Financieringsmonitor 2025

3. De zoektocht naar financiering

De komende hoofdstukken beschrijven de zoektocht van ondernemers naar nieuwe externe bedrijfsfinanciering. Deze zoektocht is een proces dat uit verschillende stappen bestaat. Keuzes en afwegingen die bedrijven in iedere stap maken, komen aan bod. Dit hoofdstuk biedt een leeswijzer voor die zoektocht. Het staat stil bij de manier waarop de rest van de monitor is opgebouwd, bij de onderzoekspopulatie en de verschillende typen bedrijven die worden onderscheiden. Dit hoofdstuk neemt ook al een voorschot op de belangrijkste uitkomsten en sluit af door de beschikbaarheid van externe financiering in perspectief te plaatsen ten opzichte van andere uitdagingen voor de bedrijfsvoering.

3.1 Het aantrekken van financiering als proces

In deze monitor wordt het gehele traject van behoefte tot daadwerkelijk aantrekken van externe financiering beschouwd als een proces dat uit een aantal stappen bestaat. Als eerste is er een mogelijke behoefte aan financiering. Als tweede is er de fase van oriëntatie. Ondernemers met een serieuze behoefte zetten stappen om informatie in te winnen over hun mogelijkheden. Als derde volgt een echte aanvraag als die kansrijk lijkt tijdens de oriëntatie en als vierde is er de uitkomst van de aanvraag. Die vier stappen hebben in deze monitor allemaal betrekking op de periode van 1 juli 2024 tot 1 juli 2025. Tot slot is er nog een vijfde stap: de verwachte behoefte aan financiering in de toekomst. Het gaat dan om de periode 1 juli 2025 tot 1 juli 2026. Dit gehele proces ziet er als volgt uit:

3.1.1

Het gaat in deze monitor steeds om nieuwe externe financiering. Dat zijn alle vormen van vreemd vermogen en extern eigen vermogen. Voorbeelden van extern eigen vermogen zijn vormen van crowdfunding met aandelen of private equity. Het gaat dus niet om intern eigen vermogen. Dat is financiering uit het bedrijfsresultaat of als een ondernemer beroep doet op zijn of haar eigen middelen. 

Steeds specifiekere resultaten verder in het proces

Niet elk bedrijf heeft behoefte aan nieuwe externe financiering. Niet alle bedrijven met een financieringsbehoefte gaan ook daadwerkelijk op zoek of doen een aanvraag. Er is daarom sprake van een trechterwerking waardoor er in iedere stap minder bedrijven overblijven. In termen van de enquête waar de monitor op gebaseerd is: vragen worden steeds specifieker naarmate het proces van de zoektocht vordert en de steekproef wordt dus steeds kleiner.

Ter illustratie: van de onderzoekspopulatie heeft 15 procent een financieringsbehoefte. Van die bedrijven met een financieringsbehoefte verkent 78 procent ook echt de mogelijkheden om financiering aan te trekken. Het is ook mogelijk om bedrijven die zich oriënteren te relateren aan de totale populatie. Op deze wijze uitgedrukt, heeft 12 procent van alle bedrijven zich georiënteerd op financiering.16) Daarnaast is 11 procent van de bedrijven met een financieringsbehoefte al bekend met de financieringsmogelijkheden. Dit komt overeen met afgerond twee procent van de onderzoekspopulatie. In figuur 3.1.2 wordt voor het mkb in de business economy gevisualiseerd hoe deze trechter eruitziet. Hierin wordt duidelijk dat het aantal bedrijven steeds kleiner wordt in iedere verdere stap van de zoektocht.

3.1.2 Trechterwerking zoektocht naar financiering (juli 2024 – juli 2025)3.1.2 Trechterwerking zoektocht naar financiering (juli 2024 – juli 2025)Mkb business economy 304 000Wel behoefte 15%Wel verkenning 78%Geen behoefte85% Geen verkenning 22%Al bekend met de mogelijkheden 11%Wel aanvraag 67%Ontvangen 93%Geen aanvraag 33%Niet ontvangen 7%Succesvolle bedrijven 25 100Oriëntatie3.1.2Trechterwerking zoektocht naar financiering (juli 2024 – juli 2025)AanvraagUitkomst
3.1.2 Trechterwerking zoektocht naar financiering (juli 2024 – juli 2025)
Categorie % Bedrijven
Mkb business economy 307 000
Wel behoefte 16
Geen behoefte 84
Wel verkenning 82
Geen verkenning 18
Al bekend met mogelijkheden 9
Wel aanvraag 59
Geen aanvraag 41
Toegekend 91
Afgewezen 9
Succesvolle bedrijven 24 400

3.2 Beschrijving onderzoekspopulatie

De hoofdpopulatie van de monitor bestaat uit alle bedrijven in het mkb in de business economy. Het mkb bestaat uit bedrijven met minder dan 250 werkzame personen. Er wordt daarnaast een ondergrens van twee werkzame personen gehanteerd; zzp’ers behoren dus niet tot de onderzoekspopulatie. De business economy komt ruwweg neer op de marktgerichte bedrijfstakken (dus bijvoorbeeld zonder overheid) en exclusief de landbouw en de financiële dienstverlening.17) Als er in de monitor uitkomsten genoemd worden zonder verdere specificering (bijvoorbeeld naar grootteklasse) hebben ze altijd betrekking op het gehele mkb in de business economy, vanaf twee werkzame personen. De populatie van de Financieringsmonitor is bepaald op basis van het Algemeen Bedrijven Register (ABR) met als peilmaand juni 2025. Op dat moment bestond het mkb in de business economy met minstens twee werkzame personen uit ongeveer 304 duizend bedrijven.

Hoewel de landbouw geen onderdeel vormt van de business economy, zijn er soms toch aparte uitkomsten voor deze sector opgenomen. De enquête is namelijk wel in die sector uitgezet om een zo compleet mogelijk beeld te krijgen. De resultaten voor de landbouw zijn echter niet verwerkt in de totaalcijfers. Hetzelfde geldt voor het grootbedrijf dat is opgenomen als benchmark voor het mkb.

Binnen het mkb worden de grootteklassen micro-, klein- en middenbedrijf onderscheiden. De grootteklasse microbedrijf is veruit de grootste qua aantallen bedrijven. De resultaten van het microbedrijf zullen dan ook vaak dichter bij die van het gehele mkb liggen dan de resultaten van het kleinbedrijf en het middenbedrijf.

3.3 Interpretatie van resultaten in de monitor

De Financieringsmonitor bevat voornamelijk uitkomsten voor het gehele mkb in de business economy. Die uitkomsten zijn gebaseerd op een steekproef onder ongeveer 10 700 bedrijven in die doelpopulatie, aangevuld met het grootbedrijf en bedrijven actief in de landbouw. Dit leidt tot grofweg 5 600 respondenten. Door middel van weging en ophoging zijn de uitkomsten representatief voor de gehele populatie. Er vindt weging plaats naar werkgelegenheid.

Marges

In deze monitor wordt regelmatig de vergelijking gemaakt met cijfers uit de vorige editie van de Financieringsmonitor. De uitkomsten zijn schattingen op basis van de steekproef. Er zit een bepaalde onzekerheid rondom die geschatte waarde. Dit zijn de 95%-betrouwbaarheidsintervallen waarbinnen de uitkomsten vallen. Dat wil zeggen dat bij herhaling van de enquête de geschatte uitkomst in 95 procent van de gevallen binnen dat interval ligt. Betrouwbaarheidsmarges zijn in de monitor opgenomen voor de vijf voornaamste indicatoren.

In de betreffende figuren in de volgende hoofdstukken zijn marges met gekleurde staafjes aangegeven. Voor alle andere indicatoren in de monitor is deze detailinformatie niet gegeven. Dat is gedaan met het oog op de leesbaarheid. Ook bevatten veel vragen in de monitor veel antwoordcategorieën of is een vraag alleen gesteld aan een specifieke subpopulatie waardoor het aantal respondenten erg klein wordt. Verschillen tussen jaren en groepen bedrijven op deze indicatoren moeten dan ook voorzichtig geïnterpreteerd worden.

Om te bepalen of er voor de vijf voornaamste indicatoren tussen twee groepen of tussen twee jaren een statistisch significant verschil bestaat, moet er een statistische test worden uitgevoerd. Deze test houdt rekening met de onzekerheid rondom beide geschatte waarden.18) In de huidige meting zijn er bij de uitsplitsing naar grootteklasse een aantal statistisch significante verschillen te zien ten opzichte van de vorige meting. Bij het grootbedrijf is het aandeel met een financieringsbehoefte statistisch significant gestegen. Bij het kleinbedrijf is het aandeel dat een aanvraag heeft gedaan statistisch significant gestegen en het aandeel met een toekomstige financieringsbehoefte statistisch significant gedaald. Voor het mkb als geheel is het aandeel met een toekomstige financieringsbehoefte ook statistisch significant gedaald.

3.4 Uitdagingen voor bedrijven: toegang tot financiering in perspectief

Bedrijven krijgen op veel vlakken te maken met uitdagingen voor de bedrijfsvoering. Deze uitdagingen kunnen een belemmering vormen voor de bedrijfsprestaties. Voor het mkb in de business economy vormden gestegen kosten wederom de meest voorkomende belemmering. Net als vorig jaar waren hierna het vinden van gekwalificeerd personeel en de wet- en regelgeving de uitdagingen die door het grootste aandeel bedrijven als belemmerend werden ervaren.

Voor meer dan de helft van de bedrijven (53 procent) vormden gestegen kosten in meer of mindere mate een belemmering voor de bedrijfsprestaties. Dit aandeel is stabiel gebleven ten opzichte van vorig jaar. De inflatie daalde licht, maar was in deze periode nog steeds hoog. In tegenstelling tot voorgaande twee jaren bleef de inflatie wel relatief stabiel. In 2022 en 2023, jaren die zich kenmerkten door hoge inflatie zoals blijkt in hoofdstuk 2, was het percentage bedrijven dat in meer of mindere mate belemmerd werd door gestegen kosten nog respectievelijk 57 en 60 procent.

Voor 44 procent van de bedrijven vormde het vinden van gekwalificeerd personeel in meer of mindere mate een belemmering. Ook dit percentage is nagenoeg gelijk gebleven aan vorig jaar (43 procent).

Wet- en regelgeving vormde dit jaar vaker een uitdaging voor het mkb. Voor 34 procent van de bedrijven was dit een belemmering, een toename van drie procentpunt ten opzichte van vorig jaar. Voor het mkb was dit de uitdaging waarvoor het aandeel belemmerde bedrijven, gemeten in procentpunt het hardst steeg.

3.4.1 Uitdagingen voor de bedrijfsvoering voor het mkb en grootbedrijf in de business economy1)
CategoryHeel belemmerend (%)Belemmerend (%)Neutraal (%)Niet belemmerend (%)Helemaal niet belemmerend (%)
Concurrentie
Mkb415432117
Groot12851137
Kosten
Mkb124128118
Groot3543435
Vraag
Mkb416412416
Groot52740217
Financiering
Mkb48422324
Groot15343427
Personeel
Mkb1529301314
Groot13453364
Digitalisering
Mkb18432920
Groot11152307
Ketenmacht
Mkb28452421
Groot18473312
Regelgeving
Mkb1024391512
Groot52251157
internationalisering
Mkb13462427
Groot11443618
Verduurzaming
Mkb29422818
Groot11248337
Innovatie
Mkb16482520
Groot14443813
Coronavirus schulden
Mkb44272144
Groot11222651
Onrust mondiaal
Mkb416421720
Groot226431810
1) De uitkomsten in deze figuur zijn gebaseerd op alle deelnemers aan de Financieringsmonitor in de business economy, dus ook bedrijven zonder financieringsbehoefte.

  • Gestegen kosten worden net als vorig jaar onder het microbedrijf door een kleiner aandeel als belemmerend ervaren (51 procent) dan onder het klein-, midden- en grootbedrijf (62, 65 en 57 procent respectievelijk). In de landbouw betreft dit 70 procent van de bedrijven, een toename van 13 procent ten opzichte van vorig jaar. Ook in de sectoren handel, vervoer en horeca en nijverheid is dit aandeel relatief hoog, respectievelijk 60 en 57 procent. De grootste afname was bij sociale ondernemingen (van 67 naar 50 procent). De grootste toenamen waren zichtbaar bij dochterbedrijven (van 50 naar 63 procent) en snelgroeiende bedrijven (van 46 naar 57 procent). Vorig jaar was voor deze bedrijfstypen nog de grootste afname zichtbaar.
  • Met name binnen het midden- en grootbedrijf was het vinden van gekwalificeerd personeel makkelijker dan vorig jaar. Het aandeel bedrijven dat dit als belemmering ziet, is bij het grootbedrijf met 10 procentpunt gedaald naar 57 procent, bij het middenbedrijf was de daling 7 procentpunt naar 63 procent. Voor het microbedrijf blijft het aandeel bedrijven dat het vinden van gekwalificeerd personeel als belemmerd ervaart het kleinst, maar hier was wel sprake van een toename van twee procentpunt (van 39 naar 41 procent). Voor het klein- en middenbedrijf blijft meer dan zes op de tien bedrijven dit als een belemmering ervaren. Voor dochterbedrijven en snelgroeiende bedrijven wordt het vinden van gekwalificeerd personeel relatief door het grootste aandeel als een belemmering ervaren. De grootste toenamen dit jaar waren ook onder de dochterbedrijven (van 49 naar 62 procent) en snelgroeiende bedrijven (van 52 naar 66 procent). Op sectorniveau was de afname het grootste bij de bedrijven in de informatie en communicatie (van 40 naar 33 procent). In de bouw bleef dit aandeel het grootst, ruim 57 procent van deze bedrijven in deze sector gaf aan dit als een belemmering te ervaren. De bouwnijverheid is tevens de bedrijfstak met de hoogste vacaturegraad in 2024 en de eerste helft van 2025 (CBS, 2025q). Ook is het vinden van gekwalificeerd personeel voor bedrijven van vijf jaar of ouder onder een groter aandeel (48 procent) een probleem dan voor bedrijven jonger dan vijf jaar (34 procent).
  • Met name bij het microbedrijf steeg het aandeel bedrijven dat wet- en regelgeving als belemmerend ervaart, namelijk met 4 procentpunt. Vorig jaar nam het aandeel door wet- en regelgeving belemmerde bedrijven alleen voor innovatieve bedrijven toe en nam dit voor de andere type bedrijven juist af of bleef het aandeel gelijk. Dit jaar zien we een ander beeld: voor de meeste typen bedrijven is dit juist toegenomen. De grootste toename is zichtbaar bij snelgroeiende bedrijven, het aandeel groeide in een jaar tijd van 30 naar 45 procent. Ook bij startups, dochterbedrijven en familiebedrijven was de toename relatief groot. Met name voor de landbouw vormt wet- en regelgeving voor veel bedrijven een belemmering (63 procent). Daaropvolgend zijn de sectoren handel, vervoer en horeca en onroerend goed en reparatie. Daar ervaart meer dan een derde van de bedrijven (35 procent) dit als belemmering. Net als vorig jaar werd dit door jongere bedrijven minder vaak als belemmering ervaren.

Voor de resterende uitdagingen valt het volgende op:

  • Het verschil tussen het mkb en grootbedrijf is het grootst voor de uitdagingen concurrentie, tegenvallende vraag en het vinden van gekwalificeerd personeel. Zo ervaart 30 procent van de grootbedrijven concurrentie als een belemmering, bij het mkb is dit slechts 20 procent. Bij tegenvallende vraag zien we een verschil van 13 procentpunt: 32 procent van de grootbedrijven en 19 procent van het mkb zien dit als belemmering.
  • Coronaschulden laten een verdere dalende trend zien en worden minder dan in de vorige meting als een belemmering ervaren voor de bedrijfsprestaties van zowel het mkb als het grootbedrijf.
  • Mondiale onrust wordt door een vijfde van de bedrijven als belemmering ervaren, dit is ongeveer gelijk gebleven ten opzichte van vorig jaar. Voor dochter- en innovatieve bedrijven steeg het aandeel met 8 procentpunt relatief veel ten opzichte van vorig jaar, naar respectievelijk 35 en 37 procent.

Minder vaak belemmeringen rond toegang tot financiering

Bedrijven in het mkb worden voor een kleiner deel dan vorig jaar belemmerd door uitdagingen met betrekking tot de toegang tot financiering. Nu ervaart ongeveer 12 procent van de bedrijven in het mkb dit in meer of mindere mate als belemmering voor de bedrijfsprestaties. Vorig jaar was dit zo’n 15 procent.

  • De uitdaging toegang tot financiering wordt door het grootste aandeel als belemmerend ervaren onder het micro- en kleinbedrijf (12 procent). Het aandeel loopt af naarmate bedrijven groter worden: het betreft 9 procent voor het middenbedrijf en 5 procent voor het grootbedrijf.
  • Met uitzondering van de landbouw komt deze uitdaging in alle sectoren minder voor dan in de vorige meting. In de landbouw steeg het aandeel juist met 3 procentpunt. In deze sector ervaart 24 procent van de bedrijven dit als uitdaging, dat percentage is hoger dan in alle andere sectoren.
  • Uitgesplitst naar bedrijfstype zien we een flinke afname bij de snelgroeiende bedrijven (een afname van 9 procentpunt tot 15 procent) en de startups (een afname van 12 procentpunt tot 21 procent). Enkel bij dochterondernemingen was een kleine toename van één procentpunt te zien.
  • Sociale ondernemingen, innovatieve bedrijven en startups zijn de typen bedrijven met het grootste aandeel bedrijven dat dit als belemmering ervaart (respectievelijk 24, 23 en 21 procent).
  • Voor bedrijven jonger dan vijf jaar is het aandeel dat uitdagingen rond financiering als belemmering ervaart hoger (14 procent) dan voor bedrijven ouder dan vijf jaar (11 procent).

Driekwart van de bedrijven in het mkb ervaart één of meer uitdagingen als belemmerend

Voor de bedrijven in het mkb geldt dat een kwart van de bedrijven geen van de uitdagingen in meer of mindere mate als belemmerend ervaart voor de bedrijfsvoering. De grote meerderheid van de bedrijven ervaart dus wel één of meer van de uitdagingen als belemmering. Voor 18 procent van de bedrijven geldt zelfs dat vijf of meer van de uitdagingen een belemmering vormen.

Van alle grootteklassen hebben bedrijven in het microbedrijf het minst last van belemmeringen, 27 procent van deze bedrijven heeft geen last van belemmeringen. In deze grootteklasse is het aandeel bedrijven zonder belemmeringen het grootst: ruim 10 procentpunt boven het klein- en middenbedrijf (respectievelijk 16 en 14 procent). Uitgesplitst naar sectoren is dit aandeel het hoogst bij het onroerend goed en reparatie (39 procent). Tevens ligt dit aandeel hoger bij jongere dan bij oudere bedrijven (respectievelijk 28 en 24 procent). Bij de typen dochter- en snelgroeiende bedrijven is het aandeel dat geen van de uitdagingen als belemmerend ervaart relatief laag (respectievelijk 16 en 14 procent).

3.4.2 Aandeel bedrijven in het mkb, naar aantal uitdagingen dat als belemmerend wordt ervaren
CategoriePercentage (%)
Geen 25
Één15
Twee 17
Drie 14
Vier 12
Vijf of meer18

Voor de drie meest voorkomende uitdagingen: gestegen kosten, het vinden van gekwalificeerd personeel en wet- en regelgeving, is gekeken naar het aandeel bedrijven dat één van deze uitdagingen, twee of alle drie de uitdagingen in meer of mindere mate als belemmerend ervaart. Voor drie op de tien bedrijven in het mkb vormt geen van deze uitdagingen en belemmering. Het aandeel bedrijven dat alle drie de uitdagingen als belemmerend ervaart is 17 procent. Iets meer dan de helft van de bedrijven ervaart één of twee van deze uitdagingen als belemmerend (respectievelijk 26 en 28 procent). Het vinden van gekwalificeerd personeel en gestegen kosten komen het vaakst samen voor (31 procent). De uitdagingen wet- en regelgeving en het vinden van gekwalificeerd personeel komen het minst vaak samen voor (21 procent).