Auteur(s): Dirk van den Bergen
Inkomen en vermogen in de Nederlandse economie

2. Deelnemers aan de economie

De deelnemers aan de economie kunnen worden onderverdeeld in vier sectoren.

Niet-financiële bedrijven

Niet-financiële bedrijven zijn bedrijven die zich bezighouden met het produceren en verkopen van goederen en niet-financiële diensten. Dit zijn meestal bv’s of beursgenoteerde bedrijven. Zelfstandigen zijn niet ingedeeld bij niet-financiële bedrijven, maar bij de huishoudens.

Financiële instellingen

Financiële instellingen zijn bedrijven en instellingen die zich bezighouden met financiële dienstverlening. Deze sector omvat onder andere banken, beleggingsfondsen, verzekeringsinstellingen en pensioenfondsen. Ook bedrijfsonderdelen van buitenlandse multinationals die vanuit Nederland financiële diensten verlenen voor de multinational vallen hieronder. In de volksmond worden dit vaak brievenbusfirma’s of doorsluisfirma’s genoemd.

Overheid

De overheid bestaat onder andere uit de rijksoverheid, provincies en gemeenten. De overheid bestaat ook uit instellingen die door de overheid worden gecontroleerd en diensten voor de maatschappij leveren. Dit zijn onder andere alle scholen in het basis-, voortgezet, en hoger onderwijs, maar bijvoorbeeld ook de politie, het Uitkeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). 

Huishoudens en instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens

De sector huishoudens en instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens (verder afgekort tot ‘huishoudens’) bevat alle personen die langer dan een jaar in Nederland verblijven, ongeacht hun nationaliteit. Omgekeerd worden Nederlanders die langer dan een jaar in het buitenland verblijven niet tot de Nederlandse huishoudens gerekend. 

Als inwoners een eigen bedrijf hebben als zelfstandige, bijvoorbeeld als zzp’er werken, dan wordt dit bedrijf ook tot de sector huishoudens gerekend. Ten slotte worden stichtingen en verenigingen die door huishoudens worden gefinancierd ook tot de sector huishoudens gerekend. Dit worden instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens genoemd. Voorbeelden hiervan zijn liefdadigheidsinstellingen, sportverenigingen en politieke partijen. 

Relatie tot het buitenland

Voor een goede beschrijving van de Nederlandse economie is het soms ook nodig om transacties en relaties met eenheden buiten de Nederlandse economie te beschrijven, oftewel met het buitenland. Het buitenland wordt alleen beschreven voor zover het transacties of relaties heeft met Nederlandse sectoren.