Financieringsmonitor 2025

6. Aanvraag van externe financiering

Van de mkb-bedrijven in de business economy met een financieringsbehoefte die zich oriënteren op de mogelijkheden (of daarmee al bekend waren) is het aandeel dat daadwerkelijk een financieringsaanvraag doet toegenomen ten opzichte van vorig jaar. Dit is het tweede jaar op rij dat dit aandeel stijgt. Daarnaast is er een stijging van het aandeel bedrijven dat enkel een bancaire aanvraag doet. Bijna vier op de tien bedrijven maakt gebruik van een financieel adviseur bij het doen van een financieringsaanvraag. Voor bancaire aanvragen ligt dit aandeel hoger dan voor non-bancaire aanvragen. Het mediane aangevraagde bedrag is vooral bij het microbedrijf gestegen.

In dit hoofdstuk worden de resultaten van de derde stap in de zoektocht naar financiering door het bedrijfsleven verder uiteengezet. De analyses in dit hoofdstuk hebben betrekking op de bedrijven die de mogelijkheden van financiering hebben verkend én de bedrijven die daarmee al bekend waren en zich daarom niet nog eens georiënteerd hebben. De volgende figuur geeft de positie van dit hoofdstuk in het gehele proces weer. Wanneer er in dit hoofdstuk verder gesproken wordt over bedrijven die zich georiënteerd hebben omvat dit ook bedrijven die al bekend waren met de mogelijkheden, tenzij anders aangegeven.

6.0

6.1 Stijgende lijn in aandeel bedrijven dat financiering aanvraagt

Van de bedrijven in de business economy die de eerste twee stappen van het proces hebben doorlopen doet 67 procent ten minste één financieringsaanvraag. Dit percentage neemt nu al twee jaar op rij toe, van 51 procent in 2023 naar 59 procent in 2024 en 67 procent in 2025. Het verschil tussen de huidige en de vorige meting is niet statistisch significant.

6.1.1 Aandeel bedrijven met een externe financieringsbehoefte dat na oriëntatie een aanvraag doet1)
Categorie2025 (%)2025, marge (%)2024 (%)2024, marge (%)2023 (%)2023, marge (%)2022 (%)2022, marge (%)2021 (%)2021, marge (%)
Mkb67,160,4 - 73,758,951,6 - 66,251,243,6 - 58,756,349,5 - 63,251,743,5 - 59,9
Bedrijfsgrootte
Micro62,753,5 - 71,955,645,6 - 65,543,433,3 - 53,452,243,1 - 61,446,436,0 - 56,7
Klein76,870,8 - 82,966,859,6 - 74,066,659,5 - 73,664,556,9 - 72,166,659,9 - 73,4
Midden77,470,0 - 84,867,658,7 - 76,578,570,6 - 86,477,569,7 - 85,474,867,4 - 82,1
Groot73,562,5 - 84,579,267,1 - 91,381,670,1 - 93,170,757,3 - 84,086,776,6 - 96,9
1)Het gaat hier om 95%-betrouwbaarheidsinterval marges, zie de onderzoeksverantwoording voor meer toelichting op de weergegeven marges.

  • Alle grootteklassen behorend tot het mkb tonen ten opzichte van de vorige meting een stijging in het aandeel bedrijven dat een aanvraag doet na oriëntatie. Er zijn wel verschillende trends te zien. Bij het microbedrijf neemt het percentage nu twee jaar op rij toe. Bij het kleinbedrijf bleef het aandeel bedrijven dat een aanvraag deed in 2023 en 2024 ongeveer gelijk en stijgt dat dit jaar met tien procentpunt. Deze stijging is statistisch significant. Het aandeel middenbedrijven dat een aanvraag deed daalde in 2024 juist met 10 procentpunt ten opzichte van 2023 en is in de huidige meting weer op het niveau van 2023.
  • Waar het mkb een stijging laat zien, daalt het aandeel bedrijven binnen het grootbedrijf dat een aanvraag doet juist al twee jaar op rij: van 82 procent in 2023 en 79 procent in 2024 naar 73 procent in de huidige meting. Dit aandeel ligt nu lager dan het aandeel bij het klein- en middenbedrijf.
  • Binnen de sector onroerend goed is het aandeel bedrijven dat een aanvraag doet na oriëntatie het hoogst: 77 procent. Dit is gestegen ten opzichte van de afgelopen meting, toen nog 68 procent van deze bedrijven een aanvraag deed. Ook over de afgelopen vijf jaar toont deze bedrijfstak een stijgende lijn. De sector met het laagste aandeel bedrijven dat een aanvraag doet is informatie en communicatie: hier doet slechts 53 procent van alle mkb-bedrijven een aanvraag na oriëntatie, dit is ook nog eens zeven procentpunt minder dan in de vorige meting. Het ligt echter wel rond het gemiddelde over de afgelopen vijf jaar. Met uitzondering van de sector informatie en communicatie is bij elke sector het aandeel dat een aanvraag doet gestegen. Bij de sectoren zijn echter geen statistisch significante verschillen te zien ten opzichte van de vorige meting.
  • In deze meting ligt het aandeel jongere bedrijven dat een aanvraag doet dichtbij het aandeel oudere bedrijven (respectievelijk 66 procent en 68 procent). Tot en met de meting van 2023 lag het aandeel altijd hoger bij oudere bedrijven. Sindsdien is het beeld wisselend.
  • Bedrijven die zichzelf aanmerken als sociale onderneming doen het minst vaak één of meer financieringsaanvragen. Dit zijn er, net als in de vorige meting, slechts vier op de tien. Ook bedrijven die zichzelf aanmerken als dochteronderneming doen slechts in de helft van de gevallen een aanvraag. Hier was vorig jaar een uitschieter te zien (75 procent). Dit aandeel ligt nu weer meer in lijn met eerdere metingen.
  • De financiële gezondheid van bedrijven is vergelijkbaar tussen bedrijven die wel of geen financieringsaanvraag doen. De solvabiliteit is even hoog voor beide groepen bedrijven en de liquiditeit is iets hoger voor bedrijven die geen aanvraag doen na oriëntatie, maar dit verschil is niet statistisch significant.
  • Van de mkb-bedrijven die een aanvraag gedaan hebben, heeft 64 procent een enkele aanvraag gedaan, 19 procent heeft twee aanvragen gedaan en 17 procent heeft drie of meer aanvragen gedaan. Het gemiddelde aantal aanvragen neemt toe naarmate de grootteklasse van een bedrijf toeneemt. In de sector onroerend goed worden gemiddeld meer aanvragen gedaan per bedrijf dan in andere sectoren. Dochterondernemingen, sociale ondernemingen en startups doen van alle typen bedrijven gemiddeld de meeste aanvragen per bedrijf.

Redenen voor bedrijven om geen aanvraag te doen lopen uiteen

Een derde van de bedrijven in het mkb doet in dit stadium van het proces toch geen financieringsaanvraag. Dit aandeel neemt af sinds de meting van 2023. Bedrijven kunnen meerdere redenen hebben om niet over te gaan tot een aanvraag. De meest voorkomende reden om geen financieringsaanvraag te doen is dat er toch interne financiering gevonden kon worden (26 procent), gevolgd door dat het toch niet het juiste moment was voor een aanvraag (22 procent), het bedrijf niet afhankelijk wilde zijn van een financier (15 procent) of omdat de kosten te hoog waren (15 procent). Deze top 4 was ook te zien in de vorige meting.

Financieringsdoelen verschillen tussen bedrijven die al dan niet een aanvraag doen

Figuur 6.1.2 toont de hoofddoelen en de meest voorkomende financieringsdoelen per hoofddoel voor bedrijven die uiteindelijk wel of geen aanvraag hebben ingediend. Bedrijven kunnen meerdere doelen hebben voor hun beoogde financiering.

6.1.2 Financieringsdoelen voor bedrijven met een externe financieringsbehoefte die zich georiënteerd hebben, die wel of geen aanvraag hebben gedaan 1)
Category Geen aanvraag gedaan (%) Wel aanvraag gedaan (%)
Start, uitbreiding en vernieuwing 86 89
Uitbreiding 5138
Overige activa 18 12
Digitalisering 17 4
Onroerend goed 13 23
Wagenpark 12 23
Continuering7262
Voorraden en werkkapitaal 52 39
Overbruggen anders dan corona 17 14
Herfinanciering 13 16
1) Bedrijven kunnen meerdere financieringsdoelen tegelijk hebben. Van bedrijven die wel of geen aanvraag hebben gedaan is de top-3 subdoelen weergegeven per hoofddoel.

Van de bedrijven die geen aanvraag doen had 86 procent als hoofddoel start, uitbreiding of vernieuwing en 72 procent continuering van bedrijfsactiviteiten. Bedrijven die wel een aanvraag deden, hadden iets vaker (89 procent) als hoofddoel start, uitbreiding of vernieuwing en iets minder vaak (62 procent) continuering van bedrijfsactiviteiten. Meest voorkomende subdoelen bij bedrijven die geen aanvraag doen zijn voorraden en werkkapitaal (52 procent) en het investeren in uitbreiding van de bedrijfsactiviteiten (51 procent). Deze zijn hetzelfde als in de vorige meting. Ook bedrijven die wel een aanvraag doen hebben het vaakst deze twee doelen, met respectievelijk 39 procent en 38 procent. In de top 3 subdoelen bij start, uitbreiding en vernieuwing ontstaan echter verschillen. Zoals te zien in figuur 6.1.2 zijn de voornaamste subdoelen van bedrijven die geen aanvraag doen het investeren in uitbreiding, investeren in overige activa en digitalisering. Voor bedrijven die wel een aanvraag doen zijn dit het investeren in uitbreiding, wagenpark en onroerend goed.

6.2 Stijging aandeel bedrijven dat enkel bancaire financiering aanvraagt

Ten opzichte van de vorige meting stijgt het aandeel bedrijven dat een aanvraag enkel doet bij een bancaire financier van 48 procent naar 56 procent. De rest van de aanvragen worden gedaan bij enkel non-bancaire financiers zoals via crowdfunding, informele financiers of business angels (37 procent), of middels een mix van een bancaire en non-bancaire financiers (8 procent). In de vorige vijf metingen is het percentage bancaire aanvragen steeds in meer of mindere mate afgenomen. In de huidige meting is een opvallende stijging te zien waardoor het niveau van bedrijven dat een bancaire aanvraag doet weer vergelijkbaar is met de meting van 2021.

  • Binnen het mkb in de business economy vertonen alle drie de grootteklassen een stijging in het aandeel dat enkel een aanvraag deed bij een bancaire financier ten opzichte van de vorige meting. Het microbedrijf stijgt met 6 procentpunt naar 49 procent, het kleinbedrijf met 11 procentpunt naar 64 procent en het middenbedrijf stijgt met 12 procentpunt naar 79 procent. Het grootbedrijf vertoont juist een daling in het aandeel volledig bancaire financieringsaanvragen. Er is voor alle grootteklassen geen specifiek patroon te ontdekken over de afgelopen vijf jaar. Zoals in paragraaf 2.4 besproken neemt het aantal bancaire aanvragen in de bedragscategorie 250 duizend tot 1 miljoen euro toe. Daarnaast is er een toegenomen interesse in de bank als oriëntatiekanaal binnen het mkb. Ook in het aandeel bancaire aanvragen komt deze lijn weer terug voor alle grootteklassen binnen het mkb.
  • Het microbedrijf doet vaker enkel een aanvraag via een non-bancaire financier ten opzichte van alle andere grootteklassen: 42 procent van het microbedrijf kiest enkel voor een non-bancaire financier bij de meest recente financieringsaanvraag. Microbedrijven doen daarnaast ook vaker een aanvraag bij bancair en non-bancaire financiers tegelijk (9 procent) in vergelijking met andere grootteklassen.
  • Net als in eerdere metingen maakt de sector landbouw naar verhouding het vaakst enkel gebruik van een bancaire financier. Met uitzondering van de vorige meting deden jaarlijks meer dan acht op de tien landbouwbedrijven hun meest recente aanvraag via de bank. Binnen de business economy is het aandeel bij de sectoren handel, vervoer en horeca, nijverheid en onroerend goed het hoogst, waar ruim zes op de tien bedrijven de meest recente aanvraag enkel bij een bancaire financier heeft ingediend. De sectoren bouw en informatie en communicatie doen juist vaker enkel een non-bancaire aanvraag. Respectievelijk 50 en 54 procent van de meest recente aanvragen in deze bedrijfstakken deed zijn aanvraag enkel non-bancair.
  • Steevast deden ook oudere bedrijven vaker dan jongere bedrijven hun meest recente aanvraag enkel via de bank. Zes op de tien bedrijven ouder dan 5 jaar doen de laatste aanvraag enkel via een bancaire financier ten opzichte van vier op de tien bedrijven jonger dan 5 jaar.
  • De drie meest aangevraagde financieringsvormen zijn over de afgelopen metingen niet veranderd: Naast een banklening (gemiddeld 41 procent van het gevraagde bedrag), kiezen bedrijven in de meeste gevallen voor leasing (19 procent) of een onderhandse lening (11 procent).

Bijna vier op de tien bedrijven betrekt financieel adviseur bij aanvraag

In de huidige meting is voor het eerst meegenomen of er een financieel adviseur betrokken was bij de financieringsaanvraag. Meer dan zes op de tien mkb-bedrijven in de business economy betrekt hierbij geen financieel adviseur. Bij twee op de tien mkb-bedrijven is een advies uitgebracht door een financieel adviseur bij de aanvraag. Een zesde van alle bedrijven in het mkb liet de aanvraag volledig indienen door een financieel adviseur.

Er is weinig verschil tussen de grootteklassen zichtbaar in de mate waarin bedrijven de hulp van een adviseur inschakelen. Microbedrijven doen dat in 39 procent van de gevallen en in het kleinbedrijf en het middenbedrijf is dit respectievelijk 37 en 33 procent. Opvallend is dat mediane bedragen van financieringsaanvragen verschillen tussen bedrijven die wel of geen adviseur inschakelen: bij bedrijven die geen adviseur betrokken bij de aanvraag is het mediane bedrag 144 duizend euro, als er een advies is uitgebracht door een adviseur is dit 250 duizend euro en als de gehele aanvraag is ingediend door een adviseur is het mediane bedrag 409 duizend euro.

6.2.1 Financieel adviseur betrokken bij de financieringsaanvraag, type aanvraag
Category Niet betrokken (%) Advies uitgebracht (%) Aanvraag ingediend (%)
Totaal 62 21 17
Enkel bancaire aanvraag 53 23 24
Enkel non-bancaire aanvraag 78166

Zoals te zien in figuur 6.2.1 verschilt de mate van betrokkenheid van een financieel adviseur tussen bedrijven die enkel een bancaire aanvraag hebben gedaan en bedrijven die enkel een non-bancaire aanvraag hebben gedaan. Bij minder dan een kwart van de meest recente non-bancaire financieringsaanvragen is een financieel adviseur betrokken bij de aanvraag. Bij bancaire aanvragen wordt in bijna de helft van de gevallen een financieel adviseur ingeschakeld en bij bijna een kwart van de bancaire financieringsaanvragen wordt deze zelfs volledig ingediend door een financieel adviseur.

6.3 Mediane aangevraagde bedrag toont stijgende lijn voor microbedrijf

Het mediane20) bedrag dat het mkb in de business economy aan nieuwe externe financiering aanvroeg was 225 duizend euro. Dit komt in grote lijnen overeen met de meting van 2023 (toen was het 250 duizend euro), maar ligt een stuk hoger dan de meting van 2024 (150 duizend euro). Bij de berekening van het mediane aangevraagde bedrag is de samenstelling van de populatie van belang. Deze samenstelling verschilt tussen de metingen: dit hangt bijvoorbeeld af van welk type bedrijven een financieringsbehoefte hebben, vervolgens op zoek gaan en daadwerkelijk een aanvraag doen.21) Het is daardoor lastig om te spreken over een ontwikkeling van het mediane bedrag tussen twee metingen. Het is daarom beter om de trend op langere termijn te vergelijken.

  • Voor microbedrijven is er een consistente stijging te zien in de afgelopen vijf jaar. Het mediane door microbedrijven aangevraagde bedrag stijgt van 60 duizend euro in 2021 tot 120 duizend dit jaar. Bij het kleinbedrijf ligt het mediane bedrag op 300 duizend euro, met uitzondering van 2022 lag het rond dit niveau. Bij het middenbedrijf ligt het mediane bedrag op 1,1 miljoen euro. In de vorige meting was dit nog 2 miljoen en alle andere metingen zitten tussen deze bedragen. Het grootbedrijf vraagt doorgaans het grootste bedrag aan. In deze meting is dat 6,3 miljoen euro. Het aangevraagde bedrag loopt duidelijk op met bedrijfsgrootte.
  • Ook binnen de verschillende sectoren is geen specifieke trend te ontdekken. Bedragen schommelen jaar-op-jaar. Wel is zichtbaar dat mediane aangevraagde bedragen steevast het hoogst zijn in de sector onroerend goed. In de huidige meting is het mediane aangevraagde bedrag in de sector onroerend goed 850 duizend euro. Aangevraagde mediane bedragen zijn in de sector bouw in de huidige meting het laagst (123 duizend euro). Dit komt overeen met het beeld van eerdere metingen, waar in de meeste metingen de sector bouw het laagste mediane bedrag aanvraagt.
  • Voor bedrijven ouder dan 5 jaar is het mediane bedrag over het algemeen hoger dan voor bedrijven jonger dan 5 jaar. Op de lange termijn lijken de mediane bedragen te stijgen voor bedrijven ouder dan 5 jaar. Voor jongere bedrijven is eenzelfde trend niet te zien.