Meer jongeren en minder 27-plussers in de bijstand

© ANP / Berlinda van Dam
Eind september 2023 ontvingen 398 duizend mensen tot de AOW-leeftijd een algemene bijstandsuitkering. Dat zijn er ongeveer duizend meer dan een jaar eerder. Alleen bij jongeren tot 27 jaar lag het aantal hoger, oudere leeftijdsgroepen hadden minder vaak een uitkering. Dit blijkt uit nieuwe kwartaalcijfers van het CBS.

Het is voor het eerst sinds maart 2021 dat het aantal bijstandsontvangers groter is dan een jaar eerder. Negen kwartalen op rij was het aantal bijstandsgerechtigden ten opzichte van een jaar eerder juist kleiner.

Personen tot de AOW-leeftijd met een algemene bijstandsuitkering
JaarKwartaalTot de AOW-leeftijd (x 1 000)
20131e kwartaal395
20132e kwartaal402
20133e kwartaal403
20134e kwartaal413
20141e kwartaal425
20142e kwartaal430
20143e kwartaal427
20144e kwartaal434
20151e kwartaal442
20152e kwartaal442
20153e kwartaal440
20154e kwartaal449
20161e kwartaal458
20162e kwartaal460
20163e kwartaal458
20164e kwartaal465
20171e kwartaal472
20172e kwartaal468
20173e kwartaal459
20174e kwartaal457
20181e kwartaal455
20182e kwartaal448
20183e kwartaal436
20184e kwartaal432
20191e kwartaal432
20192e kwartaal425
20193e kwartaal416
20194e kwartaal415
20201e kwartaal421
20202e kwartaal430
20203e kwartaal424
20204e kwartaal428
20211e kwartaal430
20212e kwartaal423
20213e kwartaal412
20214e kwartaal408
20221e kwartaal406
20222e kwartaal402
20223e kwartaal397
20224e kwartaal397
20231e kwartaal400
20232e kwartaal399
20233e kwartaal*398
* voorlopige cijfers

Meer jongeren in de bijstand

Eind september 2023 ontvingen 36 duizend jongeren tot 27 jaar een bijstandsuitkering. Dit zijn er bijna 3 duizend (bijna 8 procent) meer dan een jaar eerder. Voor het derde kwartaal op rij zijn er nu meer jongere bijstandsontvangers ten opzichte van hetzelfde kwartaal een jaar daarvoor.

Bij de 27-plussers was wel een daling. Eind september 2023 hadden 134 duizend 27- tot 45-jarigen een bijstandsuitkering. Dat zijn er bijna 2 duizend (1 procent) minder dan een jaar eerder. De jaar-op-jaardaling is wel kleiner geworden. Eind maart ging het nog om bijna 4 procent en eind juni om ruim 2 procent.

Ook waren er eind september opnieuw minder 45-plussers in de bijstand dan een jaar eerder. Wel was de afname kleiner dan bij de 27- tot 45-jarigen. Het ging om ongeveer duizend bijstandsontvangers minder, dat is minder dan 0,5 procent. Eind september hadden 227 duizend 45-plussers een bijstandsuitkering.

Personen met een algemene bijstandsuitkering naar leeftijd
JaarKwartaalJonger dan 27 jaar (verandering t.o.v. een jaar eerder (x 1 000))27 tot 45 jaar (verandering t.o.v. een jaar eerder (x 1 000))45 jaar tot AOW-leeftijd (verandering t.o.v. een jaar eerder (x 1 000))
20151e kwartaal-0,24,911,8
20152e kwartaal-0,22,210,5
20153e kwartaal2,30,810,2
20154e kwartaal3,80,910,3
20161e kwartaal4,11,511,0
20162e kwartaal5,21,510,9
20163e kwartaal6,21,710,4
20164e kwartaal6,10,39,4
20171e kwartaal5,4-1,08,7
20172e kwartaal3,8-3,17,2
20173e kwartaal1,3-6,15,8
20174e kwartaal-1,7-9,63,6
20181e kwartaal-4,6-13,21,6
20182e kwartaal-5,6-14,70,1
20183e kwartaal-6,5-15,6-1,3
20184e kwartaal-6,5-16,2-1,7
20191e kwartaal-6,1-15,9-1,9
20192e kwartaal-5,9-15,2-1,3
20193e kwartaal-4,9-14,0-0,8
20194e kwartaal-4,3-12,6-0,9
20201e kwartaal-1,5-7,9-0,9
20202e kwartaal2,8-0,11,7
20203e kwartaal2,92,32,9
20204e kwartaal4,05,53,9
20211e kwartaal2,44,12,4
20212e kwartaal-2,5-3,3-1,0
20213e kwartaal-3,0-6,3-3,3
20214e kwartaal-4,5-9,9-5,5
20221e kwartaal-6,0-13,4-4,9
20222e kwartaal-4,4-12,5-4,5
20223e kwartaal-1,6-9,8-3,8
20224e kwartaal-0,6-8,1-2,7
20231e kwartaal1,1-5,4-1,6
20232e kwartaal1,9-3,2-1,1
20233e kwartaal*2,6-1,5-0,7
* voorlopige cijfers

Ook in het tweede kwartaal meer personen de bijstand in dan eruit

De verandering van het aantal bijstandsontvangers wordt bepaald door het verschil tussen instroom en uitstroom. De nieuwste stroomcijfers hebben betrekking op het tweede kwartaal van 2023. In dat kwartaal stroomden meer mensen de bijstand in dan uit: 19,5 duizend tegenover 17,4 duizend. Dit betekent dat voor het derde kwartaal op rij de instroom groter was dan de uitstroom. Daarvoor, in de periode die liep vanaf het tweede kwartaal van 2021 tot en met het derde kwartaal van 2022, verlieten elk kwartaal juist meer mensen de bijstand dan erin kwamen.

In- en uitstroom1) algemene bijstand van personen tot de AOW-leeftijd, per kwartaal
JaarKwartaalInstroom (x 1 000)Uitstroom (x 1 000)
20171e kwartaal34,927,8
20172e kwartaal28,029,4
20173e kwartaal27,233,8
20174e kwartaal26,927,1
20181e kwartaal26,527,9
20182e kwartaal22,127,8
20183e kwartaal23,632,9
20184e kwartaal23,625,0
20191e kwartaal23,824,7
20192e kwartaal19,724,3
20193e kwartaal22,129,1
20194e kwartaal22,821,9
20201e kwartaal29,220,6
20202e kwartaal27,316,5
20203e kwartaal24,527,6
20204e kwartaal27,220,9
20211e kwartaal26,322,1
20212e kwartaal20,124,8
20213e kwartaal19,929,1
20214e kwartaal21,222,1
20221e kwartaal19,321,6
20222e kwartaal18,420,5
20223e kwartaal20,623,2
20224e kwartaal20,818,3
20231e kwartaal21,518,2
20232e kwartaal19,517,4
1) exclusief de uitstroom vanwege het bereiken van de AOW-leeftijd

In bovenstaande cijfers zijn degenen die uitstromen vanwege het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd niet opgenomen. In het tweede kwartaal van 2023 ging het om 1,8 duizend AOW’ers. In het eerste kwartaal van 2023 waren dat er nul, omdat op 1 januari 2023 de AOW-leeftijd weer met drie maanden is verhoogd. De AOW-leeftijd ligt nu op 66 jaar en 10 maanden.

Tweede generatie minder afhankelijk van bijstand dan migranten

Het CBS heeft onderzocht hoe groot de bijstandsafhankelijkheid is van een aantal herkomstgroepen. De analyse is uitgevoerd op cijfers van het eerste kwartaal van 2022. In dat kwartaal ontving 4,2 procent van de Nederlandse bevolking vanaf 18 jaar tot de AOW-leeftijd een bijstandsuitkering.

Het aantal personen met een buitenlandse herkomst valt uit te splitsen in personen die zelf in het buitenland zijn geboren (migranten) en personen die in Nederland zijn geboren, maar van wie de ouders in het buitenland zijn geboren (de tweede generatie). Voor de meeste buitenlandse herkomstgroepen geldt dat de groep migranten vaker gebruikmaakt van bijstand dan de tweede generatie. De tweede generatie met herkomst Indonesië of overige landen buiten Europa ontving zelfs minder vaak bijstand dan gemiddeld voor de gehele bevolking van 18 jaar tot de AOW-leeftijd. Het gaat om respectievelijk 3,5 en 2,9 procent. Voor de tweede generatie van Marokkaanse, Surinaamse of Nederlands-Caribische herkomst is het aandeel met bijstand hoger dan gemiddeld.

Ook is gekeken naar de samenhang van bijstandsafhankelijkheid en verschillende achtergrondkenmerken. De kans dat iemand gebruikmaakt van bijstand hangt samen met bijvoorbeeld het opleidingsniveau, zorggebruik, type huishouden, het volgen van een studie en het ontvangen van een andere uitkering. De verschillen naar geboorteland en herkomstland worden na het corrigeren voor deze achtergrondkenmerken kleiner, maar blijven wel aanwezig.

Bijstandsdichtheid naar herkomst, 1e kwartaal 2022
HerkomstTotaal (% personen van 18 jaar tot AOW-leeftijd)Geboren in buitenland (% personen van 18 jaar tot AOW-leeftijd)Geboren in Nederland (% personen van 18 jaar tot AOW-leeftijd)
Totaal4,2
Nederland2,3
Europa (exclusief Nederland)2,93,7
Turkije134,2
Marokko20,47,2
Suriname11,36,1
Nederlands-Caribisch gebied14,45,4
Indonesië4,43,5
Overig Buiten-Europa17,72,9