Financieringsmonitor 2025

8. Verwachte externe financieringsbehoefte

Het aandeel bedrijven in het mkb dat verwacht in de toekomst een externe financieringsbehoefte te hebben, is gedaald ten opzichte van de afgelopen metingen. Bedrijven die geen toekomstige externe financieringsbehoefte voorzien, verwachten daarnaast vaker over voldoende liquide middelen te beschikken om aan de korte termijn betalingsverplichtingen te voldoen en verwachten vaker een positief bedrijfsresultaat.

In dit hoofdstuk worden de resultaten van de laatste stap in de zoektocht naar financiering door het bedrijfsleven verder uiteengezet. Het gaat daarbij om de externe financieringsbehoefte in het komende jaar. De volgende figuur geeft de positie van dit hoofdstuk in het gehele proces weer. De analyses in dit hoofdstuk hebben weer betrekking op alle bedrijven.

8.0

8.1 Verwachte financieringsbehoefte daalt

Van de bedrijven in het mkb in de business economy verwacht 9 procent in de periode van juli 2025 tot juli 2026 een financieringsbehoefte te hebben. Hierbij worden bedrijven die aangeven nog niet te weten of zij een financieringsbehoefte zullen hebben, uitgesloten. Het betreft een statistisch significante afname van 3 procentpunt ten opzichte van de vorige meting. In de afgelopen drie jaren, bleef dit aandeel nagenoeg stabiel.

8.1.1 Aandeel bedrijven met een verwachte toekomstige externe financieringsbehoefte1)
Categorie2025 (%)2025, marge (%)2024 (%)2024, marge (%)2023 (%)2023, marge (%)2022 (%)2022, marge (%)2021 (%)2021, marge (%)
Mkb9,37,9 - 10,612,010,1 - 13,911,69,7 - 13,511,810,1 - 13,512,510,3 - 14,7
Bedrijfsgrootte
Micro8,16,5 - 9,710,58,2 - 12,710,48,1 - 12,69,87,8 - 11,812,09,4 - 14,7
Klein14,311,9 - 16,718,815,9 - 21,716,714,0 - 19,420,917,8 - 24,015,112,7 - 17,5
Midden17,914,7 - 21,220,016,2 - 23,819,415,8 - 23,022,518,7 - 26,313,410,7 - 16,2
Groot24,519,1 - 29,919,113,9 - 24,416,311,3 - 21,416,911,8 - 21,919,314,0 - 24,7
1)Het gaat hier om 95%-betrouwbaarheidsinterval marges, zie de onderzoeksverantwoording voor meer toelichting op de weergegeven marges.

  • Voor alle grootteklassen binnen het mkb is een afname zichtbaar. De afname is enkel bij het kleinbedrijf statistisch significant. In die grootteklasse is de afname met 5 procentpunt dan ook het grootst. In tegenstelling tot het mkb, nam het aandeel bedrijven met een verwachte toekomstige financieringsbehoefte bij het grootbedrijf juist toe (5 procentpunt). Deze verschuiving is echter niet statistisch significant vanwege de grotere betrouwbaarheidsmarges.
  • De informatie en communicatie en landbouw bleven de sectoren met de hoogste aandelen bedrijven die een toekomstige financieringsbehoefte verwachten (respectievelijk 15 en 14 procent). Ook bij deze sectoren was sprake van een daling ten opzichte van vorig jaar. De daling was met 5 procentpunt het grootst in de sector handel, vervoer en horeca, waar het aandeel vanaf 2021 rond de 13 procent schommelde. Bedrijven in deze sector voorzien dit jaar het minst vaak een toekomstige financieringsbehoefte. Samen met de sector nijverheid (waar het aandeel met 4 procentpunt afnam), waren dit de enige sectoren met een statistisch significante verschuiving ten opzichte van het vorige jaar.
  • Net als de afgelopen jaren, is het aandeel bedrijven dat een toekomstige financieringsbehoefte verwacht groter bij jongere bedrijven (13 procent) dan bij oudere bedrijven (8 procent). Beide daalden ten opzichte van vorig jaar, maar het verschil tussen de leeftijdscategorieën bleef gelijk.
  • In de vorige meting gaven bedrijven die in de fase uitbouw of opschalen na start van de onderneming zaten veel vaker aan een financieringsbehoefte te verwachten dan het jaar daarvoor. Dit jaar nam dit aandeel weer af tot het oude niveau en daalde met 19 procentpunt. Samen met de levensfases uitbreiding en overleven, bleven dit de fases waarin het aandeel bedrijven met een verwachte toekomstige financieringsbehoefte het grootst is.
  • Startups verwachten dit jaar weer veel minder vaak een toekomstige financieringsbehoefte dan een jaar eerder (23 procent), toen sprake was van een grote toename tot 38 procent. Onder de andere typen bedrijven was dit jaar ook sprake van een afname. Enkel bij bedrijven die zich typeren als sociale onderneming, nam het aandeel licht toe (1 procentpunt). Vorig jaar nam het aandeel daar nog met 13 procentpunt af en herstelde daarmee naar het niveau van voorgaande jaren.

8.2 Mkb zonder verwachte financieringsbehoefte positiever over verwachte financiële ontwikkeling

Van de bedrijven met een financieringsbehoefte in de periode van juli 2024 tot juli 2025 voorziet 44 procent in de periode van juli 2025 tot juli 2026 ook een financieringsbehoefte te hebben. Vorig jaar betrof dit nog iets meer dan de helft van de bedrijven en lag het aandeel nog 8 procentpunt hoger. Van de bedrijven in de huidige meting zonder financieringsbehoefte, verwacht slechts 4 procent deze behoefte in de toekomst te hebben.

Van de bedrijven in de huidige meting die niet succesvol waren in hun aanvraag verwacht een groter deel een toekomstige financieringsbehoefte te hebben, dan de bedrijven die (deels) succesvol waren in hun aanvraag. Voor acht op de tien bedrijven waarvan de aanvraag niet tot financiering leidde, geldt dat zij verwachten een toekomstige financieringsbehoefte te hebben. Vorig jaar betrof dit nog zeven op de tien bedrijven. Voor de bedrijven met een (deels) succesvolle aanvraag, nam het aandeel juist met 10 procentpunt af tot 35 procent. Het verschil tussen deze bedrijfsgroepen is dus toegenomen ten opzichte van de vorige metingen.

De verwachte financieringsbehoefte houdt verband met het verwachte bedrijfsresultaat. Figuur 8.2.1 laat het verschil zien tussen de verwachte bedrijfsresultaten van bedrijven met en zonder verwachte financieringsbehoefte. In de figuur is te zien dat bedrijven die geen toekomstige financieringsbehoefte verwachten in de periode van juli 2025 tot juli 2026, ook vaker verwachten dat het bedrijf winstgevend zal zijn (72 procent), ten opzichte van de bedrijven met een verwachte financieringsbehoefte (61 procent). De verdeling van de verwachte bedrijfsresultaten van bedrijven met een verwachte toekomstige financieringsbehoefte verschilt statistisch significant ten opzichte van bedrijven zonder verwachte financieringsbehoefte.

8.2.1 Verwachte winstgevendheid van mkb-bedrijven met of zonder verwachte toekomstige financieringsbehoefte
categorie,Winst,Verlies,Gelijk resultaat,Weet niet Mkb,67,6,14,13 Verwachte behoefte,58,15,24,3 Geen verwachte behoefte,72,5,13,11Winst (%)Verlies (%)Gelijk resultaat (%)Weet niet (%)
Mkb6761413
Verwachte behoefte5815243
Geen verwachte behoefte7251311

Bedrijven die verwachten een toekomstige financieringsbehoefte te hebben, hebben niet alleen vaker een negatieve verwachting over hun bedrijfsresultaat, ook zijn zij gemiddeld minder positief over hun liquiditeitspositie voor het komende jaar. Van de bedrijven met een verwachte financieringsbehoefte, geeft 74 procent aan te verwachten over voldoende liquide middelen te beschikken om te voldoen aan de korte termijn betalingsverplichtingen in de periode van juli 2025 tot juli 2026, een stijging van 5 procentpunt ten opzichte van vorig jaar. Voor de bedrijven zonder toekomstige financieringsbehoefte ligt dit aandeel aanzienlijk hoger (93 procent). Dit aandeel steeg met 2 procentpunt ten opzichte van vorig jaar. De verdeling van de voorziene liquiditeit van bedrijven met een verwachte financieringsbehoefte wijkt statistisch significant af van de verdeling van de voorziene liquiditeit van bedrijven zonder verwachte financieringsbehoefte.

8.2.2 Verwachte toekomstige liquiditeit van mkb bedrijven met of zonder verwachte toekomstige financieringsbehoefte
Category,Voldoende,Onvoldoende,Weet niet Mkb,86, 2, 11 Verwachte behoefte,74, 13, 13 Geen verwachte behoefte,93, 1, 6 Voldoende (%)Onvoldoende (%)Weet niet (%)
Mkb86 2 11
Verwachte behoefte74 13 13
Geen verwachte behoefte93 1 6

Daarnaast hangt het succes van een aanvraag samen met het verwachte bedrijfsresultaat en de verwachte liquiditeit. Van bedrijven met een (deels) succesvolle aanvraag verwacht 83 procent over voldoende liquide middelen te zullen beschikken, onder bedrijven zonder succesvolle aanvraag betreft dit 72 procent. Voor zowel de bedrijven met een (deels) succesvolle aanvraag als bedrijven waarbij de aanvraag in het geheel niet tot financiering heeft geleid, is het aandeel gestegen ten opzichte van vorig jaar, de stijging is het grootst bij de bedrijven waarvan de aanvraag niet succesvol was (10 procentpunt).

Net als vorig jaar, verwacht driekwart van de bedrijven met een (deels) succesvolle aanvraag volgend jaar een positief bedrijfsresultaat. In tegenstelling tot vorig jaar is dit aandeel gelijk voor bedrijven die geen succesvolle aanvraag hadden. Bij de bedrijven zonder succesvolle aanvraag steeg het aandeel met 7 procent ten opzichte van vorig jaar.