Hoeveel wordt er met het openbaar vervoer gereisd?

In 2019 legden alle inwoners van Nederland van 6 jaar of ouder in totaal 23,9 miljard kilometer op Nederlands grondgebied af met de trein. Daarnaast werd 6,2 miljard kilometer met bus, tram of metro gereisd. Hiermee was het totale openbaar vervoer (ov) goed voor een zevende van het totaal aantal reizigerskilometers binnen de landsgrenzen.

Er werd vaker gebruik gemaakt van de trein dan van de bus, tram of metro. Gemiddeld verplaatste een inwoner van Nederland in 2019 zich 30 keer met de trein en 26 keer met het overige ov. Over het spoor werd gemiddeld 1 488 kilometer per persoon afgelegd. Hiervoor was men bijna 39 uur onderweg. Met de bus, tram of metro werd gemiddeld een afstand van 386 kilometer overbrugd in ruim 19,5 uur.

Reizigerskilometers naar vervoerwijze, personen van 6 jaar of ouder, 2019
VervoerswijzeAfgelegde afstand (%)
Personenauto (bestuurder)50,0
Personenauto (passagier)18,4
Trein11,3
Bus/tram/metro2,9
Fiets8,3
Lopen2,5
Overige 6,7

Reismotieven

Het grootste deel van de treinkilometers werd afgelegd om van en naar het werk te gaan. Hiervoor werd gemiddeld 491 kilometer per persoon met de trein gereisd, een derde van alle treinkilometers. Daarnaast werden er veel kilometers met de trein gemaakt om op visite te gaan en te logeren, en voor het volgen van onderwijs, cursussen en kinderopvang.

Een verplaatsing van of naar het werk kan zijn vanuit huis of vanuit een andere plaats zoals een winkel of de kinderopvang. Vanuit het werk kan men naar huis gaan of naar een andere locatie, of bijvoorbeeld een ommetje maken in de pauze. Het kan een vast werkadres of een tijdelijk werkadres betreffen, waaronder ook adressen waar men tegen betaling als oproepkracht werkt, een bijbaantje heeft of vrijwilligerswerk uitvoert.

Bij het reizen met de bus, tram en metro waren van en naar het werk gaan, en het volgen van onderwijs, cursussen en kinderopvang wat betreft de afgelegde afstand de belangrijkste reisdoelen. Samen waren ze goed voor 58 procent van alle kilometers gemaakt met de bus, tram of metro.

Afgelegde afstand met de trein naar reismotief1), personen van 6 jaar of ouder, 2019
ReismotiefAfgelegde afstand (km per persoon)
Van en naar het werk491
Visite, logeren281
Onderwijs volgen, cursus, kinderopvang239
Uitgaan, sport, hobby216
Winkelen, boodschappen doen80
Zakelijk, beroepsmatig76
Overige 74
1) 'Diensten, persoonlijke verzorging' en ‘toeren, wandelen’ zijn vanwege het te lage aantal waarnemingen niet opgenomen in de lijst met reismotieven.

Reisdag en tijdstip

Op doordeweekse dagen reisde men gemiddeld meer kilometers met het ov dan in het weekend. Zo legde een inwoner van Nederland van 6 jaar en ouder op een gemiddelde dinsdag 5,0 kilometer af met de trein en 1,4 kilometer met de bus, tram of metro. Op een gemiddelde zondag was dat respectievelijk 2,7 en 0,6 kilometer.

Afgelegde afstand met het OV per dag, personen van 6 jaar of ouder, 2019
DagTrein (km per persoon)Bus/tram/metro (km per persoon)
Zondag2,730,55
Maandag4,261,12
Dinsdag5,041,36
Woensdag4,51,27
Donderdag4,821,16
Vrijdag4,031,3
Zaterdag3,140,64

Stedelijkheid

Hoe stedelijker de woonomgeving, hoe meer er gebruik werd gemaakt van het ov. Mensen van 6 jaar en ouder uit zeer sterk stedelijke gebieden verplaatsten zich in 2019 gemiddeld 49 keer met de trein en 58 keer met de bus, tram of metro, bij een persoon woonachtig in een niet-stedelijke omgeving was dat respectievelijk 15 en 12 keer. Ook was de gemiddelde afstand die op jaarbasis per persoon werd afgelegd met het ov fors hoger onder mensen uit zeer sterk stedelijke gebieden dan onder mensen uit een niet-stedelijke woonomgeving: bij het reizen met de trein was deze gemiddeld 3,4 keer zo groot en bij het reizen met het overige ov 2,4 keer.

Afgelegde afstand met het OV naar stedelijkheid, personen van 6 jaar of ouder, 2019
Regio'sTrein ( km per persoon)Bus/tram/metro ( km per persoon)
Zeer sterk stedelijk2392676
Sterk stedelijk1626334
Matig stedelijk1156291
Weinig stedelijk802289
Niet stedelijk705280

Wie maken er vooral gebruik van het openbaar vervoer?

Onder scholieren en studenten was het aandeel ov-gebruikers relatief hoog: 13 procent van hen maakte op een gemiddelde dag ten minste één reis met de trein, bus, tram of metro. Bij studenten met een ov-studentenkaart (weekabonnement) was dit zelfs 41 procent. Ook waren er naar verhouding veel ov-deelnemers onder mensen die wekelijks dertig uur of meer werken, namelijk 1 op de 10. Onder gepensioneerden was het aandeel ov-gebruikers met 4 procent het laagst.

OV-gebruikers1) naar maatschappelijke participatie, 2019
Maatschappelijke participatie OV-gebruik (% van personen van 6 jaar of ouder)
Totaal8,6
Werkzaam: 12 tot 30 uur pw 8,4
Werkzaam: 30 uur pw of meer 9,9
Student/scholier13
Werkloos6,6
Arbeidsongeschikt5,6
Gepensioneerd/VUT3,7
Overige5
1) Personen die op een gemiddelde dag minimaal één rit met het OV maken.

Bij vrouwen was het aandeel dat op een gemiddelde dag minimaal één rit met het ov maakte met 9 procent wat groter dan bij mannen (8 procent). Daarnaast was onder rijbewijshouders het percentage ov-gebruikers aanzienlijk hoger bij mensen zonder auto in het huishouden dan bij degenen met een auto op eigen naam: 22 tegenover 4.