Economisch beeld een fractie minder positief

© CBS / Nikki van Toorn
Het conjunctuurbeeld volgens de Conjunctuurklok van het CBS is in april opnieuw wat minder positief dan een maand eerder, meldt het CBS. In de Conjunctuurklok van half april presteren 11 van de 13 indicatoren beter dan hun langjarige trend.

De Conjunctuurklok is een hulpmiddel voor het bepalen van de stand en het verloop van de Nederlandse conjunctuur. In de Conjunctuurklok komt vrijwel alle belangrijke economische informatie samen die het CBS tijdens de afgelopen maand c.q. het afgelopen kwartaal heeft gepubliceerd. Het conjunctuurbeeld volgens de Conjunctuurklok betreft een macro-economisch beeld en het gaat niet in gelijke mate op voor alle huishoudens, bedrijven of regio’s.

Conjunctuurklokindicator (ongewogen gemiddelde van de indicatoren in de Conjunctuurklok) (afwijking van de langetermijntrend (=0))
jaarmaandcyclus
2011januari0,13
februari0,22
maart0,28
april0,31
mei0,36
juni0,37
juli0,36
augustus0,33
september0,26
oktober0,17
november0,08
december0,00
2012januari-0,05
februari-0,10
maart-0,13
april-0,17
mei-0,24
juni-0,30
juli-0,37
augustus-0,47
september-0,55
oktober-0,62
november-0,73
december-0,83
2013januari-0,91
februari-1,03
maart-1,11
april-1,18
mei-1,25
juni-1,28
juli-1,28
augustus-1,28
september-1,23
oktober-1,16
november-1,09
december-1,01
2014januari-0,95
februari-0,89
maart-0,86
april-0,85
mei-0,82
juni-0,81
juli-0,79
augustus-0,77
september-0,77
oktober-0,76
november-0,73
december-0,70
2015januari-0,67
februari-0,61
maart-0,55
april-0,49
mei-0,43
juni-0,37
juli-0,32
augustus-0,28
september-0,25
oktober-0,25
november-0,23
december-0,22
2016januari-0,23
februari-0,21
maart-0,20
april-0,18
mei-0,14
juni-0,10
juli-0,07
augustus-0,01
september0,03
oktober0,07
november0,13
december0,18
2017januari0,23
februari0,29
maart0,34
april0,38
mei0,43
juni0,47
juli0,49
augustus0,56
september0,60
oktober0,64
november0,72
december0,76
2018januari0,80
februari0,85
maart0,88
april0,89
mei0,92
juni0,92
juli0,91
augustus0,92
september0,92
oktober0,89
november0,88
december0,85
19januari0,81
februari0,78
maart0,76
april 0,74

Consumenten minder positief, producentenvertrouwen nagenoeg gelijk

In maart is het vertrouwen van consumenten opnieuw negatiever dan in de voorgaande maand. Het producentenvertrouwen was nagenoeg hetzelfde als in februari. Het vertrouwen van producenten ligt boven het langjarige gemiddelde, terwijl het consumentenvertrouwen iets onder het langjarige gemiddelde ligt.

Consumenten- en producentenvertrouwen (seizoengecorrigeerd) (gemiddelde van de deelvragen)
jaarmaandConsumentenvertrouwenProducentenvertrouwen
2013januari-37-5,6
februari-41-3,7
maart-41-5,1
april-37-5,6
mei-32-4,1
juni-33-3,8
juli-35-3,1
augustus-32-1,4
september-31-2,4
oktober-26-0,3
november-16-0,3
december-110,1
2014januari-60,7
februari-2-0,1
maart11,1
april40,3
mei60,7
juni60,7
juli61,2
augustus20
september-2-0,2
oktober12
november-22,4
december-43,4
2015januari-22,8
februari-12
maart71,4
april103,3
mei114,1
juni144,6
juli133,7
augustus133,5
september113,8
oktober122,4
november144
december133
2016januari113,2
februari73,1
maart23,9
april64,7
mei74,4
juni115,4
juli95,1
augustus91,2
september123,4
oktober174,3
november213,4
december214,7
2017januari216
februari227
maart247,8
april268,3
mei236,1
juni237,2
juli256,6
augustus265,4
september238,5
oktober238,2
november229,1
december258,9
2018januari2410,3
februari2310,9
maart249,5
april258,2
mei239,8
juni237,7
juli236,3
augustus215,9
september195,7
oktober155,9
november137,2
december97,5
2019januari15,8
februari-26,3
maart-46,1

Consumptie huishoudens, investeringen en export groeien

Het volume van de goederenexport was in februari 2,0 procent groter dan in februari 2018. De groei is iets kleiner dan een maand eerder. In februari 2019 groeide vooral de export van transportmiddelen (o.a. schepen) en machines. Daarentegen kromp de export van elektrotechnische apparatuur.

In januari was het volume van de investeringen in materiële vaste activa 4,9 procent groter dan in januari 2018. De groei is groter dan in de voorgaande maand. Vooral in woningen, bedrijfsgebouwen en machines is meer geïnvesteerd dan een jaar eerder.

Consumenten hebben in januari 0,9 procent meer besteed dan in januari 2018. Dit is de laagste groei sinds medio 2016. Consumenten verbruikten in januari 2019 meer gas, maar besteedden minder aan auto’s dan een jaar eerder.

Productie industrie iets hoger

De gemiddelde dagproductie van de Nederlandse industrie was in februari 0,5 procent hoger dan in februari 2018. In de twee voorgaande maanden kromp de productie. De productie van de transportmiddelenindustrie groeide het sterkst in februari 2019.

Aantal faillissementen neemt toe in maart

Het aantal failliet verklaarde bedrijven is toegenomen. Er zijn in maart 23 bedrijven meer failliet verklaard dan in februari. In januari en februari daalde het aantal faillissementen. De trend is afgelopen jaren redelijk vlak.

Aantal banen blijft stijgen

Het aantal banen van werknemers en zelfstandigen is in het vierde kwartaal van 2018 met 62 duizend toegenomen tot 10,5 miljoen banen. In een jaar tijd zijn er nu 239 duizend banen bijgekomen. Vanaf het tweede kwartaal van 2014 zijn er ruim 800 duizend banen bijgekomen.

Werknemers en zelfstandigen werkten in het vierde kwartaal in totaal 3,4 miljard uur. Dat is, gecorrigeerd voor seizoen, gelijk aan een kwartaal eerder.

Het aantal openstaande vacatures steeg in het vierde kwartaal opnieuw naar een record, namelijk 264 duizend. Sinds het tweede kwartaal van 2018 ligt het aantal vacatures hoger dan voor de crisis.

De spanning op de arbeidsmarkt is verder toegenomen tot een nieuw hoogtepunt. In het vierde kwartaal van 2018 waren er 80 vacatures per 100 werklozen. Het vorige record dateerde van voor het begin van de crisis, toen er gemiddeld 79 vacatures waren per 100 werklozen.

Het aantal werklozen daalde de afgelopen drie maanden met gemiddeld 5 duizend per maand tot 312 duizend in februari. Dat zijn er vrijwel evenveel als in november 2008, net voor de crisis. Toch is het werkloosheidspercentage met 3,4 nu lager dan toen (3,6). De beroepsbevolking, het aantal werklozen en werkenden samen, is namelijk gegroeid.

Bruto binnenlandse product (volume), seizoengecorrigeerd (2010=100)
   index
20111e kwartaal101,8
2e kwartaal101,7
3e kwartaal101,7
4e kwartaal101
20121e kwartaal100,9
2e kwartaal100,9
3e kwartaal100,5
4e kwartaal99,8
20131e kwartaal100,1
2e kwartaal99,9
3e kwartaal100,5
4e kwartaal101,1
20141e kwartaal101
2e kwartaal101,6
3e kwartaal101,9
4e kwartaal102,8
20151e kwartaal103,4
2e kwartaal103,7
3e kwartaal104,1
4e kwartaal104,2
20161e kwartaal105,1
2e kwartaal105,3
3e kwartaal106,5
4e kwartaal107,3
20171e kwartaal107,8
2e kwartaal108,8
3e kwartaal109,6
4e kwartaal110,6
20181e kwartaal111,3
2e kwartaal112
3e kwartaal112,2
4e kwartaal112,8

Bbp groeit met 0,5 procent in vierde kwartaal 2018

Volgens de tweede berekening van het CBS is het bruto binnenlands product (bbp) in het vierde kwartaal van 2018 met 0,5 procent gegroeid ten opzichte van een kwartaal eerder. De groei is vooral te danken aan de consumptie en de investeringen. Ten opzichte van het vierde kwartaal 2017 was de omvang van het bbp 2,2 procent groter.

Woensdag 15 mei 2019 komt het CBS met de eerste berekening van het bbp en het aantal banen in het eerste kwartaal van 2019.

Relevante links