Agressie in zorg en welzijn

4. Conclusie, discussie en aanbevelingen

4.1 Conclusie

Agressie in zorg en welzijn raakt aan de veilige en gezonde werkomgeving die van belang is voor de duurzame inzetbaarheid van medewerkers. Op basis van de AZW Werknemersenquête is tal van informatie beschikbaar om daar nader onderzoek naar te doen. Het doel van dit artikel is om de samenhang tussen agressie en een ongezonde en onveilige werkomgeving te onderzoeken en te beschrijven. Om tot dit doel te komen, zijn drie onderzoeksvragen geformuleerd. 

De eerste onderzoeksvraag is in welke mate in de sector zorg en welzijn sprake is van agressie door patiënten of collega’s. Conclusie is dat bijna 6 op de 10 zorgmedewerkers te maken hebben met agressie door patiënten of hun naasten (familie of vrienden) en ruim 3 op de 10 te maken hebben met agressie door collega’s of leidinggevenden. Dit aandeel is de afgelopen jaren weinig veranderd. Veelal gaat het dan om verbale agressie door patiënten of hun naasten en pesten door collega’s of leidinggevenden. Jongere medewerkers hebben vaker te maken met agressie dan 45-plussers. Ook zijn er verschillen naar beroep. Zo hebben sociaal werkers en groeps- en woonbegeleiders relatief vaak te maken met agressie door patiënten, terwijl managers en vakspecialisten juist relatief vaak te maken hebben met agressie door collega’s of leidinggevenden. 

De tweede onderzoeksvraag gaat vervolgens over de samenhang tussen agressie door patiënten en de mentale gezondheid en tevredenheid van medewerkers in zorg en welzijn. Uit dit onderzoek blijkt die samenhang er te zijn. Medewerkers in zorg en welzijn die met een vorm van agressie door patiënten of hun naasten te maken hebben, zijn minder bevlogen in hun werk. Ze hebben met name minder zin om aan het werk te gaan. Ook ervaren ze vaker psychische vermoeidheid door hun werk en zijn ze vaker ontevreden over de organisatie waar ze werkzaam zijn. Overigens gaat het nadrukkelijk alleen om een samenhang, het is niet gezegd dat het te maken hebben met agressie de oorzaak is van een lager welbevinden. 

Hoewel in dit onderzoek geen oorzakelijk verband kan worden aangetoond, kan agressie door patiënten of hun naasten een risico zijn voor het welbevinden van zorgmedewerkers. Tegelijkertijd kunnen bepaalde arbeidsomstandigheden juist weer een risico vormen voor agressie. Dit komt aan bod in de derde onderzoeksvraag, namelijk in hoeverre de arbeidsomstandigheden in zorg en welzijn samenhangen met agressie door patiënten. Geconcludeerd kan worden dat medewerkers die een (veel) te hoge werkdruk ervaren en die onvoldoende tijd hebben om hun patiënten of cliënten aandacht te geven en te verzorgen vaker met agressie te maken hebben dan hun collega’s voor wie dat niet het geval is. Die samenhang blijkt ook bij de mate van ondersteuning die een medewerker ontvangt van de organisatie en leidinggevende en de sfeer op de afdeling of in het team. Degenen die dat als onvoldoende ervaren, hebben vaker te maken met agressie. 

Omdat er geen oorzakelijke verbanden kunnen worden aangetoond, laat dit onderzoek geen effect zien van agressie door patiënten of hun naasten op zorgmedewerkers. En ook niet of bepaalde arbeidsomstandigheden leiden tot meer agressie door patiënten of collega’s. Het toont echter wel aan dat agressie niet op zichzelf staat. Voor het behoud van medewerkers in de zorg en welzijn is het daarom belangrijk om bij het creëren van een veilige en gezonde werkomgeving een brede visie te hanteren.

4.2 Discussie en aanbevelingen

Dit onderzoek geeft een indruk van de complexe samenhang tussen agressie en een onveilige en ongezonde werkomgeving in zorg en welzijn. De insteek van het onderzoek is beschrijvend. Hier is voor gekozen omdat het al een veelheid aan informatie is. Het blijft daardoor onduidelijk of de beschreven verschillen in persoonskenmerken en beroep een rol spelen in de gevonden samenhang tussen agressie en een gezonde en veilige werkomgeving.

Ook geeft de onderzochte informatie geen volledig of uitputtend beeld van de factoren die van belang zijn voor het beantwoorden van de onderzoeksvragen. Voor dit artikel is gebruik gemaakt van de november-metingen van de AZW Werknemersenquête omdat de vragen over agressie in deze meting zijn opgenomen. Informatie die in de mei-metingen is opgenomen is daarmee buiten beschouwing gebleven. Dit geldt met name voor het relateren van de arbeidsomstandigheden aan agressie. Bij arbeidsomstandigheden gaat het ook over hoe de communicatie op de werkvloer is georganiseerd. Nu is voor eventuele communicatiestoornissen (die volgens de literatuur een risicofactor kunnen zijn voor agressie) alleen informatie over de sfeer op de afdeling of in het team opgenomen. Idealiter zou daar ook informatie over de gesprekken tussen de werknemer en de leidinggevende, en het bespreken van een persoonlijk ontwikkelplan aan toegevoegd zijn. 

Daarnaast zouden de onderzoeksvragen kunnen worden uitgebreid om de samenhang tussen agressie en een onveilige en ongezonder werkomgeving verder te analyseren. Zo is het ook relevant om agressie te relateren aan verzuim en beroepsziekten. In de Werknemersenquête is hierover geen informatie opgenomen. Dit zou wel van toegevoegde waarde zijn, net als meer informatie over de kwaliteit van zorg. Voor de kwaliteit van zorg is nu een enkele vraag opgenomen, het zou waardevol zijn als ook informatie beschikbaar zou zijn over bijvoorbeeld de productiviteit op de werkvloer en de ervaring van de kwaliteit van zorg door patiënten en hun naasten. 

Dit patiënten- en naastenperspectief is niet beschikbaar in de bij het CBS beschikbare data. Aangezien de onderzoeksvragen direct betrekking hadden op deze groep als agressor, en gezien de kennis dat het patiëntenperspectief kan verschillen van dat van zorgmedewerkers (zie bijvoorbeeld Fletcher, Crowe, Manuel en Foulds, 2021) zou aanvullend onderzoek naar beide perspectieven verrijkend zijn. Bij de voorbereidingen voor dit artikel is ook overwogen om het werkgeversperspectief mee te nemen en gebruik te maken van de Werkgeversenquête (WGE). Omdat het onderzoek te omvangrijk werd, is hiervan afgezien. Dit zou wel opgepakt kunnen worden in vervolgonderzoek.