Cao-lonen stijgen in 2025 met 5,0 procent

Skyline Den Haag met diverse kantoortorens van ministeries
© Hollandse Hoogte / Peter Hilz
In 2025 lagen de cao-lonen gemiddeld 5,0 procent hoger dan in 2024. De loonstijging is lager dan in de twee jaren ervoor, maar wel een van de hoogste in de afgelopen veertig jaar. Gecorrigeerd voor inflatie zijn de lonen met 1,6 procent toegenomen. Dit meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) op basis van nieuwe cijfers.

Cao-loonstijging
Periodenloonontwikkeling (% verandering t.o.v. een jaar eerder)
19812,6
19826,6
19831,1
19840,1
19852,7
19862,2
19871,1
19880,8
19891,7
19903,3
19913,7
19924,2
19933,2
19941,5
19951,1
19961,8
19973,0
19983,3
19993,3
20003,3
20014,4
20023,6
20032,8
20041,3
20050,7
20062,0
20072,1
20083,3
20092,8
20101,3
20111,1
20121,4
20131,2
20140,9
20151,4
20161,8
20171,4
20182,0
20192,5
20202,9
20212,1
20223,2
20236,1
20246,5
2025*5,0
* voorlopige cijfers

De cao-lonen waren in het vierde kwartaal van 2025 4,6 procent hoger dan in hetzelfde kwartaal een jaar eerder. Na het derde kwartaal van 2024 (6,8 procent) stijgen de lonen minder hard, met de laagste toename in de tweede helft van 2025.

Bij overheid laagste loonstijging

In 2025 bleef de cao-loonstijging in de sector overheid (3,9 procent) achter bij die van de gesubsidieerde instellingen (4,8 procent) en particuliere bedrijven (5,3 procent). Een jaar eerder stegen de lonen bij de overheid ook minder hard dan bij de andere sectoren.

Ontwikkeling cao-lonen per uur inclusief bijzondere beloningen
sector2025* (% verandering t.o.v. een jaar eerder)2024 (% verandering t.o.v. een jaar eerder)
Totaal5,06,5
Particuliere bedrijven5,36,7
Gesubsidieerde
instellingen
4,86,7
Overheid3,96,3
* voorlopige cijfers

Cao-loonstijging in onroerend goed het kleinst

Op het niveau van bedrijfstakken stegen de lonen in 2025 met 3,2 procent het minst in onroerend goed (woningcorporaties), gevolgd door de bedrijfstak openbaar bestuur. In 2024 namen de lonen in de bedrijfstak onroerend goed juist nog het meest toe, met 12,4 procent.

De loonstijging was het hoogst in de bedrijfstak informatie en communicatie met 7,4 procent.

Cao-loonstijging per bedrijfstak
Bedrijfstakken2025* (% verandering t.o.v. een jaar eerder)2024 (% verandering t.o.v. een jaar eerder)
Informatie en
communicatie
7,46,3
Overige dienstverlening5,98,6
Bouwnijverheid5,76,6
Industrie5,75,7
Verhuur en overige
zakelijke diensten
5,77,5
Totaal56,5
Specialistische
zakelijke diensten
56
Handel4,96,9
Cultuur, sport
en recreatie
4,75,4
Gezondheids- en
welzijnszorg
4,77,4
Horeca4,710,6
Waterbedrijven en afvalbeheer4,75
Onderwijs4,56,5
Financiële dienstverlening4,45,1
Energievoorziening4,35,4
Landbouw, bosbouw
en visserij
4,27,9
Vervoer en opslag4,14,7
Openbaar bestuur en
overheidsdiensten
3,66,5
Verhuur en handel
van onroerend goed
3,212,4
* voorlopige cijfers

Reële loonstijging 1,6 procent

De reële cao-loonontwikkeling, waarbij het cao-loon wordt gecorrigeerd voor inflatie, was in het vierde kwartaal ongeveer 1,6 procent. Een exact cijfer is nog niet te geven, omdat het inflatiecijfer over dit kwartaal pas in januari bekend is. De berekening is daarom gebaseerd op de prijsontwikkeling in oktober en november.

Voor het jaar 2025 komt de voor inflatie gecorrigeerde loonontwikkeling ook uit op 1,6 procent, gebaseerd op de prijsontwikkeling tot en met november. Dat is lager dan in 2024 (3,3 procent), maar hoger dan die van 2023, toen deze met -1,6 procent negatief was.

 

Tussen 2020 en 2025 zijn de lonen (25,1 procent) en de consumentenprijzen (25,0 procent) vrijwel even hard gestegen.

Cao-loonontwikkeling
JaarKwartaalCao-lonen per uur1) (% verandering t.o.v. vorig jaar)Reële cao-loonontwikkeling (% verandering t.o.v. vorig jaar)
20111e kwartaal0,9-1,1
20112e kwartaal1-1,2
20113e kwartaal1,2-1,4
20114e kwartaal1,3-1,2
20121e kwartaal1,3-1,2
20122e kwartaal1,4-0,8
20123e kwartaal1,5-0,8
20124e kwartaal1,5-1,3
20131e kwartaal1,4-1,6
20132e kwartaal1,2-1,6
20133e kwartaal1-1,8
20134e kwartaal0,9-0,7
20141e kwartaal0,9-0,2
20142e kwartaal0,9-0,1
20143e kwartaal0,90
20144e kwartaal10,1
20151e kwartaal1,31,1
20152e kwartaal1,40,5
20153e kwartaal1,40,6
20154e kwartaal1,50,8
20161e kwartaal1,81,2
20162e kwartaal1,81,8
20163e kwartaal22
20164e kwartaal1,81,1
20171e kwartaal1,3-0,2
20172e kwartaal1,30
20173e kwartaal1,40
20174e kwartaal1,50,1
20181e kwartaal1,80,6
20182e kwartaal1,80,3
20183e kwartaal2,10,1
20184e kwartaal2,20,2
20191e kwartaal2,3-0,2
20192e kwartaal2,6-0,1
20193e kwartaal2,70
20194e kwartaal2,80,1
20201e kwartaal31,4
20202e kwartaal2,81,4
20203e kwartaal31,7
20204e kwartaal2,81,7
20211e kwartaal2,20,5
20212e kwartaal2,20,4
20213e kwartaal1,90,2
20214e kwartaal1,9-1,2
20221e kwartaal2,7-0,9
20222e kwartaal3-2,6
20223e kwartaal3,5-3,5
20224e kwartaal3,7-6,1
20231e kwartaal5,6-5,1
20232e kwartaal5,8-3,3
20233e kwartaal6,3-1,4
20234e kwartaal6,83,5
20241e kwartaal6,64,1
20242e kwartaal6,43,8
20243e kwartaal6,83,1
20244e kwartaal6,52,5
2025*1e kwartaal5,41,7
2025*2e kwartaal5,31,7
2025*3e kwartaal4,61,6
2025*4e kwartaal4,61,6
1) inclusief bijzondere beloningen
* voorlopige cijfers

De voorlopige cijfers over 2025 zijn gebaseerd op 98 procent van de cao’s waaruit de statistiek is opgebouwd. Drie kwart van de werknemers valt onder een cao.