Hoeveel wordt er met het openbaar vervoer gereisd?

In 2022 legden alle inwoners van Nederland van 6 jaar of ouder in totaal 15,8 miljard reizigerskilometers af met de trein op Nederlands grondgebied. Daarnaast werd 5,0 miljard kilometer met bus, tram of metro gereisd. Hiermee was het totale openbaar vervoer (ov) goed voor 11 procent van het totale aantal reizigerskilometers binnen de landsgrenzen.

De trein werd ongeveer even vaak gebruikt als van bus, tram of metro gezamenlijk. Gemiddeld verplaatste een inwoner van Nederland zich in 2022 19 keer met de trein en 20 keer met bus, tram of metro. Over het spoor werd gemiddeld 955 kilometer per persoon afgelegd. Hiervoor was men bijna 26 uur onderweg. Met bus, tram of metro werd gemiddeld een afstand van 289 kilometer overbrugd. Met deze vervoerwijzen werd gemiddeld 15,4 uur gereisd in 2022.

 

Reizigerskilometers naar vervoerwijze, personen van 6 jaar of ouder, 2022
VervoerswijzeAfgelegde afstand
Personenauto (bestuurder)50,1
Personenauto (passagier)18,1
Trein8,7
Bus/tram/metro2,6
Fiets10,1
Lopen4,0
Overige vervoerwijze6,5
 

Reismotieven

De meeste treinreizigerskilometers werden in 2022 afgelegd om van en naar het werk te reizen. Gemiddeld 290 kilometer per persoon van 6 jaar of ouder in heel 2022. Daarnaast werden veel kilometers afgelegd om op viste te gaan of te logeren (20 procent), voor uitgaan, sport en hobby’s (18 procent) en voor het volgen van onderwijs/cursussen of de kinderopvang (16 procent).

De belangrijkste reisdoelen bij het reizen met bus, tram of metro waren het volgen van onderwijs, cursussen en kinderopvang en van en naar het werk gaan. Samen waren ze goed voor ruim de helft van alle kilometers gemaakt met bus, tram of metro.

OV-gebruikers naar maatschappelijke participatie, 2022
Persoonskenmerkengebruik van het ov (% van personen van 6 jaar of ouder)
Totaal6,1
werkt 12 tot 30 uur pw6,4
werkt 30 uur pw of meer6,3
student/scholier10,7
werkloos6,2
arbeidsongeschikt3,6
gepensioneerd/VUT2
anders/overig3,8

Reisdag en tijdstip

Op vrijdag, zaterdag en zondag reisde men gemiddeld minder kilometers met het openbaar vervoer dan op overige weekdagen. Zo legde een inwoner van Nederland van 6 jaar of ouder op een gemiddelde donderdag 3,1 kilometer af met de trein en 1,0 kilometer met bus, tram of metro. Op een gemiddelde zondag was dat respectievelijk 2,3 en 0,4 kilometer.

 

 
Afgelegde afstand met het ov per dag, personen van 6 jaar of ouder, 2022
DagTrein (km per persoon)Bus/tram/metro (km per persoon)
Zondag2,330,41
Maandag2,700,85
Dinsdag3,171,01
Woensdag2,650,96
Donderdag3,121,03
Vrijdag2,380,72
Zaterdag1,980,56

Stedelijkheid

In zeer stedelijke woonomgevingen wordt er meer gebruik gemaakt van het ov dan in weinig stedelijke woonomgevingen. Personen uit zeer sterk stedelijke gebieden verplaatsten zich in 2022 gemiddeld 27 keer met de trein en 45 keer met bus, tram of metro. Bij personen in weinig stedelijke omgeving was dat voor beide typen openbaar vervoer 10 keer. Ook was de gemiddelde afstand die op jaarbasis per persoon werd afgelegd met het ov fors hoger onder personen uit zeer sterk stedelijke gebieden dan onder personen uit een weinig-stedelijke woonomgeving. Bij het reizen met de trein was deze afstand gemiddeld 2,2 keer zo groot en bij het reizen met het overige ov 1,8 keer.

 

Afgelegde afstand met het ov naar stedelijkheid, personen van 6 jaar of ouder, 2022
Regio'sTrein (km per persoon)Bus/tram/metro (km per persoon)
Zeer sterk stedelijk1349432
Sterk stedelijk1068241
Matig stedelijk709203
Weinig stedelijk608238
Niet stedelijk627305

Wie maken er vooral gebruik van het openbaar vervoer?

Onder scholieren en studenten was het aandeel ov-gebruikers relatief hoog: 11 procent van hen maakte op een gemiddelde dag ten minste één reis met trein, bus, tram of metro. Bij studenten met een ov-studentenkaart met een weekabonnement was dit zelfs ruim 30 procent. Ook waren er naar verhouding veel ov-deelnemers onder mensen die wekelijks 12 tot 30 uur werken, namelijk ruim 6 procent.
In 2022 maakte zo’n 7 procent van de vrouwen minimaal één rit op een dag met het openbaar vervoer tegen 6 procent van de mannen. Daarnaast was het percentage ov-gebruikers bij mensen zonder auto in het huishouden aanzienlijk hoger dan bij degenen met een auto op eigen naam; 13,4 procent tegen 2,4 procent. 

OV-gebruikers naar maatschappelijke participatie, 2022
Persoonskenmerkengebruik van het ov (% van personen van 6 jaar of ouder)
Totaal6,1
werkt 12 tot 30 uur pw6,4
werkt 30 uur pw of meer6,3
student/scholier10,7
werkloos6,2
arbeidsongeschikt3,6
gepensioneerd/VUT2
anders/overig3,8
 

In 2022 maakte zo’n 7 procent van de vrouwen minimaal één rit op een dag met het openbaar vervoer tegen 6 procent van de mannen. Daarnaast was het percentage ov-gebruikers bij mensen zonder auto in het huishouden aanzienlijk hoger dan bij degenen met een auto op eigen naam; 13,4 procent tegen 2,4 procent.

Van en naar het werk gaan

Een verplaatsing van of naar het werk kan zijn vanuit huis of vanuit een andere plaats zoals een winkel of de kinderopvang. Vanuit het werk kan men naar huis gaan of naar een andere locatie, of bijvoorbeeld een ommetje maken in de pauze. Het kan een vast werkadres of een tijdelijk werkadres betreffen, waaronder ook adressen waar men tegen betaling als oproepkracht werkt, een bijbaantje heeft of vrijwilligerswerk uitvoert.