1. Inleiding
Voor het programma Arbeidsmarkt, Zorg en Welzijn (AZW) lopen er op verzoek van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) verschillende onderzoeken om meer duiding te geven aan de cijfers over zelfstandigen in zorg en welzijn (zie CBS, 2024; CBS, 2025). Dit artikel beschrijft de groep overige zelfstandigen in zorg en welzijn in de periode 2021-2023.
Overige zelfstandigen zijn personen die werken als zelfstandige, maar geen ondernemer zijn voor de inkomstenbelasting.1) Zij verrichten arbeid voor eigen rekening of risico, maar niet in een eigen bedrijf of praktijk, niet als directeur-grootaandeelhouder en niet als meewerkend gezinslid. Tot deze categorie behoren personen met resultaat uit overige werkzaamheden, zoals freelancers. In zorg en welzijn gaat het bijvoorbeeld om personen die zorg verlenen aan bekenden via een persoonsgebonden budget (PGB), gastouders die niet in loondienst zijn en niet voldoen aan de ondernemerscriteria, of personen die (incidenteel) inkomsten ontvangen als huishoudelijke hulp, gastspreker, docent, of auteur. Het betreft dus een zeer diverse groep, waarbij sommigen een eigen bedrijf hebben dat ingeschreven staat bij de Kamer van Koophandel dat niet voldoet aan de ondernemerscriteria in dat jaar, en anderen eenmalig inkomsten hebben ontvangen. Het doel van dit artikel is meer inzicht geven in deze zeer diverse groep.
Het Integraal Inkomens- en Vermogensonderzoek (IIV) is de voornaamste bron om de groep overige zelfstandigen te beschrijven. Op basis van deze gegevens is jaarlijks bekend of een persoon inkomen heeft uit overige werkzaamheden, informatie die gebruikt wordt om te bepalen of iemand in dat jaar overige zelfstandige is, en hoe deze werkzaamheden omschreven zijn bij de belastingaangifte. Het IIV wordt in dit artikel gebruikt om te bepalen hoeveel overige zelfstandigen er zijn in zorg en welzijn, wat hun persoonskenmerken zijn, voor hoeveel het inkomen als overige zelfstandige de voornaamste inkomensbron is, hoeveel inkomen zij verdienen en wat voor werkzaamheden zij verrichten.
De Enquête beroepsbevolking (EBB) is een steekproefonderzoek dat doorlopend door het CBS wordt uitgevoerd, met als doel het verstrekken van informatie over de relatie tussen mens en arbeidsmarkt. Het is de meest actuele bron voor gegevens over zelfstandigen en wordt gebruikt voor de cijfers op AZW Statline. Het is echter niet mogelijk om op basis van de beschikbare informatie in de EBB de groep overige zelfstandigen te onderscheiden binnen de totale groep zelfstandigen. Om toch meer inzicht te kunnen geven in de groep overige zelfstandigen in zorg en welzijn, zijn in dit artikel gegevens uit het IIV gekoppeld aan de EBB. Met deze gegevens wordt onderzocht hoe en in welke mate overige zelfstandigen deze werkzaamheden opgeven in de EBB.
Centraal in dit artikel staat de vraag: wie zijn de overige zelfstandigen in zorg en welzijn? Specifieke deelvragen die daarbij aan bod komen, zijn:
- Hoeveel overige zelfstandigen werken in zorg en welzijn (op basis van het IIV)?
- Wat zijn hun persoonskenmerken?
- Voor hoeveel van hen is dit de voornaamste inkomensbron?
- Hoeveel inkomen verdienen zij als overige zelfstandige?
- Wat voor werkzaamheden verrichten zij?
- Hoe geven zij deze werkzaamheden op in de EBB?