Prijsindex operationele autolease

Wat behelst het onderzoek?

Doel

Het verkrijgen van informatie over de prijsontwikkeling van nieuwe operationele leasecontracten van personen-, bestel- en vrachtauto's.

Doelpopulatie

Autoleasebedrijven (SBI 7111.2) en op vrachtautoleasebedrijven (SBI 7712).

Statistische eenheid

Bedrijven.

Aanvang onderzoek

Vanaf 1993 publiceert het CBS prijsindexcijfers van autolease die inzicht geven in de ontwikkeling van het prijsniveau waarop leasecontracten worden afgesloten. In de tabel staan prijsindexcijfers vanaf 2001, de cijfers worden gepubliceerd op basis van het jaar 2006 (2006 = 100).

Frequentie

Het onderzoek wordt elk kwartaal uitgevoerd.

Publicatiestrategie

De cijfers voor de nieuwste periode zijn voorlopig. Die worden definitief bij de publicatie van de volgende periode. Door later binnengekomen informatie kunnen de definitieve cijfers afwijken van de eerder gepubliceerde voorlopige cijfers.

Hoe wordt het uitgevoerd?

Soort onderzoek

Schriftelijke enquêtering van een vast bedrijvenpanel. Voor de samenstelling van het panel is een representatieve steekproef getrokken uit het Algemeen bedrijfsregister van het CBS.

Waarnemingsmethode

Voor de modelprijzen worden de maandelijks verschuldigde bedragen opgevraagd voor het leasen van diverse auto's uit een reële offerte voor een nieuw contract. Er wordt daarbij gevraagd om de prijs inclusief brandstofvoorschot en exclusief brandstofvoorschot. Het gaat om operationele leasecontracten, waarbij kosten van financiering, onderhoud, verzekering, wegenbelasting, en - bij onderhoud of reparatie - kosten van een vervangend voertuig zijn inbegrepen. Het moment van waarnemen is de middelste maand van een kwartaal. Het gaat over zogenaamde gesloten contracten waarvan de leaseprijs van tevoren vaststaat.

Er worden drie deelmarkten onderscheiden: personenauto's, bestelauto’s en vrachtauto's. Van personenauto’s worden van zowel diesel-, benzine- als alternatieve brandstof-modellen prijzen geënquêteerd. De deelmarkt personenauto’s wordt verder onderverdeeld in zeven RDC-segmenten, namelijk:

  •         Segment A: stadsauto of tweede auto (vanaf het derde kwartaal 2010)
  •         Segment B: eerste gezinsauto
  •         Segment C: typische gezinsauto, wordt ook zakelijk gebruikt
  •         Segment D: voor zakelijk gebruik
  •         Segment E: hogere middenklasse
  •         Segment MPV: ook wel ruimte wagen genoemd (vanaf het derde kwartaal 2010)
  •         Segment SUV: 4×4 voertuigen (vanaf het derde kwartaal 2010)

Naast de onderdeling van de deelmarkt personenauto’s naar RDC-segmenten wordt de deelmarkt personenauto’s ook onderverdeeld naar bijtellingscategorie vanaf het derde kwartaal 2010:

  •        14 procent bijtelling (dieselauto’s CO2 uitstoot < 95 gr/km; overige auto’s ≤ 110 CO2 gram/km)
  •        20 procent bijtelling (dieselauto’s CO2 uitstoot 96 gr/km t/m 116 gr/km; overige auto’s CO2 uitstoot 111 gr/km t/m 140 gr/km)
  •        25 procent bijtelling (dieselauto’s CO2 uitstoot > 117 gr/km; overige auto’s CO2 uitstoot > 141 gr/km)

Bij personenauto's op diesel en bij bestelauto's zijn de contracten gebaseerd op een jaarkilometrage en een contractduur van respectievelijk 40.000 kilometer en 48 maanden; bij benzine- en alternatieve brandstof-auto's betreft dit respectievelijk 35.000 kilometer en 42 maanden. Er wordt uitgegaan van een klant die 50 auto's of meer least. In totaal worden van zo'n 70 verschillende contracten prijzen verzameld. Deze verzameling van contracten, die voor alle leasebedrijven gelijk is, wordt actueel gehouden door in overleg met de branche tijdig oude automodellen te vervangen door nieuwe. Voor prijsveranderingen als gevolg van kwaliteitsveranderingen tussen oude en nieuwe modellen wordt gecorrigeerd zodat alleen zuivere prijsveranderingen in de indexcijfers worden weergegeven.

Van bestelauto's worden alleen contractprijzen voor dieselauto's verzameld.

Berichtgevers

Vaste groep (vracht)autoleasebedrijven (panel).

Steekproefomvang

Het panel voor deze statistiek bevat 19 bedrijven.

Controle- en correctiemethoden

Het CBS voert de gebruikelijke controles uit op volledigheid en plausibiliteit van de aangeleverde gegevens. Naar kennelijk onjuiste of onvolledige gegevens wordt navraag gedaan. Bij het ontbreken van prijswaarnemingen (non-respons) wordt er geïmputeerd (de benodigde informatie wordt uit de overige waarnemingen wiskundig herleid).

Weging

Voor wegingsfactoren wordt geput uit de volgende bronnen: RDC Datacentrum B.V. en productiestatistieken van het CBS. De wegingsfactoren zijn per vierde kwartaal 2010 aangepast. De gewichten van de bedrijven worden jaarlijks aangepast. Tot en met het derde kwartaal 2010 zijn de indexen berekend op basis van ‘oude’ gewichten. De reeks die start in het derde kwartaal 2010 wordt gekoppeld aan de ‘oude’ reeks in het derde kwartaal 2010.

Wat is de kwaliteit van de uitkomsten?

Nauwkeurigheid

Er wordt gestreefd naar een zo hoog mogelijk responspercentage.

Beschrijving kwaliteitsstrategie

Controle op interne consistentie en volledigheid.