Financieringsmonitor 2025

2. Ontwikkelingen op de markt voor bedrijfsfinanciering

De Nederlandse economie groeide in 2024 sneller dan in 2023. Zowel het consumenten- als het producentenvertrouwen bleven echter negatief en liepen eind 2024 en begin 2025 weer terug na een periode van herstel. Uitstaande kredietverleningen aan het mkb namen af, hoewel het totale volume nieuwe verstrekkingen in Nederland ten opzichte van de rest van Europa bovengemiddeld steeg. Het totale volume non-bancaire financiering nam verder toe, maar het aandeel non-bancaire financiering ten opzichte van bancaire financiering nam iets af ten opzichte van 2023.

Dit hoofdstuk is bedoeld om de uitkomsten van de Financieringsmonitor in breder perspectief te plaatsen. Het beschrijft eerst de ontwikkelingen in de economie en daarna de ontwikkelingen op de bancaire en non-bancaire markten voor financiering in 2024 en het eerste kwartaal (en waar mogelijk het tweede kwartaal) van 2025. Daar wordt enige duiding aan gegeven met behulp van een selectie van recent onderzoek. Net als vorig jaar wordt er in deze editie van de monitor een Europese vergelijking gemaakt voor nieuwe kredietverlening van banken aan het mkb op basis van data van de Europese Centrale Bank (ECB). Daarnaast worden de ontwikkelingen op rentegebied vergeleken met die van onze buurlanden en plaatsen we economische ontwikkelingen, waar mogelijk, in Europees perspectief. De informatie in dit hoofdstuk is gebaseerd op de informatie beschikbaar in de zomer van 2025.

2.1 Nederlandse economie

De Nederlandse economie groeide in 2024 harder dan in 2023. De inflatie nam verder af, maar bleef boven het Europese gemiddelde. Ook de krapte op de arbeidsmarkt daalde in 2024. Tegelijkertijd bleef het consumenten- en productenvertrouwen negatief.

Economische groei in 2024 en begin 2025 gelijk aan Europees gemiddelde 4)

Na de beperkte groei in 2023, trok de economie in 2024 weer aan. Het bbp groeide met 1,0 procent (CBS, 2025a). De groei was nog altijd een stuk lager dan de uitzonderlijk hoge groei in 2021 en 2022 als gevolg van het herstel na de coronapandemie (CBS, 2025a). Waar de economische groei in 2023 nog achterbleef op het Europese gemiddelde, liep de groei van het bbp in 2024 in lijn met het gemiddelde van de Europese Unie (CBS, 2025a). Ook in de eerste twee kwartalen van 2025 groeide de Nederlandse economie door (CBS, 2025b). Het tweede kwartaal van 2024 kende echter de grootste groei in deze periode. Het bbp was in het tweede kwartaal van 2024 1,1 procent groter dan in het voorgaande kwartaal (CBS, 2025b). Sindsdien is de groei ieder kwartaal afgenomen en kwam in het tweede kwartaal van 2025 uit op 0,1 procent (CBS, 2025b).

Het bbp is vrijwel geheel op te bouwen uit vier componenten: de consumptie van huishoudens, de overheidsconsumptie, investeringen en het handelssaldo (uitvoer minus invoer). Het volume van alle componenten die het bbp opmaken was aan het eind van 2024 hoger dan aan het begin van dat jaar, met name de investeringen in vaste activa en de consumptie van de overheid (CBS, 2025a). Deze stegen in alle kwartalen van 2024. De consumptie van huishoudens groeide in de eerste twee kwartalen van 2024, maar daalde in de tweede helft van het jaar. De uitvoer van goederen en diensten daalde in het eerste kwartaal, maar nam daarna drie kwartalen op rij toe. In het eerste kwartaal van 2025 was de stijging van het bbp met name het gevolg van consumptie door huishoudens en een kleinere afbouw van de voorraden dan in het laatste kwartaal van 2024 (CBS, 2025c). In het tweede kwartaal van 2025 werd de stijging van het bbp voornamelijk veroorzaakt door de investeringen en de overheidsconsumptie (CBS, 2025b).

Het bruto beschikbaar inkomen van bedrijven is het saldo van winsten, overdrachten en inkomsten minus uitgaven aan vermogen. Bedrijven gebruiken het bruto beschikbare inkomen bijvoorbeeld om te investeren, te sparen of leningen af te lossen. In 2024 steeg het bruto beschikbare inkomen van niet-financiële bedrijven met 14,5 miljard euro5) (CBS, 2025d). Het inkomen nam harder toe dan de bedrijfsinvesteringen, bedrijven hielden dus een relatief groter deel van het vermogen over voor andere doeleinden.

Inflatie verder gedaald, blijft boven het Europese gemiddelde

Na een periode van hoge inflatie in 2021 en 2022 als gevolg van stijgende grondstof- en voedselprijzen, leveringsproblemen en de opstart van de economie na de coronacrisis (CBS, 2025e, CPB, 2022), daalde de inflatie in 2023 over het hele jaar genomen naar 3,8 procent (CBS, 2025f). In 2024 liep de inflatie verder terug naar een niveau van 3,3 procent (CBS, 2025f). In tegenstelling tot de afgelopen jaren was de prijsontwikkeling van voedingsmiddelen in 2024 niet een van de voornaamste bijdragers aan inflatie. Waar deze in 2023 nog 12,1 procent bedroeg, liep deze in 2024 terug tot 1,1 procent. In 2024 werd de inflatie voornamelijk gedreven door de prijsontwikkeling van tabak en huisvesting (CBS, 2025f). De inflatie op tabak en huisvesting bedroegen respectievelijk 29,0 en 3,7 procent ten opzichte van een jaar eerder.

In 2024 en de eerste twee kwartalen van 2025 lag de Nederlandse inflatie gemeten volgens de HICP6) hoger dan de gemiddelde inflatie in de Eurozone (CBS, 2025g). Volgens de HICP was de inflatie in Nederland in 2024 gemiddeld 3,2 procent en lag daarmee boven het Europese gemiddelde van 2,4 procent (CBS, 2025f). Aan het eind van het tweede kwartaal van 2025, was de inflatie in de Eurozone gemiddeld 2,0 procent op basis van de HICP (CBS, 2025h). Hiermee was de inflatie in het eurogebied gezakt naar het inflatiedoel van de ECB (DNB, 2025a). Op datzelfde tijdstip lag de inflatie (HICP) in Nederland nog 0,8 procentpunt boven het Europese gemiddelde. Ingevoerde belastingen en de aanhoudende groei in prijzen van diensten, als gevolg van een relatief grote groei van Nederlandse lonen, zijn redenen voor de hoge inflatie ten opzichte van de rest van de Eurozone (DNB, 2025b).

Herstel consumentenvertrouwen gestokt, loopt weer terug

Hoewel het consumentenvertrouwen in 2023 en begin 2024 een stuk minder negatief was dan het dieptepunt van -59 in september en oktober van 2022, is het herstel in de tweede helft van 2024 stilgevallen (CBS, 2025i). In september 2024 stond het consumentenvertrouwen op -21. Dit liep daarna juist weer verder terug tot een waarde van -37 in april 2025. In het tweede kwartaal van 2025 was er geen sprake van een verdere afname, in mei en juni van 2025 was er sprake van enige stabilisering en herstel.

Voor alle deelindicatoren gold over de eerste twee kwartalen van 2025 gezien, dat consumenten pessimistischer zijn geworden (CBS, 2025j). Waar consumenten in 2024 over de maanden genomen gemiddeld nog positief dachten over hun financiële situatie de komende twaalf maanden, was ook bij deze deelindicator vanaf januari 2025 geen sprake meer van een positief saldo. Het meest pessimistisch waren consumenten de afgelopen maanden over de economische situatie van de laatste 12 maanden. De daling van het consumentenvertrouwen vanaf 2025 was met name terug te zien in de verwachting voor de economische situatie in komende 12 maanden.

Producentenvertrouwen blijft negatief en zakt terug

Sinds het tweede kwartaal van 2023 is het productenvertrouwen negatief. Dit bleef in 2024 ook zo. In de loop van 2024 werd het beeld wel wat minder negatief: het vertrouwen nam toe van -4,4 in januari naar -1,6 in december. Dit niveau bleef nagenoeg stabiel in het eerste kwartaal van 2025, maar daalde in het tweede kwartaal weer naar -5,0 (CBS, 2025k).

Het producentenvertrouwen is opgebouwd uit drie deelindicatoren: de verwachte bedrijvigheid, het oordeel over de voorraden gereed product en het oordeel over de orderpositie. In 2024 en de eerste helft van 2025 waren producenten altijd positief over hun verwachte bedrijvigheid. Het oordeel over de voorraden en de orderpositie was in die periode daarentegen elke maand negatief (CBS, 2025l). 

Ondanks het negatieve producentenvertrouwen, steeg de omzet in de Nederlandse industrie in het eerste kwartaal van 2025 met 2,9 procent ten opzichte van het eerste kwartaal van 2024 (CBS, 2025m). Dat is de grootste toename sinds het eerste kwartaal van 2023. In de loop van 2024 werd de afname van de omzet al geleidelijk kleiner en in het eerste kwartaal van 2025 zien we dus weer een groei van de omzet ten opzichte van een jaar eerder.

Krapte op de arbeidsmarkt daalt verder

De groei van de Nederlandse economie was in 2024, net als in 2023, in het geheel terug te voeren op een stijging van de werkgelegenheid (CBS, 2025a). Na een piek in de spanning op de arbeidsmarkt in het tweede kwartaal van 2022, nam de krapte de afgelopen jaren af. Ook in 2024 nam in het eerste kwartaal de krapte op de arbeidsmarkt iets af ten opzichte van een kwartaal eerder, maar bleef hoog met 110 vacatures per 100 werklozen (CBS, 2024a). Eind 2024 stond de spanning op een niveau van 107 (CBS, 2025n).

In het eerste kwartaal van 2025 nam de spanning verder af tot 101 vacatures per 100 werklozen. Dit kwam door een afname van het aantal vacatures (- 7 000) en een toename van het aantal werklozen (+ 16 000) (CBS, 2025n). In het tweede kwartaal bleef de spanning nagenoeg gelijk. Het grootste deel van de openstaande vacatures bevindt zich in de zakelijke dienstverlening, de zorg en de handel (CBS, 2025o).

Het aantal banen steeg in het tweede kwartaal van 2025 met 0,2 procent ten opzichte van het voorgaande kwartaal, dit kwam neer op 24 duizend nieuwe banen (CBS, 2025o). Het aantal werknemers steeg met 0,5 procent, het aantal zelfstandigen daalde daarentegen met 0,7 procent. Beleid gericht op strengere handhaving op het gebied van schijnzelfstandigheid speelt hierin mogelijk een rol (Van de Kerke & Van Huisseling, 2025). Dit beeld komt ook overeen met de resultaten uit de Conjunctuurenquête Nederland van januari 2025, waarin ruim 40 procent van de bedrijven die in 2024 nog zzp’ers inhuurden, aangaven dit naar verwachting in 2025 in mindere mate te zullen doen (CBS, 2025p).

2.2 Groei volume nieuwe verstrekkingen, afname uitstaande leningen

In 2022 en 2023 zwakte de groei van het volume nieuw verstrekte leningen in Nederland af. Na een opwaartse sprong in 2021 door zeer sterke groei in het vierde kwartaal, vertoonde het volume nieuw verstrekte leningen in 2022 en 2023 in totaal een groei van respectievelijk 1 en 2 procent (ECB, 2025a). Zoals te zien in figuur 2.2.17), was er in 2024 weer sprake van een substantiëlere toename in het totale volume aan nieuw verstrekte leningen (ECB, 2025a).

1)Gegevens over contracten voor het derde en vierde kwartaal 2017 zijn niet of niet volledig beschikbaar voor de categorieën <250K en 250K - 1 miljoen.
2)Tot en met de financieringsmonitor 2023 maakten we als bron voor deze cijfers gebruik van Tabel 5.2.7.4 van de DNB.
3)Vanaf de Financieringsmonitor 2024 maken we ook een vergelijking met omliggende landen en de landen uit de Europese Unie met de Euro als valuta, deze cijfers zijn afkomstig van ECB. Omdat de cijfers enkel op maandbasis worden gepubliceerd, zijn deze door het CBS omgerekend tot kwartaalcijfers (de som per kwartaal).

2.2.1 Volume nieuw verstrekte leningen van banken aan bedrijven, 2010-2025, in miljarden euro's 1)2)3)
 Kwartaal <250K, Nederland (mld euro) 250K-1miljoen, Nederland (mld euro) > 1 miljoen, Nederland (mld euro) <250K, België (mld euro) 250K-1miljoen, België (mld euro) > 1 miljoen, België (mld euro) <250K, Duitsland (mld euro) 250K-1miljoen, Duitsland (mld euro) > 1 miljoen, Duitsland (mld euro) <250K, Frankrijk (mld euro) 250K-1miljoen, Frankrijk (mld euro) > 1 miljoen, Frankrijk (mld euro) <250K, EU (mld euro) 250K-1miljoen, EU (mld euro) > 1 miljoen, EU (mld euro)
'10III1,372,4624,735,05613,47759,589,07616,701148,70410,8469,22840,15591,68681,109528,297
'10IV1,923,1128,485,46614,00762,7429,86517,541164,5611,6419,7342,716101,57687,077565,354
'11I1,983,3623,795,29713,81863,129,98317,223148,91911,6139,68841,22195,99583,673511,013
'11II1,82326,55,45614,11266,39410,33716,809149,60711,4149,64548,42197,32284,285539,095
'11III1,443,0229,065,10413,36768,09910,75617,263152,4569,3968,10450,61191,88379,695530,882
'11IV1,653,2326,065,59314,11165,23312,13117,171161,4059,9378,73948,48496,48282,944555,009
'12I1,723,5224,055,30614,18163,0312,40516,625144,09710,6279,55240,0391,55981,265501,606
'12II1,663,124,755,56315,52465,92912,28116,939142,14610,148,03645,54291,56882,344530,132
'12III1,362,8920,685,07415,05465,35311,8317,24149,1139,1897,59547,12383,49378,705500,989
'12IV1,472,9921,735,49915,66167,04912,22716,942156,1669,9158,40246,83588,18581,902513,904
'13I1,613,0620,785,22615,20964,23711,59616,475136,1689,7047,5437,52682,56177,029460,670
'13II1,833,1619,295,38315,39564,87112,62416,969136,00110,3917,94538,09386,23879,116462,246
'13III1,522,817,654,84814,43561,36211,90617,101140,8559,4627,78337,54280,2375,109438,659
'13IV1,753,0720,785,56914,10654,45212,27816,6150,41810,2278,57436,53687,63178,839467,796
'14I1,72,9317,155,40713,65150,52512,54115,919125,9839,8587,11729,20883,54273,318396,258
'14II1,642,9416,875,61713,77252,8812,79216,001138,3429,7996,93432,96885,82574,54421,384
'14III1,482,716,195,10413,15651,33512,47216,634142,3839,167,41431,75183,26574,367402,966
'14IV1,652,9621,466,7113,77451,84813,68417,083154,8889,3597,21139,32192,9480,082469,683
'15I1,783,1630,736,44413,52151,9229,29910,634150,65811,1247,20238,91492,11277,962448,727
'15II1,69335,136,48913,63849,02614,45216,619146,19112,0428,43842,7696,3179,901466,532
'15III1,382,7332,475,57412,74447,23715,31616,547147,31311,7079,47746,193,52476,46452,935
'15IV1,592,8630,196,15913,13347,416,70116,332148,3613,18911,21149,58102,45781,076461,62
'16I1,722,4525,125,46812,88146,12916,7715,597139,90913,069,91441,50997,27376,291411,755
'16II1,542,2427,336,11513,47846,52118,13116,019143,15814,25811,3146,339103,86781,149426,325
'16III1,32,224,575,44212,45944,43416,30616,266146,19712,79111,37743,72595,22276,068410,798
'16IV1,772,7229,666,16613,00546,418,04216,153163,07215,25713,69656,811106,03582,813461,236
'17I2,233,4426,895,83412,61744,84517,50715,848159,9515,8914,17855,479104,20281,995435,13
'17II2,143,2827,816,06512,97647,83918,03615,636160,77615,50613,17554,892108,24482,983449,527
'17III0,711,1526,051,7083,88344,8816,97715,487160,19213,11311,52859,401100,58976,867436,827
'17IV0,721,1428,256,13112,9151,41718,2515,622174,41815,0712,89964,5111,76984,733480,165
'18I1,722,6227,495,94512,71150,56818,26915,216159,11415,05511,72652,128106,8579,296440,389
'18II2,012,8728,776,37513,10753,24922,99516,018184,19515,12511,9160,522112,55583,212493,796
'18III1,72,5526,825,3812,44149,53121,69315,645186,88613,6911,43560,822105,95777,231476,875
'18IV1,832,8329,016,30513,07453,97523,45816,204209,79115,69713,81768,68116,76585,923536,962
'19I1,572,8225,095,97712,83855,62924,35215,886177,5215,4812,98458,885110,79481,169468,73
'19II1,562,5726,976,57612,98462,99223,85615,792201,94515,79512,84960,533113,08182,377523,839
'19III1,512,7825,675,4812,32559,8222,70715,43198,47614,98713,04362,465106,3579,318504,822
'19IV1,622,5828,496,39312,87357,91824,66715,63215,7516,93214,50268,611117,92685,043554,693
'20I1,812,9630,684,8339,99743,47524,23915,562195,79317,69715,03167,242110,8180,316512,868
'20II2,022,9625,065,14810,16343,43822,68522,753191,56340,48436,00596,142143,493128,785566,722
'20III1,562,46244,3049,06137,95423,68115,227160,89920,59216,84762,585104,69384,685452,505
'20IV1,582,7321,525,1779,79242,32424,73914,756177,76319,82615,95264,09112,45382,039481,021
'21I1,542,6232,813,8977,75834,84722,84314,155166,23817,43313,81351,144103,88473,362443,986
'21II1,552,6325,914,5448,51735,87221,94714,151162,43317,20814,49256,854105,26175,558439,082
'21III1,162,2826,193,5757,66931,02621,11413,631158,81414,46812,97660,24190,47865,082419,59
'21IV1,192,4744,274,58,64736,34423,50614,381214,40316,53914,90276,108104,95675,16559,991
'22I1,272,3332,954,1178,15532,98222,70514,784193,95116,42514,51972,779101,64874,315502,965
'22II1,172,2630,894,6538,97641,48222,84815,441238,42617,33916,82777,264109,53680,741575,855
'22III1,011,9633,763,7257,8733,92922,89715,271229,75614,85814,55878,511102,64571,508567,503
'22IV0,951,7835,814,5728,93242,60626,28415,197230,50116,69115,27879,406117,77677,865576,26
'23I0,961,7130,544,1168,2636,16227,42414,513227,46416,1312,95767,307115,48372,387520,514
'23II0,921,7936,724,6859,02440,88127,35814,488212,42215,96412,62662,069123,99872,63514,907
'23III0,821,6332,853,7497,99137,33825,9713,966202,32514,55712,24567,298114,19667,322486,918
'23IV0,992,0237,574,5358,7844,70327,15114,091223,28816,86613,72969,144128,35174,104544,23
'24I1,172,2837,024,1688,23638,80327,55713,91200,06915,9111,66655,734122,8169,124486,477
'24II1,132,4141,714,9658,81341,8569,2584,96217,71916,09812,28870,618134,05973,454549,228
'24III0,982,2534,363,7918,24840,72800216,9315,4912,65570,513124,09671,571526,965
'24IV1,042,4643,064,6118,92146,6700231,60517,64414,17778,885142,40879,898596,958
'25I1,122,6838,84,0718,47343,47300220,62816,6113,2866,052131,59576,95552,542
Bron: CBS, ECB: Bank Business Volumes: loans to corporations (new business).

In heel 2024 en het eerste kwartaal van 2025 was het netto percentage van de veranderingen in de acceptatiecriteria gelijk aan nul (DNB, 2025c). In zowel 2022 als 2023 was in één of meerdere kwartalen sprake van een positief netto percentage van de verandering in de acceptatiecriteria (DNB, 2025c). Dit percentage geeft het verschil weer tussen banken die aangeven een versoepeling of een verzwaring van het kredietbeleid te voeren. Een positief percentage geeft aan dat de verhouding banken die een lichte of sterke toename in acceptatiecriteria constateert hoger is dan het aandeel dat een lichte of sterke afname constateert (DNB, 2025c).

Over heel 2024 gezien, steeg het volume aan nieuwe verstrekkingen in Nederland met 14 procent, ver boven de gemiddelde groei in de Eurozone. Net als in 2023, was deze toename grotendeels toe te schrijven aan leningen van meer dan 1 miljoen euro. In 2024 viel 92 procent van het totale volume nieuw verstrekte leningen in deze categorie. Nederlandse banken verstrekten in 2024 wederom relatief veel grotere leningen aan bedrijven. In de Eurozone bedroeg het percentage leningen van groter dan 1 miljoen euro 73 procent. Ook Bieleveldt en Smid (2025) bevestigen het beeld van de bovengemiddelde groei van bancaire bedrijfskredietverlening in Nederland ten opzichte van het Eurogebied.

In tegenstelling tot 2023, namen in 2024 in Nederland ook de leningen kleiner dan 250 duizend euro en de leningen tussen 250 duizend en 1 miljoen euro toe ten opzichte van een jaar eerder (ECB, 2025a). De grootste toename (procentueel gezien) vindt plaats bij de nieuwe leningen tussen de 250 duizend en 1 miljoen euro (32 procent).

Waar in 2023 in de Eurozone op totaalniveau een afname van 4 procent te zien was, was er in 2024 weer sprake van een groei van 5 procent. In de Eurozone groeiden gemiddeld, net als in Nederland, alle categorieën en waren de leningen groter dan 1 miljoen euro eveneens de grootste drijvers achter de totale toename. Ook in Frankrijk en België steeg het totaal volume nieuw verstrekte leningen. Voor Duitsland ontbreken vanaf mei 2024 de cijfers voor leningen kleiner dan 1 miljoen euro. Voor leningen groter dan 1 miljoen euro bleef de groei in Duitsland achter, het volume bleef in 2024 nagenoeg gelijk ten opzichte van het voorgaande jaar. In 2024 besloegen leningen in Nederland 6 procent van het volume nieuw versterkte leningen in de EU. Voor Nederland, België, Frankrijk en Duitsland samen was dat ongeveer 57 procent.

Volume uitstaande kredietverlening van grootbanken aan het mkb daalt in 2024

Figuur 2.2.28) laat zien dat het totaal volume aan uitstaande kredietverleningen door de Nederlandse grootbanken aan het mkb in 2024 is afgenomen ten opzichte van het voorgaande jaar (DNB, 2025d). Over het hele jaar gezien, kwam dit neer op een afname van 3,9 procent. Deze dalende trend was in 2023 ook zichtbaar. In het eerste kwartaal van 2025 was het volume echter weer 1,5 procent groter en het aantal klanten 5,0 procent groter dan in hetzelfde kwartaal een jaar eerder.

De afname in 2024 geldt enkel voor de twee hoogste bedragsklassen, namelijk voor de leningen tussen 250 duizend en 1 miljoen euro en de leningen groter dan 1 miljoen euro. Bij de leningen onder de 250 duizend euro steeg het volume aan uitstaande kredietverlening met 3,4 procent. In 2024 besloeg de uitstaande kredietverlening 92 procent van het totaal aan uitstaande leningen.

Als we de totale bedrijfskredietverlening (mkb en grootbedrijf) in beschouwing nemen, opgedeeld naar de verschillende bedrijfstakken, valt op dat eind 2024 de grootste procentuele stijgingen ten opzichte van hetzelfde kwartaal een jaar eerder te zien waren in de delfstoffenwinning (+14 procent) en ICT (+11 procent) (DNB, 2025e) 9). Delfstoffenwinning kenmerkte zich de twee voorgaande jaren juist door de grootste procentuele afname. In absolute termen was de sterkste groei te zien bij de exploitatie van en handel in onroerend goed. De grootste afname, zowel absoluut als procentueel, was in de bedrijfstak groothandel, detailhandel en garages (-16 procent). Ook in 2023 en 2022 was de afname daar het grootst.

2.2.2 Uitstaande kredietverlening aan het mkb, leningen en rekeningcourant, 2013-20251)
Jaar Kwartaal<=0,25 mln (mld euro)>0,25 mln en <=1 mln (mld euro)>1 mln (mld euro)
III15,535,793,5
IV15,235,592,7
'14I15,134,991,5
'14II15,034,690,8
'14III14,734,188,9
'14IV14,833,586,7
'15I15,033,387,7
'15II15,133,287,1
'15III14,833,085,3
'15IV14,432,683,4
'16I14,332,380,9
'16II14,132,180,1
'16III13,931,979,9
'16IV13,230,979,9
'17I13,230,979,2
'17II13,830,581,4
'17III13,430,482,2
'17IV13,130,183,3
'18I13,130,084,3
'18II13,230,284,3
'18III13,230,184,1
'18IV12,929,884,4
'19I13,029,885,0
'19II12,929,684,6
'19III12,529,783,7
'19IV12,329,283,1
'20I12,329,183,3
'20II12,028,782,6
'20III12,028,582,1
'20IV11,728,081,3
'21I11,327,784,7
'21II11,127,384,3
'21III10,826,984,9
'21IV10,526,385,6
'22I10,326,087,7
'22II10,325,687,6
'22III9,825,187,7
'22IV9,524,687,6
'23I9,524,386,4
'23II9,423,985,4
'23III9,223,584,3
'23IV8,922,782,2
'24I9,722,980,5
'24II9,822,379,5
'24III9,522,281,9
'24IV9,121,682,2
'24I9,422,383,0
Bron: CBS, DNB (2025), Kredietverlening Nederlandse grootbanken aan Nederlands midden- en kleinbedrijf.
1)De bedragen hebben alleen betrekking op de kredietverlening aan het mkb door de drie Nederlandse grootbanken (ABN AMRO, ING en Rabobank).

2.3 Europese doelstelling van 2 procent inflatie bereikt, rentes dalen

Als maatregel tegen de stijgende inflatie in de eurozone heeft de ECB in 2022 en 2023 de beleidsrente stapsgewijs verhoogd. In september 2023 bereikte deze een hoogtepunt van 4,0 procent. Vanaf de tweede helft van 2024 is dit percentage stapsgewijs verlaagd tot een niveau van 2,0 procent halverwege 2025 (DNB, 2025b; ECB, 2025b). De doelstelling van de ECB om een inflatieniveau van 2 procent in de eurozone te behalen, werd in juni 2025 bereikt (DNB, 2025a).

Eind 2023 was er bij bijna alle kredietklassen sprake van een stabilisatie, en in sommige gevallen een lichte daling, van de rentepercentages van nieuw afgesloten bankleningen nadat deze vanaf 2022 sterk waren toegenomen. Vanaf begin 2024 is er weer duidelijk een daling te zien. In figuur 2.3.1 is de ontwikkeling van de rentepercentages op nieuw verstrekte leningen zowel op Europees niveau, als voor Nederland en de naburige landen individueel weergegeven (ECB, 2025c). Deze dalende trend zet door in het eerste kwartaal van 2025. Het renteniveau en de -ontwikkeling in Nederlands zijn vergelijkbaar met buurlanden en met de gehele Eurozone.

1)Gegevens over percentages voor het tweede en derde kwartaal van 2017 zijn niet of niet volledig beschikbaar.
2)Vanaf de Financieringsmonitor 2024 maken we ook een vergelijking met omliggende landen en de landen uit de Europese Unie met de Euro als valuta, deze cijfers zijn afkomstig van ECB. Omdat de cijfers enkel op maandbasis worden gepubliceerd, zijn deze door het CBS omgerekend tot kwartaalcijfers (het gemiddelde per kwartaal). De figuur over de Europese Unie gaat over landen die op dat moment onderdeel zijn van de Europese Unie en de Euro als valuta kennen.

2.3.1 Rentepercentage nieuw afgesloten bankleningen, 2010-2025 1)2)
 Kwartaal> 1 miljoen, Nederland (%)250K-1miljoen, Nederland (%)<250K, Nederland (%)> 1 miljoen, België (%)250K-1miljoen, België (%)<250K, België (%)> 1 miljoen, Duitsland (%)250K-1miljoen, Duitsland (%)<250K, Duitsland (%)> 1 miljoen, Frankrijk (%)250K-1miljoen, Frankrijk (%)<250K, Frankrijk (%)> 1 miljoen, EU (%)250K-1miljoen, EU (%)<250K, EU (%)
'10III2,13,54,21,722,52,792,573,114,432,123,043,542,333,013,84
'10IV2,53,74,21,972,642,922,723,264,442,323,073,542,513,163,94
'11I2,43,84,42,052,693,032,773,284,462,493,133,622,643,214,08
'11II2,84,14,72,312,933,243,083,594,662,753,43,932,893,524,36
'11III2,73,94,52,392,973,233,113,644,72,933,594,162,993,674,61
'11IV2,73,84,52,282,893,153,073,514,642,973,624,183,093,764,87
'12I2,53,64,41,92,532,842,633,114,42,743,544,12,713,64,92
'12II2,13,54,31,732,312,642,452,854,282,363,243,852,613,374,86
'12III1,93,34,11,692,262,612,252,63,952,113,053,592,313,174,74
'12IV2,13,13,81,742,162,512,072,483,751,942,823,352,293,074,57
'13I1,93,23,91,691,982,371,962,463,681,942,683,142,232,964,52
'13II23,33,91,7322,341,892,453,721,892,653,032,242,974,54
'13III23,44,11,812,072,391,912,473,641,972,63,012,222,954,47
'13IV2,13,44,11,892,182,51,952,53,722,042,693,042,343,034,47
'14I2,13,44,11,872,192,561,982,513,6522,743,032,33,014,45
'14II23,441,852,182,531,92,483,681,922,6732,212,944,34
'14III1,93,23,81,712,012,331,742,323,451,832,552,871,992,714,06
'14IV1,733,71,691,92,081,692,193,341,782,362,681,862,513,75
'15I1,633,61,641,8521,482,113,231,582,172,471,732,343,54
'15II1,53,13,61,611,811,971,52,053,121,542,012,281,72,233,3
'15III1,53,13,71,611,821,522,013,311,51,922,221,62,143,25
'15IV1,533,61,591,771,921,4623,221,551,942,281,582,13,11
'16I1,32,93,51,51,711,911,361,953,181,451,872,311,482,023,08
'16II1,32,83,51,461,671,841,271,893,081,461,782,191,421,912,84
'16III1,22,73,41,441,661,841,261,862,941,421,652,051,351,842,7
'16IV1,22,73,41,461,641,811,221,832,891,441,571,941,341,82,64
'17I1,32,73,41,431,621,791,171,862,931,411,541,871,321,782,57
'17II1,32,73,31,411,611,771,181,842,921,461,541,91,351,752,5
'17III1,32,73,31,411,621,81,181,842,891,351,571,941,311,752,49
'17IV1,32,53,21,351,581,751,191,842,91,391,551,881,321,72,42
'18I1,22,63,31,361,561,751,081,842,911,371,531,841,261,662,38
'18II1,22,63,41,331,551,711,091,832,641,351,541,861,261,662,32
'18III1,22,53,21,331,541,751,041,832,271,341,531,861,241,662,23
'18IV1,32,53,11,351,541,711,121,82,281,381,521,811,31,642,21
'19I1,22,53,21,341,541,711,081,752,281,411,531,811,241,662,22
'19II1,22,43,11,291,511,641,011,742,351,341,481,81,191,632,2
'19III1,12,22,81,261,521,711,712,241,361,41,741,171,582,13
'19IV1,32,12,71,291,491,641,121,652,241,331,311,691,221,522,09
'20I1,22,22,81,391,491,621,051,652,141,241,341,681,151,532,06
'20II1,22,331,391,511,631,231,82,040,990,70,851,221,391,65
'20III1,22,22,81,381,51,651,321,672,061,081,161,41,261,51,91
'20IV1,62,12,61,381,511,591,221,642,151,251,181,421,281,511,98
'21I1,122,51,41,51,631,121,642,121,251,161,411,141,51,98
'21II1,222,41,391,471,631,251,662,061,31,141,461,231,51,95
'21III1,122,31,411,51,671,241,641,961,331,191,531,241,461,89
'21IV122,31,41,481,641,081,622,011,271,21,531,131,441,89
'22I1,12,22,51,411,51,681,271,651,981,241,21,531,211,471,9
'22II1,42,73,11,411,571,861,681,92,091,381,351,741,461,622,02
'22III1,63,13,41,882,022,432,132,42,491,771,892,311,872,092,41
'22IV2,744,32,933,093,513,053,423,822,972,643,072,973,133,55
'23I3,34,95,33,993,984,273,784,235,153,693,43,833,733,984,49
'23II3,85,35,64,644,544,784,514,835,74,33,94,294,444,595,08
'23III4,45,55,75,125,085,24,925,296,54,684,214,634,865,025,59
'23IV4,55,65,75,245,255,235,075,436,574,994,454,815,085,25,73
'24I4,35,35,55,245,195,085,015,335,974,94,484,854,985,135,54
'24II4,35,25,45,195,065,034,985,266,014,764,314,674,945,015,49
'24III4,45,15,24,844,894,914,755,075,84,754,174,534,774,85,24
'24IV4,14,64,64,334,344,324,314,655,44,273,954,564,294,344,9
'25I3,64,44,53,923,984,063,914,334,823,913,684,213,873,984,44
Bron: CBS, ECB: Deposito's en leningen van MFI's aan bedrijven, rentepercentages

In Nederland namen de rentepercentages op nieuwe leningen van maximaal 250 duizend euro het meest af: de rente nam in het eerste kwartaal van 2025 met 1,04 procentpunt af ten opzichte van de gemiddelde rente van het eerste kwartaal van 2024. Voor leningen van meer dan 1 miljoen en leningen tussen de 250 duizend en 1 miljoen euro daalden de rentes in Nederland respectievelijk met 0,66 en 0,97 procentpunt. Net als voorgaande jaren was het rentepercentage voor leningen groter dan 1 miljoen euro het laagst in Nederland. Wanneer alle kredietklassen samen zijn genomen, namen de rentes in Nederland gemiddeld met 0,89 procentpunt af. In de eurozone was dit gemiddeld 1,12 procentpunt. De daling in Nederland bleef achter op het gemiddelde. Van de naburige landen was de gemiddelde daling in België met 1,19 procentpunt het grootst. Alleen in Frankrijk was de daling in absolute zin kleiner, namelijk 0,81 procentpunt.

Binnen de Europese Unie zijn er grote verschillen tussen de rentepercentages te zien (ECB, 2025c). Aan het eind van het eerste kwartaal in 2025 liepen de rentes op leningen van meer dan 1 miljoen euro het verste uiteen, namelijk met 2,89 procentpunt. De rentes liepen van 3,22 procent in Luxemburg op tot 6,11 procent in Ierland. In Nederland bedroeg de rente op leningen van meer van 1 miljoen euro aan het eind van het eerste kwartaal van 2025 3,68 procent.

2.4 Groei alternatieve financiering, maar financiering via bankleningen groeit harder

Het volume non-bancaire financiering bleef doorgroeien in 2024, zo meldt de Stichting MKB Financiering (SMF) in het Jaaronderzoek non-bancaire financiering 2024 (SMF, 2025). De cijfers uit het Jaaronderzoek van SMF betreffen ook eenmanszaken, vof’s en cv’s. De non-bancaire financieringsmarkt groeide van 5,0 miljard euro in 2023 naar 5,8 miljard euro in 2024, een stijging van 16 procent. Van het aantal non-bancaire verstrekkingen betreft ongeveer 99 procent verstrekkingen onder 1 miljoen euro10). Het aandeel non-bancaire verstrekkingen tot 1 miljoen euro nam in 2024 wel af naar 34 procent van de totale mkb financieringsmarkt ten opzichte 36 procent in 2023. De afname kan worden verklaard door een toename van de bancaire aanvragen in de bedragscategorie 250 duizend tot 1 miljoen euro (SMF, 2025).

Naast het volume, steeg ook het aantal nieuwe verstrekkingen11) ten opzichte van 2023 (+ 19 procent) (SMF, 2025). De stijging van het aantal verstrekkingen was groter dan de stijging in volume (+ 16 procent). Dit betekent dat het gemiddelde bedrag van een non-bancaire verstrekking is gedaald ten opzichte van 2023. De grootste procentuele groei van het aantal financieringen betrof verstrekkingen van meer dan 1 miljoen euro. In deze categorie was sprake van een toename van 36 procent.

2.4.1 Ontwikkelingen alternatieve financiering, 2021-2024 1)2)3)4)
financieringsvorm2021 (mln euro)2022 (mln euro)2023 (mln euro)2024 (mln euro)
Equipment
lease
6896691672477984
Factoring5483773780067737
Private
equity
75481111057696505
Durfkapitaal1293101611851195
Crowdfunding656972
Direct
lending
3116528501081
Mkb-beurs24529
Kredietunies613
Bron: CBS, Crowdfundingcijfers.nl, FAAN, NVL, NVP, Stichting Mkb Financiering.
1)Deze cijfers hebben betrekking op het gehele bedrijfsleven, mkb plus grootbedrijf. 2)De cijfers over factoring bestaan vooral uit bancaire factoringmaatschappijen. Zij bieden weinig factoring aan het kleinere mkb aan. De cijfers hebben betrekking op de funds in use.
3)Durfkapitaal kan als vorm van private equity beschouwd worden. De cijfers voor private equity in de figuur zijn exclusief durfkapitaal.
4)In voorgaande publicaties van de Financieringsmonitor werd in deze figuur het totaalbedrag aan crowdfunding in de hele markt getoond. In 2023 is dit met terugwerkende kracht teruggebracht naar enkel financieringen voor ondernemingen.

De behoefte aan alternatieve financiering blijft hoog en vertoont voor de meeste vormen groei. Non-bancaire12) financiering wordt in diverse varianten aangeboden. Figuur 2.4.1 laat zien dat in 2024, net als in de afgelopen drie jaar, non-bancaire financiering in de vormen equipment lease, factoring en private equity13) het meest voorkomt.

Recordbedrag aan equipment lease

In 2024 steeg het volume aan equipment lease (leasing van bedrijfsmiddelen) verder tot een recordhoogte van ongeveer 8,0 miljard euro (NVL, 2025a). Dit komt neer op een toename van 10 procent ten opzichte van 2023. Dit is een verdubbeling van de 5 procent groei die in 2023 ten opzichte van 2022 werd gevonden. Ook de gemiddelde contractwaarde bleef stijgen en groeide met 9 procent naar 119 duizend euro (NVL, 2025b). Dit was 109 duizend euro in 2023. In 2024 bedroegen de aandelen financial lease en operational lease respectievelijk 84 procent en 16 procent (NVL, 2025a). De verdeling naar type contract bleef gelijk aan 2023. De verkleining van de rol van banken als distributeurs, is niet doorgezet, deze bleef nagenoeg gelijk en besloeg 30 procent van het volume in 2024 (NVL, 2025a). Het aandeel van de bankkantoren nam in 2023 nog naar 29 procent af van 38 procent in 2022. Leveranciers bleven ook in 2024 het grootste distributiekanaal, zowel wat het volume als het aantal contracten betreft (NVL, 2025a).

Omzetdaling bij factoring

In tegenstelling tot equipment lease liet factoring (het overdragen van facturatie en debiteurenrisico aan een externe partij) een omzetdaling van bijna 7 procent zien ten opzichte van het voorgaande jaar (FAAN, 2025). De daling in het volume van de factoringmarkt zien we ook terug in de 3 procent daling van de funds in use, zoals weergegeven in figuur 2.4.1 (FAAN, 2025). In 2023 bereikte de omzet nog een recordniveau van 168 miljard euro aan overgedragen omzet (FAAN, 2025). In 2024 bedroeg het totale volume 157 miljard euro. Van de overgedragen omzet ging 59 procent naar ondernemingen met een bruto omzet onder de tien miljoen. Ook het aantal factoring klanten was in deze omzetcategorie het grootst, net als in het voorgaande jaar. Het totaal aantal factoringklanten bleef in 2024 nagenoeg gelijk.

Groei bij meeste andere vormen van non-bancaire financiering

Na een sterke afname (-48 procent) van het volume aan private equity (investeringen in middelgrote en grote bedrijven) in 2023, nam dit in 2024 weer toe met 13 procent (NVP, 2025). Wat het volume betreft, waren de grootste investeringen in de zakelijke producten en diensten.

De investeringen in durfkapitaal, ook wel venture capital genoemd (investeringen in startende en kleine bedrijven), stegen in 2024 ten opzichte van 2023 met ongeveer 1 procent tot een volume van ongeveer 1,2 miljard. Een jaar eerder was deze stijging ongeveer 17 procent14) (NVP, 2025). Net als vorig jaar waren de meeste investeringen terug te vinden in de sectoren ICT en gezondheidszorg en biotechnologie.

Verstrekkingen via direct lending (rechtstreekse verstrekkingen van een geldverstrekker zonder tussenkomst van een bank of andere partij) namen in 2024 toe met 27 procent in volume vergeleken met 202315) (SMF, 2025). Ook het aantal verstrekkingen nam toe voor alle grootteklassen naar bedrag. Verreweg het merendeel van de verstrekkingen viel, net als vorig jaar, in de categorie kleiner dan 50 duizend euro. Slechts 0,3 procent betreft verstrekkingen van boven de 1 miljoen euro. Het aantal verstrekkingen boven de 1 miljoen euro is relatief gezien wel enorm gestegen (van 9 in 2023 naar 83 verstrekkingen in 2024). 

Het volume verstrekkingen via de mkb-beurs (een platform waarbij beleggers rechtstreeks in mkb-bedrijven kunnen investeren in de vorm van (certificaten van) aandelen en obligaties) is met bijna 83 procent afgenomen ten opzichte van 2023 (SMF, 2025). De cijfers over de verstrekkingen van MKB-beurzen kennen grote schommelingen door de variabiliteit van emissies en de aard van de financiering. Hierdoor representeert een schommeling in de cijfers niet per se een toename of afname van de markt (SMF, 2025).

Ook in 2024 zijn de cijfers over leningen via crowdfunding niet beschikbaar via de bron (crowdfundingcijfer.nl, 2023) die eerder als bron diende. Het SMF rapporteert ook over crowdfunding. Net als in 2024 wordt deze bron als alternatief gebruikt. Deze cijfers zullen in absolute zin afwijken van de eerder gebruikte bron, omdat deze op basis van andere bronnen worden samengesteld. Net als in 2023, stegen in 2024 de verstrekte financieringen op basis van crowdfunding (SMF, 2025). Met uitzondering van de verstrekkingen onder de 50 duizend euro stegen zowel het aantal door crowdfunding gefinancierde projecten (15 procent) als het volume van financieringen (16 procent) via dit financieringskanaal. In 2024 bedroeg het volume aan financiering verstrekt via crowdfunding 1.342 miljard euro. 

In 2024 nam het volume voor de meeste vormen van alternatieve financiering toe, met uitzondering van factoring en verstrekkingen via de mkb-beurs. De groei was, gemeten in procenten, het grootst voor financiering via direct lending.