Werkloosheid verder gedaald naar 300 duizend

Man hangt vacature op bij uitzendbureau
© Hollandse Hoogte
Het aantal 15- tot 75-jarigen met betaald werk is de afgelopen drie maanden met gemiddeld 11 duizend per maand toegenomen. In april waren er 8,9 miljoen werkenden. Het aantal werklozen daalde met gemiddeld 10 duizend per maand tot 300 duizend. Zij hadden geen betaald werk en gaven aan recent naar werk te hebben gezocht en daarvoor direct beschikbaar te zijn. Dat meldt het CBS op basis van nieuwe cijfers. UWV registreerde eind april 257 duizend lopende WW-uitkeringen.
4,1 miljoen mensen hadden om uiteenlopende redenen geen betaald werk. Naast de eerder genoemde werklozen ging het om 3,8 miljoen mensen die niet recent hebben gezocht en/of niet direct voor werk beschikbaar waren. Zij worden niet tot de beroepsbevolking gerekend. Hun aantal is in de laatste drie maanden met gemiddeld 7 duizend per maand toegenomen.



Werkloosheidsindicator

Om de conjuncturele ontwikkelingen op de arbeidsmarkt in verschillende landen te kunnen vergelijken, wordt vaak gebruikgemaakt van de werkloosheidsindicator van de International Labour Organization (ILO). Volgens deze indicator worden mensen van 15 tot 75 jaar zonder betaald werk die hier recent naar hebben gezocht en direct beschikbaar zijn met ‘werkloos’ aangeduid. In april waren er 300 duizend werklozen, wat komt neer op 3,3 procent van de beroepsbevolking. Eind 2018 lag dit percentage met 3,5 voor het eerst onder het laagste niveau van voor de crisis.

Werkloosheid en WW-uitkeringen (x 1 000)
JaarMaandWerkloosheidsindicator (ILO)
(15 tot 75 jaar, seizoengecorrigeerd)
WW-uitkeringen (15 jaar tot AOW-leeftijd)
2011januari430284
februari425280
maart413270
april411261
mei414256
juni409252
juli425254
augustus427256
september442252
oktober458253
november474258
december473270
2012januari486292
februari482299
maart487296
april502292
mei501291
juni502291
juli518298
augustus517304
september530304
oktober539310
november554322
december572340
2013januari589369
februari601377
maart619380
april625380
mei632378
juni648382
juli666395
augustus670399
september675400
oktober680408
november677419
december687438
2014januari691460
februari699460
maart692454
april684443
mei672436
juni656431
juli648437
augustus637430
september630420
oktober632419
november635425
december643441
2015januari645458
februari633455
maart626443
april625427
mei617416
juni611410
juli603420
augustus604420
september609417
oktober616421
november596427
december588446
2016januari574465
februari581469
maart574470
april572461
mei560448
juni550438
juli541432
augustus521427
september510424
oktober502420
november499410
december482412
2017januari480419
februari473416
maart463415
april456401
mei456386
juni446372
juli436364
augustus426362
september422351
oktober404343
november397337
december395330
2018januari380335
februari367330
maart357327
april355314
mei352301
juni354288
juli348279
augustus353278
september343274
oktober337269
november326267
december329263
2019januari329279
februari312274
maart307268
april300257

UWV: Aantal WW-uitkeringen inmiddels weer lager dan eind 2018

UWV verstrekte eind april 257 duizend WW-uitkeringen. Het aantal WW-uitkeringen daalt alweer drie maanden op rij en is nu bijna 4 procent lager dan eind maart en 18 procent lager dan eind april vorig jaar. Na een stijging in januari is het aantal WW-uitkeringen inmiddels ook weer lager dan eind 2018 toen er nog 263 duizend WW-uitkeringen verstrekt werden. 

UWV: seizoenen zijn van invloed op het aantal WW-uitkeringen

Het seizoen is van invloed op het aantal WW-uitkeringen. In seizoengevoelige sectoren zoals de bouw en landbouw neemt de werkgelegenheid meestal weer toe na de winter. Het aantal WW-uitkeringen in deze sectoren daalt dan ook met 11 procent (landbouw) en 7 procent (bouw) ten opzichte van de vorige maand. Bij de uitzendbedrijven neemt het aantal WW-uitkeringen in een maand tijd met 9 procent af.

Nederland op derde plek binnen de EU

In maart kwam het werkloosheidspercentage in Nederland ook uit op 3,3. Daarmee behoort Nederland binnen de Europese Unie tot de top 3 van landen met de laagste werkloosheid. Alléén in Tsjechië en Duitsland was het percentage werklozen lager. Het hoogst was de werkloosheid in Spanje en Griekenland, waar respectievelijk 14,0 en 18,5 procent van de beroepsbevolking van 15 tot 75 jaar werkloos was. In Nederland piekte de werkloosheid begin 2014. Deze bedroeg 7,8 procent in maart 2014, waarmee Nederland toen de tiende plek innam binnen de EU-28.

Werkloosheid (seizoengecorrigeerd), maart 2019, 15 tot 75 jaar (%)
LandWerkloos, 15 tot 75 jaar, maart 2019
Griekenland*18,5
Spanje 14,0
Italië 10,2
Frankrijk 8,8
Kroatië7,4
Letland 7,1
Cyprus 7,0
Zweden 6,7
Finland 6,6
Portugal 6,4
Europese Unie6,4
Litouwen 5,8
België 5,7
Slowakije 5,7
Luxemburg 5,5
Denemarken 5,3
Oostenrijk 4,8
Ierland 4,7
Bulgarije 4,6
Estland**4,6
Slovenië 4,4
Roemenië 3,8
Verenigd Koninkrijk*3,8
Malta3,5
Polen 3,4
Hongarije**3,4
Nederland 3,3
Duitsland 3,2
Tsjechië 1,9
Bron: CBS, Eurostat
* januari ** februari

Onbenut arbeidspotentieel

Het CBS publiceert maandelijks over de omvang van de werkzame beroepsbevolking en de niet-werkzame bevolking, waarbij de laatste groep wordt uitgesplitst naar de werkloze beroepsbevolking en de niet-beroepsbevolking (allemaal volgens ILO-definitie).

Met de werkloze beroepsbevolking wordt echter niet het totale onbenut arbeidspotentieel beschreven. Behalve werklozen behoren hiertoe nog andere groepen. Het gaat ook om mensen die óf recent gezocht hebben naar werk óf direct beschikbaar zijn voor werk. Deze mensen worden gerekend tot het onbenut arbeidspotentieel, maar vallen buiten de werkloosheidsdefinitie. Ook deeltijders die meer uren willen werken en hiervoor direct beschikbaar zijn, behoren tot het onbenut arbeidspotentieel.

De grootte en samenstelling van deze groepen worden alleen per kwartaal gepubliceerd. Het totaalbeeld dat de onderstaande figuur weergeeft is gebaseerd op de meest recente kwartaalcijfers (eerste kwartaal 2019). Het totale onbenut arbeidspotentieel bestond in het eerste kwartaal van 2019 uit 1,1 miljoen mensen. Een jaar eerder waren dit er nog 1,2 miljoen. De ontwikkeling van het totale onbenut arbeidspotentieel hangt sterk samen met de ontwikkeling van de werkloosheid.

Beroepsbevolking van 15 tot 75 jaar Niet-beroepsbevolking Niet gezocht en niet beschikbaar Wil en/of kan niet werken Wil wel werken Gezocht en niet beschikbaar Beschikbaar en niet gezocht Vanwege weinig resultaat Vanwege andere reden Beroepsbevolking Werkloos (ILO-definitie) Werkzaam Deeltijd Wil meer uren werken, beschikbaar Voltijd

Het CBS publiceert maandelijks volgens de internationale richtlijnen over de beroepsbevolking. De bijbehorende indicatoren, de werkzame en werkloze beroepsbevolking, worden wereldwijd gebruikt om de conjuncturele ontwikkelingen op de arbeidsmarkt te beschrijven. Daarbij zijn maandcijfers essentieel. Daarnaast publiceert het UWV maandelijks over het aantal WW-uitkeringen. Deze UWV-cijfers over uitkeringen zijn niet één-op-één vergelijkbaar met de indicatoren over de beroepsbevolking.