Hoe reizen we van en naar het werk?


Een inwoner van Nederland legt gemiddeld ruim 10 duizend reizigerskilometer per jaar af in eigen land. Het grootste deel hiervan, 30 procent, wordt afgelegd om van en naar het werk te gaan. Ook is dit reisdoel goed voor ruim 23 procent van de totale reistijd en 19 procent van alle verplaatsingen per persoon per jaar.

Bijna de helft van de tijd dat er gereisd wordt heeft te maken met vrijetijdsactiviteiten zoals op visite gaan, toeren of wandelen en sporten. Boodschappen doen en winkelen zijn goed voor ruim een vijfde van alle verplaatsingen. Hierbij gaat het vaak om verplaatsingen over korte afstanden die weinig tijd in beslag nemen.

Vooral met de auto van en naar het werk

Van de 9 duizend kilometer die alle Nederlandse inwoners samen gemiddeld afleggen om dagelijks van en naar het werk te gaan, wordt bijna driekwart met de auto afgelegd, meestal als bestuurder. De trein wordt gebruikt voor 12 procent van deze kilometers, vooral voor de lange afstanden. Fietsen is goed voor bijna een kwart van de verplaatsingen van en naar het werk. De fiets wordt dikwijls gebruikt voor korte afstanden, in totaal voor 7 procent van de kilometers van en naar het werk. Minder dan 1 procent van de totale afstand van en naar het werk wordt te voet afgelegd.

Langere afstand van en naar het werk bij meer werkuren

De afstand die per dag wordt afgelegd om van en naar het werk te gaan hangt samen met het aantal uren per week dat iemand werkzaam is. Mannen met een werkweek van 30 uur of meer, leggen gemiddeld 23 kilometer af van en naar het werk, bij vrouwen is dat bijna 18 kilometer. Deze werkenden zijn daarbij respectievelijk gemiddeld 32 en 30 minuten onderweg. Voor mensen met een baan van 12 tot 30 uur per week vallen deze cijfers lager uit. Mannen reizen gemiddeld ruim 12 kilometer en zijn 21 minuten onderweg; vrouwen bijna 10 kilometer en gemiddeld 18 minuten.