Auteur: Rixt de Jong, Chantal Blom, Jocelyn van Berkel, Patrick Bogaart, Corine Driessen, Linda de Jongh-van de Pol, Marjolein Lof, Redbad Mosterd, Sjoerd Schenau

Natuurlijk kapitaal en brede welvaart in Nederland

Leefomgeving in verandering

Over deze publicatie

De bijdragen van ecosystemen aan onze brede welvaart zijn sterk afhankelijk van de inrichting en het beheer van de leefomgeving, de kwaliteit van ecosystemen en van de mate waarin mensen van deze bijdragen vanuit ecosystemen gebruik kunnen maken. De ecosystemen die deze bijdragen leveren staan echter wereldwijd onder druk. De Monitor Brede Welvaart en SDG’s 2022 laat zien dat de staat van natuurlijk kapitaal ook in Nederland zorgwekkend is. Dit rapport laat zien welke ecosysteemtypen in Nederland voorkomen en op welke wijze deze bijdragen aan brede welvaart. Deze relatie wordt gelegd door te kijken naar de ecosysteemdiensten die ze leveren. De resultaten van het onderzoek hiernaar worden in dit rapport door het CBS gepubliceerd. De analyse in dit rapport betreft de periode 2013 tot en met het jaar 2020.

Daarnaast wordt gekeken naar hoe onze leefomgeving veranderd is in de periode 2013-2020. De omvang van deze veranderingen is belangrijk om te weten, omdat deze kunnen helpen om de potentiële omvang van nieuwe ruimtelijke veranderingen in een passende context te plaatsen. In dit rapport worden daartoe de recente omzettingen van ecosysteemtypen vergeleken met het potentiële ruimtebeslag en bijbehorende omzettingen ten gevolge van de grote maatschappelijke opgaven die er nu liggen, zoals de energietransitie, woningbouw, een klimaatbestendig Nederland, de verdere uitbreiding van het Natuurnetwerk Nederland en de aanplant van bos binnen de Bossenstrategie. Op basis van beleidsvoornemens wordt een schatting gemaakt van de mogelijk benodigde ruimte, en wordt deze vergeleken met de recente ruimtelijke veranderingen.

1. Inleiding

Een essentiële pijler van brede welvaart is de kwaliteit van de leefomgeving en de ecosystemen die daarin een plaats hebben. Schone lucht en schoon water, gezonde bodems om voedsel te produceren en ruimte om te leren, recreëren en ontspannen zijn belangrijke aspecten die bijdragen aan ons welzijn en onze gezondheid. Maar de ecosystemen die deze bijdragen leveren staan onder druk, zowel op wereldwijde schaal als in Nederland. Hoge stikstofuitstoot heeft ertoe geleid dat in 2018 ruim 71 procent van de natuur in Nederland in haar voortbestaan bedreigd werd (CBS,2021). Bij gevoelige ecosystemen lagen die waarden nog veel hoger, zoals bij heide (98 procent), moerasbos en hoogvenen (98 procent) en kustduinen (80 procent) (CBS en WUR, 2021). Daarnaast voldeed geen van de Nederlandse oppervlaktewateren in 2019 aan zowel de chemische als de biologische kwaliteitsnormen van de in EU-verband vastgestelde Kaderrichtlijn Water (CLO, 2019). De verbetering van de biodiversiteit in zoete wateren die vanaf 1990 was ingezet, stagneert sinds 2008 (CLO, 2022). Biodiversiteit staat in de meeste ecosystemen onder hoge druk. Positief zijn daarentegen de ontwikkelingen van de luchtkwaliteit, waarbij in 2018 in grote delen van Nederland de gemiddelde fijnstofconcentraties onder de WHO-gezondheidsnorm bleven (in respectievelijk 95,6 procent van het landoppervlak voor PM10, en 46 procent voor PM2.5)(CBS en WUR, 2021). Het overheersende beeld van de staat van natuurlijk kapitaal is echter, zoals ook duidelijk wordt in de Monitor Brede Welvaart en SDG’s 2022, zorgwekkend.

De bijdragen van ecosystemen aan onze brede welvaart zijn in grote mate afhankelijk van de inrichting en het beheer van de leefomgeving, de kwaliteit van deze ecosystemen, en van de mate waarin mensen van deze ecosystemen gebruik kunnen maken. De hier gepresenteerde analyse gaat over de periode tussen 2013 en 2020. Het laat zien hoe wij in Nederland het land hebben ingericht en op welke wijze dit bijdraagt aan brede welvaart. Daarnaast wordt gekeken hoe dit aan het veranderen is door te kijken naar de meest opvallende ontwikkelingen tussen 2013 en 2020. Tot slot worden de huidige ontwikkelingen in de context geplaatst van de grote maatschappelijke opgaven die er nu liggen. Beleidsmatig is er een belangrijke opgave om de energietransitie te realiseren, maar ook om op korte termijn meer woningen te realiseren en om Nederland klimaatbestendig te maken. Tegelijkertijd is de voorgenomen verdere uitbreiding van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) gaande, en in aanvulling daarop is ook de Bossenstrategie van start gegaan, die voorziet in de aanplant van bos zowel binnen als buiten het NNN. Op basis van deze bestaande, gekwantificeerde voornemens wordt hier een schatting gemaakt van de mogelijk benodigde ruimte, en wordt deze vergeleken met de huidige ruimtelijke veranderingen.

De analyses zijn gebaseerd op de internationaal overeengekomen methodiek de ‘System of Environmental Economic accounting – Ecosystem Accounting (SEEA EA). Deze zijn toegepast bij de ontwikkeling van de Nederlandse Natuurlijk Kapitaalrekeningen (NKR). CBS werkt bij de ontwikkeling van de NKR nauw samen met de WUR. De NKR worden ontwikkeld in opdracht van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselveiligheid.

2. Inrichting van het land in ecosystemen

Om te zien op welke manier, en waar, de verschillende ecosystemen in Nederland een bijdrage leveren aan brede welvaart is het van belang de leefomgeving consistent te karteren en veranderingen door de tijd zorgvuldig te monitoren. In deze studie is gebruik gemaakt van een zo consistent mogelijke kartering van ecosystemen in Nederland voor de jaren 2013, 2015, 2018 en 2020. Allereerst wordt gekeken naar de huidige indeling in ecosystemen. Hierbij worden de 50 ecosysteemtypen ingedeeld in vier categorieën: ‘agrarisch’, ‘bebouwd’, ‘natuur en half-natuur’ en ‘zoet en brak water en kust’. Vervolgens wordt gekeken op welke manier deze ecosystemen een bijdrage leveren aan brede welvaart door te kijken naar de ecosysteemdiensten die zij leveren.

2.1 Ecosysteemtypen in 2020

Onderstaande figuur laat de verdeling van het oppervlak van Nederland zien in de vier categorieën en onderliggende ecosysteemtypen voor het jaar 2020 zien voor het jaar 2020. Verreweg de grootste categorie van ecosysteemtypen is gerelateerd aan de landbouw; bijna de helft van het landoppervlak is agrarisch. De tweede grote categorie is het grotendeels bebouwde en verharde gebied, dat vooral in gebruik is voor wonen, werken, industrie en infrastructuur. Deze overwegend bebouwde categorie omvat echter ook privé-tuinen, evenals een verzameling van niet-bebouwde gebruiksvormen zoals paardenweitjes, bermen en braakliggend terrein (binnen de bebouwde kom). Apart weergegeven zijn groenvoorzieningen (‘groen’ in de figuur) zoals parken en plantsoenen, en ruimte voor recreatie.

Het areaal van de categorie natuur, met daarin groene natuurlijke en halfnatuurlijke gebieden, is net iets kleiner dan de categorie bebouwd. Het grootste aandeel hierin wordt gevormd door bossen, bomenrijen, heggen en hagen, terwijl open natuur zoals heide en natuurlijke graslanden en wetlands minder frequent voorkomen. Bij de laatste categorie, water en kust, is alleen het zoete en brakke water in beschouwing genomen. Ook dit vormt een significant deel van de ecosystemen op en nabij het land. De lange Nederlandse kuststrook met haar duinen en stranden neemt in deze categorie relatief weinig ruimte in beslag. Deze twee categorieën samen representeren een groot deel van de land- en waternatuur in Nederland.

Verdeling van het land in ecosysteemtypen in 2020Dit figuur laat de verdeling van de vier categorieën en een onderverdeling in ecosysteemtypen zien voor het jaar 2020. De vier categorieën zijn natuur, wonen en natuur, water en kust, en landbouw. Verreweg de grootste categorie van ecosysteemtypen is gerelateerd aan de landbouw; bijna de helft van het landoppervlak. De tweede grote categorie is het grotendeels verharde en bebouwde gebied. AgrarischGraslandAkkersBebouwdBebouwd, infraOpenbaar groenOverigNatuurBos/bomenOpen natuurWetlandswater en kustWaterDuin, strandVerdeling van het land in ecosysteemtypen in 2020
  

2.2 Agrarische ecosystemen

Bovenstaande figuur laat zien dat bijna de helft (49 procent) van Nederland valt onder de verschillende ecosysteemtypes in de categorie agrarisch. Hierin nemen akkers een vrijwel even grote plek in als weilanden. Van het akkerland (inclusief de meerjarige teelt) was in 2018 bijna 98 procent in ‘regulier’ gebruik, dat wil zeggen zonder een vorm van natuur- of landschapsbeheer1). Van de weilanden was dit voor bijna 97 procent van het areaal het geval.

Afname agrarische ecosystemen

De omvang van het totale areaal dat valt onder de agrarische ecosysteemtypen is tussen 2013 en 2020 afgenomen met circa 244 km2, oftewel zo’n 1,3 procent. Het is daarom interessant om te kijken in hoeverre landbouwgebied is omgezet in ‘bebouwd’ of in ‘natuur’ of ‘water en kust’. In de figuur hieronder is deze omzetting per provincie weergegeven. De grootste omzetting van landbouwgrond naar een ander soort ecosysteem trad tussen 2013 en 2020 op in de provincies Gelderland en Noord-Brabant, waarbij respectievelijk 152 en 141 km2 van de landbouw-ecosystemen werden omgezet in een andere categorie. Er werd echter ook ‘nieuwe’ landbouwgrond gecreëerd door omzetting vanuit andere ecosysteemtypen. Het nettoresultaat van alle omzettingen van en naar landbouw (weergegeven tussen haakjes), laat zien dat de grootste totale afname zichtbaar was in de provincie Noord-Brabant, met een afname van 58 km2, en dat er een kleine toename van 7 km2 plaatsvond in Friesland. De figuur laat zien dat in alle provincies behalve Zeeland, de grootste omzetting die van landbouw naar bebouwd gebied en infrastructuur (‘bebouwd’) is.

Omzetting van landbouw in andere ecosysteemtypen, bruto en netto, 2013 – 2020Dit figuur laat op een kaart zien in hoeverre landbouwgebied is omgezet in een ander soort ecosysteem zoals ‘wonen en werken of in ‘natuur en semi-natuur’ of ‘water en kust’ per provincie tussen 2013 en 2020. De grootste omzetting is in de provincies Gelderland en Noord-Brabant. De grootste totale afname van landbouw is zichtbaar in de provincie Noord-Brabant er is een kleine toename in Friesland. In alle provincies behalve Zeeland, is de grootste omzetting die van landbouw naar bebouwd gebied en infrastructuur. 48 km268 km265 km294 km221 km2152 km243 km267 km284 km238 km2141 km280 km2(-2 km2)(+7 km2)(-15 km2)(-37 km2)(-5 km2)(-38 km2)(-16 km2)(-7 km2)(-19 km2)(-15 km2)(-58 km2)(-39 km2)Verandering agrarisch land naar:BebouwdNatuurWaterOmzetting van landbouw in andere ecosysteemtypen, bruto en netto,2013 - 2020
 

2.3 Bebouwd gebied en infrastructuur, groenvoorzieningen in bebouwd gebied

Het totale areaal aan ecosystemen van de categorie ‘bebouwd’ vormt met bijna 24 procent de tweede grootste categorie in Nederland. Hieronder vallen alle terreinen die grotendeels bebouwd of bestraat zijn, zoals bebouwing, bedrijventerreinen, wegen en andere infrastructuur. Woongebieden vallen hier ook onder, inclusief de bijbehorende tuinen. Parken, plantsoenen en andere (publiek toegankelijke) groenvoorzieningen binnen de bebouwde kom vallen ook onder deze categorie, maar zijn apart weergegeven.

Verstedelijking en toename bevolkingsdichtheid

Een belangrijke ontwikkeling die over de periode 2013-2020 heeft plaatsgevonden is een toename van het zeer dichtbevolkte gebied. Steeds meer gebieden voldeden aan de grenswaarden2), waardoor tussen 2013 en 2020 sprake was van een toename van het zeer dichtbevolkte gebied van bijna 647 km2 naar 693 km2; een toename van ruim 7 procent. De kaart hieronder laat zien dat die verandering van het oppervlak dichtbevolkt gebied per provincie verschilt. De toename in de provincie Utrecht springt daarbij in het oog, met een toename van circa 19 procent ten opzichte van 2013. In Noord- en Zuid-Holland is de toename relatief klein, maar hierbij moet in acht genomen worden dat deze provincies al zeer dichtbevolkt waren. In Limburg is daarentegen sprake van een afname. De detailkaart hieronder laat zien waar in Utrecht grote verandering zijn opgetreden. Hierbij moet echter worden opgemerkt, dat een relatief kleine toename van de inwonerdichtheid ertoe kan leiden dat een heel gebied ineens aan de randvoorwaarden voldoet. Dat wil zeggen dat in een gebied waarin de inwonerdichtheid al bijna hoog genoeg is om gekarteerd te worden als ‘dichtbevolkt’, slechts weinig nieuwbouw nodig is om aan de hier gebruikte definitie te voldoen. Ook kan er sprake zijn van de omzetting van bijvoorbeeld bedrijfspanden naar woningen, of een toename van het aantal bewoners per pand. Hoewel een toename van het dichtbevolkte gebied dus niet per se tot uitdrukking hoeft te komen in meer bebouwing, heeft deze toename wel invloed op het aantal mensen dat een beroep doet op voorzieningen zoals parken en plantsoenen, en op recreatiemogelijkheden in de wijdere omgeving.

Verandering van de omvang van het dichtbevolkte gebied per provincie en detail rondom de stad Utrecht, tussen 2013 en 2020Dit figuur laat de kaart van Nederland zien per provincie en een gedetailleerde uitsnede van de stad Utrecht zien. De verandering van het oppervlak dichtbevolkt gebied per provincie verschilt. De toename in de stad Utrecht valt op. De detailkaart laat zien waar in Utrecht grote verandering zijn opgetreden. Verandering van de omvang van het dichtbevolkte gebied per provincie en detail rondom de stad Utrecht, tussen 2013 en 20205,7%13,2%2,1%8,3%5,1%-2%6,8%4,2%2,7%19,7%Detailkaart UtrechtLegendaDichtbevolkt gebied 2013Dichtbevolkt gebied 2020