5. Herverdeling van inkomen
Het verdiende inkomen van een bedrijf, huishouden of overheidsinstelling is niet gelijk aan het inkomen dat beschikbaar is voor uitgaven. Eerst vindt er in de economie nog een herverdeling van inkomen plaats tussen en binnen sectoren. Deze herverdeling loopt voor het grootste deel via de overheid, verzekeraars en pensioenfondsen. Tabel 5.1 toont deze herverdeling van inkomen. Betalingen staan ook hier dubbel in de tabel, als besteding voor de betalende sector en als middel voor de ontvangen sector.
| Onderwerp | Niet-financiële bedrijven | Financiële instellingen | Overheid | Huishoudens | Nederland | Buitenland | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| S | Verdiend inkomen/ bruto nationaal inkomen | 206 | 43 | 144 | 720 | 1 112 | |
| M | Belastingen op inkomen en vermogen | 168 | 168 | 4 | |||
| Sociale premies | 16 | 85 | 141 | 1 | 243 | 1 | |
| Sociale uitkeringen in geld | 186 | 186 | 4 | ||||
| Overige inkomensoverdrachten | 5 | 21 | 215 | 31 | 273 | 19 | |
| B | Belastingen op inkomen en vermogen | 41 | 8 | -1 | 118 | 166 | 6 |
| Sociale premies | 0 | 0 | 0 | 239 | 239 | 5 | |
| Sociale uitkeringen in geld | 16 | 54 | 118 | 1 | 190 | 0 | |
| Overige inkomensoverdrachten | 7 | 25 | 229 | 25 | 286 | 6 | |
| S | Beschikbaar inkomen | 163 | 63 | 322 | 554 | 1 101 | |
Allereerst moeten bedrijven en huishoudens grote delen van het verdiende inkomen als belasting op inkomen en vermogen of als sociale premies aan de overheid overmaken. Dit ging in 2024 om ruim 300 miljard euro. Samen met onder andere de eerder besproken belastingen en de diensten waarvoor de overheid expliciete vergoedingen rekent, is het overgrote deel van de totale inkomsten van de overheid genoemd. De totale inkomsten van de overheid bedroegen 488 miljard euro, oftewel 43 procent van het bbp. Dit bedrag is exclusief onderlinge inkomensoverdrachten binnen de overheid. In het kader worden de inkomsten van de overheid verder uitgelicht.
Huishoudens betalen hiernaast ook 84 miljard euro pensioenpremies aan pensioenfondsen en verzekeraars. Deze pensioenpremies betreffen zowel directe betalingen aan pensioenfondsen en levensverzekeraars als de rente en dividenden die pensioenfondsen en levensverzekeraars ontvangen op het vermogen dat zij voor de pensioendeelnemers beleggen. Deze rente en dividenden worden als indirect betaalde premies geregistreerd. De premies zijn exclusief een vergoeding aan de pensioenfondsen voor het uitvoeren van het pensioenstelsel. Deze vergoeding wordt ingehouden op de betaalde premies, maar geregistreerd als productie van de pensioenfondsen.
De overheid, pensioenfondsen, en verzekeraars keren de premies vervolgens grotendeels weer uit. De pensioenuitkeringen bedroegen 54 miljard euro. Dat betekent dat alle huishoudens samen per saldo 31 miljard euro hebben ingelegd in pensioenfondsen en levensverzekeringen.
De overheid keerde 118 miljard euro uit aan sociale uitkeringen in geld. Dit is lager dan de ontvangen sociale premies, omdat een deel van de uitkeringen niet als vrij beschikbaar geld wordt uitgekeerd. In plaats daarvan worden hiervan specifieke diensten (veelal zorgdiensten) ingekocht. Omdat dit geld niet vrij beschikbaar is voor de ontvangende huishoudens, wordt dit geregistreerd als consumptie door de overheid (zie hoofdstuk 6). Voor individuele regelingen kunnen de uitkeringen echter wel hoger zijn dan de premies. De AOW-uitkeringen worden bijvoorbeeld maar voor de helft uit premies betaald. Het restant wordt betaald uit algemene middelen.
Naast sociale premies en uitkeringen vindt er ook herverdeling plaats via overige inkomensoverdrachten. Voor de overheid betreft dit vooral herverdelingen binnen de overheid, bijvoorbeeld vanuit het rijk naar de gemeenten. Gemeenten hebben weinig directe inkomsten, zij krijgen het meeste geld van het rijk. De overige inkomensoverdrachten bevatten ook andere inkomsten zoals boetes en uitgaven zoals afdrachten aan de EU en uitgaven aan internationale samenwerking. Andere voorbeelden van overige inkomensoverdrachten zijn verzekeringspremies en -uitkeringen, donaties aan goede doelen en lidmaatschapskosten van verenigingen.
Het verdiende inkomen en alle herverdelingen leiden tot het beschikbaar inkomen. Voor huishoudens en niet-financiële bedrijven is het beschikbaar inkomen fors lager dan het verdiende inkomen. Voor de overheid zorgt de herverdeling van inkomen juist voor een stijging van het inkomen. Binnen een sector kunnen de effecten van de herverdeling van inkomen nog veel groter zijn dan voor een sector als geheel. Hoofdstuk 7 behandelt het effect van onder andere de herverdeling van inkomen op verschillende groepen huishoudens.