Economisch beeld half april iets minder gunstig

Over dit onderwerp zijn nieuwere cijfers beschikbaar. Bekijk de laatste cijfers.
© CBS / Nikki van Toorn
Het conjunctuurbeeld volgens de Conjunctuurklok van het CBS is medio april een fractie minder gunstig dan een maand eerder, meldt het CBS. In de Conjunctuurklok van half april presteren 7 van de 13 indicatoren nog beter dan hun langjarige trend. In het economisch beeld van half april zijn de gebeurtenissen rondom het coronavirus nog nauwelijks zichtbaar. De conjunctuurklok van half april bevatte alleen voor de vertrouwensindicatoren en de faillissementen cijfers van na februari 2020.

De Conjunctuurklok is een hulpmiddel voor het bepalen van de stand en het verloop van de Nederlandse conjunctuur. In de Conjunctuurklok komt vrijwel alle belangrijke economische informatie samen die het CBS tijdens de afgelopen maand c.q. het afgelopen kwartaal heeft gepubliceerd. Het conjunctuurbeeld volgens de Conjunctuurklok betreft een macro-economisch beeld en het gaat niet in gelijke mate op voor alle huishoudens, bedrijven of regio’s.

Conjunctuurklokindicator (ongewogen gemiddelde van de indicatoren in de Conjunctuurklok)
jaarmaandcyclus (afwijking van de langetermijntrend (=0))
2012januari-0,03
2012februari-0,09
2012maart-0,12
2012april-0,15
2012mei-0,22
2012juni-0,29
2012juli-0,35
2012augustus-0,46
2012september-0,54
2012oktober-0,62
2012november-0,75
2012december-0,85
2013januari-0,94
2013februari-1,06
2013maart-1,15
2013april-1,21
2013mei-1,28
2013juni-1,3
2013juli-1,3
2013augustus-1,29
2013september-1,23
2013oktober-1,16
2013november-1,08
2013december-1
2014januari-0,93
2014februari-0,88
2014maart-0,85
2014april-0,84
2014mei-0,82
2014juni-0,82
2014juli-0,81
2014augustus-0,8
2014september-0,79
2014oktober-0,77
2014november-0,74
2014december-0,7
2015januari-0,66
2015februari-0,6
2015maart-0,54
2015april-0,49
2015mei-0,43
2015juni-0,37
2015juli-0,33
2015augustus-0,3
2015september-0,27
2015oktober-0,26
2015november-0,24
2015december-0,23
2016januari-0,23
2016februari-0,22
2016maart-0,21
2016april-0,21
2016mei-0,17
2016juni-0,14
2016juli-0,11
2016augustus-0,06
2016september-0,02
2016oktober0,02
2016november0,07
2016december0,12
2017januari0,15
2017februari0,21
2017maart0,26
2017april0,3
2017mei0,35
2017juni0,38
2017juli0,41
2017augustus0,47
2017september0,5
2017oktober0,54
2017november0,6
2017december0,64
2018januari0,67
2018februari0,72
2018maart0,76
2018april0,78
2018mei0,8
2018juni0,81
2018juli0,79
2018augustus0,8
2018september0,79
2018oktober0,76
2018november0,74
2018december0,69
2019januari0,63
2019februari0,59
2019maart0,54
2019april 0,49
2019mei0,47
2019juni0,45
2019juli0,42
2019augustus0,38
2019september0,34
2019oktober0,3
2019november0,26
2019december0,24
20januari0,23
20februari0,22
20maart0,2
20april0,19

Consumentenvertrouwen niet veranderd, producentenvertrouwen lager

Het consumentenvertrouwen was in maart hetzelfde als in februari. Het producentenvertrouwen was in maart minder positief dan in februari. Het vertrouwen van producenten en consumenten ligt boven het langjarige gemiddelde.

Ongeveer 85 procent van de respondenten van het consumentenonderzoek en 90 procent van de respondenten van het onderzoek naar het producentenvertrouwen hadden al gereageerd op de enquêtes voordat de vergaande maatregelen tegen de verspreiding van het coronavirus donderdag 12 maart van kracht werden. Waarschijnlijk komt het effect van deze maatregelen nog niet (volledig) tot uiting in het gemeten consumenten- en producentenvertrouwen van maart.

Consumenten- en producentenvertrouwen (seizoengecorrigeerd)
jaarmaandConsumentenvertrouwen (gemiddelde van de deelvragen)Producentenvertrouwen (gemiddelde van de deelvragen)
2015januari-22,8
2015februari-12
2015maart71,4
2015april103,3
2015mei114,1
2015juni144,6
2015juli133,7
2015augustus133,5
2015september113,8
2015oktober122,4
2015november144
2015december133
2016januari113,2
2016februari73,1
2016maart23,9
2016april64,7
2016mei74,4
2016juni115,4
2016juli95,1
2016augustus91,2
2016september123,4
2016oktober174,3
2016november213,4
2016december214,7
2017januari216
2017februari227
2017maart247,8
2017april268,3
2017mei236,1
2017juni237,2
2017juli256,6
2017augustus265,4
2017september238,5
2017oktober238,2
2017november229,1
2017december258,9
2018januari2410,3
2018februari2310,9
2018maart249,5
2018april258,2
2018mei239,8
2018juni237,7
2018juli236,3
2018augustus215,9
2018september195,7
2018oktober155,9
2018november137,2
2018december97,5
2019januari05,8
2019februari-26,3
2019maart-46,1
2019april-36,7
2019mei-34,7
2019juni 03,3
2019juli23,9
2019augustus03,9
2019september-23,3
2019oktober-13,6
2019november-22,8
2019december-22,9
2020januari-32,5
2020februari-23,7
2020maart-20,2

Investeringen, export en consumptie huishoudens groeien

Het volume van de goederenexport was in februari 3,3 procent groter dan in februari 2019. De groei is wat kleiner dan in de voorgaande maand (3,9 procent). In februari 2020 groeide vooral de export van machines en aardolieproducten.

In januari was het volume van de investeringen in materiële vaste activa 2,3 procent groter dan in januari 2019. Dat is vooral te danken aan hogere investeringen in de bouw.

Consumenten hebben in januari 1,0 procent meer besteed dan in januari 2019. De groei van de consumptie door huishoudens was daarmee een stuk kleiner dan in december (2,9 procent). Dat komt onder meer doordat huishoudens minder gas verstookten.

Productie industrie 1,3 procent lager in februari

De gemiddelde dagproductie van de Nederlandse industrie was in februari 1,3 procent lager dan in februari 2019. In de voorgaande maand groeide de productie met bijna 1 procent.

Aantal faillissementen gedaald in maart

Het aantal failliet verklaarde bedrijven is gedaald. Er zijn in maart 13 bedrijven minder failliet verklaard dan in februari. De trend is de afgelopen jaren redelijk vlak.

In de cijfers over de verslagmaand maart zijn de gebeurtenissen rondom het coronavirus nog niet of nauwelijks zichtbaar. Tussen de aanvraag en het uitspreken van een faillissement kunnen enkele weken zitten. Vanaf week 14 houden de rechtbanken de rekesten (als een andere partij de rechter verzoekt om een bedrijf failliet te laten verklaren) voor ten minste vier weken aan, tenzij er sprake is van spoed. Daarnaast is door het kabinet een noodpakket voor economie en banen opgezet om bedrijven zoveel mogelijk te ondersteunen.

Aantal banen blijft stijgen

Het totale aantal banen van werknemers en zelfstandigen nam in het vierde kwartaal met 53 duizend toe tot 10 751 duizend. De groei van het aantal banen ten opzichte van het voorgaande kwartaal komt daarmee op 0,5 procent. In vergelijking met een jaar eerder zijn er 189 duizend banen bij gekomen, een stijging van 1,8 procent.

Het aantal banen groeit al bijna zes jaar achter elkaar. Vanaf het tweede kwartaal van 2014 zijn er 1 023 duizend banen bijgekomen.

Werknemers en zelfstandigen werkten in het vierde kwartaal van 2019 in totaal bijna 3,5 miljard uur. Dat is, gecorrigeerd voor seizoeninvloeden, 0,8 procent meer dan een kwartaal eerder.

Eind december was het aantal openstaande vacatures opgelopen tot 291 duizend. Dat is een toename van ruim 3 duizend vergeleken met een kwartaal eerder.

De spanning op de arbeidsmarkt is in het vierde kwartaal iets toegenomen naar gemiddeld 92 vacatures per 100 werklozen. In het derde kwartaal waren dat nog 90 vacatures per 100 werklozen.

In februari waren er 274 duizend werklozen (ILO-definitie). Het aantal werklozen daalde in de afgelopen drie maanden met gemiddeld 17 duizend per maand. Het aantal werklozen in februari komt neer op 2,9 procent van de beroepsbevolking. Dat is voor het eerst sinds 2003, het eerste jaar waarvoor maandcijfers beschikbaar zijn, dat het percentage lager is dan 3,0.

Bruto binnenlandse product (volume), seizoengecorrigeerd
jaarkwartaalindex (2010=100)
20121e kwartaal100,8
20122e kwartaal100,9
20123e kwartaal100,5
20124e kwartaal99,8
20131e kwartaal100,1
20132e kwartaal99,9
20133e kwartaal100,5
20134e kwartaal101,1
20141e kwartaal101
20142e kwartaal101,6
20143e kwartaal101,9
20144e kwartaal102,8
20151e kwartaal103,4
20152e kwartaal103,7
20153e kwartaal104,1
20154e kwartaal104,1
20161e kwartaal105,1
20162e kwartaal105,3
20163e kwartaal106,5
20164e kwartaal107,4
20171e kwartaal107,9
20172e kwartaal108,9
20173e kwartaal109,7
20174e kwartaal110,5
20181e kwartaal111,2
20182e kwartaal111,9
20183e kwartaal112,2
20184e kwartaal112,9
20191e kwartaal113,4
20192e kwartaal113,8
20193e kwartaal114,2
20194e kwartaal114,7

Bbp groeit met 0,4 procent in vierde kwartaal 2019

Volgens de tweede berekening van het CBS is het bruto binnenlands product (bbp) in het vierde kwartaal van 2019 met 0,4 procent gegroeid ten opzichte van een kwartaal eerder. De groei is vooral te danken aan de consumptie en investeringen. Ten opzichte van het vierde kwartaal 2018 was de omvang van het bbp 1,6 procent groter.

Vrijdag 15 mei 2020 komt het CBS met de eerste berekening van het bbp en het aantal banen in het eerste kwartaal van 2020.