Conjunctuurenquete Nederland, eerste kwartaal 2026

Samenvatting

Ondernemersvertrouwen (hoofdstuk 2)

  • Het ondernemersvertrouwen is gestegen en komt aan het begin van het eerste kwartaal uit op -1,8. Daarmee is de stemmingsindicator voor het zeventiende kwartaal op rij negatief, maar ligt wel op het hoogste niveau sinds begin 2022.
  • Het vertrouwen is in de autohandel en -reparatie het sterkst gestegen. In de landbouw, bosbouw en visserij is het cijfer het sterkst gedaald en ook het sterkst negatief van alle bedrijfstakken. 

Personeelsindicator (hoofdstuk 3)

  • De personeelsindicator is licht gestegen en komt aan het begin van het eerste kwartaal uit op 5,5. Ondernemers zijn positiever over de ontwikkeling van hun personeelssterkte in het afgelopen kwartaal en minder positief over de verwachte personeelssterkte in het lopende kwartaal.
  • De personeelsindicator is het sterkst gestegen in de cultuur, sport en recreatie, gevolgd door de bouwnijverheid. In de horeca en de informatie en communicatie sloeg de indicator om van negatief naar positief. Alleen in de detailhandel zijn ondernemers nog negatief over hun personeelssterkte. In de bouwnijverheid zijn ondernemers het meest positief.

Ontwikkelingen vierde kwartaal 2025 (hoofdstuk 4)

  • Ondernemers zagen per saldo hun winstgevendheid verbeteren in het afgelopen kwartaal. Ook gaven 7 op de 10 bedrijven aan winst te hebben gemaakt in het afgelopen jaar. Ondernemers in de bouw gaven dit het vaakst aan en ondernemers in de vervoer en opslag hadden het vaakst een negatief bedrijfsresultaat.
  • De bezettingsgraad in de industrie is nagenoeg gelijk gebleven (77,9 procent) en ligt nog steeds relatief laag. Ook in de dienstverlening is de bezettingsgraad nagenoeg gelijk gebleven (88,5 procent) en ligt net onder het gemiddelde van de reeks vanaf 2012. 

Verwachtingen eerste kwartaal 2026 (hoofdstuk 5)

  • Ondernemers hebben per saldo positieve verwachtingen voor het eerste kwartaal van 2026. Daarbij zijn ze ook positiever dan een jaar geleden. Het meest positief zijn ondernemers over de orderontvangsten, de te plaatsen orders en de investeringen.
  • Het minst positief zijn bedrijven over de winstgevendheid in het eerste kwartaal. In de meeste bedrijfstakken is de stemming daarover wel verbeterd ten opzichte van een jaar geleden. 

Belemmeringen (hoofdstuk 6)

  • Bij vijf van de twaalf bedrijfstakken zijn financiële beperkingen vaker genoemd als belangrijkste belemmering dan vorig jaar. In de cultuursector nam dit percentage het sterkst toe en in de verhuur en handel van onroerend goed wordt dit het vaakst als belangrijkste belemmering ervaren. 
  • Het tekort aan arbeidskrachten is met 31,5 procent nog steeds de meest genoemde belemmering door ondernemers in hun bedrijfsvoering, maar het percentage nam wel iets af ten opzichte van vorig jaar. 

Uitgelicht – Prijsverwachtingen en kostenstijgingen (hoofdstuk 7)

  • Ten opzichte van vorig kwartaal verwachten meer ondernemers een toename in de verkoopprijzen. Ondernemers in de bouwnijverheid verwachten dit het vaakst.
  • De helft van de bedrijven kan hogere kosten nauwelijks of niet doorberekenen. Daarnaast geeft ruim 8 op de 10 bedrijven aan dat arbeidskosten het meest hebben bijgedragen aan kostenstijgingen in het afgelopen jaar. Ook grondstoffen en materialen is relatief vaak genoemd als kostenpost die hieraan het meest bijdroeg.