10. Vermogen
Nederland had niet alleen in 2024 hoge besparingen. De besparingen van Nederland zijn structureel positief. Dit betekent dat er jaarlijks een groot bedrag beschikbaar is voor de aankoop van financiële en niet-financiële activa. De term niet-financiële activa is de verzamelnaam voor kapitaalgoederen, voorraden en niet-geproduceerde activa zoals grond. Dit leidt tot een groot bezit aan activa en daarmee ook een groot vermogen.
Eind 2024 was het vermogen van Nederland bijna 6,5 biljoen euro, zie tabel 10.1. Het totale vermogen is opgebouwd uit 0,7 biljoen euro aan financieel vermogen en 5,8 biljoen aan niet-financieel vermogen. De waarde van het niet-financieel vermogen en dus ook het totaal vermogen wordt overigens iets onderschat, omdat er onvoldoende gegevens beschikbaar zijn over de waarde van onder andere museumstukken en bouwgrond. Deze activa zijn daarom niet meegenomen in het niet-financieel vermogen. Verder worden duurzame consumptiegoederen, zoals auto’s en woninginrichting, in lijn met de internationale richtlijnen niet opgenomen in het vermogen.
| Onderwerp | Niet-financiële bedrijven | Financiële instellingen | Overheid | Huishoudens | Nederland | Buitenland |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Totaal vermogen | 313 | 240 | 400 | 5 537 | 6 490 | |
| Waarvan | ||||||
| Financieel vermogen | -1 464 | 136 | -239 | 2 263 | 697 | |
| Totaal financiële activa | 3 969 | 12 025 | 471 | 3 361 | 19 825 | 9 453 |
| Totaal schulden | 5 433 | 11 888 | 710 | 1 098 | 19 129 | 10 100 |
| Niet-financieel vermogen (niet-financiële activa) | 1 777 | 104 | 639 | 3 274 | 5 793 | |
Het vermogen van Nederland zit grotendeels bij huishoudens, vooral in woningen en gebouwen (3,1 biljoen euro, inclusief de onderliggende grond) en in pensioenrechten (1,7 biljoen euro). Omdat pensioenfondsen de pensioenrechten hebben afgedekt met beleggingen, hebben financiële instellingen geen groot negatief vermogen. Er staan dus bezittingen tegenover de pensioenschulden. Omdat de dekkingsgraad van pensioenfondsen boven de 100 procent ligt, is het financieel vermogen (en het eigen vermogen) van financiële instellingen zelfs positief. Een positieve dekkingsgraad betekent immers dat pensioenfondsen voldoende vermogen hebben om de toekomstige pensioenen uit te keren.
De overheid heeft ook een substantieel vermogen, ondanks een overheidsschuld van ongeveer 500 miljard euro. Een groot deel van het niet-financieel vermogen van de overheid (bijna 380 miljard) zit echter in infrastructurele werken zoals wegen, dijken en bruggen. Deze werken kunnen in veel gevallen niet gemakkelijk verkocht worden. Het financieel vermogen is daarnaast ook minder negatief dan de overheidsschuld. De overheidsschuld is namelijk geen saldo van schulden en financiële bezittingen, maar alleen de omvang van de schulden die de overheid heeft. Er zijn hiernaast ook conceptuele verschillen tussen de overheidsschuld en de schulden van 710 miljard euro in tabel 10.1. Een belangrijk voorbeeld is dat schulden binnen de overheid, bijvoorbeeld van de rijksoverheid aan gemeenten, worden niet meegenomen in de overheidsschuld.
Een belangrijk deel van de schulden van financiële en niet-financiële bedrijven betreft uitgegeven aandelen en leningen aan zowel binnenlandse als buitenlandse tegenpartijen. Het kapitaal dat hiermee is verkregen, is onder meer geïnvesteerd in kapitaalgoederen als gebouwen, vervoermiddelen, machines en installaties. Dit is zichtbaar als het bezit aan niet-financiële activa, met een waarde van 1,9 biljoen euro. Ook wordt dit kapitaal gebruikt als overbruggingskrediet om werknemers en lopende kosten te betalen vooruitlopend op de verkopen van de goederen en diensten die zij produceren.
De bezittingen in en schulden aan het buitenland zijn erg groot. Van de bijna 20 biljoen aan financiële activa die Nederlandse sectoren bezitten, is 10 biljoen bezit in buitenlandse activa. Andersom bezit het buitenland 9,5 biljoen euro aan financiële activa in Nederland. De overige 10 biljoen euro betreffen bezittingen en schulden tussen partijen in Nederland.
Verandering in vermogen
De waarde van het vermogen van Nederland is niet alleen het gevolg van de positieve besparingen en daaruit volgende aankopen van activa en aflossingen van schulden. De waarde van het vermogen hangt ook af van de prijsveranderingen van bezittingen en schulden die de sectoren in hun bezit hebben, bijvoorbeeld veranderingen van de huizenprijzen of van aandelenkoersen. Deze prijsveranderingen kunnen zowel positief als negatief zijn. Tabel 10.2 toont de veranderingen in het totale vermogen in 2024.
| Onderwerp | Niet-financiële bedrijven | Financiële instellingen | Overheid | Huishoudens | Nederland |
|---|---|---|---|---|---|
| Beginbalans | 270 | 225 | 362 | 5 067 | 5 924 |
| Transacties | 57 | 24 | -6 | 65 | 139 |
| Prijsveranderingen | 3 | -19 | 53 | 398 | 435 |
| Overige mutaties | -19 | 10 | -8 | 8 | -9 |
| Eindbalans | 312 | 240 | 400 | 5 538 | 6 490 |
Het totale vermogen van Nederland is in 2024 gestegen van 5,9 biljoen euro naar de eerdergenoemde 6,5 biljoen euro. Deze stijging komt voor 139 miljard euro door transacties (investeringen, aan- en verkopen van financiële activa, en aangaan en aflossen van schulden) gefinancierd uit het positieve besparingensaldo. Het grootste deel van de stijging komt echter door prijsveranderingen. De prijsveranderingen zorgden voor een stijging van het totale vermogen van 435 miljard euro, oftewel 7,3 procent van de balanswaarde. Hiervan werd 330 miljard euro veroorzaakt door de stijging van de waarde van woningen en gebouwen.
De overige mutaties waren in 2024 per saldo beperkt negatief. Dit komt voornamelijk door het ontmantelen van de machines en infrastructuur om gas te winnen in het Groninger gasveld. Deze ontmanteling wordt als een overige mutatie geregistreerd. Een andere oorzaak van overige mutaties is de verhuizing van bedrijven van of naar het buitenland, waardoor bezittingen in en schulden aan het buitenland veranderen.
Met de balansstanden en balansmutaties is het einde van het rekeningenstelsel bereikt.