Inwoners van Chinese herkomst

Inleiding en samenvatting

Hoe gaat het met de Chinese herkomstgroep in Nederland? Van de meeste herkomstgroepen – en dan met name voor de klassieke migratielanden en de Nieuwe-EU – zijn onder meer in openbare bronnen veel cijfers beschikbaar. Over personen van Chinese herkomst is deze kennis beperkt. Dit rapport brengt de demografie, de sociaaleconomische positie en het zorggebruik van deze groep in kaart op basis van registratiedata.

De aanleiding voor dit rapport is de uitbreiding van de Survey Samenleven in Nederland (SIN). In 2025 en 2026 voert het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) deze survey uit. Dit onderzoek heeft als doel om inzichtelijk te maken hoe mensen in Nederland samenleven in diversiteit (SCP, 2025). In de SIN wordt diversiteit vanuit verschillende dimensies benaderd. Eén van deze dimensies betreft herkomst: het land of de regio waar inwoners van Nederland zijn geboren, of waar hun ouders zijn geboren. Naast de in Nederland meer traditionele herkomstgroepen, wordt de nieuwste editie van de survey uitgebreid met enkele andere landen, waaronder de Chinese herkomstgroep.

De SIN richt zich vooral op vraagstukken binnen de sociaal-culturele dimensie, maar er bestaan beleidsvragen op sociaaleconomisch en demografisch gebied die alleen met behulp van registratiedata beantwoord kunnen worden, zoals de onderwijs- of arbeidsmarktpositie die de Chinese herkomstgroep inneemt. Daarom heeft het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) het CBS gevraagd om ter aanvulling op de SIN een beschrijving te geven van demografische en sociaaleconomische kenmerken van de groep mensen van Chinese herkomst in Nederland.

Inhoud

Dit rapport beschrijft de positie van mensen van Chinese herkomst in Nederland op gebied van demografie, onderwijs, werk, inkomen en zorggebruik en vergelijkt deze met het landelijk gemiddelde en personen van overige (buitenlandse) herkomst in Nederland. Deze publicatie richt zich op een beschrijving van de meest recente beschikbare gegevens en biedt een beschrijving van de situatie op dat moment, zonder inzicht te geven in ontwikkelingen over de tijd.

Bij de meeste figuren worden ongecorrigeerde verschillen getoond. Dit betekent dat in de figuren geen rekening is gehouden met verschillen tussen herkomstgroepen in samenstelling in bijvoorbeeld inkomen, geslacht, leeftijd of opleidingsniveau. Uit de Rapportage Integratie en Samenleven 2024 blijkt dat verschillen in de (sociaaleconomische) positie die verschillende herkomstgroepen innemen samen kan hangen met verschillen in achtergrondkenmerken. Daarom is in dit rapport voor de meeste indicatoren door middel van regressieanalyse ook gekeken in hoeverre de beschreven verschillen tussen herkomstgroepen blijven bestaan wanneer rekening wordt gehouden met verschillen in de samenstelling van groepen. In de tekst wordt hierbij steeds aangegeven voor welke factoren is gecorrigeerd.

Naast beschrijvende analyses zijn er enkele decompositieanalyses (Kitagawa-Oaxaca-Blinder-decompositie) opgenomen om te bepalen in hoeverre verschillen tussen personen van Chinese herkomst en de rest van de bevolking in Nederland kunnen worden verklaard door verschillen in achtergrondkenmerken. Meer uitleg over decompositieanalyses is te lezen in de Onderzoeksmethode van dit rapport.

Populatie

De populatie bestaat uit alle personen die op 1 januari 2024 als ingezetene geregistreerd staan in de Basisregistratie Personen (BRP). Personen worden tot de groep van Chinese herkomst gerekend wanneer zij geboren zijn in China (migranten), of in Nederland zijn geboren en ten minste één van hun ouders in China is geboren (de tweede generatie). Wanneer beide ouders in het buitenland zijn geboren, is het geboorteland van de moeder bepalend. In Nederland geboren personen van wie de vader in China is geboren en de moeder in een ander land (behalve Nederland), worden in dit rapport niet tot de Chinese herkomstgroep gerekend.

Omdat Hongkong en Macau, twee speciale administratieve regio’s van China, officieel onderdeel uitmaken van de Volksrepubliek China en hier veel personen met de Chinese nationaliteit verblijven, worden inwoners van beide regio’s in dit rapport ook gerekend onder de bevolking van Chinese herkomst. De positie van de Chinese herkomstgroep wordt (waar mogelijk) vergeleken met die van alle andere niet-Chinese migranten en de overige niet-Chinese tweede generatie en met het gemiddelde van de gehele Nederlandse bevolking (inclusief mensen van Chinese herkomst).

Samenvatting

Bevolking

Op 1 januari 2024 woonden er 118 duizend personen van Chinese herkomst in Nederland. Dat komt neer op 0,7 procent van de totale Nederlandse bevolking. Van hen is 70 procent in China geboren, 30 procent is geboren in Nederland en heeft ten minste één in China geboren ouder. Chinese migranten zijn voornamelijk als gezins-, arbeids- of studiemigrant naar Nederland gekomen. Asielmigranten vormen slechts een klein deel (4 procent). De groep Chinese migranten laat een gevarieerd beeld zien omtrent de verblijfsduur. Ongeveer een derde woont 20 jaar of langer in Nederland, terwijl een bijna even groot deel de afgelopen 5 jaar naar Nederland is geïmmigreerd.

Ten opzichte van het gemiddelde van de Nederlandse bevolking is het aandeel vrouwen onder Chinese migranten relatief hoog (57 procent) en zijn Chinese migranten relatief jong. Daarnaast vormen zij vaak een eenpersoonshuishouden en krijgen vrouwen geboren in China gemiddeld later en minder kinderen. Van de samenwonende Chinese migranten heeft driekwart een partner uit dezelfde herkomstgroep. Dat is relatief vaak ten opzichte van andere migranten (57 procent).

De Chinese tweede generatie is gemiddeld jonger dan de tweede generatie van overige buitenlandse herkomst: meer dan driekwart is jonger dan 30 jaar. Bij de samenwonende Chinese tweede generatie valt op dat zij net als Chinese migranten relatief vaak een partner van Chinese herkomst hebben (41 procent). Dat is tweemaal zo hoog als gemiddeld onder de tweede generatie van andere herkomstgroepen.

Onderwijs

De Chinese herkomstgroep presteert goed op school. Dat geldt voor zowel Chinese migranten, als de Chinese tweede generatie. Zo krijgen zij vaker havo/vwo-advies dan gemiddeld en volgen zij vaker havo of vwo in het derde leerjaar van het voortgezet onderwijs. Hierbij springen met name de schoolprestaties van de Chinese tweede generatie in het oog: 85 procent van hen krijg in groep 8 havo/vwo-advies en uiteindelijk volgt meer dan driekwart havo of vwo in leerjaar drie van het voortgezet onderwijs. Dat is een stuk vaker dan gemiddeld onder alle leerlingen. Ook onder leerlingen geboren in China liggen beide percentages hoger dan gemiddeld, maar is het verschil minder groot dan voor de tweede generatie.

Voor het aandeel havo/vwo-leerlingen is onderzocht in hoeverre het verschil kan worden toegeschreven aan verschillen in achtergrondkenmerken tussen leerlingen van Chinese herkomst en de rest van de leerlingen. Dit blijkt slechts voor een klein deel het geval. Na correctie blijft het overgrote deel van het verschil voor beide generaties onverklaard.

De schoolprestaties op de basis- en middelbare school resulteren ook in een relatief groot aandeel hbo- en wo-opgeleiden onder de Chinese tweede generatie. Zowel mannelijke als vrouwelijke studenten van Chinese herkomst kiezen relatief vaak voor studies in de richting Wiskunde, natuurkunde en informatica en minder vaak dan gemiddeld voor de richting Onderwijs. Het aandeel voortijdig schoolverlaters is onder de Chinese tweede generatie lager dan gemiddeld.

Werk en inkomen

De arbeidsmarktpositie van de Chinese herkomstgroep geeft een meer gevarieerd beeld. Over het algemeen is de arbeidsmarktpositie van Chinese migranten gunstiger dan die van andere migranten, maar wat ongunstiger dan die van de gemiddelde bevolking in Nederland. Zo ligt de nettoarbeidsparticipatie van Chinese migranten lager dan gemiddeld. Wanneer rekening wordt gehouden met onder andere hun relatief gunstige leeftijd, is het verschil met de gemiddelde bevolking na correctie nog wat groter.

Voor de Chinese migranten met werk geldt dat zij relatief vaak flexibel werk hebben en dat zij vaker dan gemiddeld voltijd werken. Ook dit is deels het gevolg van hun jonge gemiddelde leeftijd. Voor mannelijke Chinese migranten geldt dat zij een lager uurloon hebben dan gemiddeld, voor vrouwelijke Chinese migranten is dit ongeveer even hoog. Het inkomen van Chinese migranten is dan ook lager dan gemiddeld in Nederland. Het lagere uurloon hangt vooral samen met de bedrijfstak waarin Chinese migranten werken. Maar liefst 41 procent van hen werkt in de horeca, dat is 8 keer vaker dan gemiddeld. 

Voor de Chinese tweede generatie is de nettoarbeidsparticipatie hoger dan gemiddeld, komt een flexibel dienstverband vaker voor en werken mannen minder vaak dan gemiddeld voltijd. Dit alles hangt samen met hun gemiddeld jonge leeftijd, ongeveer een derde van de Chinese tweede generatie van 15 jaar en ouder is nog schoolgaand. De verschillen met het gemiddelde van de bevolking vallen grotendeels weg als er rekening wordt gehouden met verschillen in leeftijd.

Net als bij Chinese migranten geldt voor de Chinese tweede generatie dat vooral mannen een lager uurloon hebben dan gemiddeld. Voor de tweede generatie is dit voor het grootste deel het gevolg van hun gemiddeld jongere leeftijd, al speelt ook hier een rol dat zij net als Chinese migranten gemiddeld vaak werkzaam zijn in de horeca. Het inkomen van mannen van de Chinese tweede generatie is ongeveer even hoog als gemiddeld, terwijl dit voor vrouwen hoger is dan het gemiddelde van de Nederlandse bevolking. 

Zorggebruik

Voor mensen van Chinese herkomst worden minder zorgkosten gedeclareerd dan gemiddeld. Voor Chinese migranten geldt dit voor zowel de totale kosten uit de basisverzekering, als kosten voor geneesmiddelen en ggz. Daarnaast krijgen zij gemiddeld minder vaak antidepressiva en antipsychotica verstrekt. Deze lagere kosten en het lagere gebruik zijn ondanks de relatief lage inkomenspositie die Chinese migranten innemen. Wel krijgen oudere Chinese migranten vaker diabetesmiddelen verstrekt dan gemiddeld.

Ook de Chinese tweede generatie maakt minder zorgkosten dan gemiddeld, al is het verschil minder groot dan voor Chinese migranten. Dat kleinere verschil is vooral terug te zien bij de gedeclareerde ggz-kosten, die voor de Chinese tweede generatie nauwelijks afwijken van het gemiddelde. Net als bij Chinese migranten, krijgt de Chinese tweede generatie minder vaak dan gemiddeld in Nederland medicijnen voor antidepressiva en antipsychotica verstrekt. Ook krijgen jongeren van de Chinese tweede generatie minder vaak jeugdhulp dan gemiddeld.

Motief en verblijfsduur

Chinese migranten komen veel vaker als arbeids- of studiemigrant naar Nederland dan overige Buiten-Europese migranten. Dit is van invloed op de arbeidsmarktpositie van Chinese migranten als geheel. Zo is hun nettoarbeidsparticipatie hoger dan die van overige Buiten-Europese migranten, maar dit wordt grotendeels veroorzaakt door hun gunstige migratiemotief. Na correctie voor deze en andere kenmerken, is hun nettoarbeidsparticipatie juist lager dan die van overige Buiten-Europese migranten. Voor het gemiddeld uurloon geldt een vergelijkbare uitkomst. Het gemiddeld uurloon is lager onder Chinese migranten dan onder overige Buiten-Europese migranten. Na correctie is het uurloon van Chinese migranten nog lager en wordt het verschil dus groter.

Wanneer de migratiemotieven met elkaar worden vergeleken, valt op dat vooral Chinese asielmigranten een betere arbeidsmarktpositie hebben dan overige Buiten-Europese asielmigranten. Chinese asielmigranten hebben een hogere nettoarbeidsparticipatie en werken gemiddeld meer uur per week. Daarnaast zijn Chinese asielmigranten veel vaker zelfstandige dan overige Buiten-Europese asielmigranten. Ook Chinese studiemigranten hebben een gemiddeld betere arbeidsmarktpositie dan overige Buiten-Europese studiemigranten, maar het verschil is minder groot dan voor asielmigranten.

Chinese gezins- en arbeidsmigranten hebben een overwegend minder goede arbeidsmarktpositie dan overige Buiten-Europese gezins- en arbeidsmigranten. Voor Chinese arbeidsmigranten komt dat mogelijk omdat zij veel minder vaak als kennismigrant naar Nederland zijn gekomen. 

Wat betreft de verblijfsduur in Nederland zijn behoudens het aandeel zelfstandigen geen noemenswaardige verschillen tussen Chinese en overige Buiten-Europese migranten. Verblijfsduur draagt ook nauwelijks bij aan de verklaring van verschillen in nettoarbeidsparticipatie en het uurloon tussen beide groepen.

Literatuur

CBS. (2025). Rapportage Integratie en Samenleven 2024
SCP. (2025). Visiedocument onderzoek naar samenleven in Nederland (SIN)