Sociaal kapitaal

Sociaal kapitaal gaat over de kwaliteit van sociale verbanden in de samenleving. Vertrouwen en sterke sociale relaties zijn een randvoorwaarde voor een functionerende samenleving en economie.

  • Vertrouwen in andere mensen is gedaald en de trend is niet langer stijgend.
  • Relatief veel mensen voelen zich gediscrimineerd.
  • Het vertrouwen in de Tweede Kamer neemt af.

Brede welvaart 'later'

Sociaal kapitaal

63,3%
van de bevolking van 15+ vindt de meeste mensen te vertrouwen in 2025
2e
van 19
in EU
in 2023
Vertrouwen in andere mensen
12,0%
van de bevolking van 15+ ziet zich als lid van een gediscrimineerde groep in 2023
18e
van 19
in EU
in 2023
Discriminatiegevoelens
60,6%
van de bevolking van 15+ heeft (heel veel of tamelijk veel) vertrouwen in 2025
3e
van 19
in EU
in 2023
Vertrouwen in instituties
Brede welvaart 'later'
Thema Indicator Waarde Trend Positie in EU Positie op EU-ranglijst
Sociaal kapitaal Vertrouwen in andere mensen 63,3% van de bevolking van 15+ vindt de meeste mensen te vertrouwen in 2025 2e van 19 in 2023 bovenste kwart van de ranglijst
Sociaal kapitaal Discriminatiegevoelens 12,0% van de bevolking van 15+ ziet zich als lid van een gediscrimineerde groep in 2023 18e van 19 in 2023 onderste kwart van de ranglijst
Sociaal kapitaal Vertrouwen in instituties 60,6% van de bevolking van 15+ heeft (heel veel of tamelijk veel) vertrouwen in 2025 3e van 19 in 2023 bovenste kwart van de ranglijst

Uitleg dashboard, kleuren en noten

Brede welvaart ‘later’ meet de duurzaamheid van onze kwaliteit van leven. Hier worden de hulpbronnen gemeten die de mensen die nu in Nederland leven (de huidige generatie) gebruiken om hun brede welvaart vorm te geven en die de generaties na ons nodig gaan hebben voor hun brede welvaart. Mensen zetten ‘hier en nu’ hulpbronnen in om hun leven vorm te geven. Sociale netwerken helpen bij het vinden van een baan, om vrije tijd in te vullen met vrienden en bekenden, of om eenzaamheid te voorkomen. In lokale gemeenschappen helpen mensen elkaar om veiligheid en geborgenheid te vinden en tradities in stand te houden. Sociale verbanden in de samenleving gaan ook over instituties. Goed functionerende instituties en bijbehorend vertrouwen in deze instituties zorgen voor een toekomstbestendige, hechte samenleving.

De Nederlandse samenleving is in recente jaren minder hecht geworden, vooral door een daling in het vertrouwen. Dit maakt de samenleving minder duurzaam. Onderling vertrouwen is nodig voor een functionerende samenleving, zowel voor het welzijn van de huidige generatie als voor toekomstige generaties. In 2025 had 63,3 procent van de bevolking van 15 jaar of ouder vertrouwen in andere mensen. Dit is lager dan in 2024 toen het nog 66,1 procent was en de trend is niet meer stijgend. In vergelijking met andere EU-landen was het vertrouwen in andere mensen in 2023 nog wel hoog (2e van 19 landen, achter Finland). Onderling vertrouwen komt voort uit sociale activiteiten (SDG10.1 Sociale samenhang en ongelijkheid). Het deel van de bevolking dat minstens één keer in de week contact heeft met familie, vrienden of buren nam in 2025 af tot 70,9 procent, hoewel er geen dalende trend is. Ook het aandeel van de bevolking dat in haar vrije tijd onbetaalde (informele) hulp geeft aan anderen buiten het eigen huishouden daalde in 2025 tot 34,1 procent en de trendmatige stijging is gestopt.

Het vertrouwen in instituties is relatief groot, maar nam van 2024 op 2025 af met 2,3 procentpunt. De daling van het vertrouwen in instituties komt door een sterke daling van het vertrouwen in de Tweede Kamer. Het vertrouwen in de Tweede Kamer neemt trendmatig af. In 2025 had nog 24,6 procent van de bevolking van 15 jaar of ouder vertrouwen in de Tweede Kamer, ten opzichte van 31,3 procent een jaar eerder. Deze waarde is de laagste in de hele tijdreeks die begon in 2012. Het vertrouwen in rechters is groot en groeit, terwijl het vertrouwen in de politie groot is maar niet meer groeit (SDG 16.1: Veiligheid en vrede en SDG 16.2: Instituties). Internationale cijfers over goed bestuur laten zien dat de kwaliteit van de Nederlandse publieke instituties hoog is in vergelijking met andere landen, hoewel er wel een afname zichtbaar is (SDG 16.2: Instituties).

Relatief veel mensen voelen zich gediscrimineerd. In 2023 beschouwde 12 procent van de mensen van 15 jaar of ouder zich als lid van een gediscrimineerde groep. Dit is ongeveer evenveel als in 2020 en het op een na hoogste percentage van de 19 EU-landen waarvoor vergelijking mogelijk is, alleen in Frankrijk voelden meer mensen zich onderdeel van een gediscrimineerde groep. Sociale cohesie in de woonbuurt was in 2025 iets lager dan in 2023 (SDG 11.2: Leefomgeving). In 2025 waardeerden mensen de sociale cohesie met een 6,5. Op de lange termijn is de sociale cohesie vrij constant. In 2025 vond 20,7 procent van de volwassen bevolking dat normen en waarden de goede kant op gaan of gelijk blijven (SDG 10.1: Sociale samenhang en ongelijkheid). Normen zijn concrete gedragsregels en verwachtingen, deze komen vaak vanuit de waarden of overtuigingen die mensen hebben. Gedeelde normen en waarden werken verbindend tussen mensen en bevorderen de sociale samenhang. Van de overige mensen vindt 34,7 procent dat ze duidelijk de verkeerde kant op gaan en 44,6 procent dat ze iets meer de verkeerde dan de goede kant op gaan.