Het jaar van corona

Mondkapjes in het straatbeeld
© Hollandse Hoogte / Robin Utrecht
In 2020 overleden tot en met week 51 ruim 162 duizend mensen, 13 duizend meer dan verwacht. Sinds de Tweede Wereldoorlog is een dergelijke stijging van het aantal overledenen niet waargenomen. Vanwege de beperkende maatregelen kromp de consumptie van huishoudens in de eerste drie kwartalen van 2020 met 6,4 procent ten opzichte van de eerste drie kwartalen van 2019. Ook een dergelijke krimp is in de naoorlogse jaren niet voorgekomen. Dit meldt het CBS in het jaaroverzicht 2020.

De belangrijkste ontwikkelingen van 2020De belangrijkste ontwikkelingen van 2020 Sterfte Huwelijk/geregistreerde Geregistreerde Bbp Consumptie Prijzen bestaande Vliegpassagiers Afzet Nettoarbeids- De ontwikkelingen zijn (behalve bij sterfte) bepaald door de tot dusverre gepubliceerde verslagperioden van –6,0% motorbrandstoffen 2020 te vergelijken met de overeenkomstige perioden van 2019. +7,7% koopwoningen -0,4%-punt participatie +13 000 -15,4% partnerschap -0,5% misdaad -4,1% -6,4% huishoudens -70,5% SterfteHuwelijk/geregistreerdeGeregistreerdeBbpConsumptiePrijzen bestaandeVliegpassagiersAfzetNettoarbeids-De belangrijkste ontwikkelingen van 2020De ontwikkelingen zijn (behalve bij sterfte) bepaald door de tot dusverre gepubliceerde verslagperioden van –6,0%motorbrandstoffen2020 te vergelijken met de overeenkomstige perioden van 2019.+7,7%koopwoningen-0,4%-punt participatie+13 000-15,4%partnerschap-0,5%misdaad-4,1%-6,4% huishoudens-70,5%t.o.v. verwachting

Tijdens de eerste golf van de coronapandemie in Nederland (week 11 tot en met week 19) was de oversterfte, het verschil tussen de waargenomen en de verwachte sterfte, naar schatting bijna 9 duizend. De verwachte(wekelijkse) sterfte is gebaseerd op eerdere jaren en demografische ontwikkelingen. In de eerste dertien weken van de tweede golf (week 39 tot en met week 51) overleden 6,1 duizend meer mensen dan voor deze periode werd verwacht. Ook tijdens de hittegolf in week 33 en 34 was er oversterfte. In de andere weken van 2020 was de sterfte lager dan verwacht. Hierdoor komt de oversterfte tot en met week 51 uit op 13 duizend mensen.

Overledenen per week, 2020*
 OverledenVerwacht aantal overledenenVerwacht aantal overledenen (95%-interval)
1310332772908 – 3645
2336533112930 – 3692
3315733442945 – 3742
4304633923008 – 3776
5316334073027 – 3788
6319434012979 – 3823
7319934082916 – 3901
8295933872851 – 3922
9309833522805 – 3898
10310633152785 – 3845
11321932532756 – 3751
12361531742711 – 3637
13445931042703 – 3505
14508430242712 – 3337
15498029572719 – 3195
16430629152711 – 3120
17390728692677 – 3060
18337928412650 – 3032
19298628212633 – 3009
20277527942626 – 2962
21277127702620 – 2920
22272827532608 – 2898
23268227352591 – 2880
24269227372600 – 2875
25269427252594 – 2855
26266027172577 – 2857
27263927232544 – 2902
28261927192515 – 2923
29252827202507 – 2934
30267327072515 – 2900
31266826872492 – 2882
32264026822483 – 2881
33320926692481 – 2857
34285426632510 – 2815
35273226672526 – 2807
36269026762549 – 2804
37273926982564 – 2832
38271927292585 – 2873
39289127522618 – 2886
40299727862628 – 2943
41301928072655 – 2960
42321728392677 – 3001
43344828622661 – 3063
44367628892683 – 3095
45358729022692 – 3111
46356629322710 – 3155
47332429722742 – 3202
48339330122762 – 3263
49351230372742 – 3332
50358031002800 – 3399
51395931662830 – 3501
5232222871 – 3573
* Voorlopige cijfers. Week 51 is een schatting.

Het ziekteverzuim was in de eerste drie kwartalen van 2020 hoger dan in voorgaande jaren. Net als in de voorgaande jaren was het verzuim het hoogst in gezondheidszorg en welzijn, 5,9 procent. Binnen deze bedrijfstak was het verzuim het hoogst in verpleging, verzorging en thuiszorg (7,1 procent).

Beperkingen zichtbaar in huwelijkssluitingen, migratie en overlast

Het aantal afgesloten huwelijken en geregistreerde partnerschappen van januari tot en met oktober was 15,4 procent minder dan in dezelfde maanden in 2019. Dit kwam vooral door een sterke daling van het aantal huwelijken in het tweede kwartaal.

Door beperkingen in het grensverkeer kwamen er van januari tot en met oktober 50 duizend immigranten minder dan een jaar eerder, een vijfde minder dan in 2019. Het aantal eerste asielaanvragers en nareizigers lag in dezelfde periode ruim een derde lager dan in 2019. Er emigreerden ruim 8 duizend mensen minder, een daling van 6 procent. De daling van het aantal immigranten en asielzoekers vond vooral plaats in het tweede kwartaal, toen er veel inreisverboden van kracht waren.

De geregistreerde overlast lag in het eerste halfjaar van 2020 bijna 40 procent hoger dan diezelfde periode in 2019. De geregistreerde misdaad was van januari tot en met november 0,5 procent lager dan in 2019. Het aantal woninginbraken nam in deze periode met een vijfde af.

Extreme terugval consumptie

De economie kende in 2020 een zeer sterke golfbeweging: extreme krimp in het tweede en extreme groei in het derde kwartaal, die echter niet hoog genoeg was om de krimp in het tweede kwartaal en het eerste te compenseren. Het bruto binnenlands product (bbp) kromp in de eerste drie kwartalen van 2020 met 4,1 procent ten opzichte van de eerste drie kwartalen van 2019. Deze krimp kwam vooral op conto van de daling van de consumptie door huishoudens (6,4 procent) door het beperken van de consumptiemogelijkheden door overheidsmaatregelen, zoals sluiting van horecagelegenheden. Ook de afname van de investeringen met 3,5 procent droeg bij aan de krimp van het bbp. De uitvoer kromp met 4,6 procent, maar doordat de invoer met 4,7 procent kromp, bleef het handelssaldo redelijk overeind.

Bestedingen naar categorie, eerste 3 kwartalen 2020
bestedingscategorieverandering (% volumemutatie t.o.v. dezelfde kwartalen een jaar eerder)
Consumptie huishoudens-6,4
Uitvoer goederen en diensten-4,6
Investeringen in vaste activa-3,5
Consumptie overheid-0,5
Invoer goederen en diensten-4,7
Bruto binnenlands product-4,1

Dat de ene bedrijfstak meer last heeft van beperkende maatregelen dan de andere is goed te zien aan de ontwikkeling van de toegevoegde waarde. In de eerste drie kwartalen van 2020 kromp de toegevoegde waarde in de horeca met 33 procent ten opzichte van een jaar eerder, en in cultuur, recreatie en overige diensten met 23 procent. Ook vervoer en opslag (met hierin de luchtvaart) en verhuur en overige zakelijke diensten (met hierbinnen de reisbranche en de uitzendbranche) krompen met respectievelijk 16 en 15 procent. De gezondheidszorg en welzijn kromp met 7 procent, doordat de bestrijding van COVID-19 reguliere behandelingen verdrong. De delfstoffenwinning kromp met 24 procent, vanwege het verder dichtdraaien van de gaskraan.

Toegevoegde waarde bedrijfstakken, eerste drie kwartalen van 2020
bedrijfstakverandering (% volumemutatie t.o.v. dezelfde kwartalen een jaar eerder)
Horeca-33,3
Delfstoffenwinning-23,6
Cultuur, recreatie, overige diensten-22,6
Vervoer en opslag-16,4
Verhuur en overige zakelijke diensten-15,4
Gezondheids- en welzijnszorg-7,1
Onderwijs-3,8
Industrie-3,6
Handel-2,0
Informatie en communicatie-0,8
Waterbedrijven en afvalbeheer-0,6
Bouwnijverheid-0,4
Financiële dienstverlening0,4
Specialistische zakelijke diensten0,9
Landbouw, bosbouw en visserij1,5
Verhuur en handel van onroerend goed2,3
Openbaar bestuur en overheidsdiensten2,5
Energievoorziening2,6

Minder faillissementen

Het aantal faillissementen was in 2020 lager dan een jaar eerder. Mogelijk spelen hier de steunpakketten van de overheid een rol. In het tweede en het derde kwartaal gaf de overheid 36 miljard euro meer uit dan er binnenkwam. Voor de coronacrisis kende Nederland nog een begrotingsoverschot.

De werkzame beroepsbevolking was van januari tot en met november gemiddeld ongeveer gelijk aan die in dezelfde periode van 2019. Door de groei van de bevolking van 15 tot 75 jaar viel de nettoarbeidsparticipatie gemiddeld lager uit: deze daalde van 68,8 naar 68,4 procent. De werkloosheid steeg in deze periode van gemiddeld 3,4 naar 3,8 procent van de beroepsbevolking.

Minder mobiliteit én minder uitstoot

Van januari tot en met november waren er 70 procent minder vliegpassagiers op Nederlandse luchthavens in vergelijking met een jaar eerder. Het aantal inchecks in het openbaar vervoer tot aan week 50 was de helft van dat in 2019. Het wegverkeer tot en met week 51 was doordeweeks gemiddeld 82 procent van dat in 2019 en in de weekenden 76 procent. Vanwege de coronacrisis én CO2-beperkende maatregelen lag de CO2-uitstoot (inclusief die door het internationale vliegverkeer) in de eerste drie kwartalen onder die een jaar eerder. De afzet van motorbrandstoffen uitgedrukt in energiewaarde daalde in de maanden januari tot en met september met 6 procent ten opzichte van de overeenkomstige periode een jaar eerder. Dit impliceert dat er althans door het verkeer en het vervoer naast CO2 ook minder fijnstof en NOX is uitgestoten.

Passagiers op luchthavens van nationaal belang
jaarmaandpassagiers (x mln)
2015oktober5,94
2015november4,70
2015december4,66
2016januari4,49
2016februari4,51
2016maart5,25
2016april5,84
2016mei6,41
2016juni6,20
2016juli7,08
2016augustus7,12
2016september6,57
2016oktober6,45
2016november5,16
2016december5,21
2017januari5,02
2017februari4,79
2017maart5,72
2017april6,53
2017mei6,99
2017juni6,90
2017juli7,53
2017augustus7,61
2017september7,04
2017oktober6,98
2017november5,66
2017december5,44
2018januari5,41
2018februari5,24
2018maart6,15
2018april6,73
2018mei7,26
2018juni7,23
2018juli7,69
2018augustus7,79
2018september7,29
2018oktober7,26
2018november5,80
2018december5,74
2019januari5,50
2019februari5,35
2019maart6,27
2019april6,93
2019mei7,40
2019juni7,47
2019juli7,73
2019augustus7,86
2019september7,49
2019oktober7,35
2019november5,89
2019december5,94
2020januari5,60
2020februari5,28
2020maart2,77
2020april0,13
2020mei0,22
2020juni0,53
2020juli1,69
2020augustus2,24
2020september1,55
2020oktober1,30
2020november0,97