Agressie in zorg en welzijn

Agressie en een ongezonde en onveilige werkomgeving

Over deze publicatie

Agressie in zorg en welzijn is een actueel onderwerp. Bijna 6 op de 10 zorgmedewerkers hebben te maken met agressie door patiënten of hun naasten (familie of vrienden) en ruim 3 op de 10 hebben te maken met agressie door collega’s of leidinggevenden. De meest voorkomende vormen van agressie zijn pesten en verbale agressie.

Een veilige en gezonde werkomgeving is van belang voor de duurzame inzetbaarheid van medewerkers. Vraag is of en hoe agressie samenhangt met de werkomgeving. Uit dit artikel blijkt dat zorgmedewerkers die met agressie door patiënten of hun naasten te maken hebben:
─ minder bevlogen zijn in hun werk,
─ vaker psychisch vermoeid zijn door hun werk,
─ en ook vaker ontevreden zijn over de organisatie waar ze werkzaam zijn.

Tegelijkertijd laat dit artikel zien dat de arbeidsomstandigheden van zorgmedewerkers van belang zijn. Zo hebben degenen die:
─ een te hoge werkdruk ervaren,
─ onvoldoende tijd hebben voor hun patiënten of cliënten,
─ te weinig ondersteuning ervaren van hun organisatie en leidinggevende of
─ die de sfeer in het team niet prettig vinden
vaker met agressie te maken dan hun collega’s voor wie dat niet het geval is.

Voor dit onderzoek is de Arbeidsmarkt Zorg en Welzijn (AZW) Werknemersenquête gebruikt. Deze enquête wordt twee keer per jaar uitgevraagd onder werknemers in zorg en welzijn. De vragen over agressie zijn opgenomen in de november-meting. Voor de analyses zijn daarom de november-metingen van de jaren 2020-2024 gebruikt.

1. Inleiding

Agressie is een bekend en veelvoorkomend probleem in de zorg- en welzijnssector. In 2024 had 57 procent van de medewerkers in deze sector te maken met agressie door patiënten of hun familie en vrienden, voornamelijk in de vorm van pesten en verbale agressie, zoals schreeuwen en schelden (CBS, z.d.). Een peiling onder zorgmedewerkers laat daarbij zien dat agressie als onderdeel van het werk wordt gezien (NU'91, 2026). 

Zowel nationaal als internationaal is het beeld dat de agressie door patiënten is toegenomen, vooral in de nasleep van de covid-19-pandemie (Van Beest, 2025; Rossi et al, 2023). De frequentie van agressie tegen zorgmedewerkers heeft in de afgelopen jaren geleid tot diverse Kamervragen, zoals die over agressie in de geestelijke gezondheidszorg (GGZ; Van Haga, 2023), bij spoedeisende hulpartsen (Van den Hil, 2024) en bij zorgmedewerkers in het algemeen (Van den Hil & Thielen, 2025). 

Agressie in zorg en welzijn komt niet alleen door patiënten of hun naasten. Ook door collega’s en leidinggevenden is er sprake van agressie of ongewenst gedrag. In 2024 had 31 procent van de medewerkers in zorg en welzijn te maken met agressie door collega’s of leidinggevenden, waarbij pesten de meest voorkomende vorm van agressie was (CBS, z.d.). 

Om de zorg toekomstbestendig te maken, zijn door het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en dertien andere partijen in de zorg afspraken gemaakt in het Integraal Zorgakkoord (2022). Het gaat dan onder meer om het behouden van beschikbare zorgprofessionals. Daarbij wordt benoemd dat het werkplezier van medewerkers vergroot moet worden, maar ook dat er aandacht moet zijn voor een veilige werkomgeving en de fysieke en mentale gezondheid van zorgmedewerkers. 

Agressie vormt een risicofactor voor de gezondheid en veiligheid van medewerkers. Zo kan agressie van patiënten ernstige psychologische en emotionele gevolgen hebben voor zorgmedewerkers, zoals woede, angst, posttraumatische stress en depressie. Ook leidt blootstelling aan agressie tot meer ziekteverzuim en een lagere arbeidstevredenheid (Lanctôt & Guay, 2014). Een tekort aan personeel en middelen vormt juist een risicofactor voor agressie door patiënten, net als communicatiestoornissen op de werkvloer en tussen zorgmedewerkers en patiënten (Mento et al, 2020; Omroep GLD, 2025). 

Het doel van dit artikel is om deze interacties tussen agressie en een ongezonde en onveilige werkomgeving te beschrijven. Het CBS doet daarbij geen uitspraken over oorzaak en gevolg: dat is op basis van dit onderzoek ook niet mogelijk. De volgende onderzoeksvragen zijn geformuleerd: 

  • in welke mate is sprake van agressie door patiënten of collega’s in de sector zorg en welzijn?
  • in hoeverre hangt agressie door patiënten samen met de mentale gezondheid en tevredenheid van medewerkers in zorg en welzijn?
  • in hoeverre hangen de arbeidsomstandigheden in zorg en welzijn samen met agressie door patiënten?

Om deze vragen te beantwoorden volgt eerst een overzicht van agressie door patiënten en collega’s door de jaren heen en wordt nagegaan of er verschillen zijn tussen mannelijke en vrouwelijke werknemers en tussen jongere en oudere werknemers. Ook wordt een uitsplitsing gemaakt naar beroep. Vervolgens worden de mentale gezondheid en arbeidstevredenheid van zorgverleners die in aanraking komen met agressie door patiënten of hun naasten onderzocht. Tot slot wordt ingegaan op de vraag hoe onvoldoende personeel en middelen, alsook communicatiestoornissen, samenhangen met het voorkomen van agressie door patiënten of hun naasten. 

2. Data en methoden

Voor dit onderzoek is gebruik gemaakt van gegevens uit de Werknemersenquête (WNE). Deze enquête maakt deel uit van het onderzoeksprogramma Arbeidsmarkt, Zorg en Welzijn (AZW). De WNE wordt twee keer per jaar uitgevoerd, in mei en november, onder werknemers van 16 jaar en ouder in de zorg- en welzijnssector. Vragen over ervaringen met agressie zijn opgenomen in de november-meting. Voor dit onderzoek zijn daarom de WNE-gegevens van de november-metingen uit 2020 tot en met 2024 meegenomen. Voor het weergeven van agressie over de jaren heen worden de afzonderlijke metingen gebruikt. In de nadere analyses naar de relatie tussen agressie en mentale gezondheid, arbeidstevredenheid en arbeidsomstandigheden zijn metingen samengevoegd om ook voor kleinere groepen een betrouwbaar beeld te krijgen. Uit een analyse van de data blijkt dat er weinig ontwikkeling in de tijd is, waardoor het ook te verantwoorden is om de data van verschillende metingen samen te voegen. In het artikel is aangegeven wanneer het gaat om de samengevoegde metingen. Dit wordt, om de leesbaarheid te bevorderen, niet steeds herhaald in de tekst. 

Agressie door patiënten of hun naasten is vastgesteld met de volgende vraag: ‘Kunt u aangeven in welke mate u de afgelopen 12 maanden persoonlijk te maken heeft gehad met onderstaande zaken in contact met (familie of vrienden van) patiënten / cliënten? 

  • Verbale agressie, zoals schelden of schreeuwen
  • Pesten, zoals beledigen, treiteren, irriteren, bespotten, roddelen of buitensluiten 
  • Bedreiging of intimidatie, zoals stalken, achtervolgen, chanteren, onder druk zetten, dreigbrief of bedreigen van gezinsleden
  • Seksuele intimidatie, zoals nafluiten, seksueel getinte opmerkingen, blikken, handtastelijkheden, aanranding of verkrachting
  • Discriminatie, zoals negatieve opmerkingen of gedragingen met betrekking tot sekse, huidskleur, geloof, leeftijd of seksuele geaardheid
  • Fysieke agressie, zoals duwen, slaan, schoppen, spugen, vastgrijpen, verwonden, fysiek hinderen, obstructie, gooien met / vernielen van voorwerpen

Het gaat hier om het percentage werknemers dat op een of meerdere van deze stellingen heeft geantwoord met ‘ja, een enkele keer’, ‘ja, vaak’ of ‘ja, zeer vaak’. Ook bij het rapporteren per type agressie gaat het om het percentage werknemers dat op de betreffende stelling heeft geantwoord met ‘ja, een enkele keer’, ‘ja, vaak’ of ‘ja, zeer vaak’. Wanneer in dit artikel wordt gesproken over agressie door patiënten of hun naasten, gaat het om agressie door patiënten of cliënten, of door hun familieleden of vrienden. 

Agressie door collega’s en/of leidinggevenden is op dezelfde manier vastgesteld als agressie door patiënten of hun naasten.

Voor een gezonde en veilige werkomgeving gaat het om mentale gezondheid, werktevredenheid en arbeidsomstandigheden. Hiervoor zijn verschillende stellingen in de vragenlijst opgenomen (zie bijlage 1). Voor bevlogenheid en psychische vermoeidheid zijn de werknemers geselecteerd die het helemaal eens of eens zijn met de stelling. 

3. Resultaten

3.1 Ervaren agressie in zorg en welzijn

In 2024 gaf 57 procent van de werknemers in de zorg- en welzijnssector aan dat ze in de voorgaande twaalf maanden te maken hebben gehad met agressie door patiënten of hun naasten. Daarnaast kreeg 31 procent van de werknemers te maken met agressie door collega’s of leidinggevenden. Het aandeel medewerkers dat aangeeft te maken te hebben met agressie door patiënten of collega’s is de afgelopen jaren vrijwel niet veranderd.

Bijna de helft van de zorgmedewerkers ervaart verbale agressie door patiënten

De meest voorkomende vorm van agressie door patiënten of hun naasten is verbale agressie zoals schelden en schreeuwen. Dit kwam in 2024 bij 48 procent van de zorgmedewerkers voor. Ook heeft een relatief grote groep te maken met pesten (25 procent) of fysieke agressie (21 procent). Zorgmedewerkers geven het minst vaak aan geconfronteerd te worden met bedreigingen, toch geldt dit nog voor ruim 10 procent. 

Bij agressie door collega’s of leidinggevenden gaat het veelal om pesten zoals beledigen, treiteren, irriteren, bespotten, roddelen of buitensluiten. Dit trof in 2024 21 procent van de werknemers en komt in de buurt van het percentage pesten door patiënten of hun naasten. De overige vormen van agressie door collega’s komen aanzienlijk minder vaak voor dan agressie door patiënten of hun naasten. 

3.1.1 Ervaren agressie¹⁾ in zorg en welzijn, 2024
 Agressie door patiënten en/of hun naasten (% van werknemers van 16 jaar of ouder in zorg en welzijn)Agressie door collega's en/of leidinggevenden (% van werknemers van 16 jaar of ouder in zorg en welzijn)
Totaal5731
Verbale agressie4814
Pesten2521
Fysieke agressie214
Discriminatie168
Seksuele intimidatie144
Bedreiging of intimidatie104
¹⁾ Medewerkers kunnen te maken hebben met meerdere vormen van agressie.

Mannen en vrouwen even vaak te maken met agressie

Om ook kleinere groepen nader te kunnen analyseren, zijn de gegevens van de metingen van 2020 tot en met 2024 samengevoegd. In de volgende resultaten gaat het om het gemiddelde van 2020/2024. Vanwege de leesbaarheid wordt dit niet steeds herhaald in de tekst. 

Het aandeel mannen en vrouwen dat te maken krijgt met agressie van patiënten of hun naasten is ongeveer even groot. Zo gaat het om 60 procent van de vrouwen die in zorg en welzijn werkzaam zijn en om 58 procent van de mannen in deze sector. Tussen de specifieke vormen van agressie bestaan wel verschillen tussen mannen en vrouwen. Deze verschillen zijn het grootst bij bedreiging of intimidatie en seksuele intimidatie. Zo krijgen mannen (16 procent) vaker dan vrouwen (9 procent) te maken met bedreiging of intimidatie zoals stalken, achtervolgen, chanteren, onder druk zetten, een dreigbrief ontvangen of dreiging naar gezinsleden. Seksuele intimidatie komt daarentegen vaker voor bij vrouwen (15 procent) dan bij mannen (8 procent). Hierbij gaat het bijvoorbeeld om nafluiten, seksueel getinte opmerkingen, blikken, handtastelijkheden, aanranding of verkrachting. 

3.1.2 Ervaren agressie¹⁾ in zorg en welzijn naar geslacht, 2020/2024
 Vrouwen (% van werknemers van 16 jaar of ouder in zorg en welzijn)Mannen (% van werknemers van 16 jaar of ouder in zorg en welzijn)
Totaal6058
Verbale agressie5251
Pesten2328
Fysieke agressie2225
Seksuele intimidatie158
Discriminatie1418
Bedreiging of intimidatie916
¹⁾ Door patiënten of hun naasten (familie of vrienden). Medewerkers kunnen te maken hebben met meerdere vormen van agressie.

Agressie vanuit collega’s of leidinggevenden komt bij mannen evenveel voor als bij vrouwen, beide 31 procent. Ook bij de verschillende vormen van agressie is er weinig verschil tussen mannen en vrouwen. Zo kwam pesten door collega’s of leidinggevenden bijvoorbeeld voor bij 20 procent van de mannen en bij 22 procent van de vrouwelijke medewerkers.

Jongere werknemers ervaren vaker agressie door patiënten dan oudere collega’s

Jongere werknemers geven vaker dan hun oudere collega’s aan te maken te hebben met agressie door patiënten of hun naasten. Zo heeft 66 procent van de werknemers tot 25 jaar en 62 procent van de werknemers van 25 tot 45 jaar daarmee te maken. Onder 45- tot 65-jarige werknemers gaat het om 56 procent en onder 65-plussers om 50 procent. Dat jongere werknemers vaker agressie ervaren dan oudere werknemers geldt voor alle vormen van agressie door patiënten of hun naasten. Voor bedreiging geldt dat dit iets meer door 25- tot 45-jarigen wordt ervaren dan door 25-minners.

De verschillen tussen leeftijdsgroepen zijn kleiner als het gaat om agressie door collega’s of leidinggevenden. Dit betreft 32 procent van de werknemers tot 25 jaar, 33 procent van de 25- tot 45-jarigen en 30 procent van de 45- tot 65-jarigen. Alleen onder 65-plussers is dat lager, van hen meldt 23 procent agressie door collega’s of leidinggevenden. Zij hebben vooral minder vaak te maken met pesten. Ook komt seksuele intimidatie bij hen minder voor dan bij 25-minners. 

Sociaal werkers en groeps- en woonbegeleiders meest te maken met agressie van patiënten

Blootstelling aan agressie door patiënten en hun naasten hangt samen met het beroep dat men heeft. Binnen de sector zorg en welzijn hebben 7 op de 10 werknemers ook een zorg en welzijn beroep. Verder gaat het bijvoorbeeld om pedagogische, bedrijfseconomische en administratieve beroepen, managers en dienstverlenende beroepen. Andere beroepen komen weinig voor en worden in deze analyse niet meegenomen. Er kan onderscheid gemaakt worden tussen cliëntgebonden en niet-cliëntgebonden beroepen. Degenen in een cliëntgebonden beroep hebben vaker te maken met agressie dan degenen in een niet-cliëntgebonden beroep. 

Voor vrijwel alle vormen van agressie door patiënten of hun naasten geldt dat het vooral sociaal werkers en groeps- en woonbegeleiders zijn die er mee te maken hebben. Van hen heeft 79 procent te maken met agressie door patiënten. Sociaal werkers en groeps- en woonbegeleiders zijn veelal werkzaam in de bedrijfstakken gehandicaptenzorg en GGZ. Verzorgenden hebben relatief vaak te maken met seksuele intimidatie en fysieke agressie, terwijl specialisten op maatschappelijk gebied vooral bedreiging en discriminatie ervaren. Bij deze laatste groep gaat het onder meer om maatschappelijk werkers en psychologen. 

Schoonmakers en keukenhulpen, waaronder huishoudelijke hulpen, hebben relatief weinig te maken met agressie door patiënten (30 procent). Dit geldt ook voor pedagogisch medewerkers (36 procent) die binnen de sector zorg en welzijn meestal werken in de kinderopvang. Voor hen gaat het vooral om verbale agressie en pesten door naasten van de kinderen.

Managers en vakspecialisten ervaren meeste agressie van collega’s en leidinggevenden

Managers en vakspecialisten hebben het meest te maken met agressie door collega’s of leidinggevenden (37 procent). Bij de managers gaat het onder meer om managers in de gezondheidszorg, de ouderenzorg en de sociale dienstverlening. Vakspecialisten zijn onder meer mbo-verpleegkundigen en doktersassistenten. Bij agressie door collega’s en leidinggevenden gaat het meestal om verbale agressie of pesten. Schoonmakers en keukenhulpen ervaren het minst vaak agressie door collega’s of leidinggevenden (15 procent). 

3.1.3 Ervaren agressie in zorg en welzijn naar beroep¹⁾, 2020/2024
BeroepssegmentAgressie door patiënten of hun naasten (familie of vrienden) (% van werknemers van 16 jaar of ouder)Agressie door collega's/leidinggevenden (% van werknemers van 16 jaar of ouder)
Sociaal werkers, groeps- en woonbegeleiders7934
Specialisten op maatschappelijk gebied6829
Artsen, therapeuten en gespecialiseerd verpleegkundigen6731
Vakspecialisten gezondheidszorg6736
Verzorgenden6733
Managers productie en gespecialiseerde dienstverlening5637
Administratief personeel4125
Pedagogisch medewerkers3629
Schoonmakers en keukenhulpen3015
¹⁾ Selectie op basis van meest voorkomende BRC beroepsklassen in zorg en welzijn.

3.2 Agressie in relatie tot mentale klachten en arbeidstevredenheid

Agressie door patiënten of hun naasten is een risicofactor voor de gezondheid en veiligheid van medewerkers in de sector zorg en welzijn (Lanctôt & Guay, 2014). Deze paragraaf gaat daarom in op de relatie tussen agressie en bevlogenheid en psychische vermoeidheid. De informatie over bevlogenheid is niet uitgevraagd in de november-meting van 2020. De cijfers over bevlogenheid zijn daarom gebaseerd op de november-metingen van de jaren 2021 tot en met 2024. Agressie kan naast mentale klachten ook leiden tot een lagere arbeidstevredenheid. Vandaar dat deze paragraaf ook deze relatie beschrijft.

Minder bevlogen 

Werknemers die te maken hebben met agressie door patiënten zijn minder bevlogen dan hun collega’s die dergelijke agressie niet in hun werk ervaren. Dit komt vooral naar voren in het aandeel dat zin heeft om aan het werk te gaan. Onder degenen die te maken hebben met agressie door patiënten is dat 58 procent, terwijl het onder hun collega’s die geen agressie hebben meegemaakt om 66 procent gaat. Voor het bruisen van energie en enthousiasme over het werk zijn de verschillen minder groot. Dit geldt overigens niet wanneer het bij agressie specifiek over pesten gaat. Werknemers die te maken hebben met pesten door patiënten of hun naasten geven minder vaak aan dat ze bruisen van energie op het werk dan hun collega’s die niet met pesten te maken hebben (respectievelijk 53 en 61 procent). Datzelfde geldt ook voor het enthousiast zijn over hun baan (respectievelijk 75 en 81 procent). 

3.2.1 Bevlogenheid naar ervaren agressie¹⁾ in zorg en welzijn, 2021/2024
 Agressie ervaren (% van werknemers van 16 jaar of ouder)Geen agressie ervaren (% van werknemers van 16 jaar of ouder)
Zin om te werken5866
Bruis van energie op werk5761
Enthousiast over baan7981
¹⁾ Agressie door patiënten of hun naasten (familie of vrienden).

Vaker psychisch vermoeid

Werknemers in zorg en welzijn die te maken hebben met agressie door patiënten of hun naasten ervaren vaker psychische vermoeidheid door het werk. Zo geeft 19 procent van de werknemers die te maken hebben met agressie aan zich opgebrand te voelen door het werk. Onder werknemers die niet met agressie te maken hebben is dat 12 procent. Ook geven werknemers die agressie ervaren vaker aan gefrustreerd te zijn door hun werk dan werknemers die geen agressie door patiënten of hun naasten ervaren: 16 procent tegenover 9 procent. 

Deze verschillen in psychische vermoeidheid gelden voor alle vormen van agressie. Wel zijn de verschillen groter als het gaat om pesten, bedreiging of discriminatie door patiënten of hun naasten. 

3.2.2 Psychische vermoeidheid naar ervaren agressie¹⁾ in zorg en welzijn, 2020/2024
 Agressie ervaren (% van werknemers van 16 jaar of ouder in zorg en welzijn)Geen agressie ervaren (% van werknemers van 16 jaar of ouder in zorg en welzijn)
Voel me opgebrand door het werk1912
Voel me gefrustreerd door het werk169
¹⁾ Agressie door patiënten of hun naasten (familie of vrienden).

Vaker ontevreden over de organisatie

Bij arbeidstevredenheid gaat het onder meer om de tevredenheid over het werk in het algemeen en de organisatie. Werknemers die te maken hebben met agressie door patiënten of hun naasten zijn met 6 procent vaker (zeer) ontevreden over hun werk dan de werknemers die dat niet hebben (3 procent). Degenen die te maken hebben met discriminatie door patiënten of hun naasten geven met 8 procent het vaakst aan (zeer) ontevreden te zijn over hun werk. 

Wanneer wordt gevraagd naar de organisatie waar ze werken, is de ontevredenheid groter. Van de werknemers die te maken krijgen met agressie door patiënten of hun naasten is 12 procent (zeer) ontevreden, tegenover 7 procent van de werknemers die hier niet mee te maken hebben. Vooral medewerkers die gepest worden door patiënten of hun naasten zijn vaker (zeer) ontevreden over de organisatie (16 procent), gevolgd door degenen die te maken hebben met discriminatie of bedreiging (beide 15 procent). 

Het overgrote merendeel van de werknemers in zorg en welzijn vindt het werk zinvol en inhoudelijk leuk. Daarbij zijn geen verschillen tussen werknemers die te maken hebben met agressie en hun collega’s die geen agressie door patiënten of hun naasten ervaren. 

3.2.3 Tevredenheid naar ervaren agressie¹⁾ in zorg en welzijn, 2020/2024
 Agressie ervaren (% van werknemers van 16 jaar of ouder in zorg en welzijn)Geen agressie ervaren (% van werknemers van 16 jaar of ouder in zorg en welzijn)
(Zeer) Ontevreden met werk94
(Zeer) Ontevreden met organisatie159
Inhoudelijk geen leuk werk33
Werk is niet zinvol22
¹⁾ Door patiënten of hun naasten (familie of vrienden).

3.3 Arbeidsomstandigheden in relatie tot agressie

De arbeidsomstandigheden in een organisatie kunnen een risicofactor zijn voor agressief gedrag door patiënten of hun naasten. Dit artikel gaat in op de volgende arbeidsomstandigheden: de tijd die beschikbaar is voor patiënten of cliënten, de ervaren werkdruk, de ondersteuning binnen de organisatie en de sfeer op de afdeling of in een team. 

Vaker agressie bij onvoldoende tijd

Medewerkers in zorg en welzijn die hun werkdruk gemiddeld genomen (veel) te hoog vinden, hebben met 68 procent vaker te maken met agressie door patiënten dan werknemers die hun werkdruk als goed ervaren (54 procent).

Ook werknemers die onvoldoende tijd hebben voor hun patiënten, hebben vaker te maken met agressie. Van degenen die aangeven voldoende tijd te hebben om aandacht te geven aan hun patiënten of cliënten, heeft 57 procent te maken met agressie. Onder degenen die daar onvoldoende tijd voor hebben, ligt dat met 75 procent aanzienlijk hoger. Hetzelfde beeld komt naar voren bij de tijd die werknemers hebben voor de verzorging van hun patiënten of cliënten. Van degenen die voldoende tijd hebben, heeft 60 procent te maken met agressie door patiënten, onder degenen die onvoldoende tijd hebben, is dat 79 procent. 

Dat medewerkers met een (veel) te hoge werkdruk of onvoldoende tijd voor hun werkzaamheden meer agressie ervaren, geldt voor alle vormen van agressie. 

3.3.1 Ervaren agressie¹⁾ in zorg en welzijn naar werkdruk en tijd, 2020/2024
Werkdruk of aandachtErvaren agressie door patiënten (% van werknemers van 16 jaar of ouder)
Werkdruk
(Veel) te hoog68
Goed54
(Veel) te laag51
Voldoende tijd voor
aandacht voor patiënten
(Helemaal) mee eens57
Niet mee eens, niet mee oneens66
(Helemaal) mee oneens75
Voldoende tijd voor
verzorging van patiënten
(Helemaal) mee eens60
Niet mee eens, niet mee oneens69
(Helemaal) mee oneens79
¹⁾ Door patiënten of hun naasten (familie of vrienden).

Vaker agressie bij onvoldoende ondersteuning voor zorgmedewerkers

Werknemers in zorg en welzijn die onvoldoende ondersteuning van de organisatie ervaren bij het uitvoeren van hun werk hebben vaker te maken met agressie door patiënten (69 procent) dan hun collega’s die aangeven voldoende ondersteuning te krijgen (55 procent). Dit geldt ook voor de ondersteuning die men vanuit hun leidinggevende ervaart: van de werknemers met onvoldoende ondersteuning maakt 68 procent agressie mee, terwijl van de werknemers met voldoende ondersteuning 56 procent daarmee in aanraking komt. Dat medewerkers die onvoldoende ondersteuning ervaren meer te maken hebben met agressie door patiënten geldt bij alle vormen van agressie.

3.3.2 Ervaren agressie¹⁾ in zorg en welzijn naar ondersteuning, 2020/2024
Voldoende ondersteuningErvaren agressie door patiënten (% van werknemers van 16 jaar of ouder)
Door leidinggevende
(Helemaal) mee eens55
Niet mee eens, niet mee oneens63
(Helemaal) mee oneens69
Door organisatie
(Helemaal) mee eens56
Niet mee eens, niet mee oneens63
(Helemaal) mee oneens68
¹⁾ Door patiënten of hun naasten.

Minder agressie bij een prettige sfeer

Wanneer er een prettige sfeer heerst in het team of op de afdeling ervaren medewerkers in zorg en welzijn minder agressie door patiënten of hun naasten: 58 procent tegenover 70 procent van de werknemers die geen prettige sfeer ervaren. Dit verschil is het meest uitgesproken als het gaat om pesten door patiënten of hun naasten; werknemers die aangeven in een prettige sfeer te werken maken dit minder vaak mee (21 procent) dan werknemers die aangeven dat er geen prettige sfeer is (44 procent).

3.3.3 Ervaren agressie¹⁾ naar sfeer op de werkvloer²⁾, 2020/2024
Onderwerp(Helemaal) mee eens (% van werknemers van 16 jaar of ouder in zorg en welzijn)Niet mee eens/niet mee oneens (% van werknemers van 16 jaar of ouder in zorg en welzijn)(Helemaal) mee oneens (% van werknemers van 16 jaar of ouder in zorg en welzijn)
Totaal586470
Verbale agressie515458
Pesten213344
Bedreiging of intimidatie101116
Seksuele intimidatie131519
Discriminatie131824
Fysieke agressie222529
¹⁾ Agressie door patiënten of hun naasten. Medewerkers kunnen te maken hebben met meerdere vormen van agressie. ²⁾ Gemeten met de stelling: er heerst een prettige sfeer op de afdeling / in het team.

4. Conclusie, discussie en aanbevelingen

4.1 Conclusie

Agressie in zorg en welzijn raakt aan de veilige en gezonde werkomgeving die van belang is voor de duurzame inzetbaarheid van medewerkers. Op basis van de AZW Werknemersenquête is tal van informatie beschikbaar om daar nader onderzoek naar te doen. Het doel van dit artikel is om de samenhang tussen agressie en een ongezonde en onveilige werkomgeving te onderzoeken en te beschrijven. Om tot dit doel te komen, zijn drie onderzoeksvragen geformuleerd. 

De eerste onderzoeksvraag is in welke mate in de sector zorg en welzijn sprake is van agressie door patiënten of collega’s. Conclusie is dat bijna 6 op de 10 zorgmedewerkers te maken hebben met agressie door patiënten of hun naasten (familie of vrienden) en ruim 3 op de 10 te maken hebben met agressie door collega’s of leidinggevenden. Dit aandeel is de afgelopen jaren weinig veranderd. Veelal gaat het dan om verbale agressie door patiënten of hun naasten en pesten door collega’s of leidinggevenden. Jongere medewerkers hebben vaker te maken met agressie dan 45-plussers. Ook zijn er verschillen naar beroep. Zo hebben sociaal werkers en groeps- en woonbegeleiders relatief vaak te maken met agressie door patiënten, terwijl managers en vakspecialisten juist relatief vaak te maken hebben met agressie door collega’s of leidinggevenden. 

De tweede onderzoeksvraag gaat vervolgens over de samenhang tussen agressie door patiënten en de mentale gezondheid en tevredenheid van medewerkers in zorg en welzijn. Uit dit onderzoek blijkt die samenhang er te zijn. Medewerkers in zorg en welzijn die met een vorm van agressie door patiënten of hun naasten te maken hebben, zijn minder bevlogen in hun werk. Ze hebben met name minder zin om aan het werk te gaan. Ook ervaren ze vaker psychische vermoeidheid door hun werk en zijn ze vaker ontevreden over de organisatie waar ze werkzaam zijn. Overigens gaat het nadrukkelijk alleen om een samenhang, het is niet gezegd dat het te maken hebben met agressie de oorzaak is van een lager welbevinden. 

Hoewel in dit onderzoek geen oorzakelijk verband kan worden aangetoond, kan agressie door patiënten of hun naasten een risico zijn voor het welbevinden van zorgmedewerkers. Tegelijkertijd kunnen bepaalde arbeidsomstandigheden juist weer een risico vormen voor agressie. Dit komt aan bod in de derde onderzoeksvraag, namelijk in hoeverre de arbeidsomstandigheden in zorg en welzijn samenhangen met agressie door patiënten. Geconcludeerd kan worden dat medewerkers die een (veel) te hoge werkdruk ervaren en die onvoldoende tijd hebben om hun patiënten of cliënten aandacht te geven en te verzorgen vaker met agressie te maken hebben dan hun collega’s voor wie dat niet het geval is. Die samenhang blijkt ook bij de mate van ondersteuning die een medewerker ontvangt van de organisatie en leidinggevende en de sfeer op de afdeling of in het team. Degenen die dat als onvoldoende ervaren, hebben vaker te maken met agressie. 

Omdat er geen oorzakelijke verbanden kunnen worden aangetoond, laat dit onderzoek geen effect zien van agressie door patiënten of hun naasten op zorgmedewerkers. En ook niet of bepaalde arbeidsomstandigheden leiden tot meer agressie door patiënten of collega’s. Het toont echter wel aan dat agressie niet op zichzelf staat. Voor het behoud van medewerkers in de zorg en welzijn is het daarom belangrijk om bij het creëren van een veilige en gezonde werkomgeving een brede visie te hanteren.

4.2 Discussie en aanbevelingen

Dit onderzoek geeft een indruk van de complexe samenhang tussen agressie en een onveilige en ongezonde werkomgeving in zorg en welzijn. De insteek van het onderzoek is beschrijvend. Hier is voor gekozen omdat het al een veelheid aan informatie is. Het blijft daardoor onduidelijk of de beschreven verschillen in persoonskenmerken en beroep een rol spelen in de gevonden samenhang tussen agressie en een gezonde en veilige werkomgeving.

Ook geeft de onderzochte informatie geen volledig of uitputtend beeld van de factoren die van belang zijn voor het beantwoorden van de onderzoeksvragen. Voor dit artikel is gebruik gemaakt van de november-metingen van de AZW Werknemersenquête omdat de vragen over agressie in deze meting zijn opgenomen. Informatie die in de mei-metingen is opgenomen is daarmee buiten beschouwing gebleven. Dit geldt met name voor het relateren van de arbeidsomstandigheden aan agressie. Bij arbeidsomstandigheden gaat het ook over hoe de communicatie op de werkvloer is georganiseerd. Nu is voor eventuele communicatiestoornissen (die volgens de literatuur een risicofactor kunnen zijn voor agressie) alleen informatie over de sfeer op de afdeling of in het team opgenomen. Idealiter zou daar ook informatie over de gesprekken tussen de werknemer en de leidinggevende, en het bespreken van een persoonlijk ontwikkelplan aan toegevoegd zijn. 

Daarnaast zouden de onderzoeksvragen kunnen worden uitgebreid om de samenhang tussen agressie en een onveilige en ongezonder werkomgeving verder te analyseren. Zo is het ook relevant om agressie te relateren aan verzuim en beroepsziekten. In de Werknemersenquête is hierover geen informatie opgenomen. Dit zou wel van toegevoegde waarde zijn, net als meer informatie over de kwaliteit van zorg. Voor de kwaliteit van zorg is nu een enkele vraag opgenomen, het zou waardevol zijn als ook informatie beschikbaar zou zijn over bijvoorbeeld de productiviteit op de werkvloer en de ervaring van de kwaliteit van zorg door patiënten en hun naasten. 

Dit patiënten- en naastenperspectief is niet beschikbaar in de bij het CBS beschikbare data. Aangezien de onderzoeksvragen direct betrekking hadden op deze groep als agressor, en gezien de kennis dat het patiëntenperspectief kan verschillen van dat van zorgmedewerkers (zie bijvoorbeeld Fletcher, Crowe, Manuel en Foulds, 2021) zou aanvullend onderzoek naar beide perspectieven verrijkend zijn. Bij de voorbereidingen voor dit artikel is ook overwogen om het werkgeversperspectief mee te nemen en gebruik te maken van de Werkgeversenquête (WGE). Omdat het onderzoek te omvangrijk werd, is hiervan afgezien. Dit zou wel opgepakt kunnen worden in vervolgonderzoek.

Referenties

AZW Info (2025, 6 oktober). De dubbele dynamiek van sociale veiligheid binnen zorg en welzijn: interne agressie stijgt, externe agressie daalt. Geraadpleegd op 29 december 2025.

Beest, L. van (2025, 14 augustus). Agressie in ziekenhuis neemt ondanks trainingen en beleid al vijf jaar toe.

CBS (z.d.). AZW StatLine. Werknemers; tevredenheid en psychosociale arbeidsbelasting. Geraadpleegd op 23 december 2025.

Werknemersenquête (WNE). Geraadpleegd op 23 december 2025.

Fletcher, A., Crowe, M., Manuel, J., & Foulds, J. (2021). Comparison of patients’ and staff’s perspectives on the causes of violence and aggression in psychiatric inpatient settings: An integrative review. Journal of Psychiatric and Mental Health Nursing, 28(5), 924-939.

Guo L., B. Ryan, I.A. Leditschke, et al (2022). Impact of unacceptable behaviour between healthcare workers on clinical performance and patient outcomes: a systematic review. BMJ Quality & Safety; 31:679-687.

Haga, W. van. (2023). Vragen van het lid Van Haga (Groep Van Haga) aan de Minister voor Langdurige Zorg en Sport over veiligheid van werknemers in de ggz-zorg (ingezonden 12 september 2023). [Kamervragen].

Hil, J. van den (2024). Vragen van het lid Van den Hil (VVD) aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over het bericht «Veel agressie tegen artsen op spoedeisende hulp: «We willen hulp van de politie én de politiek»» (ingezonden 29 februari 2024). [Kamervragen].

Hil, J. van den en J. Thielen (2025). Vragen van de leden Van den Hil en Tielen (beiden VVD) aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over het bericht «Zorgverleners steeds vaker slachtoffer van agressie van patiënten én hun naasten. «Ik durfde niet meer voor de patiënt te zorgen»» (ingezonden 18 april 2025). [Kamervragen].

Integraal Zorgakkoord (2022). Samen werken aan gezonde zorg.

Lanctôt, N. en S. Guay (2014). The aftermath of workplace violence among healthcare workers: A systematic literature review of the consequences, Aggression and Violent Behavior, Volume 19, Issue 5, Pages 492-501.

Mento, C., M. Catena Silvestri, A. Bruno, M.R.A. Muscatello, C. Cedro, G. Pandolfo en R.A. Zoccali (2020). Workplace violence against healthcare professionals: A systematic review. Aggression and Violent Behavior, Volume 51.

NU'91 (2026). Zorgprofessionals ervaren steeds heftigere agressie tijdens hun werk. Geraadpleegd op 10 februari 2026. 

Omroep GLD (2025). Eén op vier zorgmedewerkers overweegt vertrek door agressiviteit. Verkregen op 29 december 2025.

PPGM&CO (2024, 19 april). 31% van de medewerkers in zorg en welzijn wordt gepest door collega's of leidinggevenden. Geraadpleegd op 23 december 2025.

Rossi, M.F., F. Beccia, F. Cittadini, C. Amantea, G. Aulino, P.E. Santoro, I. Borrelli, A. Oliva, W. Ricciardi, U. Moscato en M.R. Gualano (2023). Workplace violence against healthcare workers: an umbrella review of systematic reviews and meta-analyses. Public Health, Volume 221, pagina 50-59. 

Bijlage 1

Mentale gezondheid en tevredenheid

Gebruikte stellingen om mentale gezondheid en tevredenheid van medewerkers in zorg en welzijn in beeld te brengen: 

Bevlogenheid

  • Op mijn werk bruis ik van energie.
  • Ik ben enthousiast over mijn baan.
  • Als ik ’s morgens opsta, heb ik zin om aan het werk te gaan.

Psychische vermoeidheid

  • Ik voel me opgebrand door mijn werk.
  • Ik voel me gefrustreerd door mijn werk.

Tevredenheid

  • Ik heb inhoudelijk leuk werk.
  • Het werk dat ik doe is erg zinvol voor me.
  • Hoe tevreden of ontevreden bent u, alles bijeengenomen, met uw werk?
  • Hoe tevreden of ontevreden bent u, alles bijeengenomen, met de organisatie waar u werkt?

Voor het beantwoorden van de stellingen is een vijfpuntsschaal opgenomen, variërend van ‘helemaal eens’ tot ‘helemaal oneens’. En bij de stellingen over tevredenheid van ‘zeer tevreden tot zeer ontevreden’. Voor dit artikel is voor bevlogenheid geselecteerd op degenen die antwoorden met ‘helemaal eens’ of ‘eens’. En datzelfde geldt voor psychische vermoeidheid. 

Arbeidsomstandigheden

Voor het beschrijven van de arbeidsomstandigheden is gebruik gemaakt van de vraag: 

  • Wat vindt u van de werkdruk gemiddeld genomen?

Voor deze vraag gaat het om een vijfpuntsschaal van’ veel te laag’ tot ‘veel te hoog’. 

Daarnaast gaat het om de volgende stellingen:

  • Ik heb voldoende tijd om de kinderen / mijn patiënten / cliënten) persoonlijke aandacht te geven.
  • Ik heb voldoende tijd om de kinderen / mijn patiënten / cliënten goed te verzorgen.
  • Ik krijg voldoende ondersteuning van mijn organisatie bij de uitvoering van mijn werk.
  • Ik krijg voldoende ondersteuning van mijn leidinggevende.
  • Er heerst een prettige sfeer op de afdeling / in het team.

Voor het beantwoorden van de stellingen is een vijfpuntsschaal opgenomen van ‘helemaal eens’ tot ‘helemaal oneens’.