Inwoners van Chinese herkomst

4. Zorggebruik

Dit hoofdstuk beschrijft het zorggebruik van personen van Chinese herkomst, en maakt een vergelijking met het gemiddelde van de totale Nederlandse bevolking en personen van overige buitenlandse herkomst. Waar mogelijk worden van de buitenlandse herkomstgroepen zowel cijfers voor personen geboren in Nederland (de tweede generatie) en personen geboren in het buitenland (migranten) getoond. In het eerste deel van het hoofdstuk worden zowel de gemiddelde totale zorgkosten per persoon beschreven als kosten gemaakt voor geestelijke gezondheidszorg en geneesmiddelen. Het tweede deel van het hoofdstuk beschrijft het aandeel personen dat een bepaald type geneesmiddel voorgeschreven heeft gekregen, namelijk antipsychotica, antidepressiva en diabetesmiddelen. Ten slotte wordt het aandeel jongeren dat jeugdhulp ontving beschreven. Het hoofdstuk omvat enkel zorg die bekostigd is vanuit de basisverzekering. 

Lagere zorgkosten Chinese herkomstgroep

Gemiddeld werd er in 2023 per persoon (jonger dan 65 jaar) 2164 euro gedeclareerd voor zorg binnen de basisverzekering. Voor personen van Chinese herkomst is dat bedrag lager. Voor Chinese migranten werd 1436 euro gedeclareerd, ruim 600 euro minder dan gemiddeld. Voor de Chinese tweede generatie werd iets meer gedeclareerd dan voor migranten (1634 euro), maar wel minder dan gemiddeld.

Ook voor migranten van overige buitenlandse herkomst werden minder zorgkosten gedeclareerd dan gemiddeld. Toch zijn de gemiddelde zorgkosten van Chinese migranten nog een stuk lager. Voor de tweede generatie van overige buitenlandse herkomst werden juist meer zorgkosten gedeclareerd dan gemiddeld.

4.1 Zorgkosten tot 65 jaar, naar herkomst, 2023 (gestandaardiseerd)
HerkomstregioGeneratieGemiddelde kosten (euro)
Totaal2164
Nederland2174
ChinaGeboren in het buitenland1436
ChinaGeboren in Nederland1634
Buitenland (excl. China)Geboren in het buitenland1970
Buitenland (excl. China)Geboren in Nederland2358

Wanneer – in aanvulling op leeftijd – gecontroleerd wordt voor geslacht en huishoudinkomen, dan neemt het verschil tussen migranten en het gemiddelde toe. Dat geldt voor zowel Chinese migranten als migranten van overige buitenlandse herkomst. Mensen met lagere inkomens hebben gemiddeld hogere zorgkosten. Migranten hebben gemiddeld een lager inkomen (zie hoofdstuk 3) dan gemiddeld in de totale bevolking. Na correctie voor hun lagere inkomen hebben zij daarom minder zorgkosten dan ze feitelijk hebben. Met andere woorden hebben migranten lagere zorgkosten dan verwacht op basis van hun inkomen.

De verschillen tussen de tweede generatie van Chinese of overige buitenlandse herkomst veranderen niet na correctie voor geslacht en huishoudinkomen. 

Ook onder ouderen lagere zorgkosten Chinese migranten

Zorgkosten nemen toe met leeftijd. In 2023 werd er gemiddeld 3254 euro aan zorgkosten gedeclareerd voor 55- tot 65-jarigen, 4785 euro voor 65- tot 75-jarigen en 6725 euro voor 75- tot 85-jarigen. De (gestandaardiseerde) gemiddelde zorgkosten van personen geboren in China zijn meer dan een derde lager dan gemiddeld in alle drie de leeftijdsgroepen. 

Voor oudere migranten van overige buitenlandse herkomst werden er gemiddeld wat meer zorgkosten gedeclareerd dan gemiddeld. Dat geldt voor alle leeftijdsgroepen.

4.2 Zorgkosten van ouderen, naar geboorteland, 2023 (gestandaardiseerd)
Herkomstregio55 tot 65 jaar ( euro)65 tot 75 jaar ( euro)75 tot 85 jaar ( euro)
Totale bevolking325447856725
China202129074246
Buitenland (excl. China)347050346970

Wanneer – in aanvulling op leeftijd – gecontroleerd wordt voor geslacht en huishoudinkomen, dan neemt het verschil tussen Chinese migranten en het gemiddelde toe. Voor migranten van overige buitenlandse herkomst geldt dat zij na correctie niet meer, maar minder zorgkosten dan gemiddeld hebben. Inkomen hangt negatief samen met zorgkosten, en migranten hebben een relatief laag gemiddeld inkomen. Na correctie voor hun lagere inkomen hebben zij daarom minder zorgkosten dan ze feitelijk hebben. Met andere woorden hebben migranten (zowel van Chinese als overige buitenlandse herkomst) lagere zorgkosten dan verwacht op basis van hun inkomen.

Lagere kosten ggz Chinese migranten

Gemiddeld werd er voor geestelijke gezondheidszorg (ggz) 314 euro per persoon (tot 65 jaar) gedeclareerd in 2023. Voor personen van Chinese herkomst werden minder kosten voor ggz gedeclareerd dan gemiddeld. Met name voor Chinese migranten, voor wie er bijna 140 euro minder dan gemiddeld voor ggz werd gedeclareerd.  De kosten voor de Chinese tweede generatie verschillen minder sterk van het gemiddelde.

Ook voor migranten van overige buitenlandse herkomst werden minder kosten voor ggz gedeclareerd dan gemiddeld. Toch zijn de gemiddelde kosten van Chinese migranten nog een stuk lager. Voor de tweede generatie van overige buitenlandse herkomst werden juist meer kosten voor ggz gedeclareerd dan gemiddeld.

4.3 Kosten ggz tot 65 jaar, naar herkomst, 2023 (gestandaardiseerd)
HerkomstregioGeneratieGemiddelde kosten (euro)
Totaal314
Nederland319
ChinaGeboren in het buitenland176
ChinaGeboren in Nederland295
Buitenland (excl. China)Geboren in het buitenland267
Buitenland (excl. China)Geboren in Nederland406

Voor kosten voor ggz geldt hetzelfde als voor de totale zorgkosten: wanneer er gecorrigeerd wordt voor geslacht en huishoudinkomen dan neemt het verschil tussen migranten en het gemiddelde toe. Inkomen hangt negatief samen met gebruik van ggz, en migranten hebben een relatief laag gemiddeld inkomen. Na correctie voor hun lagere inkomen hebben zij daarom minder kosten voor ggz dan ze feitelijk hebben. Met andere woorden worden er voor migranten (zowel van Chinese als overige buitenlandse herkomst) minder kosten voor ggz gedeclareerd dan verwacht op basis van hun inkomen. 

Dat geldt ook voor de tweede generatie. Voor de Chinese tweede generatie (met minder kosten voor ggz dan gemiddeld) neemt het verschil met het gemiddelde af na correctie voor geslacht en huishoudinkomen. Voor de tweede generatie van overige buitenlandse herkomst (met hogere kosten dan gemiddeld) neemt het verschil met het gemiddelde wat af na correctie.

Helft minder kosten voor geneesmiddelen voor Chinese migranten

Er werd in 2023 gemiddeld 204 euro per persoon (jonger dan 65 jaar) gedeclareerd voor geneesmiddelen. Voor personen van Chinese herkomst was dit gemiddelde een stuk lager. Voor Chinese migranten werd gemiddeld maar ongeveer de helft van dit bedrag gedeclareerd (103 euro). Voor de tweede generatie werden gemiddeld meer kosten voor geneesmiddelen gedeclareerd dan voor migranten, maar wel ruim minder dan gemiddeld onder de totale bevolking (123 euro).

Ook voor migranten van overige buitenlandse herkomst werden minder kosten voor geneesmiddelen gedeclareerd dan gemiddeld. Toch zijn de gemiddelde kosten voor Chinese migranten nog een stuk lager. Voor de tweede generatie van overige buitenlandse herkomst werden juist meer kosten voor geneesmiddelen gedeclareerd dan gemiddeld.

4.4 Kosten geneesmiddelen tot 65 jaar, naar herkomst, 2023 (gestandaardiseerd)
HerkomstregioGeneratieGemiddelde kosten (euro)
Totaal204
Nederland207
ChinaGeboren in het buitenland103
ChinaGeboren in Nederland123
Buitenland (excl. China)Geboren in het buitenland192
Buitenland (excl. China)Geboren in Nederland211

Voor kosten voor geneesmiddelen geldt hetzelfde als voor de totale zorgkosten: wanneer er gecorrigeerd wordt voor geslacht en huishoudinkomen dan neemt het verschil tussen migranten en het gemiddelde toe. Inkomen hangt negatief samen met gebruik van geneesmiddelen, en migranten hebben een relatief laag gemiddeld inkomen. Na correctie voor hun lagere inkomen hebben zij daarom minder kosten voor geneesmiddelen dan ze feitelijk hebben. Met andere woorden worden er voor migranten (zowel van Chinese als overige buitenlandse herkomst) minder kosten voor geneesmiddelen gedeclareerd dan verwacht op basis van hun inkomen.

Dat geldt ook voor de tweede generatie van overige buitenlandse herkomst, waarvoor na correctie niet meer, maar minder kosten voor geneesmiddelen worden gedeclareerd. Voor de Chinese tweede generatie blijft het verschil met het gemiddelde na correctie gelijk. 

Aandeel Chinese migranten met antidepressiva kwart van gemiddelde  

Van de Nederlandse bevolking jonger dan 65 jaar werd in 2023 aan 5,2 procent antidepressiva verstrekt. Onder personen van Chinese herkomst is dit aandeel een stuk lager. Van de Chinese migranten werd aan 1,4 procent antidepressiva verstrekt. Dat is slechts een kwart van het gemiddelde. Voor de Chinese tweede generatie ging het om 2,3 procent.

Ook aan personen van overige buitenlandse herkomst werd minder vaak antidepressiva verstrekt dan gemiddeld, maar wel vaker dan aan de Chinese herkomstgroep.

4.5 Verstrekte antidepressiva naar herkomst, 2023 (gestandaardiseerd)
HerkomstregioGeneratiePercentage (% van personen tot 65 jaar)
Totaal5,2
Nederland5,5
ChinaGeboren in het buitenland1,4
ChinaGeboren in Nederland2,3
Buitenland (excl. China)Geboren in het buitenland4,6
Buitenland (excl. China)Geboren in Nederland4,8

De getoonde cijfers zijn gestandaardiseerd naar leeftijd. Wanneer in aanvulling daarop wordt gecontroleerd voor geslacht en huishoudinkomen blijven de getoonde verschillen in het aandeel personen waaraan antidepressiva is verstrekt ongeveer gelijk.

Aandeel Chinese migranten met antipsychotica helft van gemiddelde  

In 2023 werd aan 1,7 procent van de Nederlandse bevolking jonger dan 65 jaar antipsychotica verstrekt. Dit aandeel is een stuk lager onder personen van Chinese herkomst. Van de Chinese migranten werd aan 0,8 procent antidepressiva verstrekt. Dat is minder dan de helft van het gemiddelde. Voor de Chinese tweede generatie ging het om 1,2 procent.

Aan personen van overige buitenlandse herkomst werd juist wat vaker antipsychotica verstrekt dan gemiddeld. Het aandeel met antipsychotica was het hoogst onder de tweede generatie van overige buitenlandse herkomst.

4.6 Verstrekte antipsychotica naar herkomst, 2023 (gestandaardiseerd)
HerkomstregioGeneratiePercentage (% van personen tot 65 jaar)
Totaal1,7
Nederland1,7
ChinaGeboren in het buitenland0,8
ChinaGeboren in Nederland1,2
Buitenland (excl. China)Geboren in het buitenland1,8
Buitenland (excl. China)Geboren in Nederland2,1

De getoonde cijfers zijn gestandaardiseerd naar leeftijd. Wanneer in aanvulling daarop wordt gecontroleerd voor geslacht en huishoudinkomen veranderen de verschillen tussen de herkomstgroepen. Het aandeel migranten waaraan antipsychotica is verstrekt neemt af, waardoor het verschil met het gemiddelde toeneemt voor Chinese migranten en afneemt voor migranten van overige buitenlandse herkomst. Inkomen hangt negatief samen met gebruik van antipsychotica, en migranten hebben een relatief laag gemiddeld inkomen. Na correctie voor hun lagere inkomen hebben zij daarom minder vaak antipsychotica verstrekt gekregen dan feitelijk is gebeurd. Met andere woorden krijgen migranten minder vaak antipsychotica verstrekt dan verwacht op basis van hun inkomen.

Hetzelfde geldt voor de tweede generatie van overige buitenlandse herkomst. Na correctie voor geslacht en huishoudinkomen verschillen zij niet van het gemiddelde. Het aandeel met antipsychotica onder de tweede generatie van Chinese herkomst verandert niet na correctie.

Oudere Chinese migranten vaker diabetesmiddelen dan gemiddelde oudere

Relatief veel ouderen hebben diabetes en gebruiken daarom diabetesmiddelen. Hoe hoger de leeftijdsgroep, hoe groter het aandeel waaraan diabetesmiddelen verstrekt is. Omdat het aantal in Nederland geboren ouderen van Chinese herkomst te klein is om vergelijkbare cijfers van weer te geven, worden alleen personen geboren in het buitenland naar herkomstgroep getoond.

Van alle 55- tot 65-jarigen in Nederland kreeg 8,1 procent in 2023 diabetesmiddelen verstrekt. Onder 65- tot 75-jarigen wat dat 12,7 procent, onder 75- tot 85-jarigen 16,6 procent. 

Het aandeel oudere Chinese migranten dat diabetesmiddelen verstrekt kreeg is hoger dan gemiddeld, en het verschil neemt toe met leeftijd. Van de 55- tot 65-jarige Chinese migranten was het aandeel met diabetesmiddelen ongeveer 20 procent groter dan gemiddeld in deze leeftijdsgroep. In de leeftijdsgroep van 65 tot 75 jaar was het aandeel 45 procent groter en in de leeftijdsgroep van 75 tot 85 jaar bijna 75 procent groter.

Ook ouderen van overige buitenlandse herkomst kregen vaker diabetesmiddelen verstrekt, maar dit aandeel neemt minder sterk toe met leeftijd. Onder 55- tot 75-jarigen is het aandeel met diabetesmiddelen groter in deze herkomstgroep dan in de Chinese herkomstgroep. In de oudste leeftijdsgroep (75 tot 85 jaar) draait dit om en hebben Chinese migranten vaker diabetesmiddelen.

4.7 Verstrekte diabetesmiddelen naar geboorteland, 2023 (gestandaardiseerd)
Herkomstregio55 tot 65 jaar (%)65 tot 75 jaar (%)75 tot 85 jaar (%)
Totale bevolking8,112,716,6
China9,518,328,7
Buitenland (excl. China)15,223,227,0

De getoonde cijfers zijn gestandaardiseerd naar leeftijd. Wanneer in aanvulling daarop wordt gecontroleerd voor geslacht en huishoudinkomen worden de verschillen tussen migranten en het gemiddelde van de totale bevolking wat kleiner maar blijven wel bestaan.

Chinese tweede generatie minder vaak jeugdhulp dan gemiddeld

In 2023 kreeg 10,7 procent van de jongeren (22 jaar of jonger) een vorm van jeugdhulp. Het betreft hulp en zorg aan jongeren en hun ouders bij psychische, psychosociale of gedragsproblemen, een verstandelijke beperking, of opvoedingsproblemen. Omdat het aantal jongeren dat in China is geboren te klein is om vergelijkbare cijfers van weer te geven, worden alleen personen geboren in Nederland getoond naar herkomstgroep.

Het aandeel jongeren van de Chinese tweede generatie met jeugdhulp is met 6,3 procent lager dan gemiddeld. De tweede generatie van overige buitenlandse herkomst kreeg met 9,8 procent ook minder vaak jeugdhulp dan gemiddeld, maar wel vaker dan de Chinese tweede generatie.

4.8 Jeugdhulp naar herkomst, geboren in Nederland, 2023
HerkomstregioPercentage (% van personen 22 jaar of jonger)
Totaal10,7
Nederland11,0
China6,3
Buitenland (excl. China)9,8

Wanneer er wordt gecontroleerd voor verschillen in leeftijd, geslacht en huishoudinkomen tussen de groepen, dan blijven de herkomstverschillen bestaan. Het verschil tussen de tweede generatie van overige buitenlandse herkomst en andere jongeren neemt zelfs iets toe; zij ontvangen minder vaak jeugdzorg dan verwacht op basis van hun huishoudinkomen.