Financieringsmonitor 2025

5. Oriëntatie op externe financiering

Ten opzichte van de vorige meting daalt het aandeel bedrijven dat zich oriënteert op de mogelijkheden omtrent nieuwe externe financiering weer. Op de lange termijn lijkt er echter geen sprake te zijn van een stijgende of dalende trend. De bank is in de huidige meting weer vaker gebruikt als kanaal voor bedrijven om zich te oriënteren. Sinds 2019 nam het aandeel bedrijven dat de bank als informatiekanaal gebruikte jaarlijks af, dit jaar neemt het voor het eerst weer toe. Voor de andere informatiekanalen is een daling te zien ten opzichte van de vorige meting.

In dit hoofdstuk worden de resultaten van de tweede stap in de zoektocht naar financiering door het bedrijfsleven verder uiteengezet. De volgende figuur geeft de positie van dit hoofdstuk in het gehele proces weer. De analyses in dit hoofdstuk hebben betrekking op bedrijven met een nieuwe externe financieringsbehoefte.

5.0

5.1 Lichte daling in aandeel bedrijven dat zich oriënteert

Het aandeel bedrijven dat zich oriënteert op mogelijkheden voor nieuwe externe financiering daalt ten opzichte van de vorige meting. Waar in afgelopen meting 82 procent van alle bedrijven in het mkb binnen de business economy met een financieringsbehoefte zich verder oriënteerde, daalde dat in de huidige meting tot 78 procent. Dit verschil is niet statistisch significant. In de vorige meting leek het erop dat dit aandeel weer toenam richting het niveau van de jaren 2018 tot en met 2021. Maar de groei van dit aandeel lijkt niet door te zetten. Over het algemeen schommelen de percentages al sinds 2018 rond de 80 procent.

5.1.1 Aandeel bedrijven met een externe financieringsbehoefte dat zich oriënteert op de mogelijkheden1)
Categorie2025 (%)2025, marge (%)2024 (%)2024, marge (%)2023 (%)2023, marge (%)2022 (%)2022, marge (%)2021 (%)2021, marge (%)
Mkb77,671,9 - 83,282,577,5 - 87,473,867,0 - 80,679,373,7 - 85,085,880,6 - 90,9
Bedrijfsgrootte
Micro75,367,5 - 83,083,476,8 - 90,069,460,4 - 78,478,771,4 - 86,084,778,2 - 91,1
Klein83,678,3 - 88,979,373,1 - 85,684,779,2 - 90,280,374,0 - 86,789,084,4 - 93,5
Midden82,275,6 - 88,882,975,8 - 90,087,381,1 - 93,584,778,7 - 90,691,887,5 - 96,1
Groot80,871,2 - 90,485,174,9 - 95,282,270,9 - 93,576,464,5 - 88,395,693,9 - 97,2
1)Het gaat hier om 95%-betrouwbaarheidsinterval marges, zie de onderzoeksverantwoording voor meer toelichting op de weergegeven marges.

  • Het microbedrijf heeft minder vaak (75 procent) stappen ondernomen om informatie in te winnen over mogelijkheden dan andere grootteklassen binnen het mkb. Dit is ieder jaar sinds 2018 het geval, met uitzondering van de vorige meting. Bij het midden- en grootbedrijf is ook een lichte daling terug te zien ten opzichte van de vorige meting. Bij het kleinbedrijf neemt het aandeel juist toe tot 84 procent. De verschillen zijn niet statistisch significant ten opzichte van de vorige meting.
  • Landbouwbedrijven oriënteren zich doorgaans vaker op mogelijkheden dan de business economy. Met 89 procent in 2025 is dat even vaak als afgelopen meting. In de sector informatie en communicatie is het aandeel met 14 procentpunt gedaald ten opzichte van de vorige meting, deze daling is statistisch significant. Met 69 procent oriënteert deze sector zich nu het minst vaak.
  • Net als in eerdere jaren verkennen oudere bedrijven vaker de mogelijkheden dan jongere bedrijven, respectievelijk 78 en 77 procent. In tegenstelling tot eerdere jaren is dit verschil in de huidige meting kleiner geworden. Het bedraagt nu slechts één procentpunt, in de vorige meting was dit verschil nog vier procentpunt.
  • Bedrijven die aangeven een dochteronderneming te zijn oriënteren zich het minst vaak van alle typen bedrijven op financieringsmogelijkheden: slechts 50 procent. Dat is een stuk lager dan de vorige meting, maar wel in lijn met een dalende trend sinds 2020. Hierbij lijkt de afgelopen meting een eenmalige uitschieter. Snelgroeiende en sociale ondernemingen oriënteren zich het vaakst op de mogelijkheden tot financiering, respectievelijk 91 en 89 procent. Dit is, wederom op de afgelopen meting na, in lijn met eerdere jaren.
  • Bedrijven die zich wel hebben georiënteerd verschillen niet statistisch significant van bedrijven die zich niet hebben georiënteerd voor wat betreft hun solvabiliteit en liquiditeit. 19)

Veel bedrijven al bekend met financieringsmogelijkheden

Twee op de tien mkb-bedrijven met een financieringsbehoefte hebben geen stappen ondernomen om informatie in te winnen over de mogelijkheden. Hiervoor kunnen bedrijven meerdere redenen hebben, dit geldt voor ongeveer twee op de tien bedrijven. Bijna de helft van de bedrijven die zich niet verder oriënteerden heeft dit niet gedaan omdat zij al bekend waren met de mogelijkheden. Dit aandeel lijkt redelijk constant sinds 2023. De reden die hierna als vaakst voorkomt is dat bedrijven verwachten de financiering toch niet te zullen krijgen. Ongeveer een kwart van de bedrijven heeft dit als reden. Daarnaast weet 19 procent van de bedrijven die geen verkenning uitvoert niet waar te zoeken en 18 procent verwacht dat het te duur zal zijn. Ten opzichte van de vorige meting geven meer bedrijven aan dat ze niet weten waar te zoeken (toen nog 12 procent) en juist minder bedrijven dat het te duur is of dat ze verwachten het toch niet te krijgen (toen nog respectievelijk 32 en 35 procent).

Bijna 90 procent van het midden- en grootbedrijf was al bekend met de mogelijkheden. Ook het kleinbedrijf was in zeven van de tien gevallen al bekend met de mogelijkheden. Bij het microbedrijf lag dit lager: vier op de tien microbedrijven was al bekend met de mogelijkheden. Microbedrijven hadden vaker de andere bovengenoemde redenen. 

5.2 Bij het verkennen van mogelijkheden is enkel de bank in populariteit gestegen

Bedrijven die hun financieringsmogelijkheden verder verkennen kunnen dat via één of meerdere kanalen doen. Zes op de tien bedrijven oriënteren zich via meerdere kanalen. Nog steeds blijft de bank het belangrijkste kanaal voor bedrijven om zich te oriënteren: 64 procent heeft geïnformeerd bij een bank. In de afgelopen metingen nam de hoeveelheid bedrijven dat zich oriënteerde via de bank jaarlijks af: van 80 procent in 2019 tot 56 procent in 2024. Dit jaar lijkt er een einde te komen aan deze afname en stijgt het aandeel bedrijven dat zich oriënteert via de bank met 8 procent. Daarnaast blijven de accountant (36 procent) en de financieel adviseur (32 procent) belangrijke kanalen, ook al zijn beide met 6 à 7 procentpunt gedaald ten opzichte van de vorige meting. Opvallend is dat enkel de bank als oriëntatiekanaal in populariteit is gestegen ten opzichte van de vorige meting. Alle andere vormen van oriëntatie werden minder gebruikt.

  • Vooral voor het klein-, midden- en grootbedrijf is de bank een vaak gebruikt kanaal om zich te oriënteren (respectievelijk 77, 84 en 79 procent). Het microbedrijf oriënteert zich met ongeveer 58 procent ook vaak via de bank, maar wel minder dan in de andere grootteklassen. De stijging in populariteit van de bank als informatiekanaal is terug te zien bij alle grootteklassen binnen het mkb. Zoals in hoofdstuk 2.4 besproken neemt het aantal bancaire aanvragen in de bedragscategorie 250 duizend tot 1 miljoen euro toe, dit lijkt in lijn met de toegenomen interesse in de bank als oriëntatiekanaal die in het mkb is terug te zien.
  • In vergelijking met andere grootteklassen oriënteert het microbedrijf zich relatief vaker via bekenden of zelf online. Beide vormen van oriëntatie worden minder vaak gebruikt naar gelang de grootteklasse toeneemt. Grotere bedrijven maken meer gebruik van officiële kanalen zoals accountants, adviseurs of andere financiers dan door zelf online of via bekenden te zoeken.
  • Bedrijven in de sector landbouw winnen vaker informatie in via de bank en via een accountant dan bedrijven in de business economy. In de sector informatie en communicatie wordt juist meer zelf online gezocht (50 procent) of via bekenden (46 procent) ten opzichte van andere sectoren.
  • Oudere bedrijven (71 procent) maken vaker dan jongere bedrijven (50 procent) gebruik van een bank om zich te oriënteren op financieringsmogelijkheden. Jongere bedrijven maken vaker gebruik van bekenden (32 procent tegenover 19 procent) en kijken vaker zelf online (37 procent tegenover 25 procent).
  • Bedrijven die zichzelf kenmerken als innovatief maken in 66 procent van de gevallen gebruik van de bank als oriëntatiekanaal. Dit is een stijging van 16 procentpunt ten opzichte van de vorige meting. Ook sociale bedrijven maken vaker gebruik van een bank om zich te oriënteren op financieringsmogelijkheden: 59 procent in de huidige meting ten opzichte van 48 procent in het afgelopen jaar. Veel minder vaak maakt dit type bedrijf gebruik van andere vormen om zich te oriënteren in de huidige meting. De grootste afname is te zien bij financieel adviseurs (16 procent ten opzichte van 48 procent vorig jaar) en andere financiers (29 procent ten opzichte van 53 procent afgelopen jaar). Een andere opvallende wijziging is dat het aandeel startups dat zich oriënteert via bekenden met 21 procentpunt stijgt naar 67 procent. Dit soort percentages fluctueert sterk van jaar tot jaar wegens wisselende samenstelling van de respondenten van de Financieringsmonitor.

Bancaire vormen van financiering het vaakst verkend

Bedrijven kunnen zich op meerdere financieringsvormen tegelijkertijd oriënteren. Net als in vorige metingen is te zien dat bedrijven zich in meer gevallen oriënteren op vormen die betrekking hebben op vreemd vermogen, in vergelijking met vormen die het eigen vermogen aangaan. Dat bijna twee derde van het mkb in de business economy informatie inwint bij de bank is ook terug te zien bij de overwogen vorm van externe financiering: 60 procent van de bedrijven verdiept zich namelijk in de banklening als financieringsvorm. Dit is een toename met 8 procentpunt ten opzichte van de vorige meting. Naast de banklening overweegt het mkb vaak een uitbreiding van een bestaande of een nieuwe rekening-courant (23 procent) via de bank. De populairste non-bancaire vormen bij het vreemd vermogen zijn leasing (21 procent) en een onderhandse lening (19 procent). Wanneer het mkb eigen vermogen overweegt als mogelijkheid verdiepen ze zich het vaakst in informele investeerders als financieringsvorm (19 procent). Dit jaar zijn de financieringsvormen ketenfinanciering en embedded finance toegevoegd als opties in de monitor. Er zijn echter weinig bedrijven die zich oriënteren op deze financieringsvormen.

5.2.1 Verkende vormen van externe financiering in het mkb in de business economy 1)
CategoryAandeel bedrijven
Vreemd vermogen
Banklening60
Rekening-courant23
Leasing21
Onderhandse lening19
Achtergestelde lening7
Leverancierskrediet6
Factoring4
Crowdfunding3
Ketenfinanciering2
Embedded finance0
Anders6
Eigen vermogen
Informele investeerders19
Durfkapitaal9
Business angel6
Participatiemaatschappij6
Participatie bedrijven5
Crowdfunding4
Anders4
1) Bedrijven kunnen zich op meerdere vormen tegelijk oriënteren

  • Het microbedrijf oriënteert zich minder vaak dan andere grootteklassen op een banklening (57 procent). Twee derde van het klein-, midden- en grootbedrijf verdiept zich in een banklening als financieringsvorm. Dit is in lijn met de verschillen tussen grootteklassen bij het gebruik van de bank als informatiekanaal.
  • In alle sectoren is een banklening de financieringsvorm waarop bedrijven zich het vaakst oriënteren. De sectoren landbouw (88 procent) en onroerend goed (77 procent) verdiepen zich het vaakst in een banklening als optie voor financiering.

Relatie met huisbank belangrijkste reden om via de bank te oriënteren

Bij de populariteit van de bank als informatiekanaal en de bancaire financieringsvormen (banklening en rekening-courant) speelt de vertrouwdheid met banken een grote rol. Belangrijke redenen voor het mkb om zich te oriënteren via de bank zijn de relatie met de huisbank (51 procent), bekendheid met bancaire financiering (45 procent), en betrouwbaarheid van deze financieringsvorm (28 procent). De eerste twee redenen zijn vergelijkbaar gebleven met de vorige meting. Ten opzichte van de vorige meting is de betrouwbaarheid van de bancaire financiering als reden om zich hierop te oriënteren met 9 procentpunt afgenomen.

5.3 Financieringsdoelen verschillen tussen bedrijven die zich wel of niet oriënteren

Bedrijven die stappen hebben genomen om informatie in te winnen over mogelijkheden hebben vaker start, vernieuwing en uitbreiding als hoofddoel voor de financiering (89 procent) dan bedrijven die zich niet oriënteren (80 procent). Bedrijven die zich wel oriënteren hebben dan ook in 43 procent van de gevallen de financiering nodig om het bedrijf uit te breiden. Voor bedrijven die zich niet verder oriënteren is dit 33 procent.

Bij het hoofddoel continuering van het bedrijf en/of de bedrijfsactiviteiten is dit andersom. Bedrijven die zich wel oriënteren (65 procent) hebben juist minder vaak dit doel dan bedrijven die zich niet oriënteren (76 procent). Van de bedrijven die zich niet oriënteren heeft 60 procent de continuering van voorraden en werkkapitaal als financieringsdoel, tegenover 42 procent van de bedrijven die zich wel oriënteren.

5.3.1 Financieringsdoelen voor bedrijven met een externe financieringsbehoefte die zich wel of niet georiënteerd hebben, mkb in de business economy 1)
Category Niet georiënteerd (%) Wel georiënteerd (%)
Start, uitbreiding en vernieuwing 8089
Uitbreiding3343
Wagenpark2118
Marketing208
Onroerend goed521
Continuering7665
Voorraden en werkkapitaal6042
Overbruggen anders dan corona2114
Herfinanciering417
1) Bedrijven kunnen meerdere financieringsdoelen tegelijk hebben.