Vooral meer jongeren met bijstand in tweede kwartaal 2020

Envelop van de Belastingdienst met  daarbovenop kleingeld
Eind juni 2020 telde Nederland 427 duizend personen tot de AOW-gerechtigde leeftijd met een algemene bijstandsuitkering. Dat zijn er bijna 2 duizend meer dan een jaar eerder en 12 duizend meer dan in december 2019. Een kwartaal met meer bijstandsontvangers dan een jaar eerder is in tweeënhalf jaar niet meer voorgekomen. Relatief groot is het verschil met vorig jaar onder jongeren tot 27 jaar. Dit meldt het CBS op grond van nieuwe cijfers.

Personen tot de AOW-leeftijd met een algemene bijstandsuitkering
JaarKwartaalTot de AOW-leeftijd (verandering t.o.v. een jaar eerder (x 1 000))
20141e kwartaal30
20142e kwartaal28
20143e kwartaal24
20144e kwartaal21
20151e kwartaal17
20152e kwartaal13
20153e kwartaal13
20154e kwartaal15
20161e kwartaal17
20162e kwartaal18
20163e kwartaal18
20164e kwartaal16
20171e kwartaal13
20172e kwartaal8
20173e kwartaal1
20174e kwartaal-8
20181e kwartaal-16
20182e kwartaal-20
20183e kwartaal-24
20184e kwartaal-24
20191e kwartaal-24
20192e kwartaal-22
20193e kwartaal-19
20194e kwartaal-18
20201e kwartaal-10
20202e kwartaal2

Vooral stijging bij jongeren

Ten opzichte van een jaar eerder lag het aantal bijstandsontvangers hoger bij jongeren tot 27 jaar en bij 45-plussers. Bij de jongeren ging het om ruim 5 procent. Dit komt overeen met 2 duizend mensen. Dat vooral meer jongeren in de bijstand terechtkwamen hangt samen met een daling van de arbeidsdeelname in deze leeftijdsgroep. Bij de 45-plussers was het verschil met vorig jaar duidelijk minder groot: 0,4 procent. Bij de 27- tot 45-jarigen lag het aantal bijstandsgerechtigden iets lager dan een jaar eerder.

Personen met een algemene bijstandsuitkering
Jaar Kwartaal45 jaar tot AOW-leeftijd (verandering t.o.v. een jaar eerder (x 1 000))27 tot 45 jaar (verandering t.o.v. een jaar eerder (x 1 000))Jonger dan 27 jaar (verandering t.o.v. een jaar eerder (x 1 000))
20151e kwartaal11,84,9-0,2
20152e kwartaal10,52,2-0,2
20153e kwartaal10,20,82,3
20154e kwartaal10,30,93,8
20161e kwartaal11,01,54,1
20162e kwartaal10,91,55,2
20163e kwartaal10,41,76,2
20164e kwartaal9,40,36,1
20171e kwartaal8,7-1,05,4
20172e kwartaal7,2-3,13,8
20173e kwartaal5,8-6,11,3
20174e kwartaal3,6-9,6-1,7
20181e kwartaal1,6-13,2-4,6
20182e kwartaal0,1-14,7-5,6
20183e kwartaal-1,3-15,6-6,5
20184e kwartaal-1,7-16,2-6,5
20191e kwartaal-1,9-15,9-6,1
20192e kwartaal-1,3-15,2-5,9
20193e kwartaal-0,8-14,0-4,9
20194e kwartaal-0,9-12,6-4,3
20201e kwartaal-0,9-7,9-1,5
20202e kwartaal0,9-0,82,0

Meer bijstandsontvangers ongeacht migratieachtergrond

Ten opzichte van een jaar eerder is in juni 2020 het aantal bijstandontvangers voor elke migratieachtergrond iets groter. Bij mensen met een Nederlandse of westerse achtergrond ging het om minder dan 500. Bij personen met een niet-westerse achtergrond kwam het verschil op 1,5 duizend uit. De percentages variëren tussen 0,2 en 0,7.

Instroom bijstand na drie jaar weer duidelijk groter dan uitstroom

De verandering van het aantal bijstandsontvangers wordt bepaald door het saldo van bijstandsinstromers en -uitstromers. In het eerste kwartaal van 2020 stroomden 29 duizend personen tot de AOW-leeftijd in en bijna 21 duizend uit. In het laatste kwartaal van 2019 verschilden instroom en uitstroom weinig van elkaar, maar was de instroom wel iets groter. De laatste keer dat er duidelijk meer mensen instroomden dan uitstroomden was in het eerste kwartaal van 2017. Toen kwamen bijna 35 duizend personen in de bijstand terecht, terwijl bijna 28 duizend de regeling verlieten.

In- en uitstroom algemene bijstand van personen tot AOW-leeftijd
JaarKwartaalInstroom (x 1 000)Uitstroom (x 1 000)
20171e kwartaal34,927,8
20172e kwartaal28,029,4
20173e kwartaal27,233,8
20174e kwartaal26,927,1
20181e kwartaal26,527,9
20182e kwartaal22,127,8
20183e kwartaal23,632,9
20184e kwartaal23,625,0
20191e kwartaal23,824,7
20192e kwartaal19,724,3
20193e kwartaal22,129,1
20194e kwartaal22,821,9
20201e kwartaal29,220,6

Bijstand wordt verleend aan huishoudens. Dit kunnen alleenstaanden zijn of paren, met of zonder kinderen. Ingeval bijstand wordt verstrekt aan een paar, worden beide partners apart meegeteld als bijstandsgerechtigde.