2. Onderwijs
Dit hoofdstuk beschrijft de onderwijspositie van personen van Chinese herkomst, en vergelijkt hun positie met het gemiddelde van de totale Nederlandse bevolking en met personen van overige buitenlandse herkomst. Waar mogelijk worden van de buitenlandse herkomstgroepen cijfers van zowel personen geboren in Nederland (de tweede generatie) als personen geboren in het buitenland (migranten) getoond. Er worden verschillende fasen van het onderwijs belicht: het schooladvies in groep 8 van het basisonderwijs, onderwijsniveau in leerjaar 3 in het voortgezet onderwijs, onderwijsrichting op het hbo en wo, en het verlaten van het mbo zonder startkwalificatie. Ook wordt het behaalde opleidingsniveau van de tweede generatie belicht. Dit hoofdstuk eindigt met een decompositieanalyse van het verschil in het aandeel leerlingen op havo of vwo tussen de Chinese herkomstgroep en de rest van de Nederlandse bevolking.
Leerlingen van Chinese herkomst krijgen vaak havo- of vwo-advies
In schooljaar 2022/’23 kreeg 61 procent van de groep-8-leerlingen een havo-of vwo-advies. Bij leerlingen van Chinese herkomst was dat aandeel een stuk hoger. Dat geldt met name voor leerlingen geboren in Nederland met ouders geboren in China (85 procent met havo- of vwo-advies) maar ook leerlingen geboren in China kregen vaker dan gemiddeld havo- of vwo-advies (71 procent).
Leerlingen van overige buitenlandse herkomst kregen juist minder vaak dan gemiddeld havo- of vwo-advies, met name de leerlingen geboren in het buitenland.
| Herkomstregio | Generatie | Percentage (% van groep-8-leerlingen) |
|---|---|---|
| Totaal | 61,0 | |
| Nederland | 63,2 | |
| China | Geboren in Nederland | 85,3 |
| China | Geboren in buitenland | 71,4 |
| Buitenland (excl. China) | Geboren in Nederland | 58,0 |
| Buitenland (excl. China) | Geboren in buitenland | 47,5 |
| 1)Incl. vmbo-gt/havo | ||
De kans op een havo- of vwo-advies hangt sterk samen met huishoudinkomen. Als er rekening mee wordt gehouden dat gezinnen van buitenlandse herkomst vaak een lager inkomen hebben dan gemiddeld valt het verschil tussen leerlingen van overige buitenlandse herkomst met het gemiddelde grotendeels weg. Dat geldt niet voor leerlingen van Chinese herkomst. De verschillen tussen de Chinese herkomstgroep en het gemiddelde staan los van verschillen in huishoudinkomen.
Driekwart Chinese tweede generatie op havo of vwo
In het derde leerjaar van het voortgezet onderwijs hebben de meeste leerlingen hun definitieve keuze voor de te volgen onderwijssoort gemaakt. In schooljaar 2023/’24 volgde 49 procent van de leerlingen in het derde leerjaar havo of vwo. Voor leerlingen van de Chinese tweede generatie is het aandeel op havo of vwo ruim anderhalf keer zo groot (76 procent). Dat geldt niet voor de tweede generatie van overige buitenlandse herkomst, die juist minder vaak dan gemiddeld havo of vwo volgde.
Voor leerlingen geboren in China is het aandeel dat in het derde leerjaar havo of vwo volgde ook groter dan gemiddeld (60 procent), maar kleiner dan voor de tweede generatie. Leerlingen geboren in overige landen volgden juist minder vaak dan gemiddeld havo of vwo (45 procent).
| Herkomstregio | Generatie | Percentage (% van leerlingen in leerjaar 3 voortgezet onderwijs2)) |
|---|---|---|
| Totaal | 48,9 | |
| Nederland | 50,1 | |
| China | Geboren in Nederland | 75,8 |
| China | Geboren in buitenland | 59,8 |
| Buitenland (excl. China) | Geboren in Nederland | 45,2 |
| Buitenland (excl. China) | Geboren in buitenland | 45,3 |
| 1)Havo/vwo incl. algemeen leerjaar 3 2)Voortgezet onderwijs excl. praktijkonderwijs | ||
Verschillen in huishoudinkomen verklaren een groot deel van de verschillen tussen de groep van overige buitenlandse herkomst en het gemiddelde. Uit de decompositieanalyse (zie einde van dit hoofdstuk) blijkt dat de oververtegenwoordiging van leerlingen van Chinese herkomst op havo en vwo nauwelijks te verklaren is met de geanalyseerde kenmerken (o.a. gezinssituatie en huishoudinkomen).
Wiskunde, natuurkunde en informatica vaker gekozen door studenten van Chinese herkomst
De meest gekozen hbo- en wo-studierichting door mannen is Recht, administratie en zakelijke dienstverlening. Van alle mannelijke hbo- en wo-studenten die op 1 januari 2024 stonden ingeschreven volgde 32 procent een studie in deze richting. Daarna volgen de studierichting Wiskunde, natuurkunde en informatica (16 procent) en de studierichting Techniek, industrie en bouwkunde (15 procent).
Mannelijke hbo- en wo-studenten die in China zijn geboren kiezen juist het vaakst voor Wiskunde, natuurkunde en informatica (26 procent). Ook kiezen zij vaker dan gemiddeld onder mannelijke studenten voor Techniek, industrie en bouwkunde (25 procent). Verder valt op dat zij zelden voor de studierichting Onderwijs kiezen (4 procent).
Mannelijke hbo- en wo-studenten van de Chinese tweede generatie volgen ook vaker dan gemiddeld een studie in de richting Wiskunde, natuurkunde en informatica (28 procent). Ze kiezen juist minder vaak dan gemiddeld voor Onderwijs of een overige studierichting.
Ook voor mannelijke hbo- en wo-studenten van overige buitenlandse herkomst geldt dat zij wat vaker voor Wiskunde, natuurkunde en informatica kiezen en wat minder vaak voor Onderwijs. De verschillen ten opzichte van het gemiddelde zijn echter wat kleiner dan voor studenten van Chinese herkomst.
| Herkomstregio | Generatie | Gezondheidszorg en welzijn (% van mannelijke hbo- en wo-studenten) | Journalistiek, gedrag en maatschappij (% van mannelijke hbo- en wo-studenten) | Onderwijs (% van mannelijke hbo- en wo-studenten) | Recht, administratie, handel en zakelijke dienstverlening (% van mannelijke hbo- en wo-studenten) | Techniek, industrie en bouwkunde (% van mannelijke hbo- en wo-studenten) | Wiskunde, natuurkunde en informatica (% van mannelijke hbo- en wo-studenten) | Overig1) (% van mannelijke hbo- en wo-studenten) |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Totaal | 8,7 | 8,1 | 6,1 | 32,0 | 15,2 | 16,3 | 6,7 | |
| Nederland | 9,1 | 7,0 | 7,7 | 32,2 | 15,2 | 14,6 | 7,7 | |
| China | Geboren in Nederland | 8,7 | 6,2 | 1,3 | 32,5 | 16,0 | 28,2 | 2,2 |
| China | Geboren in buitenland | 2,6 | 12,2 | 0,7 | 22,8 | 24,7 | 26,3 | 3,2 |
| Buitenland (excl. China) | Geboren in Nederland | 11,7 | 6,5 | 4,5 | 35,2 | 12,2 | 19,0 | 4,9 |
| Buitenland (excl. China) | Geboren in buitenland | 4,9 | 13,3 | 1,7 | 29,2 | 17,4 | 19,8 | 4,7 |
| 1) Omvat de richtingen dienstverlening, landbouw, diergeneeskunde en -verzorging | ||||||||
Voor vrouwelijke hbo- en wo-studenten is de meest gekozen studierichting Gezondheid en welzijn (22 procent), al is de meest gekozen studierichting door mannen (Recht, administratie, handel en zakelijke dienstverlening) bijna even populair (21 procent). Daarna volgen de richtingen Journalistiek, gedrag en maatschappij (16 procent) en Onderwijs (13 procent).
Onder vrouwelijke hbo- en wo-studenten die in China zijn geboren is de richting Journalistiek, gedrag en maatschappij een stuk populairder en wordt even vaak gekozen als Recht, administratie, handel en zakelijke dienstverlening (beide 24 procent). Ook kiezen zij vaker dan gemiddeld onder vrouwelijke studenten voor studies in de richtingen Wiskunde, natuurkunde en informatica of Techniek, industrie en bouwkunde. Ze volgen juist minder vaak een studie in de richting Gezondheidszorg en welzijn of Onderwijs.
Ook vrouwelijke hbo- en wo-studenten van de Chinese tweede generatie volgen het vaakst de studierichting Recht, administratie, handel en zakelijke dienstverlening (32 procent). Ze volgen ook (net als Chinese migranten) vaker dan gemiddeld een studie in de richting Wiskunde, natuurkunde en informatica (15 procent). Gezondheidszorg en welzijn is minder populair dan gemiddeld onder vrouwelijke studenten, maar wordt door de tweede generatie wel vaker gekozen dan door migranten. De Chinese tweede generatie kiest ook minder vaak dan gemiddeld voor Onderwijs of een overige studierichting.
Vrouwelijke hbo- en wo-studenten geboren in overige landen kiezen net als Chinese migranten relatief vaak voor Journalistiek, gedrag en maatschappij en Recht, administratie, handel en zakelijke dienstverlening en juist weinig voor Gezondheidszorg en welzijn of Onderwijs. Wiskunde, natuurkunde en informatica wordt echter minder vaak gekozen dan door Chinese migranten. De verdeling over de studierichtingen van de vrouwelijke tweede generatie van Chinese herkomst wijkt meer af van het gemiddelde van Nederland dan de verdeling van de tweede generatie van overige buitenlandse herkomst.
| Herkomstregio | Generatie | Gezondheidszorg en welzijn (% van vrouwelijke hbo- en wo-studenten) | Journalistiek, gedrag en maatschappij (% van vrouwelijke hbo- en wo-studenten) | Onderwijs (% van vrouwelijke hbo- en wo-studenten) | Recht, administratie, handel en zakelijke dienstverlening (% van vrouwelijke hbo- en wo-studenten) | Techniek, industrie en bouwkunde (% van vrouwelijke hbo- en wo-studenten) | Wiskunde, natuurkunde en informatica (% van vrouwelijke hbo- en wo-studenten) | Overig1) (% van vrouwelijke hbo- en wo-studenten) |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Totaal | 22,4 | 16,1 | 13,3 | 21,4 | 5,1 | 7,0 | 5,8 | |
| Nederland | 25,1 | 14,0 | 16,3 | 18,8 | 4,6 | 6,1 | 6,7 | |
| China | Geboren in Nederland | 19,6 | 10,3 | 3,6 | 31,8 | 7,6 | 14,7 | 3,7 |
| China | Geboren in buitenland | 9,2 | 23,6 | 3,5 | 23,8 | 10,4 | 14,5 | 4,8 |
| Buitenland (excl. China) | Geboren in Nederland | 27,0 | 12,0 | 12,8 | 27,3 | 4,1 | 6,0 | 3,5 |
| Buitenland (excl. China) | Geboren in buitenland | 10,3 | 26,6 | 4,5 | 24,6 | 6,9 | 9,9 | 4,5 |
| 1) Omvat de richtingen dienstverlening, landbouw, diergeneeskunde en -verzorging | ||||||||
Chinese tweede generatie verlaat minder vaak voortijdig mbo
Ieder jaar verlaat een deel van de mbo-studenten van 22 jaar of jonger zonder startkwalificatie het onderwijs. In 2022 ging het om 8 procent van de mannelijke en 6 procent van de vrouwelijke in Nederland geboren mbo-studenten. Mbo-studenten van Chinese herkomst verlaten minder vaak voortijdig het onderwijs dan gemiddeld. Dat geldt voor zowel mannen (7 procent) als vrouwen (5 procent). Omdat slechts een klein deel van de Chinese tweede generatie een mbo-opleiding start gaat het om een klein aantal voortijdig schoolverlaters: ruim 50 mbo-studenten. Mbo-studenten van overige buitenlandse herkomst verlaten juist vaker dan gemiddeld voortijdig het onderwijs, met name onder mannen is het verschil ten opzichte van het gemiddelde aanzienlijk (13 procent ten opzichte van 8 procent gemiddeld).
| Herkomstgebied | Mannen (% mbo-studenten 22 jaar of jonger) | Vrouwen (% mbo-studenten 22 jaar of jonger) |
|---|---|---|
| Totaal | 8,0 | 5,5 |
| Nederland | 6,8 | 5,2 |
| China | 6,5 | 4,8 |
| Buitenland (excl. China) | 12,6 | 6,6 |
| 1) Mbo-studenten inclusief extranei | ||
Het verschil in het aandeel voortijdig schoolverlaters tussen de Chinese tweede generatie en het gemiddelde hangt niet samen met verschillen in huishoudinkomen, voor mannen noch voor vrouwen. Voor de tweede generatie van overige buitenlandse herkomst speelt huishoudinkomen wel een rol: verschillen in huishoudinkomen verklaren een deel van het verschil onder mannen en het volledige verschil onder vrouwen.
Chinese tweede generatie heeft relatief vaak een hbo- of wo-diploma
Van alle 25- tot 45-jarigen die in Nederland zijn geboren heeft 43 procent van de mannen en 53 procent van de vrouwen een hbo- of wo-diploma. Dat aandeel is circa 20 procentpunten groter onder personen van Chinese herkomst, voor zowel mannen (61 procent) als vrouwen (73 procent). Zowel het aandeel met een havo-, vwo- of mbo2-4-diploma of met basisonderwijs, een vmbo- of mbo1-diploma is onder de Chinese tweede generatie kleiner dan gemiddeld.
Onder personen van overige buitenlandse herkomst is het aandeel met een hbo- of wo-diploma juist kleiner dan gemiddeld, en het aandeel met een havo-, vwo- of mbo2-4-diploma of met basisonderwijs, een vmbo- of mbo1-diploma juist groter. Dit hangt voor een deel samen met het feit dat deze groep gemiddeld een lager huishoudinkomen heeft. Verschillen in huishoudinkomen spelen geen rol bij de verschillen van de Chinese tweede generatie ten opzichte van het gemiddelde.
| Herkomstregio | Geslacht | Basisonderwijs, vmbo, mbo1 (% van 25- tot 45-jarigen) | Havo, vwo, mbo2-4 (% van 25- tot 45-jarigen) | Hbo, wo (% van 25- tot 45-jarigen) |
|---|---|---|---|---|
| Totale bevolking (25-45 jaar) | Mannen | 11,8 | 45,1 | 43,1 |
| Totale bevolking (25-45 jaar) | Vrouwen | 8,3 | 39,2 | 52,5 |
| Nederland | Mannen | 10,5 | 44,8 | 44,6 |
| Nederland | Vrouwen | 7,8 | 38,4 | 53,8 |
| China | Mannen | 7,0 | 32,0 | 61,0 |
| China | Vrouwen | 4,2 | 23,1 | 72,7 |
| Buitenland (excl. China) | Mannen | 18,5 | 46,9 | 34,5 |
| Buitenland (excl. China) | Vrouwen | 11,0 | 43,8 | 45,2 |
| 1)Excl. onderwijsvolgenden | ||||
Verschillen in aandeel leerlingen op havo of vwo onderzocht
Leerlingen van Chinese herkomst volgen vaker havo of vwo in het derde leerjaar van het voortgezet onderwijs dan gemiddeld. De vraag is in hoeverre dit kan worden toegeschreven aan verschillen in achtergrondkenmerken tussen leerlingen van Chinese herkomst en de rest van de leerlingen. Aan de hand van decompositieanalyse (Kitigawa-Oaxaca-Blinder-decompositie) kan worden vastgesteld of verschillen in kenmerken een rol spelen, en zo ja, hoe groot het aandeel van het verschil is dat elk kenmerk verklaart. Voor beide generaties (leerlingen geboren in China en leerlingen geboren in Nederland met een of beide ouder(s) geboren in China) is een aparte decompositieanalyse uitgevoerd waarin zij vergeleken werden met de rest van de leerlingen. In de analyse is gekeken naar de rol van geslacht (man, vrouw), huishoudinkomen (kwintielgroepen 1, 2, 3, 4, 5, onbekend), gezinsstructuur (woont met beide ouders of niet), leeftijd van de moeder bij geboorte van de leerling (jonger dan 25 jaar, 25-34 jaar, 35 jaar of ouder) en stedelijkheid van de woongemeente (zeer sterk, sterk, matig, weinig, niet stedelijk).
Kwart verschil aandeel havo/vwo migranten toe te schrijven aan achtergrondkenmerken
Van de derdejaarsleerlingen geboren in China volgde 59,8 procent havo of vwo in 2023/’24. Dat is 10,9 procentpunten meer dan de rest van de derdejaars leerlingen. Van dit verschil wordt 26,4 procent verklaard door verschillen in bovengenoemde achtergrondkenmerken. Met andere woorden, als de leerlingen die zijn geboren in China dezelfde achtergrondkenmerken zouden hebben als de rest van de leerlingen, dan zou 56,9 procent van hen havo of vwo volgen in plaats van het feitelijke 59,8 procent. Dat aandeel zou dan nog altijd 8,0 procentpunten groter zijn dan onder de rest van de leerlingen.
| Feitelijk (procentpunt) | Gecorrigeerd (procentpunt) | |
|---|---|---|
| Geboren in buitenland | 10,9 | 8,0 |
| Geboren in Nederland | 27,0 | 24,4 |
| 1)Havo/vwo incl. algemeen leerjaar 3 2)In leerjaar 3 van het voortgezet onderwijs excl. praktijkonderwijs | ||
Leeftijd moeder grootste rol in verschil aandeel havo/vwo migranten
Van de achtergrondkenmerken in de analyse verklaart de leeftijd van de moeder bij de geboorte van de leerling het grootste deel van het verschil dat kan worden verklaard. De moeders van leerlingen geboren in China zijn gemiddeld ouder dan de moeders van de rest van de leerlingen (zie ook H1 Bevolking). Het is bekend dat kinderen met relatief oude moeders een hoger onderwijsniveau bereiken (Van der Veer, Van Gaalen & Linder, 2021). Als de moeders van leerlingen geboren in China dezelfde gemiddelde leeftijd zouden hebben als de moeders van de rest van de leerlingen dan zou het aandeel op havo of vwo 1,2 procentpunten kleiner zijn. Verder speelt ook het huishoudinkomen een rol. Leerlingen geboren in China zitten relatief vaak in het hoogste inkomenskwartiel (zie ook H3 Werk en inkomen). Het is bekend dat leerlingen uit welvarende gezinnen gemiddeld een hoger schooladvies krijgen dan leerlingen uit gezinnen die het minder breed hebben (Hartgers, Traag & Wielenga, 2021). Als de leerlingen geboren in China hetzelfde gemiddelde huishoudinkomen hadden als de rest van de leerlingen dan zou het aandeel op havo of vwo 0,8 procent kleiner zijn. De gezinsstructuur en de stedelijkheid van de woongemeente spelen beide ook een kleine rol. Leerlingen van Chinese herkomst wonen vaker met hun beide ouders en wonen minder vaak in zeer stedelijk gebied. Kinderen die niet (meer) met beide ouders wonen of in zeer stedelijk gebied volgen doorgaans minder vaak havo of vwo. In de bijlage van dit rapport is een tabel opgenomen met daarin per kenmerk het precieze aandeel in de verklarende analyse.
10 procent aandeel havo/vwo tweede generatie toe te schrijven aan achtergrondkenmerken
Van de derdejaarsleerlingen van de Chinese tweede generatie volgde 75,8 procent havo of vwo in 2023/’24. Dat is 27,0 procentpunten meer dan de rest van de derdejaars leerlingen. Van dit verschil wordt 9,8 procent verklaard door verschillen in bovengenoemde achtergrondkenmerken. Met andere woorden, als de leerlingen van de Chinese tweede generatie dezelfde achtergrondkenmerken zouden hebben als de rest van de leerlingen, dan zou 73,2 procent van hen havo of vwo volgen in plaats van het feitelijke 75,8 procent. Dat aandeel zou dan nog altijd 24,4 procentpunten groter zijn dan onder de rest van de leerlingen.
Stedelijkheid woongemeente grootste rol in verschil aandeel havo/vwo tweede generatie
De rol van de verklarende kenmerken heeft een andere orde van grootte in de analyse van de Chinese tweede generatie dan de analyse van Chinese migranten. Stedelijkheid van de woongemeente speelt de grootste rol in het verklaarde deel van het verschil tussen leerlingen van de Chinese tweede generatie en de rest van de leerlingen. Leerlingen van de Chinese tweede generatie wonen minder vaak in zeer stedelijk gebied, waar kinderen gemiddeld minder vaak havo of vwo volgen. Als zij in gemeentes zouden wonen met dezelfde gemiddelde mate van stedelijkheid zou het aandeel op havo of vwo 1,7 procentpunten kleiner zijn. De gezinsstructuur en het huishoudinkomen van leerlingen van de Chinese tweede generatie spelen ook een kleine rol. Ze wonen vaker bij hun beide ouders en minder vaak in zeer stedelijke gemeentes. In de bijlage van dit rapport is een tabel opgenomen met daarin per kenmerk het precieze aandeel in de verklarende analyse.
Literatuur
Hartgers, M., Traag, T. en Wielenga, l. (2021). De schooladviezen in groep 8: verschillen tussen groepen leerlingen. Statistische Trends.
Van der Veer, S., Van Gaalen, R. en Linder, F. (2021). De eerste de beste? Over geboortevolgorde, gezinsgrootte en opleidingsniveau. Statistische Trends.