Financieringsmonitor 2025

7. Uitkomst van financieringsaanvraag

Van de bedrijven die een aanvraag deden, was het aandeel dat de aanvraag (deels) toegekend kreeg iets hoger dan in de vorige meting. Sinds 2022, na de coronaperiode, is het aandeel toegekende aanvragen steeds hoog gebleven. Alle grootteklassen hebben een hoog aandeel toegekende aanvragen, waarbij het aandeel toeneemt met grootteklasse. Kosten voor financiering nemen weer af na een stijging in de afgelopen jaren, en lijken hiermee het beeld van de ECB-rente te volgen.

In dit hoofdstuk worden de resultaten van de vierde stap in de zoektocht naar financiering door het bedrijfsleven verder uiteengezet. De analyses in dit hoofdstuk hebben betrekking op de bedrijven die daadwerkelijk een financieringsaanvraag hebben gedaan. Eerst wordt ingegaan op de verschillende mogelijke uitkomsten van de financieringsaanvraag. Vervolgens wordt ingezoomd op de kosten en financieringsvoorwaarden voor bedrijven met een succesvolle aanvraag. Daarna wordt afgesloten met bedrijven waarvan de aanvraag niet is gelukt. De volgende figuur geeft de positie van dit hoofdstuk in het gehele proces weer.

7.0

7.1 Aandeel bedrijven dat succesvol is bij aanvraag blijft hoog

Er zijn drie mogelijke uitkomsten voor bedrijven die een afgeronde financieringsaanvraag gedaan hebben: het aangevraagde bedrag wordt volledig toegekend, het bedrag wordt deels toegekend of het bedrag wordt geheel niet toegekend. Het percentage bedrijven dat een aanvraag deels of geheel succesvol krijgt toegekend is 93 procent in de huidige meting. Dit is twee procentpunt hoger dan de vorige meting, toen 91 procent de aanvraag (deels) kreeg toegewezen. Vanaf 2022 is het aandeel succesvolle aanvragen steeds boven de 85 procent. Dit lijkt stabiel na een dal tijdens de coronaperiode (2020 en 2021). Zie figuur 7.1.1 voor de reeks sinds 2021.

7.1.1 Aandeel bedrijven met een externe financieringsbehoefte dat na oriëntatie een (deels) succesvolle aanvraag doet1)
Categorie2025 (%)2025, marge (%)2024 (%)2024, marge (%)2023 (%)2023, marge (%)2022 (%)2022, marge (%)2021 (%)2021, marge (%)
Mkb92,687,7 - 97,690,785,7 - 95,785,579,6 - 91,490,585,9 - 95,177,067,4 - 86,5
Bedrijfsgrootte
Micro91,183,6 - 98,588,180,7 - 95,582,172,7 - 91,588,581,8 - 95,373,459,9 - 86,8
Klein95,492,5 - 98,395,592,3 - 98,688,382,7 - 93,994,591,4 - 97,681,673,9 - 89,3
Midden96,291,9 - 100,098,595,2 - 100,097,093,6 - 100,094,990,7 - 99,296,092,5 - 99,4
Groot100,094,8 - 100,099,793,4 - 100,098,497,8 - 99,099,799,6 - 99,7100,091,1 - 100,0
1)Het gaat hier om 95%-betrouwbaarheidsinterval marges, zie de onderzoeksverantwoording voor meer toelichting op de weergegeven marges.

  • Alle grootteklassen hebben een vergelijkbaar percentage (deels) succesvolle aanvragen als de afgelopen meting. De grootste verandering vond plaats bij het microbedrijf, waar dit jaar 91 procent van de bedrijven het bedrag (deels) kreeg toegekend ten opzichte van 88 procent vorig jaar. Maar geen van de veranderingen was statistisch significant ten opzichte van de vorige meting. Het percentage (deels) toegekende aanvragen neemt toe, net als in eerdere metingen, naarmate de bedrijfsomvang toeneemt.
  • Voor alle sectoren geldt dat meer dan 85 procent van alle aanvragen succesvol was. Met uitzonderingen van de sectoren bouw en informatie en communicatie was dit voor alle sectoren hoger dan in de vorige meting. Alleen de toename van 85 procent in de vorige meting naar 96 procent in de huidige meting in de sector nijverheid is statistisch significant ten opzichte van de vorige meting. Op langere termijn vertonen alle sectoren steeds hoge succespercentages en lijkt er geen specifiek stijgende of dalende trend te ontdekken.
  • Verschillen in de uitkomst van de financieringsaanvraag tussen jongere en oudere bedrijven zijn klein. Van de jongere bedrijven is 92 procent van de aanvragen (deels) succesvol en van de oudere bedrijven is dit 93 procent. Het is sinds 2018 steeds het geval dat oudere bedrijven vaker succesvol zijn dan jongere bedrijven, maar het verschil is steeds erg klein.
  • Ook alle bedrijfstypen toonden hoge aandelen succesvolle aanvragen: bij alle bedrijfstypen was meer dan 85 procent van alle aanvragen (deels) succesvol. Het hoogste aandeel succesvolle aanvragen hadden sociale ondernemingen (98 procent), net als in de vorige meting (96 procent). Startups zijn juist het minst vaak succesvol in hun aanvraag (85 procent). Dit type bedrijven heeft over de afgelopen metingen steeds het laagste aandeel succesvolle aanvragen ten opzichte van andere bedrijfstypen.
  • De financiële gezondheid van bedrijven met een toegekende aanvraag is beter dan die van bedrijven met een afgewezen aanvraag. De liquiditeit en solvabiliteit van bedrijven met een succesvolle aanvraag zijn hoger dan die van bedrijven waarvan de aanvraag niet is toegekend. De verschillen zijn een stuk groter dan in de vorige meting. Deze zijn statistisch significant.

Soort financier bij aanvraag vaak in overeenstemming met soort financier bij uitkomst

Bedrijven die een aanvraag doen bij enkel een bancaire of enkel een non-bancaire financier, verkrijgen die financiering over het algemeen ook bij diezelfde vorm van financiers. In negen van de tien gevallen voor een bancaire financier en bijna alle gevallen voor een non-bancaire financier wordt de financiering toegewezen bij dezelfde soort financier als waar de aanvraag is gedaan. Over het algemeen liep van de (deels) toegekende aanvragen 51 procent via een bancaire financier, 43 procent via een non-bancaire financier en 5 procent via een combinatie van beiden. Van alle (deels) toegekende aanvragen was in 38 procent van de gevallen een adviseur betrokken: in 22 procent van de gevallen was dit in de vorm van een advies en in 16 procent van de gevallen heeft de financieel adviseur de aanvraag volledig ingediend.

Uitbreiding van bedrijf en continuering van voorraden en werkkapitaal belangrijkste financieringsdoelen bij toegekende financiering

Financieringsdoelen zijn in iedere stap van het proces voor bedrijven die naar de volgende stap doorgaan vergelijkbaar, er komt steeds dezelfde top 3 uit. Zoals te zien in figuur 7.1.2 heeft 89 procent van de bedrijven met een (deels) toegekende financieringsaanvraag als doel van de aanvraag start, vernieuwing of uitbreiding en 60 procent continuering van de bedrijfsactiviteiten. Meest genoemde specifieke redenen voor financiering zijn uitbreiding en voorraden en werkkapitaal met respectievelijk 38 en 37 procent. Bedrijven met een (deels) toegekende aanvraag hebben minder vaak het financieringsdoel voorraden en werkkapitaal dan in de vorige meting. Ten opzichte van vorig jaar wordt er vaker financiering aangevraagd met als doel uitbreiding. Financiering voor het wagenpark (24 procent) en onroerend goed (22 procent) worden ook vaak als doel genoemd.

7.1.2 Percentage (deels) toegekende aanvragen naar financieringsdoel 1)
Category (deels) succesvolle aanvragen (%)
Start, uitbreiding en vernieuwing 89
Uitbreiding38
Wagenpark23
Onroerend goed22
Continuering60
Voorraden en werkkapitaal37
Herfinanciering 17
Overbruggen anders dan corona12
1) Bedrijven kunnen meerdere financieringsdoelen tegelijk hebben.

7.2 Mediane rente daalt weer voor toegekende aanvragen

Bedrijven die succesvol nieuwe externe financiering verwerven krijgen daarbij te maken met kosten in de vorm van rente en voorwaarden in de vorm van bijvoorbeeld onderpand waaraan zij moeten voldoen. Deze paragraaf zoomt eerst in op de rente die bedrijven hebben aangegeven te betalen voor hun financiering. Daarna wordt gekeken naar het onderpand dat verlangd wordt door financiers.

Zoals besproken in hoofdstuk 2 neemt de ECB-rente, na een toename vanaf het tweede kwartaal van 2022 tot in 2024, weer af in de tweede helft van 2024 en 2025. Ook in de huidige meting neemt het mediane rentepercentage af voor mkb-bedrijven in de business economy. Mediane rentepercentages dalen voor zowel vaste rente als variabele rente: de mediane vaste rente is 5 procent en de mediane variabele rente is 4,6 procent.22) In de periode van 2021 tot en met 2024 nam de mediane vaste en variabele rente jaar-op-jaar toe, zie figuur 7.2.1 voor de vaste rentepercentages. De mediane variabele rente was in de vorige meting 6,0 procent. Veruit de meeste bedrijven kiezen voor een vaste rente.23)

  • Zoals in vorige metingen ook al naar voren kwam: het vaste rentepercentage neemt af naarmate de grootteklasse van het bedrijf toeneemt. Met een verschil tussen het micro- (5,5 procent) en grootbedrijf (4,1 procent) van 1,4 procentpunt.
  • In de sector informatie en communicatie wordt het hoogste mediane vaste rentepercentage gevraagd, namelijk 7 procent: in deze sector is het rentepercentage onverminderd hoog ten opzichte van de vorige meting, toen het ook al 7 procent was. Verder is de mediane rente in de sector zakelijke dienstverlening (6 procent) ook hoger dan de mediaan in de business economy en in de sector landbouw (4 procent) juist lager. In alle andere sectoren ligt de mediane vaste rente, net als in de doelpopulatie, rond de 5 procent.
  • Bedrijven jonger dan 5 jaar (6 procent) betalen ook een hoger mediane vaste rente dan bedrijven ouder dan 5 jaar (5 procent). Dit is over het algemeen zo geweest in de afgelopen vijf jaar, hoewel verschillen in sommige metingen miniem waren.
  • Bedrijven met financiering bij bancaire financiers (4,5 procent) betalen een lager rentepercentage dan bedrijven bij non-bancaire financiers (6,2 procent). Met uitzondering van de vorige meting, toen het nagenoeg gelijk was, is het een terugkerend verschijnsel dat bancaire financiers een lagere vaste rente vragen. Ook hebben bedrijven waar een vorm van onderpand onderdeel is van de aanvraag (5,0 procent) een lagere mediane vaste rente dan bedrijven waar dat niet het geval is (5,7 procent).

7.2.1 Ontwikkeling mediane vaste rente, naar grootteklassen
jaarMkb (rentepercentage)Micro (rentepercentage)Klein (rentepercentage)Midden (rentepercentage)Groot (rentepercentage)
20213,13,932,51,7
20223,843,932,9
20235,15,554,84,8
20245,965,655
202555,554,54,1

Vaker onderpand bij banken dan bij non-bancaire financiers

Een van de voorwaarden voor het verkrijgen van financiering kan zijn dat bedrijven materiële of immateriële bezittingen moeten aanbieden als onderpand. Zo wordt (een deel van) het risico door financiers ingedekt. Bij 45 procent van de bedrijven met een (deels) toegekende aanvraag vroeg de financier om een onderpand. Dit is vaker dan in de vorige meting, toen het 40 procent was, maar minder vaak dan in de rest van de afgelopen vijf metingen, waar in meer dan de helft van de gevallen onderpand gevraagd werd. Waar onderpand geboden moest worden, betrof dit in bijna 40 procent van de gevallen het bedrijfspand en bij 18 procent machines en/of apparatuur. Opvallend was dat dit jaar 21 procent van het geboden onderpand in de categorie overig viel.

  • Binnen het mkb geldt: hoe kleiner de bedrijfsgrootte, hoe minder vaak het bedrijf onderpand moet bieden als voorwaarde voor financiering. Het microbedrijf moet in 37 procent van de gevallen een onderpand bieden. Bij het kleinbedrijf is dit 59 procent en in het middenbedrijf 63 procent. Het grootbedrijf vormt een uitzondering op deze regel: in iets minder dan de helft van alle succesvolle aanvragen van het grootbedrijf wordt om onderpand gevraagd.
  • Tussen de verschillende sectoren binnen de business economy zijn de verschillen kleiner. Alleen bedrijven in de sector informatie en communicatie hoeven beduidend minder vaak onderpand te bieden: slechts in 23 procent van de succesvolle aanvragen.
  • Bedrijven ouder dan vijf jaar (49 procent) moeten vaker een onderpand bieden dan jongere bedrijven (35 procent).
  • Bedrijven die zichzelf typeren als sociale onderneming (28 procent) of startup (29 procent) hoeven het minst vaak een onderpand te bieden als voorwaarde voor het verkrijgen van financiering.
  • Bij aanvragen die lopen via een bancaire financier wordt vaker gevraagd om onderpand dan bij een non-bancaire financier (respectievelijk 56 procent versus 29 procent). Deze aandelen zijn vergelijkbaar met de vorige meting: toen was het 51 procent voor bancaire en 31 procent voor non-bancaire financiers.

7.3 Past niet binnen beleid van financier is vaker reden van afwijzing 

Bedrijven waren in 87 procent van de meest recente aanvragen geheel succesvol in het aantrekken van financiering; in 7 procent is het bedrag slechts deels aangetrokken en in 6 procent van de gevallen werd de aanvraag niet ingewilligd. In de gevallen dat (een deel van) de financiering niet verkregen wordt, kan dat meerdere redenen hebben. In minder dan de helft van de gevallen waar een (deel van) de financiering niet werd toegekend was dit omdat de financier (een deel van) het bedrag niet verstrekt heeft. Dit is vergelijkbaar met het aandeel in de meting van 2023. Van 2021 tot en met 2023 nam het aandeel jaarlijks af, van 62 procent naar 44 procent. In de vorige meting was er juist een piek te zien en was het aandeel niet verstrekte bedragen bijna 70 procent. Andere redenen dat de financiering (deels) niet wordt verstrekt kunnen zijn dat de aanvraag nog loopt of dat het bedrijf zelf de aanvraag heeft ingetrokken.

Meestal geeft de financier wel een reden om de aanvraag af te wijzen. Dit jaar, anders dan in de vorige twee metingen, was de voornaamste reden dat de aanvraag niet binnen het beleid van de financier past. Eén op de negen bedrijven heeft na een afgewezen aanvraag wel weer nieuwe aanknopingspunten en bijna 20 procent wordt door de afwijzende partij wel gewezen op andere financieringsvormen of aanbieders.

Bedrijven kunnen meerdere gevolgen ervaren van een afgewezen financieringsaanvraag. Het meest genoemde gevolg van een niet (volledig) toegekende aanvraag is dat het bedrijf niet kan uitbreiden: iets meer dan de helft van alle bedrijven noemt dit als reden. Naast het niet kunnen uitbreiden kan een derde van de bedrijven de bedrijfsactiviteiten niet verder vernieuwen en kan bijna een kwart van de bedrijven geen personeel aannemen of opleiden.