Samenvatting
| 2025 (%) | 2024 (%) | Bedrijven | |
|---|---|---|---|
| mkb business economy | 304,000 | ||
| Behoefte mkb | 15 | 16 | 45,700 |
| Behoefte micro | 13 | 14 | |
| Behoefte klein | 24 | 25 | |
| Behoefte midden | 25 | 27 | |
| Behoefte groot | 31 | 21 | |
| Waarom niet? Geen aanleiding | 48 | 44 | |
| Waarom niet? Intern | 31 | 31 | |
| Waarom niet? Geen groei | 9 | 9 | |
| Oriëntatie mkb | 78 | 82 | 35,400 |
| Oriëntatie micro | 75 | 83 | |
| Oriëntatie klein | 84 | 79 | |
| Oriëntatie midden | 82 | 83 | |
| Oriëntatie groot | 81 | 85 | |
| Waarom niet? Al bekend | 49 | 53 | |
| Waarom niet? Geen succes | 26 | 35 | |
| Waarom niet? Weet niet waar | 19 | 12 | |
| Aanvraag mkb | 67 | 59 | 27,100 |
| Aanvraag micro | 63 | 56 | |
| Aanvraag klein | 77 | 67 | |
| Aanvraag midden | 77 | 68 | |
| Aanvraag groot | 73 | 79 | |
| Waarom niet? Intern | 26 | 23 | |
| Waarom niet? Niet het juiste moment | 22 | 23 | |
| Waarom niet? Kosten | 15 | 14 | |
| Uitkomst mkb | 93 | 91 | 25,100 |
| Uitkomst micro | 91 | 88 | |
| Uitkomst klein | 95 | 95 | |
| Uitkomst midden | 96 | 99 | |
| Uitkomst groot | 100 | 100 | |
| gevolgen: geen uitbreiding | 55 | 62 | |
| gevolgen: geen vernieuwing | 34 | 33 | |
| gevolgen: geen personeel | 24 | 19 | |
| Vorm | |||
| Banklening | 41 | 33 | |
| Leasing | 20 | 20 | |
| Onderhandse lening | 12 | 13 | |
| Informele investeerders | 5 | 6 | |
| Rekeningcourant | 5 | 10 | |
| Anders | 16 | 19 | |
| Doel | |||
| Start, uitbreiding of vernieuwing | 89 | 90 | |
| Uitbreiding | 38 | 31 | |
| Wagenpark | 24 | 22 | |
| Onroerend goed | 22 | 20 | |
| Continuering | 60 | 65 | |
| Voorraden | 37 | 41 | |
| Overbruggen | 21 | 25 | |
| Herfinanciering | 17 | 15 | |
| * Bedrijven kunnen meerdere antwoorden geven, hier staan de drie meest genoemde opties. ** In de enquête kan gekozen worden voor meerdere subdoelen. Deze worden vervolgens gecategoriseerd naar hoofddoel. Per hoofddoel worden hier de drie meestvoorkomende subdoelen weergegeven. *** In de enquête konden bedrijven aangeven dat de financiering gezocht werd voor het over- bruggen van een moeilijke periode, hierin werd onderscheid gemaakt tussen overbruggen wegens coronavirus en overbruggen anders dan coronavirus. |
|||
Van alle bedrijven in het mkb in de business economy heeft 15 procent behoefte aan nieuwe externe financiering. Het gaat hierbij om vreemd vermogen of om eigen vermogen dat buiten het bedrijf of buiten het eigen geld van de ondernemer wordt gezocht. Van de bedrijven met een financieringsbehoefte zet 78 procent stappen om de mogelijkheden te verkennen en bij 11 procent zijn de mogelijkheden al bekend. Van deze 89 procent samen besluit vervolgens 67 procent om daadwerkelijk een financieringsaanvraag te doen. Daarvan is 93 procent succesvol: zij krijgen het aangevraagde bedrag geheel of ten dele. Cijfers uit de Financieringsmonitor 2025 zijn gebaseerd op de periode juli 2024 tot juli 2025. De opvallendste uitkomsten zijn als volgt:
Financieringsbehoefte mkb blijft stabiel, die van het grootbedrijf neemt toe
De behoefte aan nieuwe, externe financiering binnen het mkb blijft nagenoeg gelijk ten opzichte van de vorige meting. Toen had nog 16 procent van de bedrijven een externe financieringsbehoefte, dit jaar is dat 15 procent. De behoefte aan financiering hangt samen met de grootte van de onderneming: het microbedrijf heeft het minst vaak behoefte aan nieuwe externe financiering (13 procent). Het aandeel bedrijven met een financieringsbehoefte binnen het mkb blijft het grootst voor het middenbedrijf (25 procent), gevolgd door het kleinbedrijf (24 procent). Voor het grootbedrijf is een statistisch significante toename zichtbaar in de behoefte ten opzichte van vorig jaar: toen had nog 21 procent van deze groep bedrijven een externe financieringsbehoefte, dit jaar is dat 31 procent.
Bedrijven in de sectoren landbouw (23 procent) en nijverheid (21 procent) hebben het vaakst een externe financieringsbehoefte en bedrijven in de zakelijke dienstverlening het minst vaak (13 procent). Daarnaast hebben bedrijven tot vijf jaar oud vaker (19 procent) een financieringsbehoefte dan oudere bedrijven (14 procent). Dit is in lijn met de eerdere metingen. Bedrijven met een externe financieringsbehoefte hebben, ook net als in eerdere jaren, zowel een lagere solvabiliteit als liquiditeit dan bedrijven zonder deze behoefte. Zij kunnen dus minder goed voldoen aan hun betalingsverplichtingen op zowel lange als korte termijn.
De voornaamste reden voor bedrijven in het mkb om niet op zoek te gaan naar nieuwe financiering blijft dat er geen aanleiding was voor een financieringsbehoefte (48 procent). Nieuw dit jaar is dat bedrijven, wanneer van toepassing, naast de hoofdreden meerdere redenen konden aangeven voor het ontbreken van een financieringsbehoefte. De meerderheid van de bedrijven zonder financieringsbehoefte heeft daar één reden voor (84 procent). Twaalf procent heeft twee redenen en de overige bedrijven hebben drie of meer redenen om geen financieringsbehoefte te hebben.
Bank dit jaar vaker gebruikt als oriëntatie- en aanvraagkanaal
Het aandeel bedrijven binnen het mkb met een financieringsbehoefte dat zich georiënteerd heeft op de mogelijkheden (78 procent) is afgenomen ten opzichte van de vorige meting. Toen was dit nog 82 procent. Deze daling geldt voor alle grootteklassen behalve het kleinbedrijf. De afgelopen jaren daalde de populariteit van de bank als oriëntatiekanaal; in 2019 verkende nog 80 procent van de bedrijven hun mogelijkheden via de bank, dit daalde tot 56 procent in 2024. Dit jaar neemt dat aandeel voor het eerst weer toe, namelijk tot 64 procent. Vooral voor het klein-, midden- en grootbedrijf is de bank een vaak gebruikt kanaal om zich te oriënteren (in respectievelijk 77, 84 en 79 procent van de gevallen). Het microbedrijf oriënteert zich ook voornamelijk via de bank, al is dat iets minder vaak, namelijk in 58 procent van de gevallen. In vergelijking met andere grootteklassen oriënteert het microbedrijf zich relatief vaker via bekenden of zelf online. Wat betreft oriëntatiekanalen is enkel de bank in populariteit gestegen ten opzichte van de vorige meting. Alle andere oriëntatiekanalen werden minder vaak gebruikt.
Van de bedrijven in het mkb in de business economy die de eerste twee stappen van het proces hebben doorlopen of die al bekend waren met de mogelijkheden van financiering is het aandeel dat ten minste één financieringsaanvraag doet verder gestegen. Dit aandeel neemt toe van 51 procent in 2023 naar 59 procent in 2024 en 67 procent in 2025. De toename ten opzichte van de voorgaande meting is zichtbaar binnen alle grootteklassen binnen het mkb en is statistisch significant bij het kleinbedrijf. Daar is het aandeel tien procentpunt hoger dan in de vorige meting. Ook hier is de toename in populariteit van banken zichtbaar: ten opzichte van de vorige meting stijgt het aandeel bedrijven dat een aanvraag enkel doet bij een bancaire financier van 48 procent naar 56 procent.
In de huidige meting is voor het eerst meegenomen of er een financieel adviseur betrokken was bij de financieringsaanvraag. Dit is het geval bij bijna vier op de tien mkb-bedrijven in de business economy. De mate van betrokkenheid is hoger bij bedrijven die enkel een bancaire aanvraag hebben gedaan dan bij bedrijven die enkel een non-bancaire aanvraag hebben gedaan.
Kans dat financiering slaagt neemt verder toe
Het aandeel bedrijven met een financieringsbehoefte dat daadwerkelijk financiering weet aan te trekken is dit jaar het hoogst sinds het begin van de metingen. De slagingskans wordt berekend door het aandeel dat zich heeft georiënteerd of al bekend was met de mogelijkheden, vervolgens een aanvraag heeft gedaan en waarvan de aanvraag (deels) succesvol was met elkaar te vermenigvuldigen. Dat leidt dit jaar tot een slagingspercentage van 55 procent. De jaren hiervoor was dit percentage lager, namelijk 35 procent (2021), 44 procent (2022), 38 procent (2023) en 49 procent (2024). De toename ten opzichte van de vorige meting zit vooral in de groei van het aandeel bedrijven dat een aanvraag doet.
Toekomstverwachting van bedrijven rooskleuriger dan vorige meting
Van de bedrijven in het mkb verwacht 9 procent in de toekomst een financieringsbehoefte te hebben, dit is een statistisch significante daling ten opzichte van de afgelopen meting. Toen was dit aandeel nog 12 procent. Voor alle grootteklassen binnen het mkb is een afname zichtbaar. De afname is enkel bij het kleinbedrijf statistisch significant. Ook hier geldt een samenhang met de bedrijfsgrootte: hoe groter de onderneming, hoe hoger de verwachting dat er in de toekomst nieuwe externe bedrijfsfinanciering benodigd is. Ten opzichte van vorig jaar neemt het aandeel grote bedrijven dat een financieringsbehoefte verwacht juist toe en komt met 25 procent uit op het hoogste niveau sinds de start van de metingen in 2018.