3. Werk en inkomen
In dit hoofdstuk komen verschillende aspecten van werk en inkomen aan bod. Het gaat om onder meer de sociaaleconomische positie, de arbeidsdeelname, de arbeidsrelatie, de arbeidsduur, het uurloon, het inkomen en de samenstelling van het inkomen. De situatie van personen van Chinese herkomst wordt vergeleken met die van personen van overige buitenlandse herkomst en met de totale Nederlandse bevolking. De cijfers hebben betrekking op alle inwoners van 15 jaar en ouder in particuliere huishoudens. Waar van toepassing is de leeftijd verder afgebakend tot maximaal 75 jaar. Omdat het arbeidsproces sterk samenhangt met geslacht, wordt een deel van de cijfers apart weergegeven voor mannen en vrouwen.
Migranten van Chinese herkomst vaker werkzaam
Voor meer dan de helft van de Chinese migranten (54 procent) is betaald werk de belangrijkste inkomstenbron. Dit percentage is iets lager voor migranten van overige buitenlandse herkomst (52 procent) en iets hoger voor de totale Nederlandse bevolking (56 procent). Van de Chinese migranten is 10 procent scholier of student. Dit is hoger dan voor migranten van overige buitenlandse herkomst (7 procent), maar vergelijkbaar met de totale bevolking (10 procent). Pensioenen vormen ook een belangrijke inkomstenbron voor een deel van de migranten van Chinese herkomst (9 procent), al is dit minder vaak het geval dan voor migranten van overige buitenlandse herkomst (11 procent) en de totale bevolking (21 procent). Uitkeringen vormen voor een klein deel van de Chinese migranten de belangrijkste inkomstenbron (5 procent). Onder migranten van overige buitenlandse herkomst (14 procent) en de totale bevolking (8 procent) ligt dat aandeel hoger dan onder Chinese migranten. De verschillen in sociaaleconomische positie vallen grotendeels weg als wordt gecorrigeerd voor de gemiddeld jongere leeftijd van Chinese migranten ten opzichte van de rest van de bevolking.
De tweede generatie van Chinese herkomst is vaak scholier of student (31 procent). Het percentage scholieren en studenten ligt in deze groep hoger dan in de tweede generatie van overige buitenlandse herkomst (21 procent) en de totale Nederlandse bevolking (10 procent). Voor de tweede generatie is werk vaker de belangrijkste inkomstenbron (61 procent) dan voor Chinese migranten, maar uitkeringen (3 procent) en pensioenen minder vaak (3 procent). Deze verschillen vallen grotendeels weg als wordt gecorrigeerd voor de jongere leeftijd van de Chinese tweede generatie ten opzichte van de rest van de bevolking.
| Herkomstregio | Generatie | Werkzaam (% van personen van 15 jaar en ouder) | Uitkeringsontvanger (% van personen van 15 jaar en ouder) | Pensioenontvanger (% van personen van 15 jaar en ouder) | (School)kind of student (% van personen van 15 jaar en ouder) | Zonder inkomen (% van personen van 15 jaar en ouder) | Niet vastgesteld (% van personen van 15 jaar en ouder) |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Totale bevolking | 56,0 | 7,7 | 21,2 | 10,2 | 2,7 | 2,2 | |
| Nederland | 57,1 | 6,1 | 24,8 | 9,6 | 2,1 | 0,3 | |
| China | Geboren in Nederland | 60,8 | 2,9 | 2,5 | 30,5 | 2,5 | 0,8 |
| China | Geboren in buitenland | 54,3 | 4,6 | 8,9 | 10,1 | 6,3 | 15,7 |
| Buitenland (excl. China) | Geboren in Nederland | 55,0 | 8,8 | 12,2 | 20,5 | 2,6 | 1,0 |
| Buitenland (excl. China) | Geboren in buitenland | 51,9 | 14,2 | 11,2 | 6,7 | 5,1 | 10,8 |
Om de sociaaleconomische positie beter te kunnen duiden, wordt de arbeidsdeelname nader beschreven. De nettoarbeidsparticipatie van migranten van Chinese herkomst (64 procent) en migranten van overige buitenlandse herkomst (62 procent) ligt in alle leeftijdsgroepen lager dan in de totale Nederlandse bevolking (71 procent). De arbeidsdeelname van de tweede generatie van Chinese herkomst (79 procent) ligt daarentegen boven het Nederlandse gemiddelde.
Deze verschillen in arbeidsdeelname doen zich voor ongeacht leeftijd. Met andere woorden, de nettoarbeidsparticipatie van in China geboren personen ligt in alle leeftijdsgroepen lager dan het Nederlandse gemiddelde. Voor de tweede generatie geldt dat de arbeidsparticipatie voor de leeftijden 25 tot 75 jaar hoger ligt dan het Nederlandse gemiddelde.
De nettoarbeidsparticipatie van mannen en vrouwen verschilt per generatie. Waar de nettoarbeidsparticipatie van uit China gemigreerde mannen en vrouwen lager ligt dan dat van de gemiddelde man en vrouw in Nederland, ligt deze voor mannen en vrouwen van de Chinese tweede generatie juist hoger.
Om herkomstverschillen in arbeidsdeelname te verklaren wordt in de volgende alinea een decompositieanalyse besproken.
| Leeftijd | Geslacht | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Herkomstregio | Geboorteregio | Totaal | 25 jaar | 45 jaar | 65 jaar | 75 jaar | Mannen | Vrouwen | |
| Totale bevolking | 71,4 | 70,3 | 85,0 | 79,1 | 22,4 | 75,1 | 67,8 | ||
| Nederland | 73,9 | 76,4 | 90,3 | 83,0 | 22,9 | 77,3 | 70,5 | ||
| China | Geboren in Nederland | 79,4 | 67,0 | 87,4 | 87,3 | 31,1 | 79,2 | 79,6 | |
| China | Geboren in buitenland | 63,5 | 46,2 | 71,7 | 73,6 | 20,4 | 68,7 | 59,7 | |
| Buitenland (excl. China) | Geboren in Nederland | 71,4 | 65,6 | 80,2 | 79,2 | 23,5 | 72,3 | 70,6 | |
| Buitenland (excl. China) | Geboren in buitenland | 61,8 | 49,5 | 73,8 | 62,8 | 17,7 | 67,6 | 56,5 | |
Verschil in nettoarbeidsparticipatie Chinese migranten neemt toe na correctie achtergrondkenmerken
Van de Chinese migranten is 63,5 procent werkzaam. Van de rest van de Nederlandse bevolking is 71,5 procent werkzaam, oftewel een verschil van 8,0 procentpunt. Dit verschil bestaat ondanks de relatief gunstige achtergrondkenmerken van Chinese migranten. Als Chinese migranten namelijk dezelfde kenmerken zouden hebben als de rest van de bevolking, dan zou 61,7 procent van hen werkzaam zijn. Dat is 1,8 procentpunt lager dan de feitelijke nettoarbeidsparticipatie.
Van alle achtergrondkenmerken in de analyse speelt leeftijd de belangrijkste rol. In alle leeftijdsgroepen zijn Chinese migranten minder vaak werkzaam dan de rest van de bevolking. Tegelijkertijd zijn Chinese migranten relatief vaak tussen de 25 en 45 jaar en juist minder vaak ouder dan 45 jaar (zie Hoofdstuk 1 Bevolking). Hun relatief lage gemiddelde leeftijd heeft een gunstige invloed op hun arbeidsdeelname. Indien Chinese migranten dezelfde leeftijdsopbouw zouden hebben als de rest van de bevolking, dan zou hun nettoarbeidsparticipatie 4,4 procentpunt lager liggen dan hun feitelijke participatie.
Stedelijkheid speelt ook een rol. Chinese migranten wonen vaker in zeer stedelijke gemeenten, wat juist ongunstig samenhangt met hun arbeidsdeelname. Over het algemeen ligt de arbeidsdeelname in zeer stedelijke gemeenten namelijk iets lager dan in de overige gemeenten (Braamse et al., 2022). Indien Chinese migranten in even stedelijke gemeenten zouden wonen als de rest van de bevolking, dan zou hun nettoarbeidsparticipatie 2,2 procentpunt hoger liggen.
Ook speelt geslacht een rol. Vrouwen vormen een meerderheid van de Chinese migranten (57 procent, zie Hoofdstuk 1 Bevolking), dit heeft een ongunstige invloed op de totale arbeidsdeelname. Indien Chinese migranten dezelfde man-vrouw verdeling zouden hebben als de rest van de bevolking, dan zou hun nettoarbeidsparticipatie 0,6 procentpunt hoger liggen dan hun feitelijke participatie.
Verschillen in woonregio (provincie) en studiestatus spelen geen noemenswaardige rol bij het verschil in arbeidsdeelname tussen Chinese migranten en de rest van de bevolking.
| Feitelijk (procentpunt) | Gecorrigeerd (procentpunt) | |
|---|---|---|
| Geboren in buitenland | -8,0 | -9,8 |
| Geboren in Nederland | 8,0 | 0,4 |
| 1) van personen van 15 tot 75 jaar | ||
Verschil voor tweede generatie bijna geheel verklaard door gunstige kenmerken
Van de Chinese tweede generatie is 79,4 procent werkzaam. Van de rest van de Nederlandse bevolking is 71,4 procent werkzaam, oftewel 8,0 procentpunt lager. Dit verschil bestaat grotendeels vanwege de relatief gunstige achtergrondkenmerken van de Chinese tweede generatie. Als de Chinese tweede generatie namelijk dezelfde kenmerken zou hebben als de rest van de bevolking, dan zou 71,8 procent van hen werkzaam zijn.
Voor bijna alle leeftijdsgroepen geldt dat de Chinese tweede generatie vaker werkzaam is dan de rest van de bevolking. Alleen in de leeftijdsklasse 15 tot 25 jaar ligt hun arbeidsparticipatie lager dan gemiddeld. Tegelijkertijd is de Chinese tweede generatie relatief jong (zie Hoofdstuk 1 Bevolking), wat een belangrijke rol speelt in de verklaring dat de Chinese tweede generatie een hogere nettoarbeidsparticipatie heeft dan gemiddeld. Als zij dezelfde leeftijdsopbouw zouden hebben als de rest van de bevolking, dan zou hun nettoarbeidsparticipatie 7,5 procentpunt lager liggen dan hun feitelijke participatie.
Stedelijkheid speelt ook een rol. De Chinese tweede generatie woont vaker in zeer stedelijke gemeenten dan de rest van de bevolking, wat samenhangt met een lagere nettoarbeidsparticipatie. Indien de Chinese tweede generatie in even stedelijke gemeenten zou wonen als de rest van de bevolking, dan zou hun nettoarbeidsparticipatie 2,3 procentpunt hoger liggen.
De hogere nettoarbeidsparticipatie van de Chinese tweede generatie wordt ook deels verklaard door opleidingsniveau. De Chinese tweede generatie is vaker hbo en wo opgeleid, wat gunstig is voor hun nettoarbeidsparticipatie. De nettoarbeidsparticipatie is het laagst onder personen met basisonderwijs, vmbo, mbo 1 en het hoogst onder personen met een hbo of wo diploma. Als de Chinese tweede generatie hetzelfde opleidingsniveau zou hebben als de rest van de bevolking, dan zou de nettoarbeidsparticipatie 2,4 procentpunt lager liggen.
Verschillen in woonregio (provincie), studiestatus en geslacht spelen een kleine rol in de verklaring van het verschil in arbeidsdeelname tussen de Chinese tweede generatie en de rest van de bevolking.
Vaker werkzaam in de horeca
Chinese migranten werken voornamelijk in de horeca (41 procent) en handel (16 procent). Zij zijn nauwelijks werkzaam in de bouwnijverheid, de verhuur en handel van onroerend goed en landbouw, bosbouw en visserij. De verdeling van bedrijfstakken wijkt af van die voor migranten van overige buitenlandse herkomst en voor de totale Nederlandse bevolking, die beduidend minder vaak werken in de horeca, maar meer in bijna alle andere bedrijfstakken. Deze verschillen hangen niet samen met verschillen in leeftijd, geslacht of studiestatus.
De bedrijfstakken waarin de tweede generatie van Chinese herkomst werkt lijken meer op die van Chinese migranten dan op die van de totale Nederlandse bevolking. Zij werken ook vaker dan gemiddeld in de horeca (28 procent), al is dat minder vaak dan Chinese migranten. Daarnaast werken zij relatief vaak in specialistische zakelijke diensten (11 procent), informatie en communicatie (7 procent) en financiële dienstverlening (6 procent). Herkomstverschillen in bedrijfstakken hangen ook voor de tweede generatie nauwelijks samen met leeftijd, geslacht, studiestatus of opleiding.
| Totale bevolking | Nederland | China | Buitenland (excl. China) | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Geboren in Nederland | Geboren in buitenland | Geboren in Nederland | Geboren in buitenland | ||||
| A | Landbouw, bosbouw en visserij | 1,8 | 2,1 | 0,1 | 0,2 | 0,4 | 1,4 |
| B-E | Nijverheid (geen bouw) en energie | 9,7 | 9,8 | 4,8 | 5,8 | 7,0 | 11,5 |
| F | Bouwnijverheid | 6,1 | 6,4 | 1,3 | 0,7 | 4,2 | 6,0 |
| G | Handel | 16,7 | 16,5 | 16,1 | 15,5 | 18,7 | 16,6 |
| H | Vervoer en opslag | 4,6 | 4,3 | 2,9 | 2,6 | 5,1 | 5,8 |
| I | Horeca | 5,4 | 4,4 | 27,6 | 40,7 | 6,5 | 7,9 |
| J | Informatie en communicatie | 4,1 | 3,7 | 7,4 | 3,9 | 4,6 | 6,1 |
| K | Financiële dienstverlening | 3,2 | 3,2 | 6,0 | 3,9 | 3,1 | 3,0 |
| L | Verhuur en handel van onroerend goed | 0,9 | 0,9 | 0,8 | 0,4 | 0,8 | 0,5 |
| M | Specialistische zakelijke diensten | 8,5 | 8,4 | 11,4 | 8,7 | 8,4 | 8,8 |
| N | Verhuur en overige zakelijke diensten 1) | 3,7 | 3,0 | 1,7 | 1,9 | 4,1 | 6,9 |
| O | Openbaar bestuur en overheidsdiensten | 6,4 | 6,8 | 5,9 | 1,3 | 7,7 | 3,5 |
| P | Onderwijs | 7,0 | 7,4 | 3,4 | 5,8 | 6,5 | 5,5 |
| Q | Gezondheids- en welzijnszorg | 17,2 | 18,5 | 7,7 | 5,2 | 17,5 | 11,2 |
| R-U | Cultuur, recreatie, overige diensten | 4,8 | 4,7 | 3,0 | 3,4 | 5,2 | 5,3 |
| 1) Exclusief arbeidsbemiddeling, uitzendbureaus en personeelsbeheer (voor de totale bevolking gaat het om 505 371 personen). | |||||||
Vaker flexibel dienstverband en vaker werkzaam als zelfstandige
Van de werkende bevolking is het type arbeidsrelatie vastgelegd. Personen van Chinese herkomst hebben minder vaak een vast contract dan de andere groepen in dit onderzoek. Dit geldt voor zowel mannen als vrouwen. Van de Chinese migranten heeft 4 op de 10 werkenden een vast contract. Dit is minder dan onder migranten van overige buitenlandse herkomst of de totale Nederlandse bevolking. Daarentegen hebben Chinese migranten vaker een tijdelijke baan dan migranten van overige buitenlandse herkomst of de totale Nederlandse bevolking, maar minder vaak een overige flexibele baan. Daarnaast werken Chinese migranten vaker als zelfstandige (22 procent) dan migranten van overige buitenlandse herkomst of de totale Nederlandse bevolking (beide 16 procent). Dit verschil is groter voor vrouwen dan voor mannen. Deze groepsverschillen hangen niet samen met verschillen in leeftijd, geslacht of studiestatus.
Ook de tweede generatie van Chinese herkomst heeft minder vaak een vast contract dan de tweede generatie van overige buitenlandse herkomst of de totale Nederlandse bevolking, maar wel vaker een overige flexibele baan. Het aandeel van de tweede generatie van Chinese herkomst dat een tijdelijke baan heeft is vergelijkbaar met dat van de tweede generatie van overige buitenlandse herkomst, maar dit is een stuk hoger dan voor de totale Nederlandse bevolking. Deze verschillen vallen grotendeels weg na correctie voor de jongere leeftijd en het grotere aandeel scholieren en studenten van de Chinese tweede generatie. Verschillen in opleiding en geslacht spelen geen rol.
| Herkomstregio | Generatie | Werknemers vast (% van werkzame personen van 15 tot 75 jaar) | Werknemers tijdelijk (% van werkzame personen van 15 tot 75 jaar) | Werknemers overig flexibel (% van werkzame personen van 15 tot 75 jaar) | Zelfstandigen (% van werkzame personen van 15 tot 75 jaar) |
|---|---|---|---|---|---|
| Totale bevolking | 55,2 | 13,5 | 11,1 | 20,3 | |
| Nederland | 58,2 | 12,2 | 9,5 | 20,1 | |
| China | Geboren in Nederland | 46,0 | 16,5 | 20,2 | 17,3 |
| China | Geboren in buitenland | 41,0 | 29,0 | 8,1 | 21,8 |
| Buitenland (excl. China) | Geboren in Nederland | 46,0 | 16,9 | 16,0 | 21,1 |
| Buitenland (excl. China) | Geboren in buitenland | 47,3 | 17,2 | 15,3 | 20,3 |
| Herkomstregio | Generatie | Werknemers vast (% van werkzame personen van 15 tot 75 jaar) | Werknemers tijdelijk (% van werkzame personen van 15 tot 75 jaar) | Werknemers overig flexibel (% van werkzame personen van 15 tot 75 jaar) | Zelfstandigen (% van werkzame personen van 15 tot 75 jaar) |
|---|---|---|---|---|---|
| Totale bevolking | 58,0 | 17,6 | 12,5 | 12,0 | |
| Nederland | 61,2 | 16,0 | 10,9 | 12,0 | |
| China | Geboren in Nederland | 50,2 | 18,1 | 20,9 | 10,8 |
| China | Geboren in buitenland | 39,4 | 23,8 | 15,6 | 21,2 |
| Buitenland (excl. China) | Geboren in Nederland | 49,2 | 22,3 | 17,2 | 11,4 |
| Buitenland (excl. China) | Geboren in buitenland | 49,5 | 21,9 | 16,7 | 11,9 |
Langere werkweek voor Chinese migranten, kortere werkweek voor tweede generatie
Voor werknemers in loondienst is de arbeidsduur voor alle banen onderzocht. Deze cijfers worden apart gepresenteerd naar geslacht, aangezien mannen vaak in voltijd en vrouwen vaak in deeltijd werken. Arbeidsduur is hier berekend op basis van alle uren gemaakt in de maand januari en omvat de gewerkte uren in de hoofdbaan, maar ook eventueel gewerkte uren in extra banen naast de hoofdbaan. Onregelmatige uren en werkzaamheden van zelfstandigen zijn niet in deze bepaling van de arbeidsduur meegenomen.
Uit China gemigreerde mannen werken gemiddeld genomen vaker voltijds dan gemiddeld. Zo werkt van de uit China gemigreerde mannen 80 procent 35 uur per week of meer, terwijl het bij mannen van overige buitenlandse herkomst gaat om 74 procent en in de totale mannelijke bevolking om 71 procent. Uit China gemigreerde mannen werken daarentegen minder vaak in een grotere deeltijdbaan (4 procent) dan mannen van overige buitenlandse herkomst (9 procent) en de totale mannelijke bevolking (11 procent). Dit verschil verdwijnt grotendeels na correctie voor leeftijd en studiestatus.
Mannen van de Chinese tweede generatie werken gemiddeld minder uren per week. Van de mannen van de Chinese tweede generatie werkt 61 procent 35 uur per week of meer. Daarnaast werkt 16 procent van de Chinese tweede generatie mannen minder dan 12 uur per week en 8 procent werkt 12 tot 20 uur per week. Hun werkweek is daarmee korter dan die van mannen van overige buitenlandse herkomst en die van de gemiddelde man in Nederland. Dit verschil verdwijnt echter grotendeels wanneer er wordt gecorrigeerd voor de jongere leeftijd en het groter aandeel scholieren en studenten in de Chinese tweede generatie.
| Herkomstregio | Generatie | 0 tot 12 uur (% van werknemers van 15 tot 75 jaar) | 12 tot 20 uur (% van werknemers van 15 tot 75 jaar) | 20 tot 25 uur (% van werknemers van 15 tot 75 jaar) | 25 tot 30 uur (% van werknemers van 15 tot 75 jaar) | 30 tot 35 uur (% van werknemers van 15 tot 75 jaar) | 35 uur of meer (% van werknemers van 15 tot 75 jaar) |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Totale bevolking | 7,6 | 4,4 | 3,6 | 3,3 | 10,6 | 70,5 | |
| Nederland | 7,4 | 4,2 | 3,4 | 3,2 | 11,1 | 70,8 | |
| China | Geboren in Nederland | 15,7 | 8,4 | 4,2 | 3,1 | 7,3 | 61,3 |
| China | Geboren in buitenland | 7,2 | 4,1 | 3,2 | 2,0 | 4,0 | 79,5 |
| Buitenland (excl. China) | Geboren in Nederland | 11,2 | 6,7 | 4,8 | 4,1 | 10,8 | 62,4 |
| Buitenland (excl. China) | Geboren in buitenland | 6,1 | 4,3 | 3,7 | 3,4 | 8,5 | 74 |
| 1) Gemiddelde per week, op basis van alle banen in januari 2024 | |||||||
Ook bij vrouwen verschilt de arbeidsduur naar herkomst. Van de uit China gemigreerde vrouwen werkt 55 procent 35 uur of meer per week. Dit is hoger dan dat van vrouwen die uit andere landen gemigreerd zijn (45 procent) en tweemaal zo hoog dan dat van de gemiddelde vrouw in Nederland (28 procent). Het aandeel vrouwen dat minder dan 12 uur werkt is groter onder uit China gemigreerde vrouwen (14 procent) dan vrouwen gemigreerd uit andere landen (9 procent) of de gemiddelde vrouw in Nederland (11 procent). Uit China gemigreerde vrouwen werken minder vaak in een middelgrote deeltijdbaan dan vrouwen gemigreerd uit andere landen of de totale groep vrouwen in Nederland. Deze herkomstverschillen hangen niet samen met verschillen in leeftijd, geslacht of studiestatus.
Vrouwen van de Chinese tweede generatie werken vaker in een kleine deeltijdbaan van minder dan 12 uur per week (16 procent) dan vrouwen van de overige buitenlandse tweede generatie (14 procent) of de totale groep vrouwen in Nederland (11 procent). Vrouwen van de Chinese tweede generatie werken ook vaker meer dan 35 uur per week (43 procent), vergeleken met vrouwen van de overige buitenlandse tweede generatie (29 procent) of de totale groep vrouwen in Nederland (28 procent). Vrouwen van de Chinese tweede generatie werken wel minder vaak 12 tot 35 uur. Deze herkomstverschillen blijven bestaan na correctie voor verschillen in leeftijd, geslacht, opleiding of studiestatus.
| Herkomstregio | Generatie | 0 tot 12 uur (% van werknemers van 15 tot 75 jaar) | 12 tot 20 uur (% van werknemers van 15 tot 75 jaar) | 20 tot 25 uur (% van werknemers van 15 tot 75 jaar) | 25 tot 30 uur (% van werknemers van 15 tot 75 jaar) | 30 tot 35 uur (% van werknemers van 15 tot 75 jaar) | 35 uur of meer (% van werknemers van 15 tot 75 jaar) |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Totale bevolking | 10,7 | 11,3 | 18,3 | 12,7 | 19,1 | 27,9 | |
| Nederland | 10,7 | 11,7 | 20,2 | 13,6 | 19,8 | 24,0 | |
| China | Geboren in Nederland | 16,3 | 9,6 | 8,7 | 6,1 | 16,3 | 43,0 |
| China | Geboren in buitenland | 13,5 | 9,0 | 7,4 | 4,6 | 10,4 | 55,2 |
| Buitenland (excl. China) | Geboren in Nederland | 13,8 | 11,4 | 15,4 | 11,5 | 19,0 | 28,9 |
| Buitenland (excl. China) | Geboren in buitenland | 8,6 | 9,4 | 12,0 | 9,1 | 16,0 | 44,8 |
| 1) Gemiddelde per week, op basis van alle banen in januari 2024 | |||||||
Lager uurloon
Het gemiddelde uurloon van uit China gemigreerde mannen is lager dan dat van mannen van overige buitenlandse herkomst en dat van de totale Nederlandse bevolking. Het gemiddelde bruto uurloon van uit China gemigreerde mannen bedraagt 24,90 euro. Voor migranten uit andere landen ligt het uurloon op 27,60 euro en het uurloon voor de totale bevolking bedraagt 29,20 euro. Het gemiddelde uurloon van mannen van de Chinese tweede generatie (25,10 euro) ligt tevens lager dan dat van mannen van overige buitenlandse tweede generatie (26,60) en de totale Nederlandse bevolking.
Het gemiddelde uurloon van uit China gemigreerde vrouwen (24,50 euro) is vergelijkbaar met dat van vrouwen gemigreerd uit de overige landen, maar lager dan dat van de totale Nederlandse bevolking (25,60 euro). Voor vrouwen van de Chinese tweede generatie is het uurloon (25,00 euro) hoger dan dat van vrouwen van overige buitenlandse tweede generatie (23,90 euro), maar lager dan dat van de totale Nederlandse bevolking.
| Herkomstregio | Generatie | Mannen (euro) | Vrouwen (euro) |
|---|---|---|---|
| Totale bevolking | 29,20 | 25,60 | |
| Nederland | 29,90 | 26,10 | |
| China | Geboren in Nederland | 25,10 | 25,00 |
| China | Geboren in buitenland | 24,90 | 24,50 |
| Buitenland (excl. China) | Geboren in Nederland | 26,60 | 23,90 |
| Buitenland (excl. China) | Geboren in buitenland | 27,60 | 24,40 |
| 1) In de hoofdbaan van werknemers van 15 tot 75 jaar | |||
Lager uurloon deels verklaard, verschillen in bedrijfstak spelen grote rol
Het gemiddelde uurloon van Chinese migranten (vrouwen en mannen) bedraagt 24,70 euro. Voor de rest van de Nederlandse bevolking is dit 27,40 euro, oftewel een verschil van 2,80 euro. Dit verschil is voor bijna 57 procent toe te schrijven aan verschillen in achtergrondkenmerken. Met andere woorden, als uit China gemigreerde personen dezelfde kenmerken zouden hebben als andere personen in Nederland, dan zouden zij gemiddeld een uurloon hebben van 26,30 euro.
Van de achtergrondkenmerken in de analyse verklaart de bedrijfstak waarin men werkzaam is het grootste deel van het verschil. Chinese migranten werken veel vaker in de horeca, een bedrijfstak waar lonen lager liggen. Zij werken minder vaak in de gezondheids- en welzijnszorg, openbaar bestuur en overheidsdiensten bouwnijverheid en verhuur en overige zakelijke diensten, waar de lonen hoger liggen. Als Chinese migranten in dezelfde bedrijfstakken zouden werken als de rest van de bevolking, dan zou hun gemiddelde uurloon 1,80 euro hoger zijn (26,50 euro).
Het lagere uurloon van Chinese migranten wordt ook deels verklaard door leeftijd en geslacht. Chinese migranten zijn relatief vaak tussen de 25 en 45 jaar en juist minder vaak ouder dan 45 jaar (zie Hoofdstuk 1 Bevolking), wat een ongunstige invloed heeft op hun uurloon. Indien Chinese migranten dezelfde leeftijdsopbouw zouden hebben als de rest van de bevolking, dan zou hun uurloon 0,30 euro hoger liggen dan hun feitelijke uurloon. Daarnaast vormen vrouwen een meerderheid van de Chinese migranten (zie Hoofdstuk 1 Bevolking). Omdat het uurloon van vrouwen lager ligt dan het uurloon van mannen heeft dit een ongunstige invloed op het uurloon van Chinese migranten. Indien Chinese migranten dezelfde man-vrouw verdeling zouden hebben als de rest van de bevolking, dan zou hun uurloon 0,20 euro hoger zijn.
De plaats waar mensen wonen hangt samen met het uurloon van Chinese migranten. Vergeleken met de rest van de bevolking wonen Chinese migranten vaker in zeer stedelijke gemeentes en in Zuid-Holland en Noord-Holland. Als Chinese migranten in dezelfde regio’s en stedelijke gemeenten zouden wonen als de rest van de bevolking, dan zou hun uurloon 0,60 euro lager zijn. Verschillen in uurloon houden geen verband met verschillen in studiestatus.
| Feitelijk (euro) | Gecorrigeerd (euro) | |
|---|---|---|
| Geboren in buitenland | -2,80 | -1,20 |
| Geboren in Nederland | -2,40 | -0,90 |
| 1) In de hoofdbaan van werknemers van 15 tot 75 jaar | ||
Lagere uurloon tweede generatie grotendeels verklaard door leeftijd
Het gemiddelde uurloon van de Chinese tweede generatie is 25,00 euro, terwijl het gemiddelde uurloon voor de rest van de bevolking 27,40 euro bedraagt. Het verschil in uurloon is voor 63 procent toe te schrijven aan verschillen in achtergrondkenmerken. Met andere woorden, als personen van de Chinese tweede generatie dezelfde kenmerken zouden hebben als de rest van de bevolking, dan zouden zij gemiddeld een uurloon hebben van 26,50 euro.
Van de achtergrondkenmerken in de analyse verklaart leeftijd bijna 85 procent van het feitelijke verschil in uurloon. De Chinese tweede generatie is veel jonger dan de rest van de Nederlandse bevolking (zie Hoofdstuk 1 Bevolking), wat ongunstig is voor hun uurloon. Als de Chinese tweede generatie dezelfde leeftijdsopbouw zou hebben als de rest van de bevolking, dan zou hun uurloon 2,00 euro hoger liggen.
De bedrijfstak waarin de Chinese tweede generatie werkzaam is speelt ook een rol in het loonverschil. Vergeleken met de rest van de bevolking werkt de Chinese tweede generatie veel vaker in de horeca, een bedrijfstak waar lonen lager liggen. Zij werken daarentegen minder vaak in de gezondheids- en welzijnszorg, een bedrijfstak waar de lonen hoger liggen. Als de Chinese tweede generatie in dezelfde bedrijfstakken zou werken als de rest van de bevolking, dan zou hun uurloon gemiddeld 25,60 euro zijn, dat is 0,60 euro hoger dan hun feitelijke uurloon.
Verschillen in studiestatus spelen een kleine rol in het verschil in uurloon tussen de Chinese tweede generatie en de rest van de bevolking. De Chinese tweede generatie is vaker nog schoolgaand kind of student, want ongunstig is voor hun uurloon. Als de Chinese tweede generatie dezelfde studiestatus zou hebben als de rest van de bevolking, dan zou het uurloon 0,40 euro hoger zijn. Geslacht hangt nauwelijks samen met het verschil in uurloon tussen de Chinese tweede generatie en de rest van de bevolking.
Ook opleidingsniveau, woonregio en stedelijkheid hangen samen met het uurloon van de Chinese tweede generatie. De Chinese tweede generatie is vaker hbo en wo opgeleid, woont vaker in zeer stedelijke gebieden en in Zuid-Holland en Noord-Holland. Maar als de Chinese tweede generatie hetzelfde opleidingsniveau zou hebben en in dezelfde regio’s en stedelijke gemeenten zou wonen als de rest van de bevolking, dan zou hun uurloon 1,60 euro lager zijn dan hun feitelijke uurloon.
Lager inkomen van personen van Chinese herkomst dan de totale bevolking
Wanneer we kijken naar het gestandaardiseerd inkomen in plaats van het uurloon, lijken de herkomstverschillen kleiner te zijn. Dit heeft deels te maken met de arbeidsduur. Zoals eerder is laten zien, werken personen van Chinese herkomst vaker 35 uur per week of meer dan de gemiddelde inwoner van Nederland, waardoor zij ondanks hun lagere uurloon toch een inkomen hebben dat dichter bij dat van de gemiddelde inwoner van Nederland ligt. Herkomstverschillen in het inkomen worden niet verklaard door verschillen in opleiding, leeftijd of studiestatus.
Het gestandaardiseerd inkomen van uit China gemigreerde mannen (35.654 euro) is hoger dan dat van mannen gemigreerd uit andere landen (35.283 euro), maar lager dan dat van de totale groep mannen in Nederland (42.747 euro). Dit patroon geldt ook voor uit China gemigreerde vrouwen en voor mannen van de Chinese tweede generatie. Het gestandaardiseerd inkomen van vrouwen van de Chinese tweede generatie (43.043 euro) is daarentegen hoger dan dat van vrouwen van de overig buitenlandse tweede generatie (38.991) en van de totale bevolking in Nederland (40.646). Herkomstverschillen worden niet verklaard door verschillen in opleiding, leeftijd of studiestatus.
| Herkomstregio | Generatie | Mannen (euro per jaar) | Vrouwen (euro per jaar) |
|---|---|---|---|
| Totale bevolking | 42747 | 40646 | |
| Nederland | 44644 | 42144 | |
| China | Geboren in Nederland | 41777 | 43043 |
| China | Geboren in buitenland | 35654 | 37900 |
| Buitenland (excl. China) | Geboren in Nederland | 40152 | 38991 |
| Buitenland (excl. China) | Geboren in buitenland | 35283 | 34925 |
Groter aandeel inkomen uit werk voor personen van Chinese herkomst
Het bruto-inkomen van personen van Chinese herkomst bestaat voor een groter deel uit inkomen uit werk dan bij personen van overige buitenlandse herkomst en de totale bevolking in Nederland. Dit geldt voor migranten en de tweede generatie en voor zowel mannen als vrouwen. Ook het deel van het bruto-inkomen dat afkomstig is uit een onderneming is groter voor mannen en vrouwen van Chinese herkomst dan voor mannen en vrouwen gemigreerd uit andere landen of de totale bevolking. Het aandeel inkomen uit inkomensverzekeringen is onder mannen en vrouwen van Chinese herkomst veel lager dan voor mannen en vrouwen van overig buitenlandse herkomst of de totale bevolking. Het aandeel inkomen uit sociale voorzieningen is voor mannen van Chinese herkomst lager dan dat voor mannen van overig buitenlandse herkomst maar hoger dan dat van de totale bevolking. Voor uit China gemigreerde vrouwen geldt dat het aandeel inkomen uit sociale voorzieningen lager is dan dat voor vrouwen gemigreerd uit andere landen, maar vergelijkbaar is met dat voor de totale bevolking. Voor vrouwen van de Chinese tweede generatie is het aandeel inkomen uit sociale voorzieningen lager dan dat voor vrouwen van de tweede generatie van overige buitenlandse herkomst en de totale bevolking. Ontvangen partneralimentatie maakt slechts een klein deel uit (tussen de 0 en 0,2 procent) van het bruto-inkomen en lijkt het laagst te zijn voor personen van Chinese herkomst.
| Herkomstregio | Generatie | Inkomen als werknemer (% van bruto-inkomen) | Inkomen als zelfstandige (% van bruto-inkomen) | Uitkering inkomensverzekering (% van bruto-inkomen) | Uitkering sociale voorziening (% van bruto-inkomen) | Ontvangen partneralimentatie (% van bruto-inkomen) |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Totale bevolking | 67,0 | 14,7 | 16,9 | 1,4 | 0,0 | |
| Nederland | 65,9 | 14,8 | 18,4 | 0,9 | 0,0 | |
| China | Geboren in Nederland | 76,6 | 18,2 | 3,4 | 1,9 | 0,0 |
| China | Geboren in buitenland | 73,7 | 19,0 | 5,7 | 1,6 | 0,0 |
| Buitenland (excl. China) | Geboren in Nederland | 68,6 | 15,9 | 13,1 | 2,5 | 0,0 |
| Buitenland (excl. China) | Geboren in buitenland | 72,0 | 13,4 | 11,1 | 3,5 | 0,0 |
| Herkomstregio | Generatie | Inkomen als werknemer (% van bruto-inkomen) | Inkomen als zelfstandige (% van bruto-inkomen) | Uitkering inkomensverzekering (% van bruto-inkomen) | Uitkering sociale voorziening (% van bruto-inkomen) | Ontvangen partneralimentatie (% van bruto-inkomen) |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Totale bevolking | 68,3 | 8,5 | 20,4 | 2,7 | 0,2 | |
| Nederland | 67,1 | 8,6 | 22,3 | 1,8 | 0,2 | |
| China | Geboren in Nederland | 83,1 | 10,7 | 4,2 | 2,0 | 0,0 |
| China | Geboren in buitenland | 74,4 | 16,7 | 6,0 | 2,7 | 0,1 |
| Buitenland (excl. China) | Geboren in Nederland | 71,8 | 9,0 | 15,2 | 3,8 | 0,2 |
| Buitenland (excl. China) | Geboren in buitenland | 71,7 | 7,4 | 14,6 | 6,2 | 0,1 |
Literatuur
Braamse, M., Cheung, J.S., Couzy, P., Ramaekers, M. en Tammen, E. (2022). De regionale economie 2021. CBS, Den Haag.