Overige zelfstandigen in zorg en welzijn

3. Resultaten

3.1 Hoeveel overige zelfstandigen werken in zorg en welzijn?

In 2021-2023 waren er gemiddeld per jaar 74 duizend overige zelfstandigen in zorg en welzijn, ofwel 32 procent van alle zelfstandigen in zorg en welzijn. Hierbij worden alle personen meegenomen die inkomen hadden als zelfstandige, ongeacht de hoogte van het inkomen. De meerderheid van hen werkte in de branche verpleging, verzorging en thuiszorg (40 duizend), dat is 68 procent van alle zelfstandigen in deze branche. Na de verpleging, verzorging en thuiszorg, werkten de meeste overige zelfstandigen in de branches overige zorg en welzijn (12 duizend), kinderopvang (7 duizend) en sociaal werk (6 duizend). De branche overige zorg en welzijn is een samentelling van categorieën, hieronder vallen onder andere tandartsen, verloskundigen, fysiotherapeuten en samenwerkingsorganen op het gebied van gezondheidszorg.

3.1.1 Overige zelfstandigen in zorg en welzijn, 2021-2023
 Aantal (x 1 000)
Verpleging, Verzorging en thuiszorg39,8
Overige zorg en welzijn12
Kinderopvang7,3
Sociaal werk6,3
Geestelijke gezondheidszorg3,5
Universitair medische centra1,6
Ziekenhuizen en overige med. spec. zorg1,2
Gehandicaptenzorg1
Huisartsen en gezondheidscentra0,7
Jeugdzorg0,6

3.2 Wat zijn persoonskenmerken van overige zelfstandigen in zorg en welzijn?

De meerderheid van de overige zelfstandigen in zorg en welzijn in 2021-2023 was vrouw (80 procent). Ter vergelijking: onder alle zelfstandigen in zorg en welzijn was 73 procent vrouw. In de branches kinderopvang en sociaal werk lag het aandeel vrouwen onder overige zelfstandigen hoger dan gemiddeld. De man-vrouw verdeling was het meest gelijk in de branche ziekenhuizen en overige medische specialistische zorg. In de grootste branche verpleging, verzorging en thuiszorg was 80 procent vrouw.

3.2.1 Overige zelfstandigen in zorg en welzijn, geslacht, 2021-2023
 Vrouw (%)Man (%)
Kinderopvang964
Sociaal werk86,513,5
Verpleging, verzorging en thuiszorg79,820,2
Zorg en welzijn 79,820,2
Geestelijke gezondheidszorg79,720,3
Overige zorg en welzijn75,824,2
Gehandicaptenzorg65,134,9
Jeugdzorg64,735,3
Universitair medische centra62,637,4
Huisartsen en gezondheidscentra52,647,4
Ziekenhuizen en overige med. spec. zorg49,350,7

De gemiddelde leeftijd van overige zelfstandigen in zorg en welzijn in 2021-2023 was 49 jaar. Daarmee zijn overige zelfstandigen iets ouder dan het gemiddelde onder alle zelfstandigen in zorg en welzijn (46 jaar). In de branches universitair medisch centra, kinderopvang, gehandicaptenzorg en jeugdzorg werkten de meeste jongeren van 15 tot 25 jaar. 65-plussers werkten het vaakst in de branches huisartsen en gezondheidscentra en ziekenhuizen en overige medische specialistische zorg.

3.2.2 Overige zelfstandigen in zorg en welzijn, leeftijd, 2021-2023
 15 tot 25 jaar (%)25 tot 35 jaar (%)35 tot 45 jaar (%)45 tot 55 jaar (%)55 tot 65 jaar (%)65 jaar en ouder (%)
Universitair medische centra19,520,214,814,416,314,8
Kinderopvang13,518,913,913,622,717,3
Gehandicaptenzorg12,130,121,617,413,94,9
Jeugdzorg10,635,423,417,710,32,7
Verpleging, verzorging en thuiszorg10,611,312,321,425,718,7
Zorg en welzijn9,114,214,820,524,317,1
Sociaal werk5,818,616,61825,415,7
Overige zorg en welzijn4,51518,924,424,113
Ziekenhuizen en overige med. spec. zorg3,516,819,118,319,822,3
Geestelijke gezondheidszorg1,915,223,623,221,314,8
Huisartsen en gezondheidscentra1,912,315,615,217,937

3.3 Voor hoeveel overige zelfstandigen in zorg en welzijn is dit de voornaamste inkomensbron?

Voor 21 duizend overige zelfstandigen in zorg en welzijn in 2021-2023 was het inkomen als overige zelfstandige de voornaamste inkomensbron, dat is 29 procent van alle overige zelfstandigen in zorg en welzijn. Voor de overige 71 procent waren deze werkzaamheden dus een neveninkomen. Zij hebben nog een ander inkomen, bijvoorbeeld loon als werknemer of een uitkering, dat hun voornaamste inkomensbron is. Vooral in de branches kinderopvang en sociaal werk werkten relatief veel overige zelfstandigen waarvoor dat inkomen de voornaamste inkomensbron is, respectievelijk 47 procent en 43 procent. In de verpleging, verzorging en thuiszorg was dat 29 procent.

3.3.1 Overige zelfstandigen in zorg en welzijn, voornaamste inkomensbron, 2021-2023
 Voornaamste inkomen (%)Neveninkomen (%)
Kinderopvang47,452,6
Sociaal werk43,256,8
Verpleging, verzorging en thuiszorg29,570,5
Zorg en welzijn28,671,4
Gehandicaptenzorg24,275,8
Jeugdzorg21,778,3
Overige zorg en welzijn18,881,2
Geestelijke gezondheidszorg13,486,6
Huisartsen en gezondheidscentra11,288,8
Ziekenhuizen en overige med. spec. zorg6,493,6
Universitair medische centra2,197,9

3.4 Hoeveel inkomen verdienen overige zelfstandigen in zorg en welzijn?

Overige zelfstandigen, waarvan dit de voornaamste inkomensbron was, verdienden een doorsnee inkomen van 13 duizend euro op jaarbasis in 2021-2023. Van hen verdiende 42 procent minder dan 10 duizend euro en 18 procent meer dan 30 duizend euro. De ruime meerderheid (86 procent) van de overige zelfstandigen in zorg en welzijn, waarvoor dat inkomen niet de voornaamste inkomensbron was, verdiende minder dan 10 duizend euro als overige zelfstandige in 2021-2023. Het doorsnee inkomen in deze groep was 2 duizend euro.

3.4.1 Inkomen overige zelfstandigen in zorg en welzijn, 2021-2023
 Minder dan 10 000 euro (%)10 000 tot 20 000 euro (%)20 000 tot 30 000 euro (%)30 000 euro of meer (%)
Voornaamste inkomen41,625,515,317,6
Neveninkomen86,1102,51,4

3.5 Wat voor werkzaamheden verrichten overige zelfstandigen in zorg en welzijn?

Bij het invullen van de belastingaangifte geven mensen een omschrijving van de werkzaamheden die zij opgeven als resultaat uit overige werkzaamheden. Deze omschrijving geeft inzicht in het type werkzaamheden dat overige zelfstandigen uitvoeren. De meest voorkomende termen genoemd door overige zelfstandigen in zorg en welzijn in 2021-2023 zijn “pgb” (persoonsgebonden budget; 40 procent) en “gastouder” (11 procent). Van de overige zelfstandigen in verpleging, verzorging en thuiszorg noemde de meerderheid (71 procent) “pgb” in de omschrijving van hun werkzaamheden. In de branches kinderopvang en sociaal werk noemde de meerderheid van de overige zelfstandigen “gastouder” in de omschrijving van hun werkzaamheden, respectievelijk 63 procent en 50 procent. Deze percentages betreffen een ondergrens van het percentage personen dat deze werkzaamheden daadwerkelijk uitvoert, omdat voor dit onderzoek alleen letterlijk de termen “pgb” en “gastouder” gebruikt worden en er geen rekening is gehouden met andere termen of spelfouten. In nader onderzoek kan deze typering worden uitgebreid.

3.5.1 Overige zelfstandigen in zorg en welzijn, werkzaamheden, 2021-2023
 Pgb (x 1 000)Gastouder (x 1 000)Anders (x 1 000)Onbekend (x 1 000)
Verpleging, Verzorging en thuiszorg28,406,35,2
Overige zorg en welzijn0,309,42,4
Kinderopvang0,14,61,70,9
Sociaal werk0,33,220,9
Geestelijke gezondheidszorg0,102,70,7
Universitair medische centra001,50,1
Ziekenhuizen en overige med. spec. zorg0010,2
Gehandicaptenzorg0,200,60,3
Jeugdzorg0,100,40,2
Huisartsen en gezondheidscentra000,50,2

3.6 Hoe geven overige zelfstandigen in zorg en welzijn deze werkzaamheden op in de EBB?

Op basis van de beschikbare informatie in de EBB is het niet mogelijk de groep overige zelfstandigen te onderscheiden binnen de totale groep zelfstandigen. Om toch meer inzicht te kunnen geven in de groep overige zelfstandigen in zorg en welzijn, zijn in dit artikel gegevens uit het IIV gekoppeld aan de EBB. Van de 174 duizend mensen van 15 tot 75 jaar die de meeste uren werken als zelfstandige in zorg en welzijn op basis van de EBB in 2021-2023 was 10 procent overige zelfstandige.

Personen die inkomsten hebben als overige zelfstandigen geven dit niet altijd op als werk (als zelfstandige) in de EBB. Van de overige zelfstandigen in zorg en welzijn in 2021-2023 die ook hebben meegedaan aan de EBB gaf 50 procent in de EBB aan dat ze de meeste uren werken als zelfstandige. De overige personen waren werknemer (35 procent) of niet-werkzaam (15 procent). Overige zelfstandigen in zorg en welzijn, waarvan dit inkomen neveninkomen was, gaven in de EBB vooral aan dat ze de meeste uren werken als werknemer (77 procent).

Van degenen met inkomen als overige zelfstandige als voornaamste inkomensbron in zorg en welzijn die aangeven werknemer te zijn in de EBB, werkte 84 procent in de beroepen leidsters kinderopvang en onderwijsassistenten, sociaal werkers, groeps- en woonbegeleiders, schoonmakers en verzorgenden. Voor de meerderheid van hen past de omschrijving van werkzaamheden als overige zelfstandige op basis van het IIV bij dit beroep. Voor overige zelfstandigen (als voornaamste inkomen) in zorg en welzijn die niet-werkzaam zijn op basis van de EBB, kan alleen gekeken worden naar de werkzaamheden op basis van het IIV. Ruim de helft van hen omschrijft de werkzaamheden als overige zelfstandige met “pgb”. Bij deze resultaten moet rekening gehouden worden met de verschillen tussen deze bronnen. In het IIV wordt op basis van informatie van de Belastingdienst bepaald of iemand overige zelfstandige is over een heel jaar, in de EBB wordt de positie in de werkkring bepaald op basis van wat iemand opgeeft op het moment van enquêteren.

3.6.1 Positie in de eerste werkkring (EBB) overige zelfstandigen in zorg en welzijn (IIV), 2021-2023
 Zelfstandige (%)Werknemer (%)Niet-werkzaam (%)
Voornaamste inkomen5035,314,7
Neveninkomen11,976,711,4