021april17,024,541,19,0
2021juli26,334,062,315,1
2021oktober32,037,064,121,1
2022januari31,740,171,118,6
2022april46,955,986,928,2
2022juli40,145,369,726,5
2022oktober43,946,275,631,6
2023januari38,933,960,533,7
2023april22,514,634,720,9
2023juli15,57,920,217,9
2023oktober15,25,829,116,7
2024januari20,25,349,223,0
2024april14,58,829,215,8
2024juli16,914,337,916,9
2024oktober14,29,528,415,4
2025januari21,916,742,920,0
2025april18,216,547,916,2
2025juli17,113,139,116,7
2025oktober15,910,242,213,8
2026januari20,312,059,718,8
Bron: CBS, EIB, KVK, MKB-Nederland, VNO-NCW

Helft van bedrijven kan hogere kosten nauwelijks of niet doorberekenen

Bijna alle bedrijven (94 procent) geven aan te maken te hebben met kostenstijgingen. De helft van de bedrijven zegt deze niet of nauwelijks te kunnen doorberekenen aan hun klanten. Iets minder dan de helft (46 procent) kan dat voor een groot deel of volledig. Ondernemers in de bouwnijverheid zijn het vaakst in staat om hun kosten door te berekenen, 73 procent geeft aan dat grotendeels of volledig te kunnen doen. Ook in de vervoer en opslag, de autohandel en -reparatie en de zakelijke dienstverlening geeft meer dan de helft van de ondernemers dit aan.

In de verhuur en handel van onroerend goed en de landbouw, bosbouw en visserij kunnen ondernemers het vaakst kostenstijgingen in zijn geheel niet doorberekenen. Ook in de detailhandel en de cultuur, sport en recreatie geven bedrijven vaak aan gestegen kosten niet of nauwelijks te kunnen doorberekenen.

7.2 Kunt u kostenstijgingen doorberekenen aan klanten/afnemers?
 Volledig (% bedrijven)Voor een groot deel (% bedrijven)Voor een klein deel (% bedrijven)Geheel niet (% bedrijven)Niet van toepassing, geen kostenstijging (% bedrijven)
Totaal (ex. financieel of nutsbedrijven)5,141,443,46,33,8
Verhuur en handel van onroerend goed1,317,344,229,57,7
Landbouw, bosbouw en visserij4,025,240,727,13,0
Detailhandel (niet in auto's)1,433,452,28,84,2
Cultuur, sport en recreatie4,229,351,86,38,4
Horeca0,940,251,66,11,2
Groothandel en handelsbemiddeling4,635,847,76,95,0
Industrie4,039,249,24,43,2
Informatie en communicatie9,937,542,54,35,8
Zakelijke dienstverlening5,545,839,83,95,0
Autohandel en -reparatie6,246,241,71,64,3
Vervoer en opslag9,545,535,67,12,3
Bouwnijverheid7,565,222,94,10,3

Arbeidskosten droegen afgelopen jaar meeste bij aan gestegen kosten

Ruim 8 op de 10 bedrijven geeft aan dat arbeidskosten het meest hebben bijgedragen aan kostenstijgingen in het afgelopen jaar. In de bouwnijverheid werd dit met 93 procent van de bedrijven het vaakst aangegeven. In de verhuur en handel van onroerend goed lag het met 71 procent het laagst. Daarnaast gaf 29 procent van de ondernemers aan dat grondstoffen en materialen de belangrijkste bijdrage aan kostenstijgingen leverden. Ook dit werd het vaakst in de bouwnijverheid genoemd (55 procent). Ook in de verhuur en handel van onroerend goed (43 procent) en de horeca (36 procent) gaven ondernemers dit relatief vaak aan. Energie werd relatief het vaakst (27 procent) in de landbouw, bosbouw en visserij genoemd als belangrijkste factor in de kostenstijging, transport en logistiek in de groothandel en handelsbemiddeling (33 procent).

7.3 Welke kostenpost1) droeg het meest bij aan kostenstijging in de afgelopen 12 maanden?
KostenpostBedrijven (% bedrijven)
Arbeidskosten81,6
Energie11,5
Grondstoffen & materialen29,0
Transport & logistiek10,5
Huisvestingskosten8,0
Overige kosten11,7
Niet van toepassing, geen kostenstijging3,8
Bron: CBS, EIB, KVK, VNO-NCW, MKB-Nederland
1) Ondernemers konden maximaal twee antwoorden kiezen