Overige zelfstandigen in zorg en welzijn

2. Data en methode

Dit hoofdstuk beschrijft de databronnen die zijn gebruikt in dit artikel.

Integraal Inkomens- en Vermogensonderzoek

Het Integraal inkomens en vermogensonderzoek (IIV) bevat jaargegevens over de financiële positie van personen in particuliere huishoudens in Nederland en is voornamelijk gebaseerd op informatie van de Belastingdienst. De belangrijkste bronnen bij het samenstellen van cijfers over zelfstandigen zijn voor de zelfstandig ondernemers het bestand Satelliet Zelfstandige Ondernemers (SZO), waarin voor alle ondernemers gegevens over de winstaangiften zijn opgenomen. Voor directeuren-grootaandeelhouders (dga’s) is dat de fiscale loonaangifte en voor meewerkende gezinsleden en overige zelfstandigen de aangifte inkomstenbelasting. De onderzoekspopulatie omvat alle particuliere huishoudens gepeild op 1 januari, met een bekend jaarinkomen. Het IIV stelt informatie beschikbaar op basis van de zogeheten zwaartepuntbenadering: mensen worden op grond van de hoogte van de verschillende soorten inkomsten volgens een getrapte zwaartepuntbenadering gerekend tot de categorie zelfstandigen. Daarnaast is informatie beschikbaar over alle personen die een inkomen hebben als zelfstandige. In dit artikel wordt gekeken naar alle personen met inkomen als overige zelfstandige in zorg en welzijn in 2021-2023, de drie meest recente jaargangen waarvoor de cijfers definitief zijn. Het totaal aantal overige zelfstandigen in zorg en welzijn per jaar komt overeen met de cijfers over overige zelfstandigen, alle inkomens, in de tabel Zelfstandigen; inkomen, vermogen, bedrijfstak op Statline.

Enquête beroepsbevolking

De Enquête beroepsbevolking (EBB) is een steekproefonderzoek dat doorlopend door het CBS wordt uitgevoerd. Doel van het onderzoek is het verstrekken van informatie over de relatie tussen mens en arbeidsmarkt. Hierbij worden kenmerken van personen in verband gebracht met hun positie op de arbeidsmarkt. De EBB geeft dan ook aantallen en kenmerken van diverse groepen zelfstandigen. In de EBB is daarvoor aan respondenten gevraagd op welke manier ze werkzaam zijn, waarbij ze kunnen aangeven dat ze een baan hebben als werknemer, een eigen bedrijf of praktijk hebben (inclusief dga) of werkzaam zijn als zzp’er, of dat ze meewerken in het bedrijf of de praktijk van de partner of een familielid. Het gaat daarbij om een momentopname. Doorlooptijd van de EBB is ongeveer een jaar, waarbij respondenten met telkens een tussenliggende periode van drie maanden vijfmaal benaderd worden met een vragenlijst (roterend paneldesign). Cijfers over zelfstandigen op basis van de EBB betreffen doorgaans de hoofdbaan. Dat is de baan van een persoon waaraan deze de meeste tijd besteedt. Er is in de EBB ook informatie beschikbaar over een eventuele tweede baan. Voor dit artikel zijn de gegevens uit het IIV gekoppeld aan de EBB-gegevens over 2021-2023.

Meer informatie over deze bronnen voor cijfers over zelfstandigen is opgenomen in het Dossier ZZP van het CBS.